Revisionisten aller landen, verenigt u!


            Velen vinden fysica moeilijk. “Fysica is te moeilijk geworden voor de fysici”, beweerde ooit de wiskundige David Hilbert (1862 - 1943). Toch is fysica in principe de meest eenvoudige natuurwetenschap. Een fysisch verschijnsel is een verschijnsel, waarbij de aard van de stof niet verandert. Een chemisch verschijnsel is een graad ingewikkelder. Een biologisch verschijnsel is nog meer ingewikkeld en van je leven iets maken is ook gecompliceerd. Het is makkelijk om heel juist te voorspellen, wat een staaf koper doet, als je die verhit van 20 tot 100 graden. We kunnen wel gissen wat er gebeurt als we de staart van een Bengaalse tijger in kokend water dompelen, maar wiskundig precies berekenen hoe de eigenaar van de staart juist zou reageren, is onmogelijk. Hoe ontdekten we hoeveel koper bij verwarming uitzet? Antwoord: we deden proeven, we ondervroegen de natuur. De natuurwetenschappen zijn proefondervindelijk opgebouwd. Doch nadat we een hoop natuurwetten kennen, komt de vraag: waarom is het zo, hoe kunnen we het verklaren? We kennen bij voorbeeld een deel eigenschappen van de stof: de stof zet uit bij verwarming, metalen geleiden de elektrische stroom en een bezemsteel doet dat niet of toch heel slecht. Waarom gedraagt de stof zus zich zo en de stof zo zich zus? We denken dan een theorie uit over de bouw van de stof, die alles wat we weten over de stof kan verklaren. Die theorie is een schepping van ons verstand, van onze fantasie. Die theorie is niet de absolute waarheid, hoeft het niet te zijn. Die theorie is goed als ze een groep verschijnselen kan verklaren en niet in tegenspraak is met een of ander experimenteel vastgesteld feit.

Het leuke is dat die door mensen geschapen theorie kan meevallen. Uit die theorie kunnen we theoretisch, wiskundig nieuwe natuurwetten afleiden, feiten ontdekken die we nog niet kenden. Een theorie is ook een visnet om onbekende vissen te vangen. Maar we moeten daarna vlug de natuur ondervragen over die kersverse voorlopige wetten, we moeten experimenten uitdenken om de nieuwe dingen te toetsen. Klopt er iets niet, dan is de theorie fout, moet de theorie verbeterd worden.
Lord Ernest Rutherford (fysicus 1871 - 1937, Nobelprijs chemie in 1908) zei ooit: “Ofwel is wetenschap fysica, ofwel postzegels verzamelen.”  In het beginstadium werkt een wetenschap inderdaad  als postzegels verzamelen: natuurverschijnselen bekijken en ordenen, “verzamelen”. Natuurwetten formuleren, die wetten overkoepelen met een theorie komt achteraf. Aan die “achteraf” was de fysica het eerst bezig. Niet omdat de fysici zo slim zijn, maar omdat de fysica zich bezighoudt met de eenvoudiger dingen. Naarmate een wetenschap vordert, gebruikt ze ook meer wiskunde. Een theorie zit, als ‘t kan, mooi wiskundig in elkaar. Maar die mooie theorie is nooit heilig, ze moet voortdurend aangepast worden aan de feiten.

Onze beschaving heeft met vallen en opstaan geleerd zo te werken. Omdat we geen genieën zijn, die zomaar alles weten, zijn we in de natuurwetenschappen, uit pure noodzaak, revisionisten geworden. We weten reeds veel over de natuur van thuis tot in het heelal, maar niet alles. We hebben nog een lange weg af te leggen. Doch we weten, hoe we op die weg moeten wandelen: revisionistisch, nooit met de pretentie dat we het reeds weten. Dat is de boodschap, die we moeten uitdragen naar de jongere geesteswetenschappen. Een goede samenleving opbouwen is veel moeilijker dan een kerncentrale bouwen. Ik zie een politieke partij als een supportersclub voor een bepaalde maatschappelijke theorie. Het verschijnsel "verschillende theorieën naast elkaar” kan zich in de eenvoudige wetenschap ook voordoen, heeft zeker vroeger bestaan. Voorbeeld: de lichttheorie van Newton naast die van Huygens. De partij "Newton" had de meeste aanhang en won. In de negentiende eeuw ontdekt met iets over het licht, dat met de theorie van Newton niet kan verklaard worden: dus wordt uiteindelijk die theorie verworpen. Maar nu durft men nog, in sommige politieke kringen, iemand uit de partij sluiten wegens revisionisme. Dat is toch onzin. Als we in eenvoudige dingen zomaar niet aanstonds het licht zien, waarom bestaan er dan wel absolute lichten in de maatschappijleer? Ik heb ook een politieke overtuiging, maar ze overtuigt me niet, in die zin, dat ik al de rest "dwaling" vind. Ik ben revisionist. Ik zie een politieke ideologie net zoals een wetenschappelijke theorie: klopt er iets niet, dan moet de theorie aangepast worden. Geen enkele socialist of liberaal kan reeds je van het weten. We zijn ergens op weg, misschien op de goede weg, misschien niet. Zolang we de goede weg niet kennen, moeten we alle wegen openhouden: kiezen voor een pluralistische maatschappij, echter geen verzuilde, wel een die kan evolueren. Wees een voorlopig overtuigde partijgenoot, geen heilig overtuigde man of vrouw. Houd uw ogen open, trek besluiten uit de feiten.

REVISIONISTEN ALLER LANDEN, VERENIGT U!

 

© Hugo Van Vlaslaer     

 

                terug naar de startpagina (klik)       naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)   naar het volgend stukje (klik)