Kunst en Wetenschap

 

Is er een wisselwerking tussen kunst en wetenschap?

De wetenschap schept met veel fantasie verklaringen over natuurverschijnselen, creëert overkoepelende theorieën. Maar dat alles moet relatief waar zijn, mag niet in tegenspraak zijn  met een natuurverschijnsel. Een nieuwe theorie? Men moet onmiddellijk de natuur ondervragen: is ze mogelijk? D.w.z. men moet proeven uitdenken en uitvoeren om te controleren of de theorie klopt. Indien de natuur “ja” antwoordt, is men gelukkig. Indien hij “neen” zegt, is men niet ongelukkig, men past de theorie aan en men ondervraagt opnieuw de natuur. Gissen en zich vergissen. De wetenschap groeit door zijn fouten te verbeteren.

De kunstenaar hoeft de natuur niet te ondervragen, hij schept met veel fantasie en is daarbij geen mens, of iets anders uit het heelal, verantwoording verschuldigd. Hij kan iets schilderen dat op een paard gelijkt, maar zes poten heeft. Waarom niet?
Een bioloog mag geen paard uitvinden met zes poten, een kunstenaar wel. Ik beweer: wetenschap vereist fantasie met de voeten op de grond, kunst mag met fantasie met het hoofd in de lucht. Wetenschap, met de voeten op de grond, ontstond in de Renaissance. Daarvoor was wetenschap grotendeels ongecontroleerde, maar logisch lijkende, fantasie over de natuur, een soort filosofische natuurkunst. De mens drong zijn ideeën aan de natuur op, helaas vaak zever in pakjes. Voorbeeld: alles bestaat uit de vier elementen: lucht, vuur, water en aarde. Pure verbeelding, zonder poging tot experimentele bevestiging. Ik herhaal: wetenschap vereist fantasie met de voeten op de grond, kunst mag met fantasie met het hoofd in de lucht.

Ik citeer een uitspraak van de in ’94 overleden professor Patfoort van de VUB: “De ervaring leert dat vele Einsteins viool spelen, maar dat weinig Picasso’s wiskunde of fysica als hobby hebben.

Maar ik vind dat je tegelijk fantasierijk met de voeten op de grond en het hoofd in de lucht kan staan, dus is samenwerking tussen wetenschap en kunst mogelijk.  Ik weet het: ik heb een “wetenschappelijke” en een “artistieke” dochter.

 

         

        De wetenschap nodigt de kunst uit.

        In Brussel organiseerde de VUB in ’95 een internationale conferentie “Einstein meets Margritte”. Wetenschappers en kunstenaars uit heel de wereld kwamen praten over “natuur en wetenschap, mens en samenleving”. Fijn! We weten dat zo’n conferenties vaak eindigen met samen lekker eten en een verslag in zoveel exemplaren, die oud papier zullen worden, zonder meer. Misschien stilaan met meer.

 

 

De kunst nodigt de wetenschap uit.

            Kunstenaars nemen ook initiatieven tot samenwerking met de wetenschap. In het Engelse tijdschrift “Physics World” van maart ’95 stond een bijdrage van de kunstenares Viviane Glance met de titel “supernova”. 

“Physics World” was voor mij een bron om mijn fysicalessen op te luisteren met interessant wetenschappelijk nieuws. Het tijdschrift is ook lief voor de derde leeftijd:  65-plussers krijgen 50 % reductie en 70-plussers ontvangen het tijdschrift gratis, indien ze minstens 25 jaar geabonneerd waren. Het tijdschrift houdt me nu gratis in het wetenschappelijk leven.
 

Viviane Glance schreef glansrijk: “ Indien men vragen stelt over het nut van de wetenschap, krijgt men steeds een positief antwoord: verbetering van de levensstandaard, betere geneeskunde, begrijpen van de natuur, technische toepassingen… Maar waarom zijn er dan de laatste jaren  minder studenten die warm lopen voor de wetenschap? Waarom vindt een deel van de bevolking wetenschappers eigenaardige wezens? De oorzaal is onwetendheid, de wetenschap voert niet genoeg propaganda voor zich zelf, er is gebrek aan communicatie, er is een kloof tussen wetenschap en kunst. We dichten die kloof, we hebben in Londen de vereniging “Arts Catalyst” opgericht, we willen met het project “supernova” wetenschap en kunst bij elkaar brengen. We snappen dat kunstenaars en wetenschappers dezelfde woorden in een andere betekenis gebruiken, we vrezen dat ze wezens  uit een andere wereld zijn. Fysici, die de natuur voortdurend ondervragen met experimenten, hebben iets tegen “experimentele kunst”. Wetenschappers, die vaak lang moeten werken voor ze een resultaat boeken, snappen niet dat een artiest direct kan scheppen, beseffen niet dat die kunstenaar om dat te kunnen vaak een lange opleiding achter de rug heeft”. “Maar”, besluit Viviane, “we willen samenwerken. Er is reeds een eerste “supernova” af. De choreograaf  Nicky Smedley realiseerde de “kwantummechanische” dansproductie “Praten over het geslacht van de engelen”. Hij sprak met fysici van het Imperial College te Londen. Het was moeilijk om de kwantummechanica uit te leggen in gewone taal, zonder wiskunde, laat staan om te zetten naar de lichaamstaal “dans”. Maar fysici en dansers werkten leuk samen. Kunst kan wel moeilijk de wetenschap uitleggen, maar kan bijdragen tot enthousiasme en inspiratie. Misschien kan de wetenschap op zijn beurt de hedendaagse kunst beter doen begrijpen. We moeten elkaar helpen…” 

Ja, fijn. Eigenlijk gek dat ze als naam voor het project “supernova” kozen. Een supernova is het explosief einde van een bepaald type sterren, geeft wel veel licht, maar weinig hoop als je in de nabijheid bent…

Viviane heeft geloof, hoop en liefde in en voor haar project. Ze besluit mooi, maar toch een beetje onzeker, met: “Je moet daarbij wel beseffen, dat je een paard naar de drinkplaats kan leiden, maar dat je het water niet zelf maakt.”

            “Europhysicsnews” van januari-februari 2003 meldt (blz. 24): “When physics meets the arts”. Het artikel handelt over een project van “London Institute”, (de grootste school voor kunst, design en communicatie van de wereld) in samenwerking met CERN, het grote Europese researchcentrum in Genčve (vooral studie van de elementaire deeltjes). Elf internationaal bekende kunstenaars bezochten de CERN, zagen er de indrukwekkende deeltjesversnellers, spraken er met de wetenschappers.  De grondige voorbereiding van het project en het verzamelen van de nodige fondsen duurde 2 jaar.  In die periode waren er reeds veelbelovende contacten tussen kunstenaars en wetenschappers in de CERN.   Het resultaat: de rondreizende tentoonstelling “signatures of the invisible”. Ze startte in de Atlantis Gallery in Londen (maart 2001) en was daarna reeds te zien in Peking, Rome, Genčve en Lissabon.  Het “London Institute” heeft ondertussen de wisselwerking met de wetenschap uitgebreid tot  het textieldesign, de theater- en de muziekwereld.  Er lopen vijf projecten onder de naam “shadows of  the infinite”.

 

            Ook individuele kunstenaars willen.

             Ze tonen hun welwillendheid tegenover de wetenschap. Ik ken een schilder die schoonheid zoekt op een stort. Hij beeldt een ordeloze hoop bierblikjes ordelijk en mooi af. Hij beweert geďnspireerd te zijn door het boek “Orde uit chaos” van professor Ilya Prigogine, Nobelprijs scheikunde 1977.

Jackson Pollock beoefende wetenschap zonder het te weten. “The physics behind the paintings of Jackson Pollock” (Physics World  oktober 1999). Jackson Pollock, Amerikaans schilder, geboren in 1912, is de man van het abstract expressionisme. Hij legde een groot doek op de grond, stak een kwast in een pot verf en liet de verf van de kwast op het doek druipen, terwijl hij uiteraard de kwast weg en weer bewoog en zelf bewoog, verschillende posities innam t.o.v. het doek, een soort “action painting”. Daarna herhaalde hij dit alles met een andere kleur. Hij werkte met verschillende lagen boven elkaar. Hij schilderde vaak in dronken toestand en verongelukte met de auto in 1956, waarschijnlijk ook in die, volgens hem, creatieve toestand. Ik heb enkele jaren terug een tentoonstelling met werken van Pollock gezien in Düsseldorf. Ik vind zijn werk merkwaardig en mooi.  
Fysici zoeken tegenwoordig naar orde in wanorde, ontdekken die ook in de natuur. Met computeranalyse vindt men dat in een kustlijn herhaling zit van eenzelfde patroon, het is een fractal, een geheel opgebouwd door een geordende herhaling, superpositie van een bepaald motief.
Nu heeft men, laag per laag, schilderijen van Pollock onderzocht. De lagen zijn fractals. In de tijd van Pollock wist men niets over fractals. Zijn abstract expressionisme is dus fractaal expressionisme. Bijna niet te geloven. Het is dus nu alleszins wetenschappelijk bewezen dat het werk van Pollock geen knoeiboel is. 

Dichters moeten zoeken naar originele beeldspraak. Beelden uit de wetenschap zijn welkom. Hoera!

Ik lees in het mooie gedicht “Fresco” van J. Bernlef:
...
Wij kussen elkaar boven de waterput
waar vliegen elkaar afstoten als atomen
...
De uitstekende dichter grijpt naar de wetenschap. Maar atomen stoten elkaar niet af... Indien ze dat deden, zouden moleculen zich moeilijker kunnen vormen.  Misschien bestonden er dan geen organische stoffen, geen levende wezens, geen dichters.Toch moeilijk die samenwerking tussen kunst en wetenschap. Ik vermoed: Bernlef ziet in die door elkaar dwarrelende vliegen zoiets als het, door de thermische agitatie, wild door elkaar bewegen van gasmoleculen. Die hebben geen ogen, geen remmen en botsen tegen elkaar, de vliegen niet. Moeilijk, moeilijk. Veel weten is tegenwoordig te weinig weten, is geschikt zijn om bokken te schieten op vreemde terreinen. Toch positief: ideeën uitwisselen.

Recent nieuws: dancing about physics. In 1905 publiceerde Einstein 3 zeer belangrijke artikels. Het Engelse Institute of Physics heeft de Rambert Dance Company verzocht een werk te creëren dat die 3 artikels (verklaring van het foto-elektrisch effect, de verklaring van de Brownse beweging, de speciale relativiteitstheorie) eert. De premičre van dat ballet zal plaats hebben in het Sadler's Wells theatre in Londen in mei 2005. Daarna zal het ballet door Groot-Brittanië reizen. Tof, zo de honderdste verjaardag van mijlpalen in de fysica  te herdenken. (Bron: Physics World van juli 2003). Leve de kunst, leve de wetenschap!

© Hugo Van Vlaslaer

Terug naar de startpagina (klik)      Naar het volgend stukje (klik)     naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)