Jong en autoloos


Wielloos, niet willoos.
Waar een wil is, is een weg.
Een gezonde weg te voet.

Tijd om rustig te zien.
Overal rusten mijn blikken,
plots onrustig op
de voetgangster van mijn leven.

Tijd om
ons samengaan
te doen ontstaan:
trefpunt,
treffend woord,
promotie
relatie.

Tijd om
haar stem te horen
instemmen.
Stemmig geluid.

Tijd om
ons samenzijn
te verlangen:
"Wonder zonder wielen,
Ik wil je thuis stationeren
horizontaal."

 

 

Wielloos, niet willoos.
Waar haar wil is, is haar weg.
Een gezonde weg te voet.

Zo heeft zij haar zeg:
"Te voet gaan,
niet te vlug van stapel lopen."
Ik leg me daarbij neer,
dus niet bij haar.

Doen!
Wij zullen te voet gaan
naar de zevende hemel.
Ik zal braaf
in haar pas lopen,
looppas verzaken...

Op het eerste
lente-tover-zebrapad
lopen we zeker,
snel over,
in elkaar.

Ik leg me daarbij neer,
dan ook bij haar.


Hugo Van Vlaslaer


terug naar de startpagina (klik)     naar de inhoudstafel gedichten (klik)     naar het volgende gedicht (klik)