
De maan
De maan wordt soms aanzien als onze natuurlijke lichtvervuiler. Niets is minder waar. Het is ons dichts bij gelegen hemelobject, een planeet in de uitgestrektheid van de ruimte. Prachtig en geheimzinnig.
Beginnende
waarnemers richten hun kijker nog wel eens op de maan uit nieuwsgierigheid.
Gevorderden laten de maan al gauw links liggen. Zij richten hun instrumenten
alleen nog op dit hemellichaam als de buren of familie een avondje komen
kijken.
De kijker van Galilei, die een opening had van amper 20 mm met een vergroting van 10 X, toonde reeds kraters, gebergten en vlakten. Met de hedendaagse prismakijker kan je de ontdekkingstocht overdoen. Met een verrekijker vast op een statief zal je op een comfortabele manier heel wat oppervlakte details kunnen waarnemen.
Of een refractor of een reflector het meest geschikt is voor maanwaarnemingen valt moeilijk te zeggen. Een refractor geeft geen centrale obstructie en heeft dus meer contrast en detail. Daar de maan een zeer lichtsterk object is, kun je rustig een instrument kiezen met een langere brandpuntafstand want dan kun je voor een zelfde vergroting oculairs gebruiken met een langere brandpuntsafstand, die geven meer “eye relief”. De ware afmetingen op de maan van wat
je kijker nog als kleinste detail kan waarnemen is niet in functie van
de grens magnitude, maar van het scheidend vermogen. Dus hoe kleiner
de kraters of rotsformaties die je op de maan wil zien, hoe groter de
objectiefdiameter van je kijker. We willen hierbij nog vermelden dat
een degelijk en stabiel statief van het grootste belang is. Een wiebelend
statief zal onvermijdelijk leiden tot ernstige frustraties. Zorg voor
een rotsvaste montering, liefst parallactisch en indien mogelijk voorzien
van een volgmotor op de uuras. Om perfect te volgen, dient de snelheid
van de volgmotor regelbaar te zijn. Het licht van de maan kan behoorlijk verblinden en kan invloed hebben voor je gezichtsvermogen. Het is daarom raadzaam een maanfilter te gebruiken. Je kan voor maanwaarnemingen rustig een oculairfilter gebruiken. Dit type oculairfilter is eerder een tamelijk sterk grijsfilter. Ken je weg op de maan Je kijker is als een ruimteschip dat een baan beschrijft rond onze buur maar maanwaarnemingen zonder maankaart of maanatlas is als rondlopen in een stad zonder te weten welk gebouw je staat te bekijken. Maankaarten en software zoals (Virtual Moonatlas) bestaan in allerlei maten en zijn bovendien niet duur en zelfs gratis te downloaden op internet. Het is wel aan te raden om geen al te grote maankaart of deelkaarten te gebruiken.
Het scheidend vermogen van je kijker bepaalt de kleinste oppervlakte structuur die je kan waarnemen. Anderzijds werd het maanoppervlak zeer gedetailleerd in kaart gebracht. Je kan dus bij de aankoop van een maankaart best rekening houden met het scheidend vermogen van je kijker. Het is nutteloos een kaart te hebben die volzit met oppervlakte details die je met uw kijker toch niet haalt. Fijne kaarten om mee te starten zijn: De Lunar Map Sky&Telescope en als software kan men gratis “Virtual Moon atlas” downloaden , tevens kan je via internet op het volgende adres gebruik maken van de volgende webpagina (http://www.inconstantmoon.com/atlas.htm). Je zal wel een hele poos zoet zijn eer je ze allemaal gezien hebt. Het kijken wordt eveneens echt interessant wanneer je weet wat al de verschillende structuren op de maan zijn en hoe ze ontstonden. Je kan dus beter specifieke boekwerken hierover raadplegen. Die vind je waarschijnlijk in de bibliotheek van de volkssterrenwacht in je buurt. De beste vergroting De vergroting hangt af of je een uitgebreid of een klein gebied op de maan wil waarnemen, ofwel een krater of een oppervlakte structuur in detail wil zien. Ook spelen de seeing en de kijker hierin een rol. Als algemene vuistregel is dat de vergroting die voor maanwaarnemingen ongeveer gelijk is aan 1.5 maal de objectief diameter in millimeter. Natuurlijk is hieraan een limiet. Alles gaat goed tot je in de buurt komt van 200 à 300 maal komen de luchttrillingen(seeing) roet in het eten gooien. De bezienswaardigheden De maan herbergt tal van interessante objecten die in het bereik liggen van kleine tot middelgrote kijkers. De beste objecten die men kan waarnemen bevinden zich in de buurt van de terminator. De terminator is de scheidingslijn tussen de dag - en de nachtzijde op de maan. In die omgeving zie je de kleinere details het best omdat ze verraden worden door hun lange schaduwen. Eveneens is het landschap in de buurt van de terminator, door die duidelijk afgetekende schaduwen op zijn mooist. De kraters De maan is bezaaid met duizenden kraters. Ze zijn alle door inslagen van meteorieten ontstaan. De jongere, verse kraters ziet er mooi en onbeschadigd uit. Hij heeft een gave centrale berg, steile wanden en vertoont vaak een stralenstelsel van uitgeworpen, poedervormig materiaal dat in de spaakvormige strepen over het maanoppervlak ligt. Vooral bij volle maan vallen deze stralen het meest op.
De krater Tycho is hiervan het schoolvoorbeeld. Oudere kraters worden vaak door tal van jongere overlapt. Daardoor tekenen de wanden of wallen zich niet meer duidelijk af. Opvallend is dat vele grotere kraters niet geïsoleerd voorkomen maar eerder in ketens. Theophilus, Cyrillus en Catharina vormen een bekende krater keten.
Evenals Ptolemaeus, Alphonsus en Arzachel.
Laat ons een kijken welke kraters een
beginnend maanwaarnemer best kan observeren en welk hiervoor het meest
geschikte ogenblik is, vertrekkend van één der maanfasen.
Meestal is dit nieuwe maan en men zegt dat de maan zoveel dagen oud
is. Copernicus
Ligt volledig geïsoleerd in Oceanus procellarum. Hij heeft een mooie centrale berg. Je kan hem best waarnemen 9 dagen na nieuwe maan. Vlakbij ligt het Karpatengebergte. Tycho
Bezit een zeer mooi stralenstelsel en dat is best waarneembaar rond volle maan. Dan zie je goed dat Tycho een jonge krater is. Zijn uitgeworpen materiaal of “ejecta” overdekken duidelijk de omgeving en de krater is de enige die je op dat ogenblik in de omgeving goed kan zien. Wil je de krater zelf in detail waarnemen dan wacht je beter tot hij op de terminator komt te liggen, 9 dagen na nieuwe maan. Clavius
Dit is de grootste krater aan de voorzijde van de maan, hij ligt in de buurt van Tycho. Hij is meer dan 250 km in doormeter. Het gunstige ogenblik om hem waar te nemen is bij een maan van 9 dagen oud, dan ligt Clavius dicht bij de terminator. Binnen deze krater kun je met een sterke vergroting nog een vijftal jongere kraters onderscheiden. Ptolemaeus, Alphonsus en Arzachel
Zeer bekende kraters die vrij centraal gelegen zijn en het best te bekijken zijn rond het eerste of laatste kwartier. Ptolemaeus, de grootste, heeft een vlakke bodem. Die is ontstaan door vloeibaar gesteente dat vlak na de vorming in de kraters is gelopen. In de bodem kan je eveneens met een sterke vergroting een aantal kleine kraters zien. Alphonsus en Arzechel tonen ons het klassieke beeld van een inslagkrater, een komvormig bekken met een centrale berg. Ptolemaeus vlak op de terminator is een geweldig schouwspel. De bergen van de kraterwand werpen hun lange schaduwen over de vlakke bodem. Fracastorius
Het
beste tijdstip om hem waar te nemen is 5 dagen na nieuwe maan. Fracatorius
is geen speciale krater qua omvang, maar het bijzondere eraan is dat
je hem slechts voor iets dan de helft kan zien. De hele binnenkant als
ook de noordelijke kraterwand zijn volledig verdwenen onder de lavastromen
die de Mare Nectaris hebben gevormd. Bij hogere zonnestand kan je de
noordelijke kraterwand nog net zien als een witte lijn in de donkere
omgeving van basaltachtig materiaal. Bullialdus
Deze vrij grote krater ligt aan de oostelijke rand van de Mare Nubium. Reeds met een kleine kijker kan je bij Bullialdus een terrasvormige kraterwand waarnemen.Dit op vallend fenomeen is typisch voor een grotere inslagkrater en bij Bullialdus zeer goed herkenbaar. Bij de vorming van de krater ontstonden ringvormige breuklijnen. Door het eigen gewicht van nog opstaande kraterrand zakte deze aan de binnenzijde in, langs de breuklijnen. De
rillen
Rimae of rillen lijken op slingerende kanalen of verzakkingen die over het maanoppervlak lopen. Met een kleine kijker zie je de grootste als donkere lijnen. Men vermoedt in de eerste plaats dat het slenken zijn maar zouden ook wel eens oude lavakanalen kunnen zijn. De bekendste zijn de Hyginus rillen, die vind je aan de zuidkant van de Mare Vaporum en de Ariadaeusrille die tussen de Mare Vaporum en de Mare Tranquilitatis ligt.
Beide zijn reeds met een kleine kijker zichtbaar, maar wel bij goede seeing en met sterke vergroting. Het gebergte
De maan gebergten zijn geen plooiingsgebergte zoals op de Aarde die door platentektoniek werden gevormd. De maangebergten, die zich over het algemeen langs de randen van de Mares bevinden, worden gezien als bijproducten van de enorme inslagen die de grootste Mare – bekkens deden ontstaan. Je zou deze gebergte kunnen beschouwen als de kraterwanden van de mare die, na de overstroming met lava als gevolg van de inslag, nog boven de Mare vlakte uitsteken. Ook kan je een paar alleenstaande bergen zien zoals Pico en Piton. De best waarneembare gebergten liggen echter rond de mare Imbrium. Daar vind je de Apennijnen op de zuidoost grens met de Mare Vaporum, de Karpaten nabij de krater Copernicus, het Jura gebergte dat Sinus Iridum omzoomt en de Alpen met het Alpendal dat er dwars doorheen snijdt. Waar vinden we de maan? De maan aan de hemel zien is natuurlijk nooit een probleem. Maar wel staat de maan voor waarnemingen de ene maal gunstiger dan de andere. Dit in functie hoe de ecliptica op de horizon staat, en dat verandert met de seizoenen. In de lente staat de ecliptica ’s avonds in het Westen steil en ’s morgens in het Oosten onder een veel kleinere hoek op de horizon. In de herfst is het net andersom, dan staat de ecliptica ’s morgens in het Oosten steil en ’s avonds in het Westen veel vlakker op de horizon. Daar komt nog bij dat de maanbaan een helling van 5° heeft ten opzichte van het ecliptischvlak, zodat haar stand aan de hemel 5 ° boven of 5° onder de zonnestand kan staan.
CURRENT
MOON
|