logo

vzw
Lange Leemstraat 387
2018 Antwerpen lls387@telenet.be
mobile: 0032/(0)497/481727 http://users.telenet.be/lls387

Open:
do - zo 14-18 uur
en op afspraak


Introductie

Actueel

archiefmenu


Publicaties

Edities

Sympathisanten

Links

Locatie

 

facebook
Laatst bewerkt: 11/01/2014

Archief 2014/2015

A pair is not a collection.
Vaast Colson, Anne Daems, Koenraad Dedobbeleer, Kurt Ryslavy,
Rinus Van de Velde en Henk Visch presenteren hun kunstcollectie.

12 september t/m 19 oktober 2014



Omdat de verzamelcultuur van hedendaagse kunst in België een rijke traditie kent, bieden verschillende kunstorganisaties hier te lande regelmatig een podium voor privéverzamelingen. Daarbij worden onder meer de volgende vragen belicht: Welke motivatie hebben verzamelaars om bepaalde stukken in hun collectie op te nemen? Welke richtlijnen volgen ze bij het aanschaffen van kunst? Zijn er überhaupt richtlijnen of gaan ze spontaner te werk dan de buitenwereld vermoedt? Is het de bedoeling om de privécollectie tijdelijk of permanent publiek toegankelijk te maken? Hoe verhoudt de privécollectie zich ten opzichte van de kunstmarkt en van publieke collecties?
Het verzamelen van kunst is echter ook een bezigheid van kunstenaars zelf. Hun manier van verzamelen kan verschillende vormen aannemen: ruilen of kopen ze; verzamelen ze werk dat veraf of juist dicht bij hun eigen kunst staat, doen ze dat strategisch of spontaan? En hoe verhoudt hun kunstcollectie zich tot het eigen oeuvre? Kan deze verhouding ons iets vertellen over een kunstenaarschap? Zes kunstenaars werden uitgenodigd om hun eigen collectie te presenteren in LLS 387 ruimte voor actuele kunst: Henk Visch in de garageruimte, Kurt Ryslavy in de tuinkamer en Koenraad Dedobbeleer, Anne Daems, Rinus Van de Velde en Vaast Colson in het het poortgebouw van het voormalig Militair Hospitaal aan de overkant van de straat, dat tijdelijk werd gehuurd. Aan de kunstenaars werd gevraagd om een presentatie te realiseren in de geest van hun eigen artistiek oeuvre. De titel van de tentoonstelling is ontleend aan een tekening van Rinus Van de Velde uit 2009. Een tekst van auteur Koen Sels zal het tentoonstellingsproject omkaderen.

Met de ondersteuning van de Vlaamse Gemeenschap, Stad Antwerpen, 't Groen Kwartier, Duvel Moortgat en Chris Pype - licht.
De tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt dankzij de steun van de 'Sympathisanten van LLS 387'.

Met dank aan Martin Blank, Nadia Bijl, Gregory Brems, Wim Catrysse, Bram Denkens, Beau Delagaye, Roel Goovaerts, Karolien Jansen, Jozef Jessen, Andrea Kränzlin, Pepa Maeschalck, Hannelore Mattheus, Francine Moyé, Murielle Molinel, Ria Pacquée, Mima Schwahn, Koen Sels, Klaus Solicek, Jolke Van Aarde, Sietske Van Aarde, Philippe Van Damme, Irene Veenstra, Maarten Wagemans en Hans Wuyts.

Belgium has a rich tradition of collecting contemporary art, which has led various arts organizations in the country to regularly offer a platform for private collections. Next to that, it has generated discussions of diverse questions, such as: What motivates collectors to include particular works in their collections? What guidelines do they follow when they buy art? Do such guidelines actually exist, or do collectors act more spontaneously than we suppose? Is it the intention to make the private collection accessible to the public temporarily or permanently? How does the private collection relate to the art market and to public collections?
Artists themselves also collect art, however. Their way of collecting can take on several forms: they exchange or buy, collect work that is widely different or actually fairly akin to their own… Some interesting questions in relation to artist's collections are: Do they collect strategically or spontaneously? And how does their art collection relate to their own oeuvre? Might this relationship tell us something about an artist's thinking? Six artists were invited to present their own collections in LLS 387, ruimte voor actuele kunst: Henk Visch in the garage space, Kurt Ryslavy in the garden room and Koenraad Dedobbeleer, Anne Daems, Rinus Van de Velde and Vaast Colson in the gatehouse of the former Military Hospital across the road, which was made avaible for the occasion. The artists were asked to create a presentation in the spirit of their own artistic oeuvre. The exhibition's title is taken from a drawing by Rinus Van de Velde from 2009. A text by author Koen Sels will put the exhibition project in context.

With the support of the Flemish Community, the City of Antwerp, Vanhaerents & Wilma Project Development and Duvel Moortgat. The exhibition was made possible thanks to the support of the 'Sympathisanten van LLS 387'.

With thanks to Martin Blank, Nadia Bijl, Gregory Brems, Wim Catrysse, Bram Denkens, Beau Delagaye, Roel Goovaerts, Karolien Jansen, Jozef Jessen, Andrea Kränzlin, Pepa Maeschalck, Hannelore Mattheus, Francine Moyé, Murielle Molinel, Ria Pacquée, Mima Schwahn, Koen Sels, Klaus Solicek, Jolke Van Aarde, Sietske Van Aarde, Philippe Van Damme, Irene Veenstra, Maarten Wagemans and Hans Wuyts.


Poortgebouw voormalig Militair Hospitaal:


Koenrad Dedobbelaar: "Doublures". 2014


uit de collectie van Anne Daems (ruimte 1 en ruimte 2)  


 
uit de collectie van Rinus Van de Velde  


uit de collectie van Vaast Colson  


Garage LLS 387:

uit de collectie van Henk Visch  


Tuinhuis LLS 387:


uit de collectie van Kurt Ryslavy ('Sommige franstalige vaste waarden') foto's: Ria Pacquée en Philippe Van Damme

bezoekersbrochure
A Pair is not collection

Zaallabels
Vaast Colson
Anne Daems
Koenraad Dedobbeleer
Kurt Ryslavy
Rinus Van de Velde
Henk Visch

Terug


Gert Robijns
Prijs Bernd Lohaus 2014 toegekend door Catherine de Zegher

Van 1 november t/m 30 november 2014

foto: Jose Huedo


Na het overlijden van Bernd Lohaus hebben Anny De Decker en haar kinderen, Jonas en Stella Lohaus, op 21 augustus 2012 de Bernd Lohaus Stichting opgericht, een private stichting met als doel het in standhouden en promoten van de kunst en het gedachtegoed van Bernd Lohaus.
Naast het organiseren van tentoonstellingen, lezingen en symposia en het inventariseren en archiveren van het oeuvre van Bernd Lohaus wil de Stichting ook kunstenaars en kunstbemiddelaars ondersteunen. Daarom werd de Prijs Bernd Lohaus in het leven geroepen, een jaarlijkse prijs met een geldsom van 10.000 Euro, die 4 jaar achtereenvolgens aan een kunstenaar zal uitgereikt worden en het 5de jaar aan een kunstbemiddelaar. Dit, omdat Bernd Lohaus als beeldend kunstenaar ook 10 jaar mede-galeriehouder was tussen 1966 en 1976 van de Wide White Space Gallery in Antwerpen.
Kenmerkend voor de Prijs Bernd Lohaus is dat alleen artistieke kwaliteiten van een oeuvre in overweging worden genomen, onafhankelijk van de ouderdom van de kunstenaars of het medium waarin zij werken. Anny De Decker, Stella Lohaus en de laureaat van het voorbije jaar, Maurice Blaussyld, kozen een aantal kunstenaars, die hen in het voorbije jaar op een bijzondere manier
waren opgevallen. Dan werd Catherine de Zegher, Directeur van het MSK Gent, gevraagd deze kunstenaars te bezoeken en nadien de laureaat aan te duiden. De beoordeling is gebaseerd op het werk en de ontmoeting met de kunstenaar zelf, niet op basis van dossiers of tussenpersonen. Catherine de Zegher heeft aan Gert Robijns de prijs toegekend.

In zijn werk speelt Gert Robijns vaak met ongewone opstellingen van gewone voorwerpen; hiermee ontwricht hij het alledaagse leven zodat het een poëtische dimensie krijgt. Liggende, scheefstaande of verplaatste voorwerpen worden ingezet in onverwachte opstellingen of nagebouwd op een andere schaal. Zo herbouwde Robijns het dorp van zijn geboorte 10 km verderop, op een schaal van 75% in het wit. Momenteel werkt Gert Robijns aan RESETHOME waarbij hij het voormalige huis van zijn grootouders op twee muren na vernietigde en 10 cm verderop herbouwt als een sculptuur/kunstpaviljoen waarin andere kunstenaars kunnen werken, tentoonstellen en verblijven.
Ter gelegenheid van de prijsuitreiking op 1 november 2014 bij LLS 387 ruimte voor actuele kunst, kiest Gert Robijns, hoewel dit geen vereiste is, voor een opstelling die rechtstreeks verband houdt met het speelse, poëtische aspect van het werk en het gedachtegoed van Bernd Lohaus.
Gert Robijns' aquarellen van alledaagse voorwerpen, voedingswaren en planten allerlei evoceren de aquarellen die Bernd Lohaus van bloemen maakte: in termen van kleur, formaat, witruimte en medium vertonen ze veel gelijkenissen, hoewel de werken van de twee kunstenaars via kleur- en lijnvoering een eigen handschrift uitdragen. Tegelijk vormen de aquarellen van Robijns, gegroepeerd in vaste reeksen of in samenhang met andere voorwerpen, een interne dialoog die eigen is aan de ruimere praktijk van Gert Robijns.
Het werk "LOHAUS," dat speciaal gemaakt werd voor deze gelegenheid, bestaat uit twee grote, boven elkaar geplaatste foto's: een detail van de rekken in het magazijn en voormalig atelier van de Duits-Belgische kunstenaar waarin Lohaus' werken gearchiveerd worden, is nog net zichtbaar onder een foto waarop de horizon zeer laag ligt. Met de open, zacht bewolkte lucht en een glimp van het Limburgse landschap waarin Robijns dagelijks aan RESETHOME werkt, verbindt Robijns zijn eigen kunstenaarspraktijk met die van Bernd Lohaus in een overlapping van generaties. In de lucht vormt een groep trekvogels zijwaarts de letter L. De op elkaar geplaatste foto's en de tweede "horizon", die van de witte rand van de bovenste foto, herinneren op abstracte wijze aan de Scheldekaaien in Antwerpen vlakbij waar Bernd Lohaus veel van zijn artistieke leven doorbracht.

Gert Robijns (Sint-Truiden, België, 1972) studeerde aan de Hogeschool Sint Lukas Brussel van 1992 tot 1996 en deed vervolgens onderzoek aan de Jan van Eyck Academie, Maastricht (NL). Hij deed twee kunstenaarsresidenties, bij PS1 te New York, en in het Künstlerhaus Bethanien, Berlijn. Sedert 2001 is hij gastdocent aan het KASK te Gent. Gert Robijns ontving veel kritische belangstelling voor zijn installatie The Village in 2011 waarbij hij zijn geboortedorp op schaal herbouwde een aantal km verder. RESETHOME is voorzien om in 2015 te openen. Robijns werkt momenteel aan een solotentoonstelling die zal plaatsvinden in het voorjaar van 2015 bij Tommy Simoens in Antwerpen.

Met dank aan de Bernd Lohaus Stichting, Gert Robijns, Tommy Simoens, Martin Blank, Nadia Bijl, Beau Delagaye en Andrea Kränzlin.
Met de structurele ondersteuning van de Vlaamse overheid en de Stad Antwerpen.
Gesponsord door Duvel Moortgat.

 

Bernd Lohaus Prize awarded to Gert Robijns

Following the death of artist Bernd Lohaus in 2010, Anny De Decker and her children, Jonas and Stella Lohaus established the Bernd Lohaus Foundation on 21 August 2012. This purpose of this private foundation is to maintain and promote Bernd Lohaus's art and ideas.
In addition to organizing exhibitions, lectures and symposia and inventorying and archiving Lohaus's oeuvre, the Foundation also aims to support artists and art mediators. Thus the Bernd Lohaus Prize was created, an annual award of 10,000 euros to be presented to an artist in four successive years and to an art mediator in the fifth year. This last award reflects Lohaus's ten years (1966-1976) as co-gallerist of the Wide White Space Gallery in Antwerp
When considering the recipient of the Bernd Lohaus Prize only the artistic qualities of an oeuvre are taken into account, not the artist's age or the medium in which he or she works. Anny De Decker, Stella Lohaus and last year's winner Maurice Blaussyld selected a number of artists who had particularly attracted their attention in the previous twelve months. Catherine de Zegher, Director of the Museum of Fine Arts, Ghent, was then asked to visit the artists and name the award-winner. Her decision is based on the work and her meeting with the artist, not on reports or intermediaries. Catherine de Zegher has awarded this year's prize to Gert Robijns.

Robijns often plays with unusual arrangements of ordinary objects, transforming the quotidian into the poetic. Prone, aslant or transplanted objects are deployed in unexpected arrangements or rebuilt on a different scale. To cite an example, he rebuilt the village where he was born, ten kilometres away, on a scale of 75%, in white. Robijns is currently working on RESETHOME, a project involving the destruction of his grandparents' former home – all but for two walls – and its reconstruction ten centimetres away as a sculpture/art pavilion where other artists can work, exhibit and stay.
Although this kind of referencing is by no means a requirement, for the award ceremony on 1 November 2014 at LLS 387 ruimte voor actuele kunst, Gert Robijns produced an arrangement that is directly related to the playful, poetic aspect of Bernd Lohaus's work and ideas.
Robijns's watercolours of everyday items, foodstuffs, and plants of all kinds evoke Lohaus's watercolours of flowers: in terms of colour, size, white space and medium they have much in common, although in the use of colour and line the work of each artist displays an inherently personal hand. At the same time, Robijns's watercolours – grouped in fixed series or in conjunction with other objects – form an internal dialogue that is particular to his wider practice.
The artwork with the title LOHAUS, which has been specially made for this occasion, consists of two large, superimposed photographs: a detail of the shelves in the storeroom and former studio of the German-Belgian artist, where Lohaus's works are archived, is just visible beneath a topographic photo with a very low horizon. The large sky with its fleecy clouds and the glimpse of the Limburg landscape in which Robijns works each day on RESETHOME connects his own artistic practice with that of Lohaus in a generational overlap. In the sky a group of migratory birds form a sideways letter L. The superimposed images and the second 'horizon' of the white edge of the top photo are an abstract reminder of the quays of the River Scheldt in Antwerp, close to the place where Lohaus spent much of his artistic life.

Gert Robijns (Sint-Truiden, Belgium, 1972) studied at the LUCA School of Arts in Brussels from 1992 to 1996 before becoming a researcher at the Jan van Eyck Academy in Maastricht (the Netherlands). Two artist's residences followed, at PS1 in New York and the Künstlerhaus Bethanien in Berlin. Since 2001 he has been a guest lecturer at the Royal Academy of Fine Arts in Ghent. In 2011 Robijns received a good deal of critical attention for The Village– his reconstruction of the village where he was born, several kilometres away. RESETHOME is due to open in 2015. Robijns is currently working on a solo exhibition to be held at Tommy Simoens in Antwerp in spring 2015.

With thanks to the Bernd Lohaus Stichting, Gert Robijns, Tommy Simoens, Martin Blank, Nadia Bijl, Beau Delagaye and Andrea Kränzlin.
LLS 387 is sponsored by Duvel Moortgat and the 'Sympathisanten of LLS 387' and supported by the Flemish Government and the City of Antwerp.

Terug


IL NUOVO
extra muros: Etablissement d'en face, Brussel

van 11 t/m 21 december 2014


Een tijdelijke winkel met nieuwe en reeds bestaande edities en publicaties uitgegeven door Bunk Editions, Etablissement d'en face, FOREST, GROTTO, Keymouse Publishing, LLS 387, MORE Publishers en Triangle Books.

De in 2013 begonnen samenwerking tussen Etablissement d'en face en LLS 387 i.v.m. de verkoop van kunstenaars-uitgaven wordt in 2014 verdergezet. Naast eerder verschenen publicaties en edities presenteert LLS 387 de nieuwe editie van Gert Verhoeven "Terapija" (zie ook "Edities" op deze website).


foto's: Ria Pacquée  

Terug


Little HISK
tijdens het Antwerp Art Weekend 29 januari – 1 februari 2015
voormalig poortgebouw Militair Hospitaal
Hospitaalplein, 2018 Antwerpen

 


Met werken van gewezen en huidige HISK kunstenaars:
Kasper Bosmans (BE)
Liv Bugge (NOR)
Francis Denys (BE)
Andrea Galiazzo (IT)
Nadia Naveau (BE)
Nicolas Pelzer (DE)
Ante Timmermans (BE)
Katerina Undo (GR)
Birde Vanheerswynghels (BE)
Herman Van Ingelgem (BE)

Dat in het huidige 't Groen Kwartier tot het jaar 2006 het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK) gehuisvest was, is nog in het geheugen van vele Antwerpenaren gegrift. De kunstscene betreurde destijds (en nu nog steeds) de verhuis van het instituut naar Gent.
De tentoonstelling "Little HISK" wil zodoende dit verlies voor de stad Antwerpen onder de aandacht brengen en – letterlijk en figuurlijk – de "goede oude tijd" weer oproepen.
De tentoonstelling presenteert werken van 5 gewezen en 5 huidige HISK studenten en werd samengesteld door Ulrike Lindmayr (LLS 387), Paul Poelmans (CAPS), Eva Steynen (Deviation(s)), Bart Vanderbiesen (Base-Alpha Gallery) en Sofie Van de Velde (G262).

Andrea Galiazzo
Inky Way
2015
performance 
live drawing with markers on the visitors' hand

During four days the artist realizes a drawing on the visitors' hand as a personal initiation to his practice. After being initiated, the visitor becomes part of an ephemeral community. He is the support of the drawing, making it circulating for a limited period of time. (A first version of the drawing has been made on the artist's hand and presented in the occasion of the HISK final show in 2014.)

foto: Ria Pacquée foto: Thomas Caron


Liv Bugge
Begging the question
2002
performance / video, 5'25"

The video documents Liv Bugge's contribution to the HISK open studios in 2002. During some hours two dogs were moving on two platforms in the garage of the old hospital hosting HISK, meeting the visitors with various yapps and barks. In the dark space a projection of a short sequence from the film An American Werewolf in London (1981) shed some light to the public when entering the space, withstanding the rather ambiguous atmosphere in the space.

videostill


Terug



BIJNA 10 EDITIES …
en publicaties te koop, uitgegeven door LLS 387.
tijdens het Antwerp Art Weekend 29 januari – 1 februari 2015

 

Naast de tentoonstelling "Little HISK" heeft LLS 387 tijdens het Antwerp Art Weekend ook nog eens aandacht geven aan de reeds eerder door de organisatie uitgegeven edities en publicaties en deze te koop aangeboden: o.a. "less is less" en "Tribune" van Luc Deleu, "Guarding Hands, AK (2006-2014)" van Wim Catrysse, "Nouvelle étude d'un certain détail de l'univers" van Henri Jacobs e.a.
Op vrijdag 30 januari vanaf 20 uur heeft Gert Verhoeven in het kader van zijn editie "Terapija", een woordcollage uit verschillende talen voor "therapie", begeleid door de muziek van Yma Sumac, drie verschillende cocktails geschonken. (meer info zie op deze website onder "Edities")

Terug



Maria Lassnig: Filmmaker.

3 animationfilms, drawings and archival material

9 May till 28 June 2015

An exhibition curated by Ulrike Lindmayr (LLS 387) and
Hans Werner Poschauko (Maria Lassnig Foundation, Vienna),

guided by a text by Jocelyn Miller (curator at the MoMA PS1, New York).

Maria Lassnig, 'Selbstporträt als Filmmacher' (Detail), 1974 (45,7 x 61cm)
Maria Lassnig Foundation©2015


Maria Lassnig (Oostenrijk, 1919 – 2014) was een van de meest belangwekkende schilders van onze tijd. Haar opmerkelijke carrière beslaat meer dan zeven decennia. Eind jaren 1940 volgde ze een opleiding aan de Akademie der bildenden Künste in Wenen, een stad waar ze later ook zelf les gaf. In de jaren 1950 en 1960 werkte ze in Parijs en in de jaren 1970 in New York en al die tijd exploreerde ze in haar werk op een zowel gevoelige als kwetsbare manier het lichaam.

Lassnig produceerde een uitgebreid en bijzonder eigenzinnig oeuvre bestaande uit schilderijen, tekeningen en films die in geen bepaalde stroming zijn onder te brengen. Lassnig, die aanvankelijk werd beïnvloed door haar surrealistische tijdgenoten, ging in 1951 voor het eerst naar Parijs, waar ze kennis maakte met het abstract expressionisme en de art informel van Amerikaanse en Franse schilders. Haar exploratie van de abstractie bleef echter altijd geworteld in het lichamelijke.
Volgens Lassnig heeft de tijd dat ze in New York woonde (van 1968 tot 1980) de grootste invloed gehad op haar werk. Ze was zich scherp bewust van de vele mogelijkheden tot experimenteren, de beschikbaarheid van technologische uitrusting en de openheid die de filmwereld daar haar te bieden had en ze schreef zich in voor een cursus animatiefilm aan de School of Visual Arts in New York. Tussen 1970 en 1976 maakte ze dan ook een aantal korte animatiefilms. Samen met Martha Edelheit, Doris Chase, Carolee Schneemann, Rosalind Schneider, Silvianna Goldsmith, Nancy Kendall, Susan Brockman, Alida Walsh en Olga Spiegel, richtte Maria Lassnig in 1974 de feministische avant-gardegroep "WOMEN ARTIST FILMMAKERS INC" op.
Lassnig gebruikte haar 'lichaamsbewuste' schilderijen als basis voor haar opmerkelijk inventieve en humoristische films (vaak met haar eigen liedjes als begeleiding) die een synthese vormen van haar interesse voor schilderkunst en film.
Op de tentoonstelling in LLS 387 werden twee van haar films uit de jaren 1970 getoond: Palmistry (1973) en Art Education (1976). Ze exploreren allebei de relatie tussen vrouwen en mannen en ook de manier waarop vrouwen hun eigen lichaam ervaren en hoe ze tegenover de wereld staan: een paar abstracte vormen communiceren over seks, waarbij de mannelijke vorm duidelijk het onderspit moet delven voor de vrouwelijke aan wie hij zijn seksuele confidenties toevertrouwt; een vrouw laat haar hand lezen en verwerpt de patriarchale dominantie van haar lot; in een geestige sociale satire komt een model in opstand tegen haar schilder/meester.
De derde film die op de tentoonstelling werd getoond was Maria Lassnig Kantate (1992), een film die Lassnig twintig jaar later maakte toen ze drieënzeventig jaar was en al terug in Wenen woonde, waar ze nu zelf lessen schilderkunst en animatiefilm gaf aan de Akademie für angewandte Kunst. In Kantate vertelt Lassnig ons haar levensverhaal in 14 verzen. Ze staat in een landschap bestaande uit haar eigen schilderijen (bluebox techniek), gekleed in kostuums die een ironisch commentaar leveren op verschillende fasen van haar leven.
Lassnig had een acteurs- en komisch talent dat overal in haar werk opduikt, onder andere in haar geestige uitspraken en werktitels. Dit geldt in het bijzonder voor haar animatiefilms, waarin ze verhalende scenario's uitwerkte die direct verband houden met haar eigen biografie, met het lichaam, schoonheid, liefde of scheiding, angst, kwelling en dwang.
De tentoonstelling presenteerde naast de drie films ook verschillende tekeningen: zelfportretten als filmmaker, storyboards, notities, schetsen en een aantal originele tekeningen die in de drie films werden gebruikt. Om de context waarin de films van Lassnig tot stand kwamen beter te schetsten, werd op de tentoonstelling eveneens autobiografisch materiaal getoond uit haar New-Yorkse periode en een aantal documenten – affiches, programmabrochures, foto's... – die verband houden met het kunstenaarscollectief "WOMEN ARTIST FILMMAKERS".

Maria Lassnig: Filmmaker was de allereerste tentoonstelling die uitsluitend de focus legde op haar films. De meeste stukken die in deze expositie getoond werden, verlieten dan ook voor het eerst het atelier / archief van Maria Lassnig.

Met Dank aan Claudia Plank, Johanna Ortner, Martin Blank en Andrea Kränzlin.

Met steun van de Maria Lassnig Foundation. Gesponsord door Duvel Moortgat.
LLS 387 wordt structureel ondersteund door de Vlaamse overheid en de Stad Antwerpen.

 

Maria Lassnig (Austria, 1919 – 2014) was one of the most powerful painters of our time. Throughout a remarkable career that spanned more than seven decades, starting from late 1940s at the Academy of Fine Arts in Vienna and then by way of the Paris art scene of the 50s and 60s, and a long stay in New York through the decade of the 70s, she continued to create artworks that explore the body (and particularly one's consciousness of it), in a manner both sensitive and vulnerable.

Lassnig produced a prolific and idiosyncratic body of paintings, drawings and films that defies categorization. Already long exposed to Surrealism by her contemporaries, Lassnig went to Paris for the first time in 1951, and there became acquainted with the works of the Abstract Expressionists and Art Informel works of American and French painters. Her exploration of abstraction, however, always remained firmly rooted in the corporeal.
According to Lassnig, her most formative experience occurred during her years living in New York from 1968 until 1980. Keenly aware of the wide range of experimentation going on, the accessibility of equipment and the open discourse in the film community, she enrolled in a course on animated film at the School of Visual Arts there and came to make a series of short animated films between 1970 and 1976. Together with Martha Edelheit, Doris Chase, Carolee Schneemann, Rosalind Schneider, Silvianna Goldsmith, Nancy Kendall, Susan Brockman, Alida Walsh and Olga Spiegel, in 1974 Maria Lassnig co-founded the feminist avant-garde group "WOMEN ARTIST FILMMAKERS INC."
Using her "body awareness" paintings as a basis for her films, Lassnig created remarkably inventive and humorous narratives (often performing her own songs in accompaniment) and so melded her interest in painting and film.
The exhibition in LLS 387 did screen two of her films from the 70s: Palmistry (1973) and Art Education (1976), exploring the relationship between women and men, as well as women's experiences of their own bodies and their relationship to the world. Here, a couple of abstract forms discuss having sex, the male form clearly undone by the female form that shares his sexual confidence; a woman has her lifeline read and refutes the patriarchal dominance of her destiny; and a model turns against her painter/master in witty social critique.
The third film screened in the show was Maria Lassnig Kantate (1992), a film she made twenty years later, when she was seventy three years old and back in Vienna after having been appointed professor of painting and animation film at the Academy of Applied Arts there in 1980. In Kantate Lassnig tells us the story of her life in 14 verses. She stands in the landscape of her own paintings (bluebox technique) in costumes that cast an ironic commentary on various phases of her life.
Lassnig had a theatrical and comic talent that shows itself throughout her work, not the least in the wit of her spoken statements and work titles. This is especially true in her animated films, where she has the opportunity to develop narrative scenarios that are directly related to her biography, and themes of the body, beauty, love or separation, fear, torture and compulsions.
In the exhibition the three films were accompanied by drawings, portrayals of herself as filmmaker, storyboards, notes, sketches and some of the drawings actually used in the three films. To better situate the environment in which Lassnig's films came into existence, the exhibition presented − next to autobiographic material from her time in New York − some documents related to the "WOMEN ARTIST FILMMAKERS" group: posters, program brochures, photographs etc.

The exhibits were on public show for the first time. Indeed, this exhibition was the first of its kind focusing solely on Maria Lassnig as a filmmaker.

Thanks to Claudia Plank, Johanna Ortner, Martin Blank and Andrea Kränzlin.

With the support of the Maria Lassnig Foundation, the Flemish Community and the City of Antwerp. Sponsored by Duvel Moortgat.

Space I: Autobiographical material 70's

   


Screening room I: 'Art Education', 1976 and 'Palmistry', 1973

 
   


Space II: Material with regard to the films 'Art Education', 1976 and 'Palmistry', 1973

   


Space III: Material with regard to the film 'Maria Lassnig Kantate', 1992

 
   


Screening room II: 'Maria Lassnig Kantate', 1992

 
   


tekst Jocelyn Miller

Terug