
| De aarde valt niet in enkele lijnen of zelfs enkele bladzijde te beschrijven. Met haar vele rijkdommen en de talloze onderzoeksprogramma's die haar van op aarde en van uit de ruimte onder de loep nemen verdient zij alleen al een eigen wegpage. We kunnen slechts enkele van de duizenden aspecten, de ene al boeiender en interessanter dan de andere, aanraken die dit soort onderzoek opleverde. Geldt daarentegen hetzelfde voor haar enige en unieke natuurlijke satelliet: de maan? De vraag is eenvoudig: valt er over de maan eigenlijk nog iets nieuws te schrijven? Al sinds de oudheid wordt deze gelige bol die onze nachten verlicht waargenomen. De oude Grieken waren de eersten die haar afmetingen en afstand tot de aarde probeerden te bepalen. Ze hebben ook in grote lijnen de wetten bepaald die aan de basis liggen van de opeenvolgende fasen van de maan en haar beweging aan de hemel in de loop van een jaar. Aldus werden de eerste maankalenders opgesteld. Dankzij
de eerste verrekijkers en later telescopen konden astronomen zich pas
verdiepen in de studie van het oppervlak van de maan. De Apollo - vluchten
hebben op spectaculaire wijze de kennis die de mens van de maan had aangevuld.
Atmosfeer De
samenstelling van de aardse atmosfeer is eigenlijk een anomalie. Normaal
kunnen zuurstof (O2; ca. 21%), stikstof (N2; ca. 77%), kleine hoeveelheden
methaan (CH4) en ammoniak (NH3) niet lang samen voorkomen. Zuurstof, methaan
en ammoniak worden voortdurend terug aangemaakt door het leven op onze
planeet. En dit laatste maakt onze planeet zo uniek. Op Aarde wordt leven
zelfs in de meest barre omgeving aangetroffen. Door een broeikaseffect
ligt de gemiddelde temperatuur op Aarde rond 15 ºC. Zonder dit broeikaseffect
zou dat ongeveer –18 ºC moeten zijn. We hebben echter de laatste
honderd jaar de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer enorm verhoogd. Oppervlak De Aarde is de enige planeet waar water in zijn drie aggregatietoestanden tegelijk voorkomt: vast (ijs), vloeibaar en damp. Circa 70% van het oppervlak is bedekt met water. De continenten liggen vooral in het noordelijk halfrond; de oceanen in het zuidelijk. Er is op dat vlak dus een duidelijke asymmetrie. De polen zijn bedekt met ijs. Een groot deel van de continenten is bergachtig. Inwendige De opbouw van het inwendige is, door onder andere seismologische waarnemingen, goed gekend: 1 de binnenkern (van 6370 km tot 5150 km diep) is vast,bestaat uit ijzer en nikkel en roteert iets vlugger dan de rest van de planeet;
De lithosfeer is opgebroken in een aantal platen, 8 grote en circa 24 kleinere, die als het ware op de mantel drijven. Nieuwe lithosfeer wordt gevormd bij de midoceanische ruggen. De continenten drijven, vergelijkbaar met ijsbergen. We noemen dit continentendrift. De continenten kunnen over de dunnere oceanische lithosfeer schuiven bij de subductiezones met hun vulkanisme en aardbevingen, denk bijvoorbeeld aan de vuurgordel rond de Stille Oceaan. De Aarde is een meerplatenplaneet die haar warmte vooral door deze platentectoniek verliest. Ook hot spots zijn op onze planeet te vinden, bijvoorbeeld de Hawaiiketen van eilanden. Magnetisch veld De
Aarde bezit een relatief sterk magnetisch veld, veel sterker dan het veld
bij de planeten Mercurius en Mars. Venus bezit geen magnetisch veld. Voor
het opwekken van een planetair magnetisch veld is een dynamo vereist.
Hiervoor zijn nodig: rotatie, een elektrisch geleidende laag en convectie
in die laag. Voor de gedeeltelijk vloeibare kern van de Aarde is de warmte
van radioactief verval maar ook onze Maan verantwoordelijk. Door de getijdenwerking
blijft een groter deel van de aardkern vloeibaar waar dan door rotatie,
zoals bij een dynamo, elektrische stromen worden opgewekt samen met een
magnetisch veld. De orientatie van dit veld is in de loop van de geologische
geschiedenis herhaaldelijk omgepoold. Dit veld beschermt ons tegen de
kosmische stralen en energetische deeltjes door de Zon uitgestoten (de
zonnewind). Magnetische stormen, als gevolg van uitbarstingen op de Zon,
verstoren het magnetisch veld van de Aarde en zijn verantwoordelijk voor
het uitvallen van communicatielijnen, voor pannes in elektriciteitscentrales
en poollichten.
De Maan
Met
het blote oog of met een verrekijker is duidelijk te zien dat er op de
Maan twee terreintypes voorkomen: de heldere hooglanden of terrae en de
donkere vlakten of maria. Daar het voor de Maan evenlang duurt om rond
haar as te wentelen als om rond de Aarde te draaien (27,32 dagen; de siderische
maand), kunnen we slechts één helft van het maanoppervlak
vanop Aarde waarnemen. Men noemt dit een gebonden rotatie. In feite zien
we wel iets meer dan 50% van het maanoppervlak. De Maan 'knikt' een beetje
ja - een gevolg van helling van de maanbaan op de evenaar van de Aarde
- en ze knikt een beetje neen. Dit laatste omdat de rotatiesnelheid constant
is terwijl de baansnelheid een beetje verandert door de ellipsvorm van
de baan.. Men noemt dit de libraties van de Maan. Oppervlak De
terrae zijn verzadigd met kraters, allen een gevolg van inslagen. De eenvoudige
kraters zijn komvormig; de complex kraters bezitten terraswanden en centraalbergen.
De hooglanden vormen de oorspronkelijke maankorst. Hun ouderdom bedraagt
3,8 tot 4 miljard jaar. Inwendige De Maan is gedifferentieerd: korst, mantel en een kleine, vermoedelijk gedeeltelijk vloeibare kern. De korst is onder de maria enkele tientallen km diep en tot meer dan 100 km in sommige hooglandgebieden. Het massacentrum van de Maan ligt twee kilometer meer in de richting van de Aarde dan het geometrisch centrum. De helft van de maanbol die naar de Aarde is gericht is zwaarder dan de andere helft. De korst aan de achterzijde is namelijk dikker (meer dan 150 km) dan aan de voorzijde (circa 30 km). Dit verklaart ten eerste waarom de maria aan de voorzijde liggen, alsook de gebonden rotatie van de Maan. De Maan is een éénplaatplaneet waar het warmteverlies gebeurt door geleiding. Ontstaan De
theorie over het ontstaan van de Maan die alle waarnemingen het best kan
verklaren is een botsingstheorie. De jonge Aarde is in botsing gekomen
met een planeetachtig lichaam, tenminste van de grootte van Mars. Hierbij
werd heelwat materiaal de ruimte ingeworpen, waarvan een deel later samentrok
tot de Maan. Oudere ontstaanstheorieën, zoals de Aarde heeft de Maan
ingevangen of de Maan is uit de Aarde ontstaan, zijn onhoudbaar.
De
getijden – eb en vloed – worden hoofdzakelijk door de Maan
veroorzaakt en in mindere mate door de Zon. De getijdenkrachten zijn immers
omgekeerd evenredig met de derde macht van de afstand. Bij springtij werken
Zon en Maan samen; bij dood tij werken ze elkaar tegen. Ook de vaste Aarde
kent getijden. Zo bewegen de Alpen per etmaal enkele dm op en neer.
In
haar baan rond de Aarde komt de Maan regelmatig tussen de Aarde en de
Zon en de Aarde tussen Maan en Zon. Vermits de Maan enkel licht van de
Zon weerkaatst en één helft steeds verlicht is, zal de Maan
de gekende schijngestalten vertonen van nieuwe maan over eerste kwartier,
volle maan en laatste kwartier naar terug nieuwe maan. Eén volledige
cyclus duurt 29,53 dagen. Men noemt dit de synodische maand.
De
Maan draait niet in hetzelfde vlak als dat waarin de Aarde rond de Zon
draait (ecliptica). De maanbaan maakt met de ecliptica een hoek van ongeveer
5°. Daarom mist de volle maan veelal de schaduwkegel van de Aarde.
Door
een toeval staat de Zon circa 400 maal verder van ons dan de Maan, maar
is ze tevens ongeveer 400 maal groter dan de Maan. Zon en Maan lijken,
gezien vanaf de Aarde, even groot te zijn.
[ Mercurius][Venus][Aarde][Mars][Planetoïden][Jupiter][Saturnus][Uranus][Neptunus][De kuipergordel ] |