Zeventig plus

 

Ik ben dus 70 plus. Aan die plus zit veel min. Voorbeeld: “Gisteren heeft dinges me opgebeld. Ja, hoe heet hij weer? ...”  Ik herinner me dan de naam wat later. Soms is die later echt de overtreffende trap van laat, zelfs van te laat. De naam zit nog ergens in je geheugen, maar de zoekmachine van je hersens vindt hem niet vlug terug. Gek. Tragisch? Neen, je moet gelukkig blijven en zoveel mogelijk de dingen amusant vinden, achteraf lachen om je falen, erover een verhaaltje schrijven. Doe ik.

Els en ik reden met de auto naar Nieuwpoort, naar het revalidatiecentrum “Ter Duinen” om er een vriend te bezoeken, ook 70 plus, een gevallen vriend, met de fiets en door de zonde van het vallen brak hij een ruggenwervel. Operatie, revalidatie, miserie. Een 70 plus val is een ander geval dan een jeugdige val.

We reden. De verleden tijd  is belangrijk voor de toekomende. Maar vertellen klinkt het best in de onvoltooid tegenwoordige tijd.  Dus ik rijd met 120 km/h, terwijl ik dit zit te schrijven, over de autostrade naar de kust. Ik kijk naar de toerenteller van de auto: hij wijst 2400 toeren/min aan. De zoekmachine van mijn hersens vindt ongevraagd deze opgeslagen informatie: je turbo common rail diesel draait normaal slechts  2000 toeren/min bij 120 km/h.  Ik zeg tegen Els: “Er is iets met de auto, de motor draait vlugger dan anders: 2400 toeren/min,  400 toeren meer dan vroeger bij dezelfde snelheid”.
Ik vraag me af hoe het kan: de auto is nog geen twee jaar oud, de koppeling kan toch niet versleten zijn en slippen? Trouwens als die 400 toeren/min slipt, moet je dat horen piepen. Neen dus. Toch de raadselachtige situatie in het oog houden. Zeker er  iets over zeggen in de garage als ik volgende week de olie laat verversen.
We rijden terug naar huis eveneens met teveel toeren/min. Ik nader Antwerpen. Ik denk in mijn eigen provincie beter na dan in een vreemde. Ik observeer plots verstandig de versnellingspook: stand voor de eerste versnelling, de  tweede, de derde, de vierde, de vijfde...  Daar ligt de zesde. Godverdomme, hoe is het mogelijk? Ik rijd in vijfde in plaats van in zesde! Mijn eerste auto had vier versnellingen, de volgende reeks wagens vijf, deze zes. De vooruitgang vergeten!  Ik schakel de zesde in: 120 km/h komt overeen met 2000 toeren/min.

70 plus: je vergeet namen, je vergeet zelfs de zesde versnelling. Ja, je moet ze slechts alle vijf hebben, volgens het gezegde.

Iets schrijven gaat trager dan vroeger: je komt niet aanstonds op het gepaste woord, laat staan dat je aanstonds een leuke woordspeling vindt. Wie zoekt, die vindt. Ik blijf zoeken! Desnoods doe ik het met een vreemd woord. Aan een woord moet je je woord van trouw niet geven. Veelwoorderij is toegelaten. Tot de dood me scheidt van alle woorden.

 

© Hugo Van Vlaslaer

terug naar de startpagina (klik)       terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)   naar het volgend stukje (klik)