Voorwoord

  

 

 

 

 

Ik hoop dat U dit stuk met belangstelling zult lezen. 
"Natuur, balans en harmonie“ en het eenmakend veld, is een zeer moeilijk en complex stuk, daarom heb ik enkele jaren nodig gehad om het te verwoorden, en zal ik het niet als een schande ervaren indien dit niet zo best gelukt is. 
Ook voor hoogleraren die dagelijks met deze materie bezig zijn is het een probleem om een dergelijk abstract onderwerp helder en concreet naar voor te brengen. 


Persoonlijk hecht ik er veel belang aan te weten wie ik ben en waar ik vandaan kom. Ieder mens moet een geloofsovertuiging hebben, of deze nu wetenschappelijk of theologisch van aard is. 


Hierbij wil ik dank brengen aan wijlen Prof.Dr.J.D. Fast voor het lezen van dit stuk, zijn opmerkingen hebben mij gemotiveerd om het te verbeteren en aan Jacques Longueville voor zijn spelling - en grammatica nazicht en verbetering. Tevens dank aan Tony Dethier die met volle overtuiging mij hielp in mijn verdere vorming. 

 

Uit een ruimtelijk oogpunt, is de boodschap die de astronomie ons brengt een zwaarmoedige grootsheid en neerdrukkende leegheid. Ten aanzien van de tijd wordt een boodschap van eindeloze mogelijkheden en hoop. Als bewoners van het universum leven we eerder aan het einde, dan in het begin, want waarschijnlijk was het universum reeds grotendeels in straling omgezet voor wij op het toneel verschenen. Wij zijn in het leven getreden in de frisse glorie van de dageraad, en een dag van bijna ondenkbare lengte strekt zich voor ons uit, met onberekenbare gelegenheid tot het vervullen van onze taak.


Onze nakomelingen in een verre toekomst, zullen terugkijken in de diepte van het verleden, onze tijd zien als de mistige morgen van de wereldgeschiedenis, onze tijdgenoten zullen verschijnen als nevelachtige heldenfiguren of monsters die hun weg baanden door de wouden van onkunde, dwaling en agressie, om de waarheid te zoeken, om te leren hoe men de natuur bedwingt en om de wereld aan onze wil te onderwerpen.

We bevinden ons nog te veel in de grauwe nevels van de morgen om in staat te zijn, hoe vaag ook, ons voor te stellen hoe onze wereld zich zal vertonen voor hen die na ons komen en die haar zullen zien in het volle daglicht. Maar bij het zwakke licht dat we nu hebben, schemert het ons voor dat de boodschap die de astronomie ons brengt een boodschap is van hoop voor ons ras, en van verantwoordelijkheid voor ons elk in het bijzonder van verantwoordelijkheid omdat wij de plannen ontwerpen, en de fondamenten leggen voor een langere toekomst dan die wij ons kunnen voorstellen.

   

Lode Stevens

 

 

Wanneer ik kijk naar de nachtelijke hemel

Dan zie ik steeds die zelfde nevel

Die lacht om mijn onwetendheid

De horizon van mijn bestaan, hoe kort en onbeduidend

Waar kom ik toch vandaan en wat is het doel van mijn bestaan.

 

 

Lode Stevens

1987

  

In nova fert animus mutatas dicere formas

corpora: di, coeptis (nam vos mutastis et illa)

adspirate meis primaque ab origine mundi

ad mea perpetuum deducite tempora carmen.

 

"Mijn hart brengt mij ertoe te vertellen over gestalten, veranderd in nieuwe lichamen: goden, ondersteun mijn ondernemingen (u bracht immers die veranderingen tot stand) en breng het ononderbroken lied vanaf de eerste oorsprong van de wereld over naar mijn tijd." 

 

Ovidius

De filosofie wordt bijgehoudenin een groot boek. Ik bedoel het universum, dat voortdurend openstaat voor onze blik, maar dat niet begrepen kan worden tenzij men eerst de taal leert verstaan en de letters waarin het is geschreven kan lezen.

Dit is de taal van de wiskunde en de letters zijn driehoeken, cirkels en andere geometrische figuren, zonder welke het onmogelijk is om een woord van de taal te verstaan;zonder die figuren dwaalt men in een donker doolhof.

 

Gallileo Galilei(1564-1642)

Ruimte en tijd zijn met elkaar verweven. Werelden en sterren worden net als mensen geboren, ze leven en ze sterven. De levensduur van een mens wordt gemeten in decennia: de levensduur van de zon zo'n honderd miljoen keer langer. Vergeleken met een ster zijn wij eendagsvliegjes, vluchtige en ijle schepsels waarvan het leven in één enkele dag verloopt.

Vanuit het eendagsvliegje gezien zijn mensen traag, saai, bijna geheel onbewegelijk en wekken ze nauwelijks de indruk dat ze ooit iets uitvoeren. Van het gezichtspunt van een ster is een menselijk wezen een lichtflitsje, één van de miljarden korte levenslichtjes die vaag opflikkeren aan het oppervlak van een vreemde, koude, onwezenlijk vast en verre bol van silicaten en ijzer.

"Cosmos"

dr Carl Sagan