De onkuisheid

 


           
Ik begin aan alles laat, maar nooit te laat.  Ik ben begonnen in 1932 met veertien dagen later geboren te worden dan voorzien was.  Toen ik aarzelend, als overdrachtelijke baby of overrijpe vrucht of hoe je het ook zou noemen, uiteindelijk besloot de wereld te willen aanschouwen, was ik een zware jongen: ik woog meer dan vijf kg, schijnt het.

            Te laat komen en dan gewichtig gaan doen, dat is niet alles.  Ik werd dus door mijn omgeving doelbewust opgevoed, opdat zoiets nooit meer zou gebeuren.  Maar toen was er nog niet veel verlichting en zat er veel duister in het kunstlicht, dat opvoeding ergens is.  Vooral de voorlichtingslamp brandde op een laag pitje en men spande zich in om het pitje eeuwig laag te houden. Reeds in de kleuterklas vertelde zuster Magdalena: "Onkuisheid is een grote zonde.”  Wij voelden de hel branden en niemand durfde vragen wat onkuisheid eigenlijk was.  "Dat is je bloot achterste laten zien", vond de dapperste aller kleuters tijdens geheime gesprekken op de speelplaats.

            Ik herinner me scherp een stichtend verhaal, verteld door onze pastoor tijdens de voorbereiding tot onze plechtige communie. We zaten toen in het vijfde leerjaar van de basisschool: mensjes van tien ŕ elf jaar.  En de onkuisheid kwam altijd weer... De pastoor vertelde van een jongeling, die steeds een wit overhemd droeg: hij zou wit dragen zolang hij kuis bleef.  De anti-witte-brigade, de vrienden, namen deze jongeling mee uit naar een bal.  "Dat is kinderen", beweerde de pastoor, "ene vergadering van de zonde.”  Meer zei hij niet.  Maar na het bal kon de jongeling nog zijn overhemd vezeldiep zuiver wit dragen: hij was op die vergadering niet in het moeras der zonde gevallen, hij bleef kuis.
Hij bleef kuis.  Zelfs tijdens zijn legerdienst droeg hij fier zijn wit hemd.  Hij is met zijn wit hemd gestorven en met volle witkracht steeg hij ten hemel.
Ik begreep van dat hele verhaal geen snars: een vergadering van de zonde?  Wat voerde men dan uit op een bal zonder uitvoervergunning van de Kerk?  En de katholieke fanfare Sint Cecilia zou volgende zondag een bal geven, er hingen aanplakbrieven tot voor de kerk.  Mocht dat van onze pastoor?  Een wit hemd dragen tijdens je legerdienst?  Diende men dan niet in uniform te zijn?  Ik bekeek mijn zielenherder met grote vragende ogen en dat was toen reeds oneerbiedig.  Toen ik dus bij hem te biechten ging, ik leerling van het vijfde leerjaar, vroeg hij:
"Hebt gij gene onkuisheid gedaan?"
Ik voelde of mijn broek goed zat en zei dan overtuigd: "Neen.”
"Ja maar", protesteerde hij, "dat doen soms jongens van uw leeftijd.”

            Wat, wat, wat?  Groot vraagteken: niemand zei het, iedereen verbood het.  Mijn jeugd was overbevolkt met dat soort geobsedeerde kloten.

            Toen ik wist, waar Abraham de mosterd haalde, kwam ik ergens een mosterdpot te kort, om ook mee naar de bron te lopen.  Toen ik doodging van de zin om tegen iemand ‘poesje’ te zeggen, keek ik de kat uit de boom... en een katje dat uit de boom is, kun je zelf niet meer plukken, laat staan knijpen in het duister.

            Ik was en sentimentele jongen, steeds verliefd van ver en ver van het doel...  Ik zou mijn soort sentimentaliteit willen schrijven met ‘c’: centi, zoals in centimeter: centimentaliteit, een honderdste van de mentaliteit, de goede mentaliteit...

            Allemaal niet de schuld van die geobsedeerde idioten: ik heb de natuurlijke neiging de haastigen te laten voorgaan, om laat te beginnen...

© Hugo Van Vlaslaer 

 terug naar de startpagina (klik)        terug naar de inhoudstafel van deze reeks (klik)