Tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie

onder redactie van Jozef Deleu

Inhoud

2005-1

Inhoud

2005-2

3e jaargang

nummer 1 – april 2005

77 nieuwe gedichten van 10 dichters

3e jaargang

nummer 2 – oktober 2005

143 nieuwe gedichten van 57 dichters

PIETER BOSKMA

Gouden wissel

Anti-repliek

Smaakval

Insomnia

Het vinden van bloemen

Feilloos het vers

Herfstige vrede

Nieuwe visser

Rijke jaren

Keerdichte napreek

 

PAUL DEMETS

Retouches

Fitness

Zonnehemel

Bio

Dresscode

Snit

Bodymass

Wellness

 

CHRISTINE D'HAEN

Out of key 1.2.3.4.

Femmes mortes 3

 

HUBERT VAN HERREWEGHEN

Mandorla

Dauw

Smidse

Doka

Zang

Kaars

Mandorla

Lente op het eiland

Dwang

Horenslak

Toestand

 

HESTER KNIBBE

Hier om te beginnen...

Kijk, het kind probeert...

Het kind heeft een plaats...

Je jas heeft de kleur...

Kon je gaan waar je wou...

Er slingert veel toen in een dag...

Zwart is de deur...

De eik die je hoedt...

Zoek je een smoes...

Ze hebben de wegen verlegd...

 

FRANS KUIPERS

Niets zwerft zo helder...

Over een onafzienbaar rijk...

Aan het eind van hun latijn...

Happend in de appel...

 

WILLEM JAN OTTEN

Tot de lezer dezes

Hoe wist jij

Veeg de hemel leeg

Stratenmaker

Lichtend de nacht als de dag 1, 2, 3, 4, 5

 

MAJA PANAJOTOVA

Klaaglied om Adinda

Portret

Zandloper van sneeuw

Ziel

Aan Stefan

 

ALFRED SCHAFFER

En wat wil het toeval?

Alle zinnen op een rij

Ik mis je, ik mis je niet

De exacte plaats is niet bekend

Het feest kan beginnen

Ik ben hier, je hoeft niet meer te zoeken

 

TOON TELLEGEN

Mijn tijd

Afstand

Spijt 1, 2

De toestand

De noorderzon

Liefde overwint alles

Alles

Liefde en dood

Je moet

Mijn broer

 

 

 

themanummer

'HIERNAMAALS'

 

Jozef Deleu

Bij het themanummer.

Dichters zijn altijd bezig met eindigheid, ook als zij er met zoveel woorden over zwijgen. Via taal zoeken zij meer inzicht in dat mysterie en meer uitzicht op het onuitspreekbare ervan. Poëzie is zoals alle kunst, drager van onvoldaanheid en onvermogen. Ook poëzie die speels en dwars omspringt met de taal of tegen het leven ingaat.

K. Michel verwoordt met een lichte toets wrevel:

 

"zolang ik er niet geweest ben

voel ik me niet geroepen

over het hiernamaals

iets substantieels te beweren

dat is een twee is dat

alles in de ruimte een achterzijde

heeft in de tijd alles een erna"

 

Onze houding tegenover eindigheid en wat er eventueel op zou kunnen volgen, wordt bepaald door de tijd waarin wij leven en door de religie waarmee wij al of niet zijn opgegroeid of in aanraking zijn gekomen. Ook persoonlijke ervaringen, sensibiliteit voor het onbekende en behoefte aan zingeving spelen een rol.

"Laat het lot ons voorbereid aantreffen,klaar om te gaan", schreef Seneca aan Lucilius. Dat is een lucide aanbeveling. Wij worden ongevraagd geboren en blijven ons een leven lang verwonderen en vragen stellen over het bestaan. Dan komt het einde. En misschien een erna.

Zevenenvijftig dichters met zeer uiteenlopende poëtica's hebben aan dit themanummer meegewerkt. Verschillende visies op 'HIERNAMAALS' komen in deze staalkaart aan bod. Aan de kwaliteit van de poëzie zijn ze echter allemaal ondergeschikt. - Jozef Deleu, hoofdredacteur.

 

Jan Baeke (1956)

SCENEWISSELING

NAAR BENEDEN VALLEN TOT JE BOVEN BENT

LEEDWEZEN

AFHANDELING

 

H.H.ter Balkt (1938)

PSALM EN ICOON

DE WAN

 

Benno Barnard (1954)

SULAMIET

 

Lut de Block (1952)

NIETS IS BESTENDIG

 

Mark Boog (1970)

MOGELIJKE INRICHTINGEN VAN HET HIERNAMAALS I, II, III, IV, V

 

Pieter Boskma (1956)

MENSENHAND

 

Anneke Brassinga (1948)

DE GOEDE AFLOOP

 

Geert Buelens (1971)

ACHTERNA

AAN HET RAAM VAN VAN DYKE PARKS

 

Paul Claes (1943)

DE VREEMDELING

 

T.van Deel (1945)

DE GEBROKEN SCHAAL

DE FAYOEM PORTRETTEN

DORPSMUSEUM STELLENBOSCH

 

Jozef Deleu (1937)

HIERNAMAALS 1. 2. 3. 4. 5

 

Paul Demets (1966)

DOKA

REPRO

 

Bernard Dewulf (1960)

THUISLAND

NICOLAS DE STAËL 1. 2

 

Christine D'Haen (1923)

MARIA,LUCIA,BEATRICE

DE BEKER VAN DJAMSJIED

 

Serge van Duijnhoven (1970)

HET HIERNAMAALS

VERBETEN DE CREDO'S

NU HET OOG STEEDS VERTROUWDER

PARAGONIET

TUSSEN ALLES EN NIETS

KLIPDRIFT

 

Anna Enquist (1945)

BOORDEVOL

HIER

 

Piet Gerbrandy (1958)

DEK

HANG

DEEL

VAAR

RIJS

 

Eva Gerlach (1948)

PAD TUSSENBEIDE 1. 2. 3. 4. 5

 

Ruben van Gogh (1967)

NABESTAAN

 

Luuk Gruwez (1953)

HOE KRIJG JE EEN HIERNAMAALS VOL? I. II

EXTRA TIME

 

Hubert van Herreweghen (1920)

HET HUIS ACHTER HAMEIEN

 

Stefan Hertmans (1951)

EEN MIDDAGKOPJE...

 

Ingmar Heytze (1970)

WIRED FOR LIVE

WIRED FOR GOD

WIRED FOR FEAR

WIRED FOR WARMTH

WIRED FOR BREATH

 

Peter Holvoet-Hanssen (1960)

GOD IS EEN SPOOK

 

Roland Jooris (1936)

LATER

LUWTE

 

Hester Knibbe (1946)

SLAAPTOON 1. 2

 

Gerrit Komrij (1944)

SCHERTS

 

Rutger Kopland (1934)

AAN HET GRENSLAND I. II. III

 

Anton Korteweg (1944)

NIET ZEUREN,KORTEWEG!

WEES NIET BANG

VERKLEURENDE STUKJES WITLOF

 

Gerrit Kouwenaar (1923)

EEN OCHTEND

 

Frans Kuipers (1942)

DINGENDODEZEE 1.2.3.4.5.6.7

 

Ed Leeflang (1929)

WAAR HET HIERNA IS

HUIS

GEURLOOS

GAANDEWEG

PLEK

HAAR VROLIJKE STEM

 

Joke van Leeuwen (1952)

BLIJVEN

NAMAALS

HEMELTJE LIEF

 

Peter van Lier (1960)

ENKELE NAMEN GEDACHT

1 KLAAS

2 BEPPIE

3 FRED

4 ARIE

 

Gwij Mandelinck (1937)

POST FACTUM

EUFORIE

 

Erik Menkveld (1959)

BOVEN ZICH

 

Bart Meuleman (1965)

NU WE ALLEBEI DOOD ZIJN...

 

K.Michel (1958)

DAAAG

 

Erwin Mortier (1965)

DIES IRAE

GEBED

 

Maja Panajotova (1951)

DE KATUIL

HET SPIEGELBEELD VAN HET HIERNAMAALS

 

Hagar Peeters (1972)

HIERNAMAALS 1. 2. 3. 4

 

Koen Peeters (1959)

ALS HIJ ONGEVEER IN ONGEVEER NIETS GELOOFT

IS IEDEREEN BINNEN KUN JE BEGINNEN

 

Martin Reints (1950)

HIERNA

 

David Van Reybrouck (1971)

ZINK 1.2

 

Filip Rogiers (1966)

NAGENOEG 1.2.3.4

 

Alfred Schaffer (1973)

WAAR IS IEDEREEN GEBLEVEN?

 

Victor Schiferli (1967)

LAATSTE RIT

 

Erik Spinoy (1960)

ECCE HOMO

 

Toon Tellegen (1941)

MIJN VADER...

 

Miriam Van hee (1952)

BUITENLAND 1. 2. 3. 4. 5. 6

 

Peter Vermeersch (1972)

DE OVERTOCHT 1. 2

DE OMGEKEERDE WERELD

 

Marjoleine de Vos (1957)

BRIEF

 

Leo Vroman (1915)

EEN PSALM VOOR ONS VERDRINKEN

 

Henk van der Waal (1960)

ZWEEFLING

DUIZENDBLADERIG

 

Johan Wambacq (1950)

KOELE HANDEN 1. 2. 3

ER ZIJN GEEN ELYZEESE VELDEN

 

Nachoem M.Wijnberg (1961)

HEEN EN WEER

ALS ZIJ NIET OUDER MEER WORDEN

 

Ad Zuiderent (1944)

HIERNAMAALS-VARIATIES 0. 1. 2. 3. 4. 5

 

 

 

"Zo krijg je elke keer weer het beste van de hedendaagse

poëzie in één boek vervat." Metro