Winterse vertelling

‘De Moeffeleer’ organiseert jaarlijks ‘winterse vertellingen’, in 2007 op 21 januari. Een achttal Duffelse culturele verenigingen nemen daaraan deel. Op verschillende locaties zit een ‘verteller’ van 14 tot 18 uur. De bezoekers wandelen van de ene locatie naar de andere om er het ‘plaatselijk’ verhaal te horen. Er is een circuit voor kinderen en een voor volwassenen.

Ik las het onderstaande verhaal voor in het kasteel Gevers plus vijf koldergedichtjes. 

Ik zat op 16 november 2006 voor mijn computer om de winterse vertelling voor vandaag te schrijven, de warmste 16e november sinds de metingen. Daardoor smolt mijn winterse vertelling in mijn hoofd tot een zomerse. Alle sneeuwmannen in mijn verhaal smolten, voor zover er vandaag sneeuwmannen zouden zijn. Mijn verhaal werkt dus niet met sneeuwmannen, ik plande wel met drie warme, periodieke, sneeuwwitjes. Alle goede dingen bestaan in drieën. Periodiek. Ze zouden verschijnen op elke vernissage van een tentoonstelling van de Pelicaen, mooi, zeer artistiek verantwoord bijna-naakt. Ze zouden de receptie verzorgen en zo het verlangen naar artistieke bevrediging stimuleren. Succes van onze tentoonstellingen verzekerd. Ik zou dat opwekkend beschrijven en de nadruk leggen op alle gevolgen als het omhooggaan van de verkoop van schilderijen.
Ik leg mijn verhaalplannen steeds voor aan mijn wetenschappelijke kant, ik heb ooit fysica gestudeerd. Mijn wetenschappelijke kant zei: “Artistiek? Vraagteken. Erotisch! Uitroepteken. Oude snoeper.” en hij censureerde de drie sneeuwwitjes weg. Drie naakte ontslagen van verhaalpersonages, hoewel ik de sneeuwwitjes slechts bijna-naakt voorstelde. Een verhaal met te weinig personeel. Ik gaf het op.
“Oude snoeper. Weet jij hoe oud jij wordt?”, vervolgde mijn wetenschappelijke kant meedogenloos. “Ja, in februari 75 jaar”, antwoordde ik naar waarheid. “Drie sneeuwwitjes en jij bent niet aan de pil, maar aan de pillen: vitaminen en mineralen voor je ogen opdat je nog wat langer dan biologisch gepland fatsoenlijk zou zien en die gekke pillen tegen de gevolgen van de vergroting van je prostaatklier...”
Op de bijsluiter van die te gekke pillen staat een soort loterij, ze heet ‘bijwerkingen’ Veel prijzen, je kan o.a. een permanente erectie winnen, kans 0,01 % , één op tienduizend. Volgende prijs: impotentie, kans tussen 5 en 10 %. Ik speel nu en dan mee met de lotto. Nooit iets gewonnen. De kans op die permanente erectie van 0, 01 % is veel groter dan de kans om de lotto te winnen. Toch ook niet gewonnen. De kans op impotentie, tussen 5 en 10 %, is, loterij gezien, reuzegroot, bijna voor Jan en alleman. Ik heet niet Jan en die prijs lijkt me niet interessant. Wat is impotentie? Potentie, vermogen tot..., ken ik, maar impotentie, im? Ik raadpleeg mijn woordenschat Zit ergens in mijn hersenen, ergens, soms nergens. Nergens, dan is mijn schat uit met mijnheer Veroudering en moet ik zeggen: “Dinges, ik weet het, maar ik kom niet op het woord, op de naam”. Nu is mijn schat thuis en de schat beweert: “Important is zeer portant, zeer dragend, zeer gewichtig, belangrijk. Is impotent zeer potent? Impressief is bijzonder pressief, indruk makend. Is impotentie potentie makend?” Mijn woordenschat suggereert, definieert niet duidelijk. Ik betrouw het niet. Houdt mijn schat me voor de gek? Ik wil die impotentie niet winnen. Ik besluit impotentie in de lijst van de te behalen prijzen te schrappen met een rode bic.
Ik slik die pillen eigenlijk om minder te moeten plassen en in de lijst van de bijbehorende prijzen staat ook: frequent plassen, kans meer dan 1 %. Zijn al die te behalen prijzen volgens de wetenschap behoorlijk? Volgens mij, een niet medisch geschoolde mens, niet. Wetenschap en mensen, ik verhaal verder.

         Wetenschap. Röntgen ontdekte in Würzburg op 8 november 1895 de X-stralen. Hij kreeg ervoor in 1901 de eerste Nobelprijs fysica.

         Mensen. Die X-stralen verwekten vrij vlug sensatie, gevoed door fantastische verklaringen, zelfs in serieuze wetenschappelijke tijdschriften. Röntgen zelf hield zich op de achtergrond, heeft ooit slechts één persconferentie gegeven en zei toen dat hij eerst meer wou weten over de stralen, zeker geen speculaties deed in het publiek. Röntgen bekende aan een vriend in februari 1896: "Ik heb niet het flauwste idee over de aard van de X-stralen".
In maart 1896 meldde het respectabel tijdschrift ‘Science’: “Op een college van geneesheren en chirurgen werden X-stralen gebruikt om anatomische diagrammen rechtstreeks in de hersens van studenten te schijnen, de methode bleek meer efficiënt dan het gewoon instuderen.”
‘Journal of the American Medical Association’ rapporteerde dat de projectie met X-stralen van een knook op de kop van een hond het dier aanstonds hongerig maakte. Een student had nog interessanter nieuws: in 3 uur tijd had hij met X-stralen een goedkoop stuk metaal omgezet in goud (hoe durft een student zo liegen?). In 1896 verklaarde in Parijs een geneesheer dat hij ‘gedachten’ had gefotografeerd met X-stralen.
Men vroeg zich af of men nog wel veilig was voor X-stralen. Kan een vreemde, zelfs door dikke wanden, naar bepaalde delen van je lichaam gluren? Moest men zich tegen te nieuwsgierige buren beschermen met anti-X-stralen kleding?
Ja, ja, in maart 1896 bracht een Londense firma anti-X-stralen-lingerie op de markt! De Weense politie verbood dat jaar, voor de goede zeden, een publieke lezing over X-stralen.
In februari 1896 stelde een volksvertegenwoordiger van New Jersey USA een wet voor om het gebruik van toneelkijkers voor X-stralen te verbieden in de opera. Ja, een maand vroeger had een andere man inderdaad de lenzen van zijn toneelkijker naar de uitvinder Thomas Edison gestuurd met de vraag om ze aan te passen voor X-stralen... Trouwens Edison interesseerde zich echt voor X-stralen. De Engelse ‘Pall Mall Gazette’ schreef (loog?), dat hij een stof zou ontdekt hebben, wolfram of calcium, die ‘potentie’ had voor X-stralen. Je kon met die stof, met het blote oog, het geraamte van andere mensen zien, ook door een houten muur van 8 duim dik kijken. De journalist eiste dan ook een strenge wet om het gebruik van X-stralen te beperken.
Een privé-detective uit Londen plaatste op 8 augustus 1896 in ‘the standard’ de advertentie: hij zou, zonder meerprijs, de nieuwe fotografie gebruiken in echtscheidingszaken.

         Gekke wereld! En dat stond niet eens op de bijsluiter bij het gebruik van X-stralen. De onzin over X-stralen stierf af rond de eeuwwisseling, maar onverantwoord gebruik van X-stralen bleef duren tot in de helft van de twintigste eeuw, hoewel men reeds lang wist dat die stralen schadelijk waren.
In 1950 verschenen er in grote schoenwinkels nog röntgendozen: voet met nieuwe schoen aan erin om te kijken of de schoen goed zat. Gek! Knettergek! Die dozen werden wel vrij vlug verboden. Je moet de burgers, die te veel nieuwe schoenen kopen, nog niet straffen met leukemie. Gekke wereld.

© Hugo Van Vlaslaer, uitgezonderd het deel over de X-stralen in de 19e eeuw, steunt op informatie uit het tijdschrijft 'europhysicsnews' van november 1995, blz. 342
terug naar de startpagina (klik)         terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)   naar volgende tekst (klik)