|
We
weten nu dat ons universum 13.7 miljard jaar oud is. Het ontstond uit
één punt een zo gezegde singulariteit, de oerknal. Al snel
ontstonden de eerste super zware sterren uit de rimpelingen van gravitatie
golven. Daarna ontstonden de melkwegstelsels, niet zo sierlijk als deze
die we nu kennen maar onregelmatige wolken met een immense vorming van
sterren. Ons Melkwegstelsel ontstond reeds na 700.000 jaar na de oerknal.
Uit deze oerknal ontstonden twee elementen die zelfs tegenwoordig nog
in de meerderheid zijn Waterstof en Helium. Enkel de eerste super zware
sterren maakten de andere elementen uit ons periodiek systeem. Wij zijn
dus gemaakt uit die stoffen aangemaakt in een piep jong universum.
Wat is een ster?
Een ster is zoals onze zon een gasbol bestaande uit 70 % Waterstof en
28 % Helium en 2 % zwaardere element of verontreinigingen. Onze zon bevindt
zich op een afstand van 8 lichtminuten van de aarde,150.000.000 km. Indien
ik U nu een sinaasappel zou geven dan bevindt de aarde zich in de vorm
van een speldenknop op een afstand van 10 meter.
Onze
meest nabije buurster , een andere sinasappel kan je vinden ergens op
2000 km afstand bijvoorbeeld Moskow. Alpha Centauri zo heet deze ster
vinden we op een afstand van 4 lichtjaar. Het heelal is leeg , leger dan
het leegste vacuüm hier in een aardlaboratorium. Zelfs de atomen
en elektronen bevinden zich in ons lichaam op oneindige afstanden van
elkaar. Toch is hun samenwerking, hun kracht in staat een organisme al
s het onze op te bouwen dat kan denken of zulk een werkje schrijft.
Alles wat we kunnen zien zijn fossielen, zoals de titel “Ver weg
is lang geleden”. Het was Hubble in 1923 die bewees dat er nog andere
melkwegstelsels waren dan het onze. Het Andromedastelsel bevindt zich
amper op 2 miljoen lichtjaar tussen ons en het Andromedastelsel is er
een leegte. Door onderlinge aantrekkingskracht komen sterrenstelsels voor
in clusters.
De
verste stelsels die we kunnen waarnemen met de Hubble telescoop zijn 13
miljard jaar oud. Hun licht deed er maar liefst 13 miljard jaar over om
ons oog te bereiken. Onvoorstelbaar niet waar ? We weten dat het zeer
jonge en onregelmatige stelsels zijn, botsende sterrenfabrieken.
Energie is geen probleem ?
Er is geen energie probleem ! Onze zon produceert op 1 seconde 4.10 ^
25 Joule en dit enkel door kernfusie. Het waterstof of proton fuseert
naar helium bestaande uit vier protonen of vier waterstof kernen. Één
gram waterstof heeft genoeg energie om een middenklas auto één
maal rond de aarde te laten rijden zonder ook maar iets te vervuilen.
Onze zon heeft genoeg energie voor 10 miljard jaar, ze heeft dus 4.6 miljard
jaar aan energie verbruikt.
In
1862 ontdekte Alvan Clark dat de ster Sirius een begeleider heeft die
niet zo groot is als onze zon, de ster kreeg de naam Sirius B. Het is
wel een witte dwerg. Dwerg maar wel te zwaar. Ze kan een neutronen ster
worden. Een proton en neutron zijn 1840 maal zwaarder dan een elektron
maar een neutrino weegt vrijwel niets. Een neutronen ster ontstaat door
gravitatie. Als een ster 1.44 maal grotere massa heeft dan onze zon dan
is er geen evenwicht meer door de uitwaartse fusie kracht en inwaartse
gravitatie. Het Chandrasekhar-limiet is de massagrens die bepaalt of een
instortende ster een witte dwerg wordt of een exotischer object. De ster
stort in elkaar tot een neutronen ster. Een neutronen ster vervormt de
ruimte en vormt een soort zwart gat met een bodem, licht kan er nog steeds
uit ontsnappen. Dit postuleerde reeds Opperheimer en Volkoff in 1938.
We kennen allemaal Opperheimer als de vader van de atoombom en het Manhattanproject
op het einde van de tweede wereldoorlog. Het was ook Opperheimer en Snyder
die in 1939 het zwarte gat postuleerde. Hierbij wordt de ruimte zo vervormt
dat er een zwartgat ontstaat zonder bodem. “No hair” zou Stephen
Hawking zeggen. Licht kan hier niet meer ontsnappen. Zwarte gaten ontstaan
door de ineenstorting van massieve reuze sterren.
Wat is een supernova ?
Een
object aan de hemel een miljard maal zo helder dan de zon. Deze werden
ook vroeger door mensen waargenomen zonder instrumenten . In 1572 ontdekte
Tycho brache een helder nieuwe ster in Cassiopeia, in 1604 nam Kepler
er één waar. De beroemdste is de supernova in de Krabnevel
in het jaar 1054. Deze werd beschreven door bijna al de Aziatische beschavingen,
maar ook door een Vlaamse Monnik wiens naam mij ontvalt, hij nam een flits
waar . Toen Jocelyn Bell met haar koperdraad radiotelescoop naar de krabnevel
richtte nam ze een puls waar van 0.033 seconden en nam als eerste een
neutronen ster waar.
Een neutronen ster heeft een massa van ongeveer 400.000 keer die van de
aarde met een dichtheid van 10^ 14 -10 ^15 g/cm^ 3. Ze straalt 20.000
keer meer energie uit dan de zon op een afstand van 5000 lichtjaar met
een snelheid van 1500 km per seconden. Er bestaan zelfs dubbele neutronen
sterren die rond elkaar draaien in 2 ½ uur en samen gravitatiegolven
produceren.
Men kan een stervende ster zien als een gelaagde ajuin van buiten naar
binnen merkt men steeds zwaardere elementen. Waterstof,helium,koolstof,
zuurstof, magnesium en ijzer. Als de kern een massa heeft van 1.44 zonsmassa’s
(Chandrasekhar-limiet) dan weerhoudt er niets om verder te krimpen tot
een supernova. Hier worden dan elementen gevormd die zwaarder zijn dan
ijzer.
Wat zijn dan GRB’s ?
“Gammarayburst
“ is een zeer energierijke elektromagnetische straling. GRB’s
waren een gevolg van de koude oorlog, door wederzijds wantrouwen werden
er satellieten in een omloopsbaan gebracht om geheime kernproeven op te
sporen. Op 2 juli 1967 werd er een gamma flits waargenomen aan de hemel.
Deze was niet afkomstig van een kernproef maar kwam vanuit het heelal
. Sommige generaals opperde zelfs een kernoorlog tussen “aliens”
, te veel naar Starwars gekeken denk ik . Neen dit was een GRB van natuurlijke
oorsprong. GRB’s komen zelfs meer malen per dag voor .
- Van waar kwamen deze flitsen ?
- Van een halo rond ons melkwegstelsel ?
- Van zéér ver, verdeeld over de hemel?
Met de lancering van de BeppoSax satelliet werden er wereldwijd telegrammen
en e-mails verstuurd naar al de sterrenkundige en waarnemers ook amateurastronomen
om deze flitsen te bevestigen. Meestal volgt er na een flits een supernova.
Ga dus eerst op jacht naar de GRB’s en ooit zal jouw naam vereeuwigd
worden met een supernova naast je naam. GRB’s zijn het bewijs dat
de ruimte uitzet en dat de oerknal nog steeds bezig is (nagloeien).
De energie van de flits wordt uitgestraald in een nauwe bundel , kegel
van 10 graden. Zie het als een lichttoren. Ze komen voor in de verste
delen van het universum. Het jonge heelal dat we nu kunnen zien bestond
vooral uit kleine onregelmatige stelsels. Botsingen kwamen heel frequent
voor, het heelal was ook nog klein tegen over nu. Deze botsingen veroorzaakte
een golf van stergeboorten en intense gravitatie golven die supersterren
produceerden de zogenaamde 3 de generatie sterren, die we nog enkel in
de verste uiteinde van het universum kunnen waarnemen als intense GRG
explosies. Deze sterren hadden maar een kortleven en zo werd het heelal
vervuild met leven en zwaardere elementen. Mac Fadyen en Woosley ontdekte
in 1993 de geboorte van een zwartgat als restant van een grote zware ster.
“GAMMA
FLITSEN ZIJN DE VERSTE STERREN”
Bron: Voordracht van Prof Ed van den Heuvel , Universiteit van Amsterdam.
De tekst werd gemaakt op basis van noties van Lode Stevens . De tekst
werd door de Professor zelf verbeterd en nagekenen waarvoor mijn oprechte dank.
Bericht van ProfEdward Van den Heuvel
Edward Peter Jacobus (Ed) van den
Heuvel (Soest, 2 november 1940) is een Nederlandse sterrenkundige en emeritus
hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Van den Heuvel werd vooral bekend
door zijn werk op het gebied van vorming en evolutie van compacte objecten
(neutronensterren, zwarte gaten en witte dwergen) in dubbelsterren en
op het gebied van de studie van gammaflitsen.
Van den Heuvel studeerde wiskunde,
natuurkunde en sterrenkunde aan de Universiteit van Utrecht. In maart
1968 promoveerde hij daar op een onderzoek over de rotatie van sterren.
Na zijn promotie was hij onder andere postdoctoral fellow aan de Universiteit
van Californië, wetenschappelijk medewerker en lector aan de Universiteit
Utrecht en hoogleraar astrofysica aan de Vrije Universiteit Brussel.
Hij vervulde onder meer bestuursfuncties
bij de KNAW, de Stichting Ruimte Onderzoek Nederland, de Stichting ASTRON
te Dwingeloo en bij Diergaarde Artis, waar hij een van de oprichters was
van het planetarium.
Van den Heuvel werd voor zijn werk
onderscheiden met het eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Leuven,
de Spinozaprijs (1995) en de Descartesprijs van de Europese Unie (2002).
Bovendien is hij Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.[1] Hij is
lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (sinds 1982),
honorary member van de Indian Academy of Sciences en van de Royal Astronomical
Society. Hij werkte verder in 1974 als gastonderzoeker aan het Institute
for Advanced Study te Princeton en in 1991 als programmaleider aan het
Institute for Theoretical Physics van de Universiteit van Californië
Santa Barbara.
Beste Lode,
Wat leuk dat U van mijn lezing zo'n mooie samenvatting hebt gemaakt!
Ik ben nog wat door de tekst heen gegaan en heb deze waar nodig nog wat
aangepast. Het ging in mijn lezing allemaal wat erg snel denk ik, en hierdoor
waren hier en daar in Uw samenvatting een paar dingen niet helemaal goed
overgekomen. Maar het geheel is heel goed! Proficiat hiermee.
Ik stuur U hierbij de door mij aangepaste versie van de tekst.
Ik waardeer het zeer dat U deze samenvatting heeft gemaakt.
Hartelijke groeten,
E. van den Heuvel
|