De WAKke kunst in 2008


         Ik heb ooit in een inleiding van een tentoonstelling beweerd dat het Nederlandse woord ‘kunst’ slimmer is dan het Franse, Engelse ‘art, art’. ‘Kunst’ zegt wat kunst is. ‘Kunst’ bestaat uit ‘kun’ van ‘kunnen’, een kunstenaar moet ‘kunnen’, zijn stiel kennen. Dan volgt in ‘kunst’ de ‘s’ van ‘scheppen’ en de ‘t’ van ‘treffen’. Scheppen: echte kunst is een vrije schepping van de kunstenaar. Treffen, een kunstwerk moet de toeschouwer, de toehoorder, de genieter treffen, aanspreken.

         ‘Treffen’ ? Het kan dat echte kunst niet onmiddellijk serieus treft. Het publiek moet ook willen ‘ontvangen’, is vaak te conservatief, reageert negatief tegen vernieuwers. Vernieuwers treffen soms aanvankelijk slecht tot kwetsend en uitgesteld, later, later, deugdelijk. Een Karel Appel oogstte in het begin eerder schandaal dan appreciatie. Maar echte kunst treft ooit zoals het hoort, nooit nooit.

         Wat is treffen zoals het hoort? Van hemels tot hels? Van koel tot sensueel? Van verdrietig tot amusant? Van verstandig tot gek? Van ernstig tot humoristisch? Treffen!

         Er zijn kunstminnende organisaties zoals het forum voor amateurkunsten, het zegt: ‘Wil je met je kunst het publiek verleiden? Dan is de WAK iets voor jou!”

Kunst: kunnen, scheppen, treffen. Verleiden is meer dan treffen, is boemerangtreffen: het treffen keert terug en treft de kunstenaar, ontroert die diep. Bijwerkingen zijn mogelijk: dikke nek, hartkloppingen, verblindheid....

         Herr Seele zet zijn schouders onder de WAK, de Week van de AmateurKunsten van 2008... Man met smalle schouders, toch een kunstzinnig man, van cowboy Henk scheppen tot piano’s stemmen.

         Voor de WAK van 25 april tot en met 4 mei 2008 is er een acht, achtenswaardig thema en dat luidt luid met uitroepteken: ‘Vreemd gaan toegestaan!’

Ik citeer uit de tekst van de affiche, die wil verleiden met ‘vreemd gaan toegestaan’: bijzonder, uitheems, verbazend, bizar, ..., en nog zoveel meer! En: je eigen gemeente zal je ondersteunen...

         Maar, maar, slechts je amateurkunst mag vreemd gaan, jij niet, ik niet. Hoe? In de WAK brochure vind je voorbeelden.

Je mag, moet meespelen met andere kunstdisciplines. Ik citeer uit de brochure: “Allerhande kunstenaars worden in het licht gesteld op een multicultureel straatfeest met kunststalletjes, kleine podia, tentjes, optredens, hapjes, culturele cafeetjes...” Bij ons, in Duffel, promoot de gemeente die idee. Op 27 april zal in de Wandelingstraat zoiets georganiseerd worden.

Fijn!

         Nog een greep uit wat kan.

 “Buren exposeren het beeld dat ze van elkaar hebben. Ze fotograferen of schilderen elkaar en plaatsen deze kunstwerkjes voor hun raam.”

“De fanfare gaat letterlijk vreemd: waarom niet eens een achterwaarts lopende fanfare of een hinkelende fanfare?”

“Een paar goede zangers verschijnen verkleed als bv. postbeambte...”

         Dat was een greep uit wat amusant kan zijn. Is amusant zijn kunst? Kunnen, scheppen, treffen? Amusant treffen. Ja! Maar achterwaarts lopende fanfare? Vermoeiend alleszins. Meespelen met andere kunstdisciplines. Zanger en postbeambte. Zijn die van de post een kunstdiscipline?

         Week van de amateurkunsten. Is WAK de week van de zondagsschilders en konsoorten? Ik denk dat zo’n week moet aantonen dat in die amateurkunsten ook kunst zit met een hoog niveau. Als je dat in die week doet met weke argumenten zoals met buren die elkaar fotograferen, met een fanfare die achterwaarts loopt, met de post... Dat zal moeilijk zijn. Maar, amusant zijn is ook verdienstelijk!

         Besluit. WAK 2008. Geef acht. Ik acht.

 

© Hugo Van Vlaslaer

  .

Terug naar de starpagina (klik)        Terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)