Hoogachtend?

 

Geregeld klaagt de overheid over lekken. Lekken zijn van alle tijden. Ik hoorde het, pas afgestudeerd, voor het eerst zelf lekken in de jaren vijftig. Een plezierige lek. Te lang geleden om me de juiste datum te herinneren.

 Missen is menselijk. Zelfs de openbare besturen begaan flaters. Enkele mooie bruggen liggen verloren in het landschap, de weg kwam nooit. Alle fouten zijn niet even grof, even duur.

Zij die lekte was leuk. Ik was bij de waarneming een jonge leraar aan het atheneum van Genk. Het Ministerie van Openbaar Onderwijs, het heette toen zo, liet nieuwe dienstbrieven drukken: "Betreft: aanstelling van...". Die brieven werden naar de schoolhoofden gestuurd (afschrift voor de betrokkene) als een nieuwe leraar werd aangesteld, als een leraar een ander lessenpakket  kreeg. De ambtenaar-ontwerper liet de dienstbrief onderaan als volgt eindigen:

 

Hoogachtend,

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Directeur-Generaal:

 

 De hogere ambtenaar vond, bij het nazicht van de drukproef, de beleefdheid op een droge dienstbrief overbodig en schrapte “Hoogachtend,”.  Trouwens het schoolhoofd en de leraar moeten de “NAMENS DE MINISTER” hoogachten en het omgekeerde hoeft niet.

Men fluistert soms: in het ministerie werden toen hogere ambtenaren niet zo katholiek aangesteld, wel omdat ze katholiek of niet katholiek waren, in de politieke betekenis van het woord en volgens de omstandigheden. Ze mochten in elk geval zeer bekwaam en geschikt wezen. Nu de juiste man op de juiste plaats vond dat een eenvoudige drukker veel dommer is dan een ambtenaar en het simpel schrappen van “Hoogachtend,” niet begrijpt. Hij greep dus zijn pen en schreef naast het geschrapte woord: "Hoogachtend valt weg op de 3 stellen."

(Drie stellen: de brief moest in drievoud uitgevoerd worden, telkens op papier van een andere kleur).

De brieven werden besteld bij Franstalige landgenoten en die drukten:

 

Hoogachtend valt weg op de 3 stellen.

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Directeur-Generaal:

 

Men zat met een grote voorraad van die dienstbrieven. In de jaren vijftig wou men nog zuinig zijn: geen recordpogingen “hoge staatsschuld”, dus geen hopen pas gedrukt papier vernietigen. Bijgevolg gingen de formulieren terug naar de drukker en die drukte boven “Hoogachtend valt weg...” een zwarte balk. Ik heb in mijn dossier zo'n twee dienstbrieven. Als je ze naar het licht houdt, zie je de tekst onder de zwarte balk.     

 

Ooit, in 1964, veranderde ik van onderwijsnet. Ik werkte toen reeds in Antwerpen en ik hoorde het weer lekken, want men schreeuwt niet alles van de daken, toch niet van de mij bekende daken. Er kwam een plaats van “lector fysica” (het heet nu zo) vrij aan de “Scheikunde” in de Kipdorpvest (nu verhuisd naar de Kronenburgstraat, is nu het departement industriële wetenschappen, gezondheidszorg en lerarenopleiding van de Plantijnhogeschool). Interessant. Ik solliciteerde met overtuigende argumenten. Die overstap naar het provinciale onderwijs ervaar ik nog altijd als een vreugdesprong. In de vroegere terminologie hoorde de “Scheikunde” tot het “hoger onderwijs van het korte type”. Ik paste daar wonderlijk in, ik was zelf jaren het kortste type van de school (een vrouwelijke leerkracht ontnam me later die kwaliteit). Toen ik aan mijn pensioen  begon te denken, kreeg ik een brief op de school van de doodernstige Zwitserse firma Mettler: “Voorstelling van een nieuwe gamma elektronische balansen, speciaal ontworpen voor openbare instellingen. Wenst u nadere inlichtingen, stuur dan vlug de ingesloten antwoordkaart terug.”

Heb ik gedaan. Wat is een “balans voor openbare instellingen”?  Is het een balans die slechts 12 maanden kan wegen op een jaar en krijgt een balans voor de industrie nog een dertiende maand gewicht in de schaal? Neen, het bleek gewoon een eenvoudigere balans te zijn, hij kon bijvoorbeeld niet aangesloten worden op een computer...

Hij koste minder, kon minder voor gebruik in openbare instellingen...

Was  “hoogachtend” voor de openbare diensten ondertussen volledig weggevallen?    

Ja,  balansen hadden “minachting”.

De balans is negatief.

Nog?  Ik ben van de derde leeftijd, ik was mijn handen in verouderde onschuld.

 

© Hugo Van Vlaslaer

naar het volgend stukje: klik hier

terug naar de startpagina: klik dan hier      terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)