logo

vzw
Paleisstraat 140
2018 Antwerpen
www.llspaleis.be
info@llspaleis.be

Open:
do - zo 14-18 uur
en op afspraak


Introductie

Actueel

archiefmenu


Publicaties

Edities

Sympathisanten

Links

Locatie

 

facebook
Laatst bewerkt: 11/01/2014

Archief 2013/2014

Henri Jacobs
Salle 3 et 4 du 'Bâtiment 200 salles'
6 sept t/m 20 okt 2013



De tentoonstelling met de titel Salle 3 et 4 du 'Bâtiment 200 salles' presenteert wandtapijten, tekeningen en een grote muurtekening van Henri Jacobs (°1957, Nederland, woont en werkt in Brussel).
Al negen jaar lang werkt Henri Jacobs consequent aan een soort dagboek, de zogenaamde Journaaltekeningen, die meestal gebaseerd zijn op een patroonachtig raster dat op zichzelf staat of door Jacobs als vertrekpunt of ondergrond voor allerlei invullingen en variaties wordt gebruikt. Zelfs in de minder vaak voorkomende figuratieve tekeningen vinden we een denken in patronen en ornamenten terug. Eveneens fungeert een patroon als een soort partituur, dat met verschillende 'instrumenten' kan worden uitgevoerd: potlood of waterverf op papier, olieverf op linnen, in de vorm van een geweven wandkleed of als muurtekening.

In de 'garageruimte' van LLS 387 werd uit de indrukwekkende hoeveelheid Journaaltekeningen – ongeveer 680 tekeningen – een selectie van 40 gemaakt, waarover Ludo van Halem in Jacobs' nieuwe publicatie schrijft:
"De Journaaltekeningen zijn een zelf gestelde opdracht die zich nadrukkelijk over langere tijd uitstrekt. Om die opdracht uit te voeren, om te onderzoeken wat in de alledaagse stroom van gebeurtenissen, waarnemingen en gedachten tot tekening getransformeerd kan worden, is naast discipline vooral ook nieuwsgierigheid nodig, een verlangen om datgene te leren kennen wat nog achter de horizon van het bekende ligt. Er is dan ook een rusteloze honger naar beelden te bespeuren, een excessieve, niet aflatende drang – misschien wel dwang - om met de ene tekening nog meer andere uit te lokken en de leegte van het witte papier dag na dag te willen vullen: een provocatie van de eigen creativiteit. <…>
In de discipline van het dagelijkse tekenen schuilt een sterk verlangen naar een eenvoud die een tegenwicht vormt voor de jachtige waan van de dag. Zoals andere kunstwerken die over langere tijd tot stand komen <…> zijn de Journaaltekeningen dan ook een vorm van bezinning of vertonen ze zelfs sporen van een leefregel."
De wandkleden getuigen van de mogelijkheid het meest spontane medium, de tekening, te kunnen verlaten en de resultaten naar een ander medium te vertalen. Er worden tapijten van twee soorten weeftechnieken gepresenteerd: drie 'Jacquards' (uit de jaren 2000 tot 2002) en acht eerder vervaardigde wandtapijten op kleiner formaat (2000), die middels 'legwerk' door een robot zijn geweven. Deze wandtapijten vormen een serie van negen die geïnspireerd zijn door de Vlaamse serie wandtapijten 'Los Honores', geweven ter ere van keizer Karel V in 1525. De titels van de wandtapijten zijn gebaseerd op een 'vorstenspiegel', een allegorische voorstelling van de deugden en ondeugden die een jonge vorst moet nastreven of afzweren.
Hoeveel vrijheid kan ontstaan binnen een zichzelf opgelegd raster wordt op een verrassende manier zichtbaar in de 'Tuinkamer' van LLS 387, waar Jacobs een grote krul over drie verschillende muren tekent. De krul lijkt op een danseres die haar elegante bewegingen uit het ritme van het onderliggend patroon voedt en daarbij moeiteloos de tekeningserie Amuletten omhelst. Deze serie (Journaaltekeningen 412 – 420) omvat negen uit elkaar voortvloeiende patronen die ondermeer verwijzen naar de familierelaties (genetische verwantschappen van moeder, zoon, dochter en kleinkinderen) en personages uit de televisieserie The Sopranos, Jacobs' favoriete comédie humaine.

De titel van het dit tentoonstellingsproject is afgeleid van de Journaaltekening nr 229, 21 maart 2006 Bâtiment 200 salles, een tekening van een imaginair gebouw, dat door splitsing, spiegeling en verdubbeling van zijn maatvoering 200 zalen bevat. De tentoonstelling in LLS 387 bestaat uit de presentatie van zaal 3 en zaal 4 van het denkbeeldige tentoonstellingsgebouw.

Met dank aan de bruikleengevers: Maria van Halem, Jeroen Geurst, Paul van der Eerden en Rob Defares. Evenzeer aan Martin Blank, Guillaume Bijl, Nadia Bijl, Wim Catrysse, Marij Elias, Andrea Kränzlin, Francine Moyé, Ria Pacquée, Lee Preedy, Sam Sterckx, Sietske Van Aarde, Ludo van Halem, Roger Willems en Hans Wuyts.
De tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt dankzij de steun van de 'Sympathisanten van LLS 387'.
Gesponsord door Duvel Moortgat.
Met de structurele ondersteuning van de Vlaamse overheid.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling wordt de editie Nouvelle étude d'un certain détail de l'univers (50 ex.) en het boek Henri Jacobs - Journal Drawings (Roma publication 205) gepresenteerd.

Editie: Nouvelle étude d'un certain détail de l'univers
2 printgangen, elk exemplaar met de hand bewerkt
formaat: 32 x 24 cm
papiersoort: Dalbe 200 gr/m2
oplage: 50 ex. + 5 APs
prijs: 250 € /voor Sympathisanten LLS 387 (20% korting): 200 €

Boek : Henri Jacobs – Journal Drawings
492 pagina's + 4 pagina's kaft, geïll.
formaat : 240 x 340 mm
auteur: Ludo van Halem
vormgeving: Mevis & van Deursen, in samenwerking met Lu Liang
uitgeverij: Roma publication 205 (Amsterdam)
prijs: 60 €

prijs editie + boek: 300 € / voor Sympathisanten LLS 387: 250 €

 

The exhibition entitled Salle 3 et 4 du 'Bâtiment 200 salles' presents tapestries, drawings and a large wall drawing by Henri Jacobs (b. 1957, the Netherlands, lives and works in Brussels).
For the last nine years Jacobs has been working on a sort of diary in the Journal Drawings, most of which are based on a pattern-like grid that is either an end in itself or a starting point or background for all manner of variations and interpretations. Even in the less frequently occurring figurative drawings we can discern a way of thinking in pattern and ornament. A pattern also acts as a kind of musical score that can be performed by different 'instruments' – pencil or watercolour on paper, oil on linen, in the form of a woven tapestry or a wall drawing.
The number of Journal Drawings is impressive: to date there are around 680 of them, of which 40 have been selected for the 'garage space' at LLS 387. Ludo van Halem comments on the drawings in Jacobs' new publication:

'The Journal Drawings are a self-imposed task that stretches emphatically over a long period of time. Alongside discipline, curiosity is also needed to perform this task, to investigate what in the daily flow of events, observations and thoughts can be transformed into drawing, and a desire to know what lies beyond the horizon of what is already known. There is also a restless appetite for images, an excessive, unrelenting urge – perhaps even a compulsion – to entice one drawing out of another and to fill the emptiness of a sheet of white paper, day after day: a provocation of one's own creativity.
(…) within the discipline of daily drawing there lies a strong desire for a simplicity that will counterbalance the hectic complexity of everyday life. Similar to other artworks that came about over a long period of time (…) the Journal Drawings are also a form of contemplation and even exhibit traces of a rule of life."

The tapestries evince Jacobs's ability to move on from the most spontaneous medium, the drawing, and to translate the results into a different one. LLS 387 shows tapestries made using two types of weaving technique: three 'Jacquards' (made between 2000 and 2002) and eight earlier machine-woven 'legwerk' tapestries in a smaller size (2000). These tapestries form a series of nine, inspired by the series of Flemish hangings known as 'Los Honores', woven in Brussels in the early 1520s to celebrate the election of Charles V as Holy Roman Emperor. The titles of the tapestries are based on a 'mirror of princes', an allegorical representation of the virtues and vices that a prince should practice or avoid.
The degree of freedom that can exist within a self-imposed grid comes into surprising focus in the LLS 387 'garden room', where Jacobs draws a large curl that runs across three different walls. The curl resembles a dancer who feeds her elegant movements from the rhythm of the underlying pattern and it also effortlessly embraces the Amulets drawings. This series (Journal Drawings 412-420) comprises nine patterns leading from one to the next that allude to family relationships (genetic relationships between mother, son, daughter and grandchildren), for instance, and to characters from the television series The Sopranos, Jacobs's favourite comédie humaine.
The title of this exhibition project is derived from Journal Drawing 229 (21 March 2006), Bâtiment 200 salles, a drawing of an imaginary building which by dividing, mirroring and doubling its dimensions contains 200 rooms. LLS 387 presents rooms 3 and 4 of the 'Bâtiment 200 salles', the imaginary building drawn in the work with the same title.

With thanks to the lenders: Maria van Halem, Jeroen Geurst, Paul van der Eerden en Rob Defares. Evenzeer aan Martin Blank, Guillaume Bijl, Nadia Bijl, Wim Catrysse, Marij Elias, Andrea Kränzlin, Francine Moyé, Ria Pacquée, Lee Preedy, Sam Sterckx, Sietske Van Aarde, Ludo van Halem, Roger Willems en Hans Wuyts.
The exhibition has been made possible by the support of the 'Sympathisanten' of LLS 387.
Sponsored by Duvel Moortgat.
With the structural support of the Government of Flanders.

On the occasion of the exhibition the edition Nouvelle étude d'un certain détail de l'univers (limited edition of 50 copies) and the book Henri Jacobs - Journal Drawings (Roma publication 205) will be presented.

Edition: Nouvelle étude d'un certain détail de l'univers
2 print runs, each copy edited by hand
size: 32 x 24 cm
paper: Dalbe 200 gr/m2
issue: 50 copies + 5 APs
price: 250 € /for 'Sympathisanten' of LLS 387 (20% reduction): 200 €

Book : Henri Jacobs – Journal Drawings
492 pages + 4 pages cover, ill.
size : 240 x 340 mm
author: Ludo van Halem
layout: Mevis & van Deursen, with Lu Liang
publisher: Roma publication 205 (Amsterdam)
price: 60 €
price edition + book: 300 € / for 'Sympathisanten' of LLS 387: 250 €


foto's: Ria Pacquée



foto: Henri Jacobs





foto's: Ria Pacquée



Terug


Maurice Blaussyld
Prijs Bernd Lohaus 2013 toegekend door Jan Hoet
van 26 oktober t/m 24 november 2013

 

foto: Ria Pacquée


Na het overlijden van Bernd Lohaus hebben Anny De Decker en haar kinderen, Jonas en Stella Lohaus, op 21 augustus 2012 de Bernd Lohaus Stichting opgericht, een private stichting met als doel het in standhouden en promoten van de kunst en het gedachtegoed van Bernd Lohaus.
Naast het organiseren van tentoonstellingen, lezingen en symposia en het inventariseren en archiveren van het oeuvre van Bernd Lohaus wil de Stichting ook kunstenaars en kunstbemiddelaars ondersteunen. Daarom werd de Prijs Bernd Lohaus in het leven geroepen, een jaarlijkse prijs met een geldsom van 10.000 Euro, die 4 jaar achtereenvolgens aan een kunstenaar zal uitgereikt worden en het 5de jaar aan een kunstbemiddelaar. Dit, omdat Bernd Lohaus als beeldend kunstenaar ook 10 jaar mede-galeriehouder was tussen 1966 en 1976 van de Wide White Space Gallery in Antwerpen.
Kenmerkend voor de Prijs Bernd Lohaus is dat alleen artistieke kwaliteiten van een oeuvre in overweging worden genomen, onafhankelijk van de ouderdom van de kunstenaars of het medium waarin zij werken. Anny De Decker, Stella Lohaus en de laureaat van het voorbije jaar, Lien Hüwels, kozen een viertal kunstenaars, die hen in het voorbije jaar op een bijzondere manier waren opgevallen. Dan werd Jan Hoet gevraagd deze kunstenaars te bezoeken en nadien de laureaat aan te duiden. Hij heeft aan de Franse kunstenaar Maurice Blaussyld de prijs toegekend.

Maurice Blaussyld (Calais, 1960; leeft en werkt Roubaix) maakt sculpturen, tekeningen, objecten en video's. Als jonge kunstenaar geïnspireerd door Joseph Beuys, werkt hij al 25 jaar consequent aan een oeuvre waarin het begrip transmutatie centraal staat: de overbrenging of het overgaan in een andere fase. In de alchemie gaat het om de transformatie van een laag naar een edel metaal (veredeling van de ziel), in de biologie verwijst transmutatie naar de geleidelijke overgang naar een hogere soort.

Het oeuvre van Maurice Blaussyld gaat over een ideële, verborgen, ons onbekende wereld, die hij tracht op te roepen met uiterst sobere en precieze middelen. Al zijn werken ondernemen een poging om leegte als getransmuteerde materialiteit vorm te geven. Vroege tekeningen van 'energiestromen' en meer bepaald de recente handgeschreven en grotendeels onleesbare teksten laten het geheim van een onderliggende betekenis vermoeden.
Hoe kunnen we via materie over immaterialiteit / spiritualiteit spreken? Kan kunst een uitdrukking geven aan het niet-zijn, de dood? Welke vormen, welke inhouden dienen zich aan om over de begrensdheid, de eindigheid van iets waarneembaar, iets verschijnend te spreken? Onttrekt zich de oneindigheid niet aan onze blik?
"De werken van Maurice Blaussyld", zoals Jan Hoet schrijft, "leven maar staan stil. Ze hebben in hun beweging het moment gevonden waarin een ordening opduikt. <…> In dat tussenmoment wordt het absoluut maar blijft het levend."

Zo presenteert de kunstenaar in LLS 387 drie werken die in één geheel samengebracht worden, waarbij niet alleen het geheel maar ook alle onderdelen met enorm veel precisie worden uitgevoerd (plaatsing, licht, vorm, kleur). De kunstenaar streeft naar een oeuvre, naar een onbekend teken dat onze innerlijkheid zou kunnen ontsluieren.
"Je pense au secret de l'homme, à sa nature intime; au dévoilement de sa destinée".
(Ik denk aan het geheim van de mens, aan zijn innerlijke natuur; aan de ontsluiering van zijn bestemming).

Met Dank aan de Bernd Lohaus Stichting, Martin Blank, Galerie Allen Parijs, Hannelore Mattheus, Rufus Michielsen, Mima Schwahn, Sam Sterckx, Sietske Van Aarde en Hans Wuyts.

 

Après le décès de Bernd Lohaus, Anny De Decker et ses deux enfants, Jonas et Stella Lohaus, ont créé le 21 aout 2012 la Fondation Bernd Lohaus, une fondation privée ayant comme but la conservation et la promotion de l'oeuvre de Bernd Lohaus et de ses convictions artistiques.
En plus de l'organisation d'expositions, conférences et symposiums et de l'inventaire et de l'archivage de l'oeuvre de Bernd Lohaus, la Fondation veut également soutenir des artistes et des médiateurs artistiques. C'est pourquoi le Prix Bernd Lohaus a été fondé, un prix annuel, doté d'une somme de 10.000 Euros, qui sera attribué 4 années consécutives à un artiste, et la 5ième année à un médiateur artistique. Ceci parce que Bernd Lohaus, en tant que sculpteur, était aussi le partenaire de Anny De Decker à la Galerie Wide White Space, entre 1966 et 1976.

Le Prix Bernd Lohaus est basé uniquement sur des critères artistiques, indépendamment de l'age de l'artiste ou du medium dans lequel il travaille. Anny De Decker et Stella Lohaus, avec Lien Hüwels, la laureate de l'année passée, ont fait une sélection de quatre artistes, dont le travail les avait particulièrement touchées. Ensuite, Jan Hoet a été invité à visiter les quatre artistes afin d'indiquer le laureat. Il a attribué le prix à l'artiste français Maurice Blaussyld.

Maurice Blaussyld (Calais, 1960; vit et travaille à Roubaix) réalise des sculptures, dessins, objets et vidéos. Inspiré comme jeune artiste par Joseph Beuys, il travaille depuis environ 25 ans à une oeuvre au centre de laquelle la notion de transmutation prend une place centrale : le passage à un autre stade. En alchimie il s'agit de la transformation d'un métal vil en un métal noble (ennoblissement de l'âme); en biologie, transmutation s'applique au passage progressif à un genre supérieur.

L'oeuvre de Maurice Blaussyld parle d'un monde idéel, caché, où demeure notre inconnu, qu'il essaie de visualiser par des moyens sobres et précis. Dans toutes ses oeuvres il fait l'effort de donner forme à la matérialité transmutée. Ses dessins "énergétiques" et plus précisément ses manuscrits, en grande partie illisibles, laissent supposer le secret d'une signification sous-jacente.
Comment pouvons-nous, par la voie de la matière, parler d'immatérialité/spiritualité ? L'Art peut-il exprimer le non-être, la mort ? Quelles formes, quels contenus nous permettent de parler des limites de ce qui se manifeste, de ce qui apparait ? Est-ce que l'infini se dérobe à notre regard ?
"Les oeuvres de Blaussyld, écrit Jan Hoet, vivent mais sont à l'arrêt. Elles ont trouvé dans leur mouvement le moment où un ordonnancement surgit….En ce moment intermédiaire, il devient absolu mais reste vivant."

L'Artiste présentera à LLS 387 trois oeuvres qui formeront un tout, où non seulement l'ensemble, mais aussi chaque partie est exécutée avec infiniment de précision (emplacement, lumière, forme, couleur).

L'Artiste aspire à une oeuvre, à un signe inconnu qui serait  le dévoilement de notre intériorité."Je pense au secret de l'homme, à sa nature intime; au dévoilement de sa destinée".

Nos remerciements vont à Bernd Lohaus Stichting, Martin Blank, Galerie Allen Parijs, Hannelore Mattheus, Rufus Michielsen, Mima Schwahn, Sam Sterckx, Sietske Van Aarde en Hans Wuyts.

 

Following the death of Bernd Lohaus in 2010, Anny De Decker and her children, Jonas and Stella Lohaus, established the Bernd Lohaus Foundation on 21 August 2012. The purpose of this private foundation is to maintain and promote Bernd Lohaus's art and ideas.
Besides organizing exhibitions, lectures and symposia, and inventorying and archiving Lohaus's oeuvre, the Foundation also aims to support artists and art mediators. Thus the Prize Bernd Lohaus was created, an annual award of 10,000 euros to be presented to an artist in four consecutive years and to an art mediator in the fifth year. This last award reflects Lohaus's 10 years (1966 to 1976) as co-gallerist of the Wide White Space Gallery in Antwerp.
In considering the recipient of the Prize Bernd Lohaus only the artistic qualities of an oeuvre are taken into account, not the artist's age or the medium in which he or she works. Anny De Decker, Stella Lohaus and last year's winner Lien Hüwels chose four artists who had particularly attracted their attention in the previous year. Subsequently, Jan Hoet was asked to visit the artists and then to indicate the laureate. He has awarded the prize to the French artist Maurice Blaussyld.

Maurice Blaussyld (b. Calais, 1960, lives and works in Roubaix, France) makes sculptures, drawings, objects and videos. Inspired as a young artist by Joseph Beuys, Blaussyld has spent twenty-five years working consistently on an oeuvre whose core concept is transmutation: metamorphosis or mutation into another phase. In alchemy this revolves around the transformation of a base metal into gold (the elevation of the soul); in biology transmutation refers to a gradual transformation into a higher species.
Blaussyld's oeuvre explores an ideal hidden world, a world unknown to us, evoked with exceptionally austere and precise means. All his works attempt to give form to emptiness as transmuted materiality. Early drawings of 'energy flows' and more particularly the recent handwritten and largely illegible texts suggest the secret of an underlying meaning.
How can we talk about immateriality / spirituality through matter? Can art give expression to non-being, to death? What forms, what subjects can be used to reveal the confinedness, the finiteness of something perceptible, something manifest? Doesn't infinity withdraw from our gaze?
'Maurice Blaussyld's works live but stand still,' writes Jan Hoet, 'In their movement they have found the moment in which an order emerges. (...) In that intermediate moment it becomes absolute yet remains alive.'

In LLS 387 Blaussyld presents three works, brought together as a single entity, in which not only the whole but also all the parts are executed with enormous precision (position, light, shape, colour). He pursues an oeuvre, an unknown sign that could reveal our essential innerness.
'Je pense au secret de l'homme, à sa nature intime; au dévoilement de sa destinée.' ('I think of the secret of man, his inner nature, the unveiling of his destiny.')

Acknowledgements: the Bernd Lohaus Stichting, Martin Blank, Galerie Allen Parijs, Hannelore Mattheus, Rufus Michielsen, Mima Schwahn, Sam Sterckx, Sietske Van Aarde and Hans Wuyts.


Terug


BIJNA 100 EDITIES …
… en publicaties te koop,
uitgegeven door établissement d'en face, LLS 387 en MOREpublishers
6 december 2013 t/m 24 december 2013 (van Sinterklaas- tot Kerstavond)

 

© Benjamin Verdonck, kalender '09, 'Kerstman Komt', foto: Mark Rietveld


Tijdens de maand december, van Sinterklaas tot Kerstmis, kreeg het publiek de kans publicaties en edities van LLS 387 en aanverwante initiatieven, aan te schaffen. Dit initiatief werd genomen in samenwerking met Etablissement d'en face (Brussel), waarbij elk jaar een derde organisatie zal uitgenodigd worden om aan het project deel te nemen. In 2013 was dit het jonge editiehuis MOREpublishers (Tim Ryckaert en Amélie Laplanche) uit Brussel. De tentoonstellingsruimte van LLS 387 was getransformeerd tot een tijdelijke winkel die van de drie organisaties publicaties en edities aanbood. BIJNA 100 EDITIES …. draait niet enkel om eigen opbrengsten te vergaren, maar heeft ook tot doel jonge kopers voor de hedendaagse kunst te stimuleren en de aandacht te vestigen op die activiteiten van LLS 387 en Etablissement d'en face, die buiten hun tentoonstellingsactiviteiten vallen. Bovendien worden in samenwerking met kunstenaars producties opgezet die het idee en de potentie van multiples als drager nieuw leven inblazen.

Met dank aan Martin Blank, Yirka De Brucker, Wouter De Paepe, Andrea Kränzlin, Amélie Laplanche, Tim Ryckaert, Harald Thys, Margot Vanheusden en Etienne Wynants.

In December, between Saint Nicholas's Day on 6 December and Christmas, publications and editions from LLS 387 and related organizations were on sale to the public. The sale is a joint undertaking between LLS 387 and Etablissement d'en face (Brussels), and each year a third organization will be invited to take part in the project. In 2013 our third partner was the recently-established Brussels-based 'edition house' MOREpublishers (Tim Ryckaert and Amélie Laplanche). LLS 387's exhibition space was temporarily transformed into a shop offering publications and editions from the three organizations. NEARLY 100 EDITIONS .... is not meant in the first place to produce revenue for the partners but is aimed at encouraging young / future collectors of contemporary art and highlighting those activities of LLS 387 and Etablissement d'en face that fall outside their exhibition activities. Moreover, in collaboration with artists, productions are set up that blow new life into the idea and potential of multiples as 'support'.

With thanks to Martin Blank, Yirka De Brucker, Wouter De Paepe, Andrea Kränzlin, Amélie Laplanche, Tim Ryckaert, Harald Thys, Margot Vanheusden en Etienne Wynants.


foto's : Ulrike Lindmayr

 


Terug


Florian Bijloos
Fotowerken

van 9 maart t/m 20 april 2014

 

foto: Florian Bijloos, zonder titel, b/w print, 10,5 x 14,8 cm


In 2006, als coördinator van de vzw artis, een organisatie die zich bezighoudt met een artistiek programma voor voormalige psychiatrische patiënten, heb ik Erik Thys voor het eerst ontmoet. Als psychiater van het PSC in Elsene had hij plannen om in een tuinhuis een vereniging op te richten, later KAOS genoemd, met een gelijkaardige opdracht als die van de vereniging waar ik toen voor werkte. Tijdens ons gesprek toonde hij mij voor het eerst fotografisch werk van Florian Bijloos.
Twee jaar later heb ik een drietal foto's van de kunstenaar geselecteerd voor de allereerste tentoonstelling van LLS 387, waarvoor ik ongeveer 180 kunstwerken verzamelde. "Vanaf Nu!..." werd ingericht door Ricardo Brey en Willem Oorebeek en ik herinner mij een bijzonder moment toen we tijdens de opbouw met ons drieën de foto's van Florian Bijloos bekeken en even stil werden, aangegrepen door hun kwaliteit en uitdrukkingskracht.

Meer dan vijf jaar later, voor een tentoonstellingsproject op zoek naar kunst die mij dichter bij de realiteit zou kunnen brengen en die mij zou kunnen overtuigen van een relevante bijdrage op sociaal maatschappelijk vlak, herinnerde ik mij de fotowerken van Bijloos en konden deze een antwoord bieden op al mijn twijfels en vragen.
Omdat de kunstenaar door omstandigheden de presentatie van zijn werk hier in LLS 387 niet zelf kon verzorgen, heb ik met veel aandacht – bijgestaan door Erik Thys en de kunstenaars Ria Pacquée en Wim Catrysse – een selectie uit zijn omvangrijk oeuvre gemaakt. We richtten onze aandacht vooral op die foto's die een soort persoonlijk archief vormen en die dus op een heel directe manier zijn eigen leefomgeving weergeven: vrienden, familie, zijn verblijfplaatsen, de keukentafel enz.
Omdat Florian Bijloos soms minder greep heeft op zijn mentale conditie, d.w.z. dat zijn levensloop gepaard gaat met meer ups-and-downs, wil dat nog niet zeggen dat we niet zijn lotgenoten zijn, want zijn wereld is ook die waarin wij leven. En de tederheid en het respect en ook de afwezigheid van voyeurisme, kortom de manier hoe Bijloos als kunstenaar de wereld om zich waarneemt en in zijn werken vasthoudt, laat ons het leven omarmen ondanks - of juist omwille van - datgene wat hij zichtbaar maakt.
Florian Bijloos is geboren in 1978 en leeft sinds enkele jaren in Antwerpen. Begin jaren 2000 heeft hij een opleiding fotografie gevolgd, waar hij zich de techniek en het labowerk van de analoge fotografie eigen maakte. De foto's zijn ontstaan in de periode tussen 2000 en 2006. Zijn werk werd getoond in Art en Marge te Brussel en in Galerie Duende in Mechelen en is geïntegreerd in het glasraam van de kapel van het PSC St.-Alexius te Elsene. Sinds 2006 richt zijn artistieke expressie zich op het schrijven.

Ulrike Lindmayr, maart 2014

Met dank aan Bert Bijloos, Nadia Bijl, Martin Blank, Wim Catrysse, Yirka De Brucker, Andrea Kränzlin, Ria Pacquée, Erik Thys, Sietske Van Aarde en KAOS (vzw Brussel).
De tentoonstelling werd in samenwerking met vzw KAOS (Brussel) geproduceerd.
Met de structurele ondersteuning van de Vlaamse overheid. Gesponsord door Duvel Moortgat.

tekst van Erik They

 

It was in 2006, when I was coordinator of 'artis', a not-for-profit organization engaged in developing artistic workshops for former psychiatric patients, that I first met Erik Thys, a psychiatrist at the Psycho-Social Centre in Elsene (Brussels). Thys was planning to turn a garden house into a centre for a new association – later called the KunstAtelier OpperStraat or KAOS – whose mission was similar to that of the organization for which I was working. It was during our conversation that I had my first glimpse of the photographic work of Florian Bijloos.
Two years later the very first exhibition at LLS 387 was held, for which I brought together around 180 works of art, including three of Bijloos's pictures. That show, Vanaf Nu!, was presented by Ricardo Brey and Willem Oorebeek and I well remember the extraordinary moment during the installation when we looked at Florian Bijloos's photos and all three of us were silenced by their quality and expressive power.
Some five years after that, when I was preparing an exhibition project and looking for art that could bring me closer to reality and convince me that it represented a relevant social contribution, I remembered Bijloos's photographs and realized that these could provide an answer to all my doubts and questions.

Circumstances prevented Bijloos's direct involvement in the presentation of his work and so, with great care and deliberation and helped by Erik Thys and artists Ria Pacquée and Wim Catrysse, I made a selection from his substantial oeuvre. We focused primarily on those pictures that form a kind of personal archive and which thus very candidly represent his own environment: friends, family, the places he's lived in, his kitchen table etc.
Florian Bijloos may not always have complete control over his mental state – or put another way, he goes through more ups and downs that most of us – but that doesn't mean that we don't share his lot in life, for his world is the one we live in as well. And the tenderness and respect, as well as the absence of voyeurism – in short, the way in which, as an artist, Bijloos observes the world around him and absorbs it into his works – enable us to embrace life despite (or just because of) what he makes visible.
Florian Bijloos was born in 1978 and for the last few years he's lived in Antwerp. In the early 2000s he studied photography, mastering the technique and developing of analogue photography. The pictures were taken between 2000 and 2006. His work has been shown in Art en Marge in Brussels and Galerie Duende in Mechelen and is integrated into the chapel window of the PSC Sint-Alexius in Elsene. Since 200, he has concentrated on writing as his medium of artistic expression.

Ulrike Lindmayr, March 2014

With thanks to Bert Bijloos, Nadia Bijl, Martin Blank, Wim Catrysse, Yirka De Brucker, Andrea Kränzlin, Ria Pacquée, Erik Thys and Sietske Van Aarde.
This exhibition has been produced in collaboration with KAOS (vzw, Brussels).
With the support of the Flemish Government. Sponsored by Duvel Moortgat.

tekst of Erik Theys






foto: Florian Bijloos, "Sport Life", b/w print, 24 x 30,6 cm



Terug


Mima Schwahn
artpoject at art brussels

24 till 27 April 2014

Brussels Expo (Heysel), stand nr: 3C – 50E

 

 

The Art Brussels is inviting every year five not-for-profit organisations, active in Belgium. This year LLS 387 got the opportunity to join the fair.
LLS 387 is presenting a project by the young artist Mima Schwahn (AUS, 1986). Mima Schwahn is originally from Vienna and has recently studied at the Royal Academy of Fine Arts in Antwerp. During the fair she will be installing herself on the LLS 387 stand as a 'street portraitist' – so familiar in cities like Paris or Venice. For a small fee (15 euro) visitors can commission her to draw their portrait.


foto's : Ulrike Lindmayr

 


Terug


La morte addosso
De (anonieme) kunstproductie van Alessandro en Schède (1966-1980)

3 mei t/m 29 juni 2014
lezingen en gesprekken: 7 juni, vanaf 15 uur

curatoren: Koen Brams, Ulrike Lindmayr and Dirk Pültau
tentoonstellings scenografie: Hans Wuyts

 

Alessandro, La morte addosso ['De dood op de rug'], fotomontage, 1973

 

De tentoonstelling La morte addosso brengt voor het eerst een representatief overzicht van het vroege werk van de Italiaanse kunstenaar Alessandro Filippini (°1946, Rome). Tevens wordt ruime aandacht besteed aan de activiteiten van het kunstenaarscollectief Schède, waarvan Alessandro Filippini, samen met Sergio Domian en Mario Ferrucci, deel uitmaakte.

Alessandro
Alessandro Filippini studeert aan de Academie voor Schone Kunsten te Rome en reist in 1964 naar België, waar hij studies aanvat aan de Ecole Nationale Supérieure d'Architecture et des Arts Visuels (ENSAAV, La Cambre/Ter Kameren, Brussel). Reeds tijdens zijn Brusselse academietijd realiseert Filippini sculpturen die hij Solidificazioni ('verhardingen') noemt. Het zijn ensembles, die bestaan uit alledaagse objecten die hij met gips 'verhard' en in één kleur beschilderd heeft. Met de Solidificazioni geeft de jonge kunstenaar voor het eerst uitdrukking aan twee obsessies die hem het volgende decennium in toenemende mate zullen bezighouden: enerzijds het meedogenloze werk van de tijd, die in de Solidificazioni letterlijk 'tot stilstand' is gekomen; anderzijds de abstrahering van 'het leven', dat door de uniforme kleur onder één noemer is gebracht. In één specifieke Solidificazioni, een versteven doek dat over een schilderij gedrapeerd lijkt, komt een derde preoccupatie van Filippini aan het licht: de kritiek op en negatie van het (geautoriseerde) kunstwerk.
Als Alessandro in 1973 de fotomontage La morte addosso maakt, verbindt hij het thema van de onverbiddelijke eindigheid van het leven met de fascinatie voor de gespletenheid van het menselijke individu. De verdubbeling van Alessandro, de protagonist in La morte addosso, is slechts de eerste stap in een reflectie over identiteit. In de daaropvolgende fotomontages, zoals Histoire dans le parc (1974) en L'histoire du Christ (ca. 1975-1976), neemt Alessandro immers álle rollen op zich. Het motief van de dubbelganger krijgt zijn apotheose in Dialogo con se stesso: een marionet, die helemaal op Alessandro lijkt en met diens stem absurde of existentiële boodschappen de wereld in stuurt. Scorie della vita, een glazen bokaal die hij sinds 1971 met zijn eigen afgeknipte vinger- en teennagels vult, vormt zonder meer het unheimliche hoogtepunt in Alessandro's gedachten over de verbrokkeling van het menselijke subject.

Schède
In 1974 formeert Alessandro samen met Sergio Domian en Mario Ferrucci, twee eveneens Italiaanse, in Brussel residerende kunstenaars, het kunstenaarscollectief Schède, dat zij ooit ironisch zouden omschrijven als 'conseil supérieur des musées anonymes et éphémères'.
Schède organiseert twee zogenaamde 'operaties', die een kritische houding verraden jegens het kunstsysteem. De eerste is de uitgave van het gelijknamige tijdschrift, dat bestaat uit 'fiches d'opérateurs anonymes', werken van operatoren die hun werk presenteren zonder het te signeren. Van het tijdschrift, dat gratis wordt verspreid in Europa en de Verenigde Staten, verschijnen 12 nummers, van november 1974 tot en met oktober 1975. De tweede 'operatie' is zo mogelijk nog ambitieuzer en is getiteld Schède – Itinérante et Ephémère. Het betreft een rondreizende tentoonstelling waaraan in totaal 122 kunstenaars participeren en die achtereenvolgens in Gent, Brussel, Moncton (Canada) en Antwerpen te zien is. Op de sluitingsdag van de vierde expo, 6 juni 1980, worden – zoals tevoren met alle deelnemende kunstenaars overeengekomen – alle geëxposeerde werken onder toezicht van de gerechtsdeurwaarders Raymond en Michel Vyt vernietigd.
Met Itinérante et Ephémère komt er een einde aan de activiteiten van Schède én aan het vroege werk van Alessandro.

Als afsluiting van het tentoonstellingsproject organiseerde LLS 387 op 7 juni een namiddag met gesprekken en drie screenings ("Le stylo qui saigne", 1972; "Evolution bureau", 1972; "Mort, résurrection et retour parmi les hommes", 1973): Dirk Pültau in gesprek met Alessandro Filippini over de drie kortfilms; Koen Brams in gesprek met Bernard Marcelis over zijn samenwerking met Alessandro Filippini en Schède; Koen Brams in gesprek met Wim Van Mulders over zijn contacten met Alessandro Filippini en Schède; Dirk Pültau in gesprek met Mario Ferrucci over het ideeëngoed van Schède.

Met dank aan alle bruikleengevers Mario Ferrucci, Alessandro Fillippini en het M HKA en aan Christine Bastin, Nadia Bijl, Martin Blank, Laura Coosemans, Yirka De Brucker, Manu Devriendt, Liliane De Wachter, Jacques Evrard, Chris Gillis, Karolien Jansen, Andrea Kränzlin, Rufus Michielsen, Francine Moyé, Ria Pacquée, Cateau Robberechts, Mima Schwahn en Sietske Van Aarde.

Met de ondersteuning van de Vlaamse overheid. Gesponsord door Duval Moortgat.

 

L'exposition La morte addosso propose pour la première fois un aperçu représentatif des œuvres de la première période de l'artiste italien Alessandro Filippini, né en 1946 à Rome. Parallèlement, elle accorde une large place aux activités du collectif Schède dont Filippini faisait partie aux côté de Sergio Domian et Mario Ferrucci.

Alessandro

Alessandro Filippini fait ses études à l'Académie des Beaux-Arts de Rome. Arrivé en 1964 en Belgique, il entreprend de suivre des cours à l'École Nationale Supérieure d'Architecture et des Arts Visuels (ENSAAV, La Cambre/Ter Kameren, Bruxelles). Dès cette période d'apprentissage, il crée des sculptures qu'il baptise Solidificazioni. Il s'agit d'ensembles composés d'objets du quotidien qu'il « solidifie » avec du plâtre et qu'il peint en retenant une seule couleur. Ces Solidificazioni permettent au jeune homme de traduire pour la première fois deux obsessions qui le retiendront toujours plus au cours de la décennie suivante : d'une part, l'œuvre implacable du temps, ici littéralement « figé » ; d'autre part, l'abstraction de « la vie », réduite à un seul dénominateur par le moyen d'une couleur uniforme. Un Solidificazione spécifique, tissu raidi qu'on dirait drapé sur une peinture, met en lumière une troisième préoccupation de l'artiste : la critique et la négation de l'œuvre (autorisée).
Réalisant en 1973 le photomontage La morte addosso, Alessandro relie le thème de la finitude inexorable de l'existence à la fascination qu'exerce le dédoublement de tout individu. La duplication d'Alessandro, protagoniste de La morte addosso, n'est que la première étape d'une réflexion sur l'identité. Dans les photomontages ultérieurs, Histoire dans le parc (1974) et L'histoire du Christ (vers 1975-1976), il joue en effet tous les rôles. Le thème du double trouve son apothéose dans Dialogo con se stesso, une marionnette qui ressemble en tout point à Alessandro et qui, avec sa voix, répand dans le monde des messages soit absurdes, soit existentiels. Scorie della vita, un bocal en verre qu'il remplit depuis 1971 de coupures d'ongles de ses doigts et orteils, constitue sans aucun doute le lugubre point culminant de sa pensée eu égard au morcellement du sujet humain.

Schède

En 1974, Alessandro fonde avec Sergio Domian et Mario Ferrucci, deux autres artistes italiens résidant à Bruxelles, le collectif Schède, qu'ils allaient décrire non sans ironie comme « le Conseil Supérieur des Musées anonymes et éphémères ».
Schède organise deux « opérations » qui trahissent une attitude critique vis-à-vis du système artistique. La première consiste dans l'édition d'une revue éponyme se composant de « fiches d'opérateurs anonymes », autrement dit des travaux non signés présentés par leurs créateurs. Douze numéros paraissent, distribués gratuitement en Europe et aux États-Unis, de novembre 1974 à octobre 1975. Intitulée Schède – Itinérante et Éphémère, la deuxième « opération » se révèle peut-être plus ambitieuse encore. Il s'agit d'une exposition itinérante à laquelle participent en tout 122 artistes. Elle est organisée successivement à Gand, Bruxelles, Moncton (Canada) et Anvers. Lors de la clôture de la quatrième exposition, le 6 juin 1980, toutes les œuvres sont détruites – avec l'accord préalable des artistes – sous la supervision des huissiers de justice Raymond et Michel Vyt.
Itinérante et Éphémère marque la fin des activités de Schède et de l'œuvre de jeunesse d'Alessandro.

En conclusion du projet d'exposition, LLS 387 organisa le 7 juin une séance d'entretiens avec projection de trois films ("Le stylo qui saigne", 1972; "Evolution bureau", 1972; "Mort, résurrection et retour parmi les hommes", 1973). Le programme de cet après-midi se composait d'un entretien entre Dirk Pültau et Alessandro Filippini au sujet des trois courts métrages; un entretien entre Koen Brams et Bernard Marcelis sur la collaboration de ce dernier avec Alessandro Filippini et Schède; un entretien entre Koen Brams et Wim Van Mulders au sujet des contacts entretenus par ce dernier avec Alessandro Filippini et Schède; un entretien entre Dirk Pültau et Mario Ferrucci sur la pensée développée par Schède.

Merci à Mario Ferrucci, Alessandro Fillippini et le M HKA et de Christine Bastin, Nadia Bijl, Martin Blank, Laura Coosemans, Yirka De Brucker, Manu Devriendt, Liliane De Wachter, Jacques Evrard, Chris Gillis, Karolien Jansen, Andrea Kränzlin, Rufus Michielsen, Francine Moyé, Ria Pacquée, Cateau Robberechts, Mima Schwahn et Sietske Van Aarde. 

Avec le soutien de Vlaamse overheid et Duvel Moortgat.

 

La morte addosso is the first representative overview of the early work of the Italian artist Alessandro Filippini (b. 1946, Rome). The spotlight is also turned on the 'operations' of Schède, the artists' collective formed by Alessandro and fellow-Italians Sergio Domian and Mario Ferrucci.

Alessandro

Alessandro Filippini was trained at the Academy of Fine Arts in Rome; in 1964 he came to Belgium to continue his studies at the Ecole Nationale Supérieure d'Architecture et des Arts Visuels (ENSAAV, La Cambre/Ter Kameren, Brussels). It was while he was at the Brussels art school that he produced the sculptures he called Solidificazioni ('solidifications') – assemblages of everyday objects 'solidified' with plaster and painted in a single colour. The Solidificazioni were Filippini's earliest expression of two obsessions that would increasingly engage his thinking in the next decade: on one hand the remorseless work of time, which in the Solidificazioni has literally come to a standstill; on the other the abstraction of 'life', which via the uniform colour has been subsumed under a single denominator. One particular Solidificazione, a stiffened piece of cloth that seems to be draped over a painting, brings a third preoccupation of Filippini's to light: the critique on and negation of the (authorized) work of art.
When Alessandro produced the photomontage La morte addosso in 1973, he linked the theme of the implacable finiteness of life and the fascination with the multipersonality of the human individual. The doubling of Alessandro, the protagonist in La morte addosso, is only the first step in a reflection on identity. In subsequent photomontages, such as Histoire dans le parc (1974) and L'histoire du Christ (c.1975-1976), he took on all the roles himself. The doppelganger motif reaches its apotheosis in Dialogo con se stesso: a puppet that looks exactly like Alessandro and mouths absurd or existential messages in his voice. Scorie della vita, a glass jar which he has been filling with his own fingernail and toenail clippings since 1971, is undoubtedly the somewhat unsettling highlight of his reflections on the dissemination of identity.

Schède

In 1974 Alessandro and two fellow-Italians who were also living in Brussels, Sergio Domian and Mario Ferrucci, started an artists' collective called Schède, which they would ironically describe as 'conseil supérieur des musées anonymes et éphémères'.
Schède organized two 'operations' that evinced a critical attitude towards the art system. The first was the issuing of a magazine, also entitled Schède, which consisted of 'fiches d'opérateurs anonymes', works by operators who presented their work without signing it. Between November 1974 and October 1975 twelve editions of the magazine appeared and were distributed free of charge in Europe and the US. The second and even more ambitious 'operation' was entitled Schède – Itinerant and ephemeral – a travelling exhibition in which a total of 122 artists took part and which was seen successively in Ghent, Brussels, Moncton (Canada) and Antwerp. On the final day of the fourth exhibition, 6 June 1980 – and as previously agreed by all the artists involved – every one of the exhibited works was destroyed in the supervisory presence of court bailiffs Raymond and Michel Vyt.
Itinerant and ephemeral marked the end of Schède's activities and also the end of the early work of Alessandro.

To conclude the exhibition project LLS 387 organised on 7th of June one afternoon with talks and screenings ("Le stylo qui saigne", 1972; "Evolution bureau", 1972; "Mort, résurrection et retour parmi les hommes", 1973): Dirk Pültau in conversation with Alessandro Filippini about the three shortfilms; Koen Brams in conversation with Bernard Marcelis about his collaboration with Alessandro Filippini and Schède; Koen Brams in conversation with Wim Van Mulders about his contacts with Alessandro Filippini and Schède; Dirk Pültau in conversation with Mario Ferrucci on the ideas of Schède.

With thanks to all the lenders Mario Ferrucci, Alessandro Fillippini and the M HKA and to Christine Bastin, Nadia Bijl, Martin Blank, Laura Coosemans, Yirka De Brucker, Manu Devriendt, Liliane De Wachter, Jacques Evrard, Chris Gillis, Karolien Jansen, Andrea Kränzlin, Rufus Michielsen, Francine Moyé, Ria Pacquée, Cateau Robberechts, Mima Schwahn and Sietske Van Aarde.

With the support of the Flemish Government. Sponsored by Duvel Moortgat.

 

zaalzichten garage (Alessandro)
foto's Ria Pacquee

 

 
Morte, resurrezione e ritorno tra gli uomini
['Dood, verrijzenis en terugkeer onder de mensen'],
fotomontage, 1973-1979
 

zaalzicht tuinhuis (Schéde)
foto's Ria Pacquee
Dia van de vernietiging van de kunstwerken in de
tentoonstelling Ambulant en kortstondig in het I.C.C., 1980

Zaaltekst


Terug