
|
Voorwoord Ik
hoop dat U dit stuk met belangstelling zult lezen.
Uit een ruimtelijk oogpunt, is de boodschap die de astronomie ons brengt een zwaarmoedige grootsheid en neerdrukkende leegheid. Ten aanzien van de tijd wordt een boodschap van eindeloze mogelijkheden en hoop. Als bewoners van het universum leven we eerder aan het einde, dan in het begin, want waarschijnlijk was het universum reeds grotendeels in straling omgezet voor wij op het toneel verschenen. Wij zijn in het leven getreden in de frisse glorie van de dageraad, en een dag van bijna ondenkbare lengte strekt zich voor ons uit, met onberekenbare gelegenheid tot het vervullen van onze taak.
We bevinden ons nog te veel in de grauwe nevels van de morgen om in
staat te zijn, hoe vaag ook, ons voor te stellen hoe onze wereld zich
zal vertonen voor hen die na ons komen en die haar zullen zien in
het volle daglicht. Maar bij het zwakke licht dat we nu hebben, schemert
het ons voor dat de boodschap die de astronomie ons brengt een boodschap
is van hoop voor ons ras, en van verantwoordelijkheid voor ons elk
in het bijzonder van verantwoordelijkheid omdat wij de plannen ontwerpen,
en de fondamenten leggen voor een langere toekomst dan die wij ons
kunnen voorstellen.
Lode Stevens Wanneer ik kijk naar de nachtelijke hemel Dan zie ik steeds die zelfde nevel Die lacht om mijn onwetendheid De horizon van mijn bestaan, hoe kort en onbeduidend Waar kom ik toch vandaan en wat is het doel
van mijn bestaan. Lode Stevens 1987 In nova fert animus
mutatas dicere formas corpora: di, coeptis
(nam vos mutastis et illa) adspirate meis
primaque ab origine mundi ad mea perpetuum deducite
tempora carmen. "Mijn hart brengt mij ertoe te vertellen
over gestalten, veranderd in nieuwe lichamen: goden, ondersteun mijn
ondernemingen (u bracht immers die veranderingen tot stand) en breng het
ononderbroken lied vanaf de eerste oorsprong van de wereld over naar mijn
tijd." Ovidius De filosofie wordt bijgehoudenin een groot boek. Ik bedoel het
universum, dat voortdurend openstaat voor onze blik, maar dat niet begrepen
kan worden tenzij men eerst de taal leert verstaan en de letters waarin het
is geschreven kan lezen. Dit is de taal van de wiskunde en de letters zijn driehoeken, cirkels en
andere geometrische figuren, zonder welke het onmogelijk is om een woord van
de taal te verstaan;zonder die figuren dwaalt men in een donker doolhof. Gallileo Galilei(1564-1642) Ruimte en
tijd zijn met elkaar verweven. Werelden en sterren worden net als mensen
geboren, ze leven en ze sterven. De levensduur van een mens wordt gemeten in decennia:
de levensduur van de zon zo'n honderd miljoen keer langer. Vergeleken met een
ster zijn wij eendagsvliegjes, vluchtige en ijle schepsels waarvan het leven
in één enkele dag verloopt. Vanuit het
eendagsvliegje gezien zijn mensen traag, saai, bijna geheel onbewegelijk en
wekken ze nauwelijks de indruk dat ze ooit iets uitvoeren. Van het
gezichtspunt van een ster is een menselijk wezen een lichtflitsje, één van de
miljarden korte levenslichtjes die vaag opflikkeren aan het oppervlak van een
vreemde, koude, onwezenlijk vast en verre bol van silicaten en ijzer. "Cosmos" dr Carl Sagan
|