Wat een aankomend meisje weten moet


De titel is de titel van een boek, dat de jeugd van mijn vrouw teisterde. Het boek werd geschreven door Dr. Med. Margaret Csaba en uitgegeven door de “Vlaamsche Drukkerij” te Leuven. Het boek behoorde tot de aanbevolen lectuur, toen mijn vrouw in het middelbaar technisch onderwijs zat. Die “Dr. Med.” zou je doen vermoeden, dat het boek over seksuele voorlichting gaat. “Technisch” gezien is dat niet zo of  amper zo. Voorbeeld: hoofdstuk 6 handelt wel over “de hygiëne van de menstruatie", maar de Dr.Med. vindt het niet nodig uit te leggen wat die menstruatie eigenlijk is. Er wordt geschreven: "... is geen ziekte, maar een biologisch gebeuren, dat een gezonde vrouw bij voldoende zelfbeheersing zonder eenig bijzonder bezwaar verdragen kan en het is totaal onnoodig, dat haar omgeving iets van haar toestand merkt....”  Ik citeer verder, in de oorspronkelijke spelling, uit dat boek:

Hoofdstuk 19: Wat beteekent voor ons de mode?

De mode is een zeer machtige heerscheres. Maar bijna nooit een goede en een milde. Zij heeft reeds dikwijls gezinnen in het ongeluk gestort, eerlijke mannen tot bedriegers gemaakt, fatsoenlijke vrouwen tot lichtzinnigheid verleid, onschuldige meisjes aan de straat prijsgegeven. De veel benijde kleerenpracht, schitterende sieraden, elegante auto's vulden de gevangenissen en bezegelden het lot van tallooze vrouwen.

Hoofdstuk 27: het strand.

Zeg nu zelf eens, kan men een vrouw, die in haar laag uitgesneden natte badpak vrij en onbekommerd over het strand wandelt, nog zedig noemen? Wat wil het “eraan gewennen” in dit geval zeggen?  Zeker niets anders dan dat men het gevaar niet meer ziet, het gevaar niet meer vreest, ofwel omdat men reeds gevallen is, of omdat men zeker vallen zal, omdat men het gevoel voor fatsoen en plicht verloren heeft.

Het komt toch in iemand, die zwakke oogen heeft, niet op, in het licht der zon te staren in de hoop zoo aan het felle licht te wennen!...

Evenmin kan een reine ziel aan schaamteloos vertoon wennen...

Aangenomen, dat anderen geen indruk op je maken, weet je dan zeker, dat jij geen verkeerde indruk op anderen maakt?  Dat je naakte vormen aan niemand opvallen, dat jouw bewegingen bij niemand verkeerde lusten opwekken?  Menig meisje zou vol ontzetting het strand verlaten, als zij er eenig vermoe­den van had, welk een wilde en stormachtige begeerten zij in sommige mannen opwekt...

Als je toch met gelijkgezinden alle voordeelen van een modern strand genieten wilt, gebruik dan nu en later je invloed, om badplaatsen te krijgen, waar mannen en vrouwen gescheiden baden.

Hoofdstuk 31: vrienden.

Wees vriendelijk tegen de jongens. Leer zonder bijbedoelingen vrij en welgemoed met hen omgaan. Maar laat ze nooit te dicht bij je komen en maak hen nooit tot je meest vertrouwde vrienden.

Hoofdstuk 36: het dansen.

En helaas moet het gezegd worden, dat onze moderne dansen, wier rhythme men uit alle lokalen van publieke vermakelijkheid hooren kan, wier noten de kleinste vingers reeds op de toetsen zoeken en die in millioenen exemplaren op grammofoonplaten verspreid zijn, niets anders zijn als de uiting van de laagste hartstocht en zinnelijkheid. Niet op iedereen maken zij dezen in­druk en je kunt wel gelijk hebben, als je zegt, dat jij zonder eenige opwinding deze dansen danst, maar daarbij blijft toch het feit bestaan, dat hun oorsprong gemeen en lelijk is en dat ze hun gif in zich dragen en het ook verbreiden...

Vermijd zulke gelegenheden. Laat je liever voor ouderwetsch houden, maar breng de reinheid van je ziel niet in gevaar, behoud de vastheid van je karakter. Als je in het begin niet weerstaat, dan omklemmen de zinnelijke lusten je spoedig met tallooze vangarmen. En als je denkt, dat de dansen je niet schaden, weet je dan zeker, dat ze je partner niet de grootste schade toebrengen, dat je in hem niet alle booze lusten opwekt?

Hoofdstuk 39: winkelvensters en plakkaten.

Maar de reclame in vensters en op plakkaten heeft nog een anderen kant. Zij kwetst niet alleen onze schoonheidszin, maar beoogt ook vaak genoeg de kwetsing van onze zedelijke gevoelens. Je weet uit ervaring en moet daarom bereid zijn, tusschen deze dingen door te loopen, als zag je ze heelemaal niet.

Hoofdstuk 40: kennismakingen.

Onthoud goed, mijn beste kind: nooit mag je op straat, op publieke plaatsen of in den trein kennismakingen aanknoopen.

 

Ik stop met die onzin van Dr. Med.

Geen commentaar?  Toch?  Je zou tegen zulke tekstjes uit de jaren veertig een hoop ironische beschouwingen kunnen gooien. Je kunt ze compleet afschieten. Is dat eerlijk?  Het boekje wijst o.a. ook positief op het mooie van de taak van een moeder. Iets stoort me echt. Ik herhaal een zin uit het hoofdstuk over het strand: als je toch met gelijkgezinden alle voordeelen van een modern strand genieten wilt... Het boekje voert sterk de hokjespolitiek van de katholieke supermens: “wij” samen, de rest deugt niet. Zuilenracisme?

JMJ, op de gemeentelijke basisschool wou mijn onderwijzer van het zesde jaar op de huiswer­ken links boven aan de vermel­ding “JMJ” zien: JMJ van Jezus-Maria-Jozef.

JMJ, ik schrijf uiteindelijk toch, dat die bekrompen zedenmeesters uit onze jeugd onze zieltjes beschadigd hebben.

© Hugo Van Vlaslaer

 
terug naar de startpagina (klik)    terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)