De Vlaamsche taal is wonderzoet

voor die heur geen geweld en doet

Guido Gezelle

 

 

Ten jare huidig jaar, datum van vandaag, uur H, verschenen voor ons, Hugo de gepensioneerde, op ons computerscherm, een hoop letters die het scherm vulden om aldus te verklaren: “Wij doen schenking onder levenden van woorden, dit zijn roerende en soms ontroerende goederen, gekadastreerd in Van Dale's groot woordenboek en die samen, hopen wij, een behoorlijke tekst vormen. Deze tekstvormende woorden worden geschonken in de staat en de bestendigheid, waarin ze zich thans bevinden, zonder waarborg van de juistheid van de uitgedrukte gedachten, waarvan het meer of het min tot voor- of nadeel van de begiftigde wezen zal, met al zijn voor- als nadelige erfdienstbaarheden, zichtbare of onzichtbare, voortdurende of niet voortdurende, waaraan de gevormde tekst zou kunnen gehouden of onderworpen zijn.”

Voel je het duidelijk en scherp aan? Weet je de klepel in mijn klok hangen? Mijn klok luidt: ik heb een half uur geleden de notariële akte over de aankoop van onze bouwgrond geraadpleegd. Ik wist nog dat onze tuin meer dan groot genoeg was om te onderhouden, maar ik www, wou weer weten (geheugen van de derde leeftijd), hoeveel are en centiare hij juist telde. Ik heb enkele zinnen uit die akte, aangepast, overgenomen. Mag, we hebben de notaris ooit hoge auteursrechten betaald.

            Ik schakel me, onder invloed van het dure notarisproza even terug naar de toestand van voor mijn pensioen: Kronenburgstraat 47, Antwerpen, nu de campus van het departement "laboratoriumtechnologie, lerarenopleiding en voedings- en dieetkunde" van de Plantijnhogeschool van de provincie. Ik heb de notarisstijl ingevoerd in mijn onderwijs.

In de fysicales: vinger omhoog, ik buig plechtig.

"Wij, Petronella Van Peteghem, met opgeheven vinger hier zittende, door een getuigschrift van gedane studies kunnende bewijzen dat wij bevoegd zijn hier te mogen denken, denken dat wij gestoord zijn door hinderlijke reflecties op het bord van het licht van de voorste rij lampen, vragen of wij met een geoorloofde handeling mogen veroorzaken dat deze lampen geen licht meer zouden uitzenden."

Antwoord:

"Heden is voor ons, lector fysica, de toelating verleden, die wij, daarvoor bevoegd zijnde, zullen toelichten in deze mondelinge leerambtelijke mededeling. Hoor, aldus verklaren wij. Petronella Van Peteghem, u loopt op vrije voeten in vrije stijl, doch niet luidruchtig, naar de schakelaar, zich bevindende links van de deur. Daar handelt u, hetzij met de linker-, hetzij met de rechterhand, hetzij met beide handen, dus volgens uw eer en geweten wat het deel “handen” van de handeling betreft. Het andere deel: wij laten u toe de schakelaar deskundig om te schakelen, overeenkomstig de methode beschreven in het boek “Schakelaars van vroeger en nu” door Prof. Dr. Stefaan Stroom. Zo zullen de lampen in het genot treden van het verliezen van hun licht."

 

Wat zou men zoal zeggen?

 

Neen, het kan zo niet.

 

 Ooit verliep het zo:

"Mijnheer, mag het voorste licht uit?"

"Doe maar alles uit, Petronella. Alle licht bedoel ik."

Ze lachten.

 

Mijn schuld. Elke leraar is in de eerste plaats leraar moedertaal, hij moet meer precieze werkwoorden gebruiken dan “doen”. Hij moet het licht laten uitschakelen.           

 

Ik beloof mijn best te doen om “doen” te mijden of, in gebreke blijvend,  toch steeds de vrolijke toon aan te slaan. Doe ik (weeral doen), beloof ik. Tevreden?

 

 

© Hugo Van Vlaslaer

 

 

terug naar de startpagina (klik)      naar het volgend stukje (klik)
terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)