Tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie

onder redactie van Jozef Deleu

Presentatie

Het Liegend Konijn 2005-2

Uitgever André Van Halewyck en Jozef Deleu leidden in. Josse De Pauw las voor uit het nieuwe nummer van Het Liegend Konijn.

Het Liegend Konijn 2005-2 - het themanummer "hiernamaals" - werd voorgesteld op 3 november 2005 tijdens de Antwerpse Boekenbeurs.

Jozef Deleu, redacteur Het Liegend Konijn leidde in: “In drie jaar tijd heeft Het Liegend Konijn, naast Poëziekrant en Awater, de twee andere poëzietijdschriften in ons taalgebied, een eigen plaats verworven. Vandaag presenteer ik u het zesde nummer van Het Liegend Konijn. Het is een omvangrijk themanummer rond "hiernamaals ".

Het Liegend Konijn bevat uitsluitend poëzie. Werk van dichters met uiteenlopende poëzieopvattingen wordt er in gepubliceerd. Dat is een bewuste keuze. Ik koester contrast en meerstemmigheid. De verlokkingen van schoolvorming wijst Het Liegend Konijn af.

De pessimisten die vinden dat poëzielezers een uitstervend soort zijn, moet ik vanavond ontgoochelen. Het is niet te geloven, maar Het Liegend Konijn floreert. Het heeft enkele honderden abonnees en de oplage overstijgt die van de beste poëziebundels.

Dank zij dit bescheiden succes kreeg ik van Uitgever André Van Halewyck carte blanche om een groot themanummer rond hiernamaals samen te stellen.

Het Vlaams Fonds voor de Letteren en Boek.be hebben hiertoe ook een bijdrage geleverd.

Zevenenvijftig dichters werkten mee aan dit nummer. Vierendertig uit Nederland en drieëntwintig uit Vlaanderen. Oudere en jongere dichters. Slechts enkelen deelden me mee dat ze geen vat kregen op het thema. Het resultaat is een nummer met 143 nieuwe gedichten. Sommige dichters voelden zich door mijn verzoek zo uitgedaagd, dat zij naar mijn mening misschien hun beste gedichten schreven. In ieder gedicht van dit nummer tref je prachtige verzen aan.

Dat is vrij uniek.

De Nederlander Mark Boog bijvoorbeeld heeft het over hiernamaals:

 

Alom leven(verbeterde editie), vol en bevend,

ontdaan van pijn en einde.Het verlangen

overleeft hier de vervulling.

 

Over hiernamaals zijn wij onwetend.Het eerste gedicht uit de cyclus van Mark Boog is dan ook een blanco pagina.Ik heb niet geaarzeld om het ongewoon voorstel van de dichter te honoreren. Over het mysterie van wat er na dit leven zou kunnen volgen, gaat het in de meeste gedichten. Bernard Dewulf noemt het: "de ziekte van het onvermogen".

Hoe dichters zichzelf en hun tijd bevragen over hiernamaals , is zowel verontrustend als rustgevend. Dichters blijven in al hun diversiteit bezig met het essentiële. Dit themanummer staat bol van de vragen. Dat ze gesteld worden, is belangrijker dan dat ze worden beantwoord. De verschillende poëtica's confronteren ons met de verrassende meertaligheid van onze Nederlandstalige poëzie. Haar toekomst is verzekerd. Dat is een bijkomende en een bemoedigende vaststelling na de lectuur van dit nummer. En nu terzake. Naar de poëzie zelf.

Josse De Pauw, die ik zeer bewonder als acteur, maar ook als prozaschrijver, zal nu een keuze gedichten lezen uit dit nummer. Ik hoop dat zijn lectuur u zal aansporen om het nummer te lezen en te herlezen. Want daar heeft poëzie behoefte aan.Ze wil ontdekt worden, wakker worden gekust als een schone slaapster."

 

 

 

"De poëzie in al haar vanzelfsprekendheid."   De Standaard