Waarneming en planning
Het bezit van de meest geperfectioneerde optische
instrumenten is nog steeds geen garantie dat je er efficiënt mee gaat
waarnemen. Zoals bij het fotograferen de persoon achter de camera het onderwerp
van de foto bepaalt, is het de amateur astronoom zelf die uitmaakt welk object
hij gaat observeren. Onvoorbereid aan waarnemingen beginnen is uit den boze.
Het is de beste manier om uiteindelijk steeds naar dezelfde objecten te kijken.
Dit gaat ontzettend snel vervelen en het resultaat is een kijker of telescoop
die nooit meer buiten komt en na een tijd in de advertentie rubriek van een
of ander astronomisch tijdschrift belandt.
Daarom is het noodzakelijk om een programma op te stellen en aan de voorbereiding
van waarnemingen de nodige aandacht te besteden. Dit kun je best niet uitstellen
tot op het laatste ogenblik. Bewolkte dagen zijn hiervoor zeer geschikt en
die hebben we genoeg. Als je plots in de gaten krijgt dat de nachthemel wolkeloos
en kristalhelder is, heb je heus geen tijd meer om je te gaan afvragen welk
object je in het oculair wil krijgen. Buiten die handel, het programma in
werkelijkheid omzetten en genieten maar.
Wanneer?
Als je van een of ander object vernomen hebt dat de moeite loont om het waar te nemen, betekent dit nog niet dat je het de eerst volgende nacht in het oculair hebt. Er bestaan nog de seizoenen aan de nachtelijke hemel zodat sterrenbeelden slechts op bepaalde tijdstippen van het jaar zichtbaar zijn. Tevens moet je waarnemingsplaats geschikt zijn voor het waarnemen van de door U gekozen objecten, zoals horizon, lichtvervuiling, maanlicht e.a.
Wat kan ik zien wanneer zien ? Hier komt een plansfeer of een computer programma als “Cartes du ciel” ter hulp. Aan de hand van je draagbare sterrenkaart of programma op je computer kun je in de eerste plaats een lijstje opstellen van de sterrenbeelden die elke maand zichtbaar zijn en bovendien gunstig georiënteerd zijn ten opzichte van je waarneming locatie. Voor de n is dat het Oosten, voor de andere het Westen of het Zuiden. Voor ons observatorium te Genk is dit het Oosten en Zuiden. Daar er slechts enkele beschikken over een donkere hemel dien je dus ook nog rekening te houden met de vereiste hoogte van een sterrenbeeld boven jouw horizon om ter degen te kunnen waarnemen.

Bij waarnemingen, zoals van Deep-Sky of veranderlijke sterren, is maanlicht, ondergang en de fase van de maan zullen eveneens een rol spelen in het waarnemen van objecten op een wel bepaald tijdstip. Hiervoor is de hemelkalender of sterrengids of planetarium programma’s voor computers noodzakelijk.

Wat en waar ?
Een lijst van de optimale zichtbaarheid van diverse sterrenbeelden van uit jouw locatie is een handig hulpmiddel bij het opstellen van een waarnemingsprogramma. Je kan in functie van het soort waarneming dat je voorkeur weg draagt een lijst aanleggen van interessante objecten in elk van die sterrenbeelden. Maar wil je enkel planeten gaan waarnemen dan dien je weer in de hemelkalender, sterrengids of “Cartes du ciel” hun stand in de sterrenbeelden van de dierenriem (ecliptica) te gaan opzoeken. Jupiter en Saturnus schuiven per jaar hooguit een sterrenbeeld op. Neptunus, Uranus is enkel voor echte grote telescopen. Pluto, verandert van jaar tot jaar nauwelijks of niet van sterrenbeeld. Mars zal je wat scherper in de gaten moeten houden en Mercurius en Venus ga je steeds in de buurt van de zon moeten zoeken.
Voor alle waarnemingen gelden dus “vensters”,
dit wil zeggen bepaalde perioden van het jaar waarop objecten ”meubels”
zichtbaar zijn van uit je waarnemingsplaats. Hetzelfde geldt voor kometen
die daarom nog niet zichtbaar is vanuit onze streken. Doe je aan Deep-Sky
als je meer ervaring heb, kun je een lijst opstellen van de objecten die je
voorkeur genieten. Planetaire nevels, open sterrenhopen, bolhopen, sterrenstelsels
enz. Deze objecten kun je gaan opzoeken in je sterrenatlas door elk sterrenbeeld
te bestuderen. Voorbeelden van goede sterrenatlassen zijn Sky Atlas 2000.0,
Star and Planets, Burham’s celestial handbook Volume 1,2 en 3. Beschik
je over een PC met daarop het gratis programma “Cartes du ciel”,
dan is het zeer eenvoudig om een lijst van objecten samen te stellen. Je geeft
het programma de naam of een “begin” en een “eind”
rechte klimming of declinatie op. Een goede raad probeer in het begin niet
te gulzig te zijn er zijn meer objecten dat je in een mensen leven kan waarnemen.
Ook starhoppen is eenvoudiger omdat de objecten die je opzoekt in elkaars
buurt liggen en je dus de telescoop maar weinig hoeft te vertrekken. Besteed
dus aan de voorbereiding van je waarnemingen de nodige “regenuurtjes”.
Naderhand bij de telescoop ben je er blij om.
Tegenwoordig zijn er computer gestuurde telescopen (Goto) . Dit gaat natuurlijk
veel gemakkelijker maar waar blijft dan de nostalgie van het waarnemen.
Het dagboek
Computerprogramma’s kunnen je zeker nog meer gegevens verschaffen. Zo kun je de stand van de ringen van Saturnus te weten komen, welke formaties op Mars op welk moment waarneembaar zijn, welke stand de maantjes van Jupiter innemen tijdens je observatie nacht. Al die gegevens vind je natuurlijk ook in de hemelkalender of sterrengids maar het opzoek werk is een pak omslachtiger. Maar je hebt hiervoor geen stroom en dure laptop voor nodig. Enkel een roodlampje.
Wil je een komeet waarnemen dan kun je bij de werkgroep kometen van de VVS de baanelementen en de nodige opzoek kaartjes verkrijgen van de kometen die van onze streken zichtbaar zijn. Deze kaartjes worden meestal opgesteld aan de hand van de AAVSO atlas. Omdat die laatste opgesteld werd voor het waarnemen van veranderlijke sterren kan je dadelijk de juiste magnitude (helderheid) aflezen van sterren in de buurt van de komeet. Zo wordt het schatten van de helderheid van de komeet zelf een stuk eenvoudiger. De baan van de komeet wordt op deelkaartjes getekend met haar positie op wel bepaalde datums om 00uur UT. Ben je niet met de AAVSO vertrouwd, dan kan je de komeet baan eventueel overtekenen op kopijen van je eigen atlas. Dat is natuurlijk tijdrovend werk en daarin kan alweer de informatie ter hulp komen met een computerprogramma als “Cartes du ciel”.
Bij het opstellen van een verlanglijst van deep-sky objecten dien je wel rekening te houden met de magnitude van die objecten. De magnitude is belangrijk omdat jouw specifieke kijker of telescoop een grensmagnitude heeft. Het is onnodig te zoeken naar objecten die buiten het bereik uw instrument liggen. Hierbij een waarschuwing in verband met de oppervlakte helderheid. Sommige objecten lijken in catalogi of computerprogramma’s aantrekkelijk. Ze hebben een laag magnitude getal en blijken op het eerste gezicht nogal eenvoudig om op te sporen en dus gemakkelijk te observeren. Dit kan bedrieglijk zijn. Catalogi geven de totale magnitude op maar die kan evenwel over een zeer groot gebied uitgesmeerd zijn, een schoolvoorbeeld hiervan is het sterrenstelsel M33 (NGC 598) in het sterrenbeeld Triangulum met een totale magnitude van 5.7, zelfs zichtbaar met een binoculair(verrekijker), vergeet het, de oppervlaktehelderheid bedraagt 14.2. In plaats van een goed zichtbaar object heb je hier te maken met een bijna onvindbaar sterrenstelsel.

Het voorbeeld M33 zal je doen inzien dat je het verlang lijstje van waar te nemen objecten best kan uitbreiden met wat meer gegevens. Het is zeker handig om naast benaming, rechte klimming en declinatie ook de oppervlakte helderheid te noteren. Doe dit meteen als je toch al bezig bent met opzoek werk naar objecten. Bovendien moet je later, wanneer je de objecten effectief hebt waargenomen, bij het opstellen van je waarneming notities niet meer opnieuw in catalogi of computerprogramma’s te duiken.
Bescherming
Heb je eenmaal al je schrijfwerk achter de
rug, bepaal dan wat je effectief gaat opzoeken bij de eerstkomende heldere
nacht. Steek de betreffende bladzijden met alle aanduidingen van de objecten
in een hoezen ringmap , zo kan je ze buiten rustig gelijkwaar neerleggen zonder
dat ze door vocht of dauw nat worden.
Doe hetzelfde met je sterrenatlassen of kaarten. Maak er een foto kopie van
want een sterrenatlas is voor binnengebruik en veel te kostbaar voor buiten
tijdens de waarnemingen. En als laatste tip koop geen sterrenatlassen die
een hogere magnitude hebben dan de grensmagnitude van je kijker.
De waarnemingsplaats
Wanneer de nachtelijke hemel uitklaart kun je niet snel genoeg met al je materiaal buiten zijn. Daarom kan je beter op voor hand goed weten wat je allemaal nodig hebt tijdens een waarnemingsavond of- nacht. Zeker wanneer je op verplaatsing gaat observeren. Kortom maak een checklist. Doe dit rustig, ook weer best op een regenavond. Als bril drager kan je in elk geval je bril best voorzien van een draagkoordje. Zo vind je hem steeds terug in het donker en is de kans klein dat je erop trapt omdat je hem even op de grond had gelegd. Een stevig stuk karton of beter een stuk dunne plastic is niet te versmaden wanneer je zoeker of een oculair aandampt. Ga dit onderdeel dan niet met een zakdoek of vod te lijf maar waai erover heen met je stuk karton of plastic. De dauw zal meestal verdwijnen zonder dat je krassen maakt op lenzen en spiegels. Wanneer je kijker weer eens in één van die onmogelijke standen staat waarbij je genoodzaakt bent op je knieën te gaan zitten om door je zoeker of in het oculair te kunnen kijken. Een ruim stuk mouse, piepschuim is dan echt een geschenk uit de hemel.
Aangepaste kledij
Waarnemen doe je ’s avonds of ’s nachts en dan kan het steenkoud zijn. Je kan dus uitkijken naar aangepaste kledij. Kijk dus uit naar kledij die zeer goed isoleert, voldoende bewegingsvrijheid toelaat en vooral winddicht is. Kies daarom een jas waar van de voering om je polsen sluit en die je onderaan kunt dichtstroppen met een rijg koord. Kies bovendien voor een exemplaar met een ruime kap. Zorg voor minstens vijflagen kledij over elkaar om in de vrieskou waar te nemen. Zorg voor een degelijke muts, liefst met oorkleppen of zo een terroristen muts. Schaf je eveneens een paar handschoenen aan waarmee je gemakkelijk aan de focusseer knop kan draaien of filters in de oculairs kan schroeven. Zeer belangrijk is het schoeisel want ook in andere seizoenen kan de grond ’s nachts koud zijn. Kies daarom voor schoenen met een dikke zool waarin je minstens twee paar kousen kan dragen de zogenaamde moonboots zijn een goed keuze. Je kan er gemakkelijk je broekspijpen in steken.
De opstelling
Alvorens je definitief beslist om met je hele handel naar buiten te gaan kan je best je binoculair nemen en even van de hemel gaan proeven. Ga na of je wel goed de voornaamste sterren kan zien die je nodig hebt tijdens het opzoeken van je objecten. Soms is een nachtelijke hemel die voor het blote oog belovend lijkt één grote puinhoop vol ijle sluier bewolking, vocht of luchttrillingen (transparantie en seeing). In dat geval kun je beter terug naar binnen gaan. Als de hemel wel open is probeer aan de hand van je checklist niets te vergeten anders kan je terug naar binnen en is je aanpassing van uw ogen aan de duister om zeep.
Zoek een goede plaats om waar te nemen en
ga vooral uit de wind staan, koude en trillingen op de kijker. Tracht storende
verlichting kwijt te spelen door ergens een scherm te vinden van bomen of
hoge heesters. Strooilicht in je oculair kan je zeer goed ontlopen door de
kap van je jas over je hoofd te trekken.
Stel je materiaal rustig op dat alles in het duister gemakkelijk weer te vinden
is en je vooral nergens op trapt, tegenaan schopt of over struikelt. Gebruik
liefst een roodlampje, roodlicht tast het nachtzicht niet aan. Geef elk onderdeel
steeds het zelfde eigen plaatsje. Stel je kijker af op de pool as en lijn
je montering af aan de hand van de poolster (Polaris). Het vraagt een klein
beetje tijd maar achteraf moet je praktisch niet meer bijsturen.
Maak dat je kijker of telescoop zo snel mogelijk kan beginnen zich aan de
buitentemperatuur aan te passen(vooral de reflectors). Ken je de plaats van
waar uit je gaat waarnemen, stel dan zeker je telescoop reeds op van zodra
je Polaris te zien krijgt. Zo kan de montering alvast op de pool worden gericht
en is de telescoop zeker aangepast aan de buiten temperatuur wanneer het donker
genoeg is om te beginnen waarnemen.
Tips
Wordt
geen NGC jager of Messier verzamelaar. Beperk het aantal objecten die je tijdens
één waarnemingsbeurt wil zien. Besteed liever genoeg aandacht
aan elk object. Tracht de beste vergroting te vinden, die je het meest details
toont. Ga van groot naar klein oculair ( 40mm,20mm,12.5 mm).
Maak notities van je waarnemingen en gebruik hiervoor een potlood die is beter
bestand tegen koude en vocht. Schrijf tenminste datum en uur op in UT(Universele
tijd), welk object je hebt waargenomen, in welke sterrenbeelden met welke
coördinaten, welke grootte en magnitude. Welke oculairs en vergroting
je hebt gebruikt en welk het beste resultaat gaf. Noteer eveneens of je al
dan niet filters hebt gebruikt en welke (kleurfilters, deep-sky, UHC, OIII
of andere). Schrijf je eigen bevindingen neer aangaande het object. Later
kun je binnenshuis je notities in het net overschrijven of melden via de astronomische
mailing listings. Je dient dan wel zo eerlijk met je te zijn om ze noch te
veranderen, noch aan te dikken. Wij zijn namelijk geen vissers of duivenmelkers.
Kun je een tekening maken van wat je ziet. Je hoeft heus geen geschoold tekenaar
te zijn om op papier te zetten wat je oculair onthult. Trouwens, hoe meer
tekeningen je maakt, hoe meer bedreven je wordt. Je kan ook gebruik maken
van webcams en CCD camera’s maar dit valt buiten het bestek van deze
tekst. Beschik je over een computer, dan kan je zelf een database aanleggen
waarin je al je waarnemingen vastlegt.