Loes beďnvloedt mijn schuin verhaal

Ik wou voor deze website, in plaats van een cursiefje, een echt schuin verhaal schrijven,vol blote woorden. Maar mijn waarheid hoeft niet per se naakt. De kwestie is: hoeveel graden schrijf ik gewaagd? Zo schuin als het hellend vlak van Ronquičres, toeristische scheve toestand.

In een schuin verhaal horen vrouwen thuis. Niet dat vrouwen typische schuinsmarcheerders zijn. Ze lopen meestal recht en eisen hun rechten op in de maatschappij. De vrouwen willen niet meer gekleineerd en ook niet meer verkleind worden. In die zin kreeg ik een e-mail van Loes De Poes, zeker geen kat om zonder handschoenen aan te pakken, een zelfzekere vrouw.
Ze mailde : “Ik ben de voorzitster van “ons internet”, de bond van de zelfstandige vrouwelijke surfers. Vroeger moest je, om er te raken, een lange arm hebben. Niet meer in deze nog jeugdige 21e eeuw, plaatselijk gezegend door Fortis, Dexia e.a. en door goed bestuur vanYves Leterme en door de verschijning van de reddende nieuwe premier HermanVan Rompuy. Nu heb je verschijning nodig. En ik heb verschijning van kop tot teen. Alle vrouwen van mijn bond hebben verschijning. Wij hebben meer macht dan je denkt. Ik heb je website "literair.hugo" ontdekt. Met wat minder pretentie zou je beter als naam "lul van één sul" kiezen. Neen, ik wil vriendelijk zijn voor jou. "literair.hugo" zal vlug beter worden, zelfs zonder de hulp van Herman Van Rompuy, als je mijn dwingende instructie voor je eventueel verder geschrijf stipt opvolgt. Wij, van “ons internet”, wij zijn groter dan sommige jongens en wij willen in je stukjes niet meer met een verklein-woord beschreven worden. Het is verkeerd te denken, te zeggen en dus ook te schrijven “de jongen en zijn meisje” Het moet zijn: de meis en haar jongetje”.”

Aangezien ik onder druk een man van goede wil ben, ben ik bereid (soms ben ik uitgekookt en weldra zal ik aangebrand zijn, want ik wil een schuin verhaal vertellen)... Ik herhaal: ik ben nu gewoon bereid. Mijn verhaal zal dus gaan over een jongetje en een meis. Mijn verhaal zal staan in de drie trappen van vergelijking. Voor de eerste trap komt de aftrap: de beschrijving van Hij en Zij.

Hij: het jongetje.
Het jongetje bewoont een gemeubileerde kamer in de stad, het heet gewoon Marcus Antonius Agamemnoon. Het is een ietwat verlopen jongetje: het kan inderdaad ver lopen en vlug lopen. Het is een hordeloper en een vrouwenloper. Het ene beoefent het om fit te blijven voor het andere.
Bij het achter de meizen lopen, kan je krijgen: goud, zilver of BONS. Soms kwam het jongetje als derde aan en kreeg bons, soms had het meer geluk.

Zij: de meis.
De meis van het verhaal is een mooie meis en heet Sidonia.

Nu komt de eerste trap van vergelijking: de vergelijkende trap.
Marcus Antonius Agamemnoon speelde soms vals, zoals elk verlopen jongetje. Het had de mooie meis Sidonia uitgenodigd bij hem thuis, met “Mijn zus komt ook”. Maar het had geen zus!  Zo belde de meis die avond bij hem aan. Het jongetje stond in de gang de meis op te wachten, kuste ze vurig en sprak zodra zijn mond opnieuw vrij was: "Ga maar naar boven."  Zij ging de trap op en de vergelijkende trap van het verhaal binnen. Op zijn kamer gekomen, loog het jongetje: "Mijn zus kon niet.”  (Ik kan wel, dacht het.)
Zo stond de meis Sidonia, die avond, op zijn kamer alleen met hem en haar geweten. De meis ademde diep en haar neusvleugels trilden, als wou ze wegvliegen naar veiliger oorden. De meis keek alsof zij in een sfeer van ontstemming wegzonk. Het jongetje beoefende gauw de trap van vergelijking met vorige meizen en dacht: zij kijkt inderdaad “alsof” en weldra zit ze in mijn meizenval. Het knipoogde en het knipoogde nog eens met zijn ander oog en het fluisterde teder: “We brengen er aanstonds stemming in, haak die “ont” van je ontstemming en plaats die “ont” voor je kleding..."
Maar de meis antwoordde koud: "De verwarming staat niet hoog genoeg."
In een klassiek erotisch verhaal wordt nu de verwarming hoger gezet en volgen de naaktscčnes. Maar in een toeristisch schuin stuk domineren andere bezienswaardigheden en moet de horecasector ook prioritair wat verdienen.
Dus de meis zei: “We nemen de tram naar “het” stad. We kuieren wat rond in de omgeving van de kathedraal, jij biedt me een lekker etentje aan.”
 

Deze laatste financiële inspanning vergrootte bij het jongetje het gevoel voor verantwoordelijkheid. Het verlangde zelfs naar het verantwoord en bovendien wettig vaderschap. Zo komen we in de vergrotende trap van het verhaal.
Het jongetje met vergroot verantwoordelijkheidsbesef verklaarde de meis zijn onstuimige liefde en zijn goede bedoelingen (bed-doelingen).
De meis nam het jongetje mee naar haar kamer en legde zijn verklaringen niet naast zich neer, maar wel het jongetje.
De volgende dag koopt het jongetje van zijn spaarcenten een busje groene detergent om later af te wassen in zijn huis­houden. Maar, maar, bij het busje zat een wedstrijdformulier. Het jongetje vulde dit in en won een bootreis naar Göteborg in Zweden. Het scheepte dus in.
Toen de boot terugkwam, stond de meis aan de kade en riep: " Zie ginds komt de boot met mijn jongetje weer aan, ik zie hem al staan."
Had zij zulke goede ogen?  Neen, het jongetje Marcus Antonius Agamemnoon was niet eens op de boot. Het had in Zweden wat gezien en er seksueel asiel gevraagd. Inderdaad, toen het uit het licht van de ogen van zijn goede meis was, waren zijn zeden weer licht geworden (allicht invloed van het Noorder­licht?).

Zo komen we aan de overtreffende trap van dit verhaal: de zedenles.
Meizen, meizen, verzint eer gij bemint, want er zijn jongetjes van lichte zeden.

 

© Hugo Van Vlaslaer.

 
 
terug naar de startpagina (klik)   naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)   naar het volgend stukje (klik)