Min of meer tragisch

 

Ik herinner me uit een roman van Gerard Walschap: “Het eerste dat hij kocht, was een auto. Het eerste dat hij overreed een kind.” Het komt uit een roman, die ik voor Nederlands moest lezen, in de wetenschappelijke humaniora van lang geleden. Welk werk van Walschap? Weet ik niet meer. Het kind? Houtekiet? Ik heb Walschap niet in huis. Zonde. Ik ben te lui om naar de bibliotheek een pak werken van hem te halen en die twee zinnen erin op te zoeken. Citeer ik die zinnen letterlijk? Wellicht niet. Ze troffen me echter zodanig dat ik na 53 jaar het feit nog weet, dat zo droog, cynisch meegedeeld werd. Het verhaal zelf herinner ik me niet. Als ik me wat wil herinneren en ik slaag er niet in, vrees ik: “Begint Alzheimer zo?”

Weg met mijn pessimisme. Optimisme: een initiatief van mijn vrouw. We kochten, voor mijn zeventigste verjaardag een nieuwe auto met de bedoeling nog 10 jaar zorgeloos te kunnen rijden. Tragisch: het eerste dat ik met die nieuwe overreed, het enige dat ik ooit overreed was... Neen, ik overdrijf, ik reed niet over hem, ik reed hem aan. Ik overdrijf, hij kreeg slechts een slag van mijn buitenspiegel en hij viel. Hij was een zwakke weggebruiker en had op dat ogenblik reeds een slag van de verstrooide molen.

De situatie. Antwerpsestraat in Mortsel, richting Mechelen, kruispunt met de Krijgsbaan. Rood licht. Groen. Ik rijd de Krijgsbaan over. Bijna volbracht. Een fietser steekt plots, aan de andere zijde van de Krijgsbaan, de Antwerpsestraat over. Hij rijdt door het rood licht. Ik wijk uit naar links om hem te mijden. Ik hoor dat mijn rechterbuitenspiegel brutaal dichtklapt. Ik stop. De fietser staat verbouwereerd met de fiets in de hand.

“U heeft me omver gereden. U moet stoppen voor een fietser”, zegt hij.

“Mijnheer, u reed door het rood licht”, zeg ik. “Ik trachtte u te mijden.”

De auto achter mij is ook gestopt.

De chauffeur, een vrouw, herhaalt: “Mijnheer, u reed door het rood licht.”

 Ze heeft het frame met het gebarsten spiegelglas van mijn rechterbuitenspiegel opgeraapt.“Uw spiegel is stuk”, zegt ze.

 “Het was voor mij ginds groen”, beweert de fietser.

Hij wijst naar de overzijde van de Antwerpsestraat, daar een dubbele rijweg, tweemaal twee rijstroken gescheiden door een brede middenberm met tramsporen.

 “Dat is het licht om de andere rijweg over te steken, voor u telde het licht aan deze zijde. Als het voor ons groen was, stond uw licht zeker op rood.”

“Ik keek alleen in de verte”, zucht hij.

We controleren. Het licht aan de overzijde springt inderdaad eerder op groen dan het licht tellend voor onze fietser.

“Ja, ik reed door rood”, bekent hij, “maar niet opzettelijk.”

Hij bekijkt me. “Ik heb ooit nog fysica van u gekregen”, zegt hij. “Ik studeerde aan het Provinciaal Hoger Instituut voor klinisch laboratoriumassistent, maar ik ben nu directeur van een rustoord.”

“Een oud-student omverrijden, hoe bestaat het? Ik herken je niet. Je bent waarschijnlijk fel veranderd. Hoe heet je? Wanneer studeerde je af?”

Ik schakel de zoekmachine van mijn hersens in om gegevens over hem te vinden. Tevergeefs. Erg, het begin van ...? Niet zo comfortabele splinternieuwe in plaats van vernieuwde kennismaking. Palavers. Ik constateer dat er een lange kras op mijn auto zit. Waarschijnlijk veroorzaakt door de val van de fiets tegen mijn auto.

“Ik zal de schade aan de spiegel cash vergoeden”, zegt de oud-student.

“En de kras?”

“Kan iemand anders veroorzaakt hebben.”

“Neen, de auto is pas nieuw. Laat je familiale verzekering alles betalen.”

“Ik draai dan zelf op voor de vrijstelling. Moeten we de politie er bijhalen?”

“Als jij nog een flinke boete voor een zware verkeersovertreding erbij wilt. Laten we het aanrijdingformulier gewoon invullen. Jij bent een zwakke weggebruiker, zwak verantwoordelijk voor je daden, maar als jij door een rood licht rijdt, ben jij toch aansprakelijk voor de schade aan mijn auto. Ik vraag morgen aan mijn garage de prijs voor de herstelling, ik bel je op en dan beslis jij of je alles zelf betaalt of we onze verzekeringen inschakelen. Ik ben blij dat je niet gekwetst bent.”

“Ik heb wel pijn”, zegt hij.

De oud-student en zijn verzekering hebben uiteindelijk de schade aan mijn nieuwe auto betaald. Ik was reuze blij dat de oud-student niet echt gekwetst was. Toch bleef ik me dagen, vooral nachten, afvragen of ik wel juist gehandeld had. Mijn auto remt krachtig. Zou een noodstop niet effectiever geweest zijn dan het ontwijken? Trouwens plots uitwijken kan dom zijn. Gelukkig was het toen zondag, niet druk. Ik was daardoor bijna zeker dat een andere auto me niet inhaalde, toen ik naar links uitweek. Maar ik had de tijd niet om dat in mijn spiegel echt te controleren. Je moet in een fractie van een seconde beslissen hoe je die verstrooide fietser wilt redden. Heb ik wel optimaal gereageerd? Zal ik nooit weten en dat veroorzaakt muizenissen.  

Ik besluit mijn remedie tegen muizenissen toe te passen. Alles neerschrijven, als het kan een beetje vrolijk, ondanks de feiten.

 

© Hugo Van Vlaslaer     

naar volgend stukje: klik hier

aanstonds terug naar de startpagina  ( klik)     terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)