Drie dichtbundels zonder de nieuwe relativiteit

 

 

Dit is een geschiedenis uit mijn tweede leven, mijn tweede leeftijd. Ik zit nu in de derde. Ik zal over een paar jaar een volwassen gepensioneerde zijn, ik bedoel 18 jaar gepensioneerd. Niettegenstaande mijn huidige min achttien, breng ik een volgroeid geloofwaardig verhaal. Geloofwaardig. Jullie moeten het niet geloven, maar ik wens wel dat jullie, na het verteerd te hebben, het waardig vinden om gelezen te worden. Ik reken op dat waardig. Ik reken, er zit wiskunde in deze vertelling.
Ik werkte ergens onder, ik werkte in het onderwijs. Aanvankelijk als leraar in het middelbaar, daarna gaf ik les in wat toen ‘het hoger onderwijs van het korte type’ heette.  Zelf van het korte type zijnde, achtte ik me daarvoor zeer geschikt. Toen was ik 1,58 m groot, nu misschien wat minder, want als je oud wordt, volgende maand 78, krimp je. Dat onderwijs van het korte type, hoort nu thuis in hogescholen en leidt op tot professionele bachelor in…Bij mijn vroegere ‘onze school’ o.a. tot laboratoriumassistent, laborant.  De leerkrachten voor de opleiding tot professionele bachelor in…heten tegenwoordig officieel lectoren, letterlijk lezers, voorlezers. Ik kan, gepensioneerd lector fysica, deze zelfgeschreven tekst nog lezen, zelfs voorlezen.

Af en toe had ik zeer slimme studenten. In 1975 zat er in het eerste jaar een zeer zeer intelligente. Mijn collega wiskunde bewonderde Karel Soms, zo heet hij, nog meer dan ik. Op het einde van het academisch jaar, zo werd het schooljaar pretentieus bij ons genoemd, riep ik die Karel bij mij en zei: “Jij moet hier stoppen, jij moet hoger mikken, jij moet volgend jaar naar de universiteit.”
“Ik wou  eigenlijk wiskunde studeren, maar mijn ouders vonden de universiteit niet passend bij ons sociaal niveau”, antwoordde hij.
“Dus volgend jaar zit jij in de eerste kandidatuur wiskunde en als jij je ouders niet kunt overtuigen, zal ik met hen praten”, reageerde ik.

            Karel deed het schitterend aan de unief, bleef er als assistent, doctoreerde, werd docent, en in 1993 professor. Hij stuurt me telkens nieuwjaarswensen met wat nieuws erbij, dankbaar voor mijn goede raad. Toen hij prof werd wou hij me ontmoeten. Hij sprak af in café “De houten lepel” in Antwerpen, Kronenburgstraat, dicht bij onze school. Ik ging op het afgesproken uur binnen. Hij zat er reeds. Ik vervoeg hem, toen in de tegenwoordige tijd, is nu verleden tijd: ik vervoegde hem aan zijn tafel en ik vond dat hij zat te piekeren. Ik dacht over zijn vrouw, want zijn huwelijk was niet met de grootste onderscheiding geslaagd te noemen. Zijn openingszin luidde: “Zonder jou was ik nooit prof geworden.”
Hij schonk me een boekenbon.

            De vrouw van Karel Soms was vroeger fotomodel.  Dit model was niet mis. Als 12-jarige was het miss: miss trottinette (loopfiets). Later veel misser: van miss duffelcoat tot miss string.  Men noemde Karel Soms in die tijd een veelbelovende jongeman, die ooit prof zou worden.  Haar veelbelovend lichaam trok zijn veelbelovende aandacht en er kwam van al die beloftes praktijk en zwangerschap in huis voor ze samen in een huis woonden. Ze trouwden. Karel met Louise,Wis in de wandeling. Hij is professor in de wiskunde, weet jullie reeds. Ik zeg niet aan welke universiteit om zijn privacy te beschermen.
Hij bestelde "Twee bier". Hij staarde voor zich uit.
"Ik kan niet volledig rekenen op mijn vrouw", zei hij.  "Uitgerekend nu, nu we ons weer verzoend hebben, nu ze niet meer bij die fotograaf werkt, uitgerekend nu schrijft ze gedichten."
"Wat is daar verkeerd aan?", vroeg ik verbaasd.
"Daar zit ik nu juist over te piekeren", antwoordde hij.  "Er is zeker iets verkeerd, wis en zeker.  Wacht even, ik ben verstrooid, want ik ben professor... Even chronologisch denken... Wis en ik zijn overeengekomen, dat ze na ons huwelijk niet meer model zou staan.  Zo is het.  Maar ze kreeg heimwee naar de sfeer rond de lens.  Ze zegt: "De lenzesfeer is een lentesfeer."  Ze las een plaatsaanbieding in de krant: "Jonge fotograaf vraagt knappe ontwikkelingshulp.” “Dat wil zeggen”, vervolgde hij “ vraagt mooi meisje voor licht werk in de donkere kamer." 
“Dat snapte ik zo”, merkte ik op. In 1993 zat in een fototoestel nog een filmrolletje, moest ontwikkeld worden enz.
“Weg was ze”, zei Karel. Hij vervolgde: “Ja, die fotograaf... Wis bleef enkele nachten bij hem, omdat het rolluik van de donkere kamer geblokkeerd zat: het rolluik kon niet meer omlaag, zo was het in de dag te licht voor de betrekking in de donkere kamer.  Komt ze met opgezegde betrekking verleden maand thuis…Het was een fotograaf van niets, zei ze.  Hij kon haar niet lanceren of niet ver genoeg, ze is terug bij mij geland. Braaf, zei ze. Ik was tevreden...  Helaas, nu schrijft ze weer gedichten.  Ze loopt er mee naar de heer Zeker, die dichter, die bij een hond woont in dat huis aan het berkenbos.  Hij presenteert het tv-programma "Schakel je toestel uit en lees een boek."  Een dichter is toch van een ander ‘denkras' dan wij, wetenschappers, of niet?  Maar ik mag geen racist zijn. Maar, maar, maar…”
“Maar, maar, maar”, zei hij. Hij zei: “Maar, maar, maar… Wis en dichter Zeker. Dichter dan dicht bij een. Wis en zeker heeft ze met die Zeker iets.  Sinds maandag denkt ze dat ze zwanger is, 't is nog niet zeker.  Maar misschien is het wel Zeker, de oorzaak is Zeker, bedoel ik, want Zeker is soms bij Wis. Ik, Soms, ben zeker bij Wis, maar ik ben soms niet meer zeker van Wis..."
"Een flesje predictor kopen bij de apotheker", merkte ik op, "daarmee weet je het zeker."
"Van Zeker?", vroeg hij.
"Neen, zwanger of niet", zei ik.
We dronken in drie minuten stilte ons glas leeg.
"Heb jij, als fysicus, er reeds over nagedacht of de relativiteitstheorie van Einstein nog te verbeteren is?", vroeg hij daarna, terwijl hij me doordringend bekeek.
"Neen, Karel."
“Ik wel”, zei hij, “Je weet, ik heb als student wiskunde de specialisatie ‘theoretische fysica’ gekozen. Interesseert me nog steeds. Meer, ik zal me opnieuw toeleggen op de wiskundige natuurkunde. Misschien haal ik zo ooit de Nobelprijs fysica, met wis en zeker een dankwoord voor jou en voor Wis als ze bij Zeker wegblijft. In plaats van de algemene relativiteitstheorie zal ik over drie weken, dan heb ik pas tijd, nagaan of een meervoudige relativiteitstheorie bestaanbaar is. Ik zal een theorie uitwerken met o.a. voor de gravitatiegolven een andere snelheid dan die van het licht. Ik wil meer topsnelheden, niet uisluitend die van het licht. Snap je het?”
“Gedeeltelijk.”
"Ja, je bent wel, als leraar, met hoerenchance van het middelbaar naar het hoger onderwijs van het korte type geraakt, maar je bent echt niet van het hout, waaruit men universiteitsprofessoren maakt",  kwam medelijdend over zijn lippen.
Hij stond op en sprak verder:“Weldra sluiten de apotheken. Ik ga predictor kopen. Ik schonk je een boekenbon. Het is wiskundig logisch dat jij hier de rekening betaalt.”
En weg was Karel Soms, gewoon hoogleraar, wis en zeker.
 
            Drie weken later ontving ik een brief van hem. Wis was niet zwanger en hij had zijn dochter  gestraft omdat haar schoolrapport slechts 6 op10 voor wiskunde vermeldde. Zij, twaalf jaar, reageerde met: “Verdiende jij straf omdat er geen gedichtje van jou in de schoolkrant stond?” Hij heeft dan het schoolkrantje gelezen en de gedichten van Wis. Hij kocht tien  dichtbundels om zich te verdiepen in de poëzie.

De dichtkunst is een kunst die dicht, ze heeft Wis en Karel dicht bij elkaar gebracht. Ze werden  een gelukkig paar.

Tot vandaag verschenen er drie dichtbundels van het trio Wis, Karel en dochter Sofie. Karel publiceerde helaas geen meervoudige relativiteitstheorie.

 

© Hugo Van Vlaslaer

 

terug naar de startpagina (klik)           terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)