
[ Mercurius][Venus][Aarde][Mars][Planetoïden][Jupiter][Saturnus][Uranus][Neptunus][De kuipergordel ]
| Om
volledig te zijn zou de tabel met de planeten van ons zonnestelsel eigenlijk
nog ongeveer… 18000 "kleine planeten" moeten vermelden. Het betreft hier
de planetoïden, als het ware grote ruimte keien, waarvan het grootste
deel zich bevindt in een gigantische ring ( ook " hoofdgordel" genoemd)
tussen de banen van de laatste aardse planeet Mars en de eerste "gas reus"
Jupiter. Deze planetoïdenring bevindt zich op een gemiddelde afstand
van de zon tussen 2.17 en 3.3 astronomische eenheden. In 1801 werd
voor het eerst een "kleine planeet" waargenomen. Het ging om Ceres, een
planetoïde op een afstand van ongeveer 414 miljoen km van de zon
en een omlooptijd rond de zon van 1680 dagen. De daaropvolgende jaren
werden nog andere planetoïden geïdentificeerd: Pallas (1802),
Juno (1804), Vesta (1807) enz. Momenteel zijn er meer dan 18000 bekend,
maar slechts 5000 kregen een naam of identificatie nummer en nauwkeurig
berekende baangegevens. Op die manier overigens konden sterrenkundigen
bepaalde, die zich in bijna identieke banen bevinden en zonder twijfel
afkomstig zijn van het uiteenspatten van een zelfde object.
Onder
de bekende planetoïden is er één die bij astronomen
een massa vragen oproept: Vesta. Ze bevindt zich op ongeveer 350 miljoen
km van de zon en heeft een diameter van meer dan 500 km. De planetoïde
heeft een " bont " oppervlak. Spectroscopisch onderzoek toont aan dat
bepaalde gebieden op deze kleine planeet zijn samengesteld uit basalt,
gesmolten rots afkomstig van vulkanische activiteit. Dit wijst erop dat
deze planetoïde ooit een kern heeft gehad die te vergelijken is met
de aardkern…
Van meer dan 10 000 planetoïden
is de baan goed gekend, zij krijgen een nummer en ook een naam. Hun
totaal aantal wordt op enkele honderdduizenden geschat en de overgrote
meerderheid draait rond de Zon in banen gelegen tussen de planeten Mars
en Jupiter. Ceres, met een diameter van 934 km, is de grootste van de
groep planetoïden tussen de banen van Mars en Jupiter. de Amorgroep, waarvan de periheliumafstand ligt tussen de banen van de Aarde en Mars; de Apollogroep, met een perihelium gelegen binnen de aardbaan; de Atengroep, waarvan het perihelium ook binnen de aardbaan ligt maar waarvan de periode om éénmaal rond de Zon te lopen korter is dan één jaar; de Trojanen, die bestaan uit twee groepen die in dezelfde baan rond de Zon draaien als Jupiter, de ene groep 60° vóór op Jupiter, de andere 60° achter de planeet (de stabiele Lagrangepunten L4 en L5).Er zijn er ongeveer 1560 gekend (maart 2003). In 2001 werd de eerste Trojaan van Neptunus ontdekt, een rotsblok met een diameter van circa 230 km. Ook Mars bezit 6 Trojanen; de Centauren, draaien in sterk elliptische banen rond de Zon, typisch op een afstand tussen 5 tot 30 AE (tussen de banen van Jupiter en Neptunus). De eerst ontdekte (1989) centaur was Chiron. Er zijn dus planetoïden die de Aarde dicht kunnen naderen (aardscheerders) en een kans op een botsing is niet uit te sluiten, temeer daar we nog helemaal niet alle mogelijke gevaarlijke planetoïden kennen. Men noemt aardscheerders die planetoïden waarvan het perihelium kleiner is dan 1,3 AE en het aphelium groter dan 0,983 AE. Men kent ruwweg 1800 planetoïden die de Aarde dicht kunnnen naderen (april 2002). Zo blijkt uit radaronderzoek dat de planetoïde 1950 DA, met een kans van 1 op 300, in botsing zal komen met de Aarde in het jaar 2880. Uit radaronderzoek kan men allerlei bijzonderheden betreffende de onderzochte planetoïden afleiden: rotatie, vorm, topografie, dichtheid, kraters, samenstelling en structuur.
C-planetoïden: blauwachtig van kleur en koolstofachtig (albedo 0,03). Ze bevinden zich vooral in de buitenste regionen van de planetoïdengordel. Voorbeelden zijn Bamberga alsook Phobos en Deimos, de maantjes van Mars. S-planetoïden: roodachtig en steenachtig van samenstelling (silicaten), met een albedo gelegen tussen 0,10 en 0,22. Ze komen vooral aan de binnenkant van de hoofdgordel voor. Een voorbeeld is Eros. M-planetoïden: of de metaalachtige met als voorbeeld Psyche. Als
je de banen van de planetoïden in de hoofdgordel nader bekijkt,
dan blijkt dat hun halve grote assen niet uniform verdeeld zijn. Er
komen gaten in deze verdeling voor, de zogenaamde Kirkwoodhiaten. Deze
zijn ontstaan door resonantie met Jupiter.
[ Mercurius][Venus][Aarde][Mars][Planetoïden][Jupiter][Saturnus][Uranus][Neptunus][De kuipergordel ]
|