DE PERS over Het Liegend Konijn

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 8e jrg 2 - oktober 2010

Uit het nest geroofd
Het liegend konijn is geen gewoon poëzietijdschrift. Veel verantwoording van keuzes is er niet. De enige redacteur, Jozef Deleu, laat de dichters aan het woord en speelt zelf de rol van trendwatcher. Dat levert ook in deze aflevering weer enkele mooie verrassingen op. Het liegend konijn, dat zijn naam aan Paul Van Ostaijen dankt, is geen gewoon poëzietijdschrift. Het verschijnt maar twee keer per jaar, en wordt per aflevering lijviger. Maar wat het meest opvalt, is dat Jozef Deleu, de enige redacteur, te veel verantwoording wantrouwt. De dichters zelf hebben het voor het zeggen. Jongeren en ouderen, toegankelijken en hermetisch ingestelden, allen staan zij gedichten af waarvan het heet dat zij 'uit het nest geroofd' zijn.
Deleu is met zijn Konijn de poëziegeschiedenis een stapje voor. Hij is een trendwatcher, en die trends zijn disparater dan ooit. Er bestaat geen zaligmakende poëtica meer. Le ridicule ne tue pas, maar de ouderwetse kansel vanwaarop poëticale zekerheden worden uitgegalmd, werkt al een paar decennia op de lachspieren van wie genoeg relativeringsvermogen heeft.
Uiteraard komt niet enkel poëzie van topniveau aan bod. Maar regelrechte wansmaak is in de jongste aflevering niet te vinden. Je krijgt uiteenlopende dichters te lezen als Pim te Bokkel, Tom van de Voorde en Sylvie Marie, om het nu eens bij enkele jongeren te houden. Daarnaast staan in dit nummer heel wat fraaie gedichten van nobele onbekenden, zelfs van mensen die al een zekere leeftijd hebben en pas recent zijn gedebuteerd: Jan de Bruyn bijvoorbeeld, of Johanna Geels of Myrte Leffring, om maar enkelen te noemen.
Dolle hond
Daarnaast maakt het jongste nummer van Het liegend konijn duidelijk waarom Mark Boog een van de allerbeste dichters van het moment is, zowel vanwege de herkenbaarheid van zijn stijl als vanwege zijn naturel en vanzelfsprekende diepzinnigheid.
Maar misschien zijn de meest geslaagde gedichten - tien stuks - van de hand van Ingmar Heytze. Te lang is Heytze het slachtoffer geweest van het vooroordeel dat populariteit en platitude noodzakelijkerwijs elkaars synoniem zijn. In Heytzes wereld worden normaliteit en abnormaliteit met elkaar geconfronteerd. Hoewel zijn toon onmiskenbaar Nederlands is, heerst er in zijn verzen ook een soort Belgische, surrealistische liefde voor het afwijkende. Daar moet Paul Van Ostaijens liegend konijn (uit een verhaal van 1926, waarnaar de bundel genoemd is, red.) soms vreselijk om lachen en huilen tegelijk: alsof het allemaal precies hetzelfde is. Maar ook angst regeert: 'Achter elke voordeur/ huist een leven als een hond. Een dolle hond/ die bloed ruikt, dagen voor je komst.'
(Luuk Gruwez in De Standaard der Letteren, 3 december 2010)

(...) Van iedere dichter wordt een betrekkelijk groot aantal gedichten (tot tien stuks) opgenomen, vaak ondergebracht in cycli of althans in thematisch samenhangende reeksen. Zo krijgt de lezer een goede indruk van diens werk in wording, van stilistische ontwikkelingen of thematische verschuivingen van de dichter, van wat hij ongeveer van diens volgende bundel verwachten mag. Het Liegend Konijn heeft, ten slotte, een bijzonder fraaie vormgeving, sober maar elegant, die volledig in dienst staat van de poëzie: zwaar, stevig, helderwit papier, een harde kaft, een kalme bladspiegel met brede marges en een mooi lettertype. Geen pentekeningen, plaatjes of andere afleiding. Een vormgeving waardoor de poëzie het best tot haar recht komt. (...)
Daar Het Liegend Konijn vrij omvangrijk is, en iedere editie bovendien lijkt te groeien (die van oktober 2009 bevatte 150 gedichten), vormt het min of meer een bloemlezing van nog niet eerder gepubliceerd dichtwerk: het biedt een dwarsdoorsnede van de hedendaagse, Nederlandstalige poëzie.
Van dit nummer trof mij in het bijzonder de bijdrage van Mark Boog, die enkele meesterlijke gedichten leverde, die ongetwijfeld zullen plaatsnemen in zijn volgende bundel. Ze dragen onmiskenbaar zijn signatuur: de grote woorden; het archaïsche, wat plechtstatige, hier en daar zelfs Bijbelse taalgebruik; de oneliners; de (eigengereide, meanderende) 'logica' van de gedachtegang; de boodschap: het leven is 'weinig', bestendig geluk bestaat niet, er is geen (definitieve) geruststelling. (...)
(Willem Thies in Poëzierapport van 1 november 2010, http://www.pzr.be, zoek op titel "Konijn" in archief)


(uit De Morgen, 20 oktober 2010)

191 gedichten uit het nest geroofd
Op dinsdag 19 oktober presenteren Jozef Deleu en deBuren het nieuwe, zestiende nummer van Het Liegend Konijn. Al meer dan acht jaar lang, inmiddels, gooit Jozef Deleu zijn ‘Liegend Konijn’ twee keer per jaar de openbaarheid in. Het “tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie” bevat nog steeds alleen maar nieuwe gedichten, “uit het nest geroofd”, van grote namen en opkomend talent uit de Vlaamse en Nederlandse poëziewereld. Alleen al in kwantiteit levert dat telkens opnieuw een indrukwekkend werkstuk op. Zopas verscheen ‘Het Liegend Konijn 2010/2’, de zestiende aflevering alweer van het tijdschrift, en de cijfers spreken voor zich: 28 dichters stellen er hun werk in voor; in totaal bevat het nieuwe Konijn 191 gedichten. Deleu stelt zich tot doel niet een blad te maken voor één poëtica, maar telkens opnieuw een dwarsdoorsnede te brengen van de levende poëzie in Vlaanderen en Nederland. Zowel de oudste generatie (de negentigjarige Hubert van Herreweghen) als van de jongste (de 26-jarige stadsdichter van Nijmegen Jaap Robben) is in het nieuwe nummer vertegenwoordigd, net als de heel geschakeerde tussengeneratie van vijftigers, veertigers en dertigers. Poëtica's mogen er lustig met elkaar botsen, tot meerdere eer en glorie van de Poëzie. Behalve Van Herreweghen staan er geen heel erg grote namen in het nummer, maar dat zegt niets over de kwaliteit. Enkele dichters die nog geen bundel publiceerden, leverden interessant en sterk werk aan: zo Jan De Bruyn, Maarten Embrechts, Myrte Leffring en Peter Tekelenburg. Wat de Vlaamse dichters betreft, is het een prettig weerzien met Ruth Lasters, Sylvie Marie en Tom Van de Voorde, die elk één bundel hebben uitgebracht en tonen dat ze nog meer fraais in de vingers hebben. Bart Moeyaert brengt een mooie reeks gedichten “voor de nacht”. Maar hét absolute hoogtepunt van dit Konijn is de ontstellende reeks ‘En tuchtig ons’ van de Nederlander Mark Boog, die eerder dit jaar al de krachtige bundel ‘Er moet sprake zijn van een misverstand’ uitbracht. In “Verder niets” en in de andere gedichten van deze reeks munt hij in uit in pijnlijk realisme:

Onthechting is altijd vals, zegt de onthechte man
Hij heeft gelijk.
Verder is er niets te zeggen.

Of toch? Er is altijd wat te zeggen
voor gewoon maar doorgaan,
de schrale plekken vrolijk negerend -

de plekken bij de slapen, veroorzaakt door het tuig
waaraan de oogkleppen, waaraan het bit,
waarop de felgekleurde veer die wuift.

Vrolijk negerend! Zo gaan wij door het leven,
zo gaan wij voor elkaar
door het vrolijke leven.

- Mark Boog -

(Bart Van der Straeten op Knack.be, 18 oktober 2010)

De pers over
Het Liegend Konijn - 8e jrg 1 - april 2010


(Luuk Gruwez in De Standaard der Letteren, 4 juni 2010)


(Paul Demets in De Morgen, 15 mei 2010)

Het Liegend Konijn volgt op de literaire graasweide onverdroten zijn eigen paden. Het vijftiende nummer, het eerste van de achtste jaargang, bevat 156 nieuwe gedichten van 27 dichters uit Nederland en Vlaanderen. Jozef Deleu, de grote rammelaar en bezieler van HLK, schrijft in zijn voorwoord dat hij het tijdschrift "open voor de diversiteit van de poëzie en met veel aandacht voor de inbreng van de opeenvolgende generaties" probeert samen te stellen. Daarom wil het blad "onverbeterlijk eigenzinnig blijven", waardoor het blad "ontsnapt aan elke vorm van zelfvoldaanheid". Wat Deleu daarmee bedoelt is nog duidelijker in zijn begeleidend schrijven: "de gebruikelijke zelfvoldaanheid van het literaire tijdschrift".
Een evenwichtige mix van gevestigd en aanstormend talent, zo kan dit nummer opnieuw worden samengevat. Onder anderen H.H. ter Balkt, Eva Gerlach, Lucas Hirsch, Anneke Brassinga, Geert Buelens, Piet Gerbrandy en Erik Spinoy versus Joost Baars, Lies Van Gasse, Y.M. Dangre en Vrouwkje Tuinman. De jonge Jan Geerts schrijft sterke dialectische hij/zij-variaties. Chrétien Breukers, de man achter de poëziesite De Contrabas, publiceert drie knappe gedichten over genesis en incarnatie, de als poëzievertaler gecontesteerde Hans Mirck brengt de liefdevolle cyclus 'Onze vader'. Fleur Bourgonje evoqueert in de cyclus 'De lichtstraat' een pregant ziekenhuisbezoek. "Goede poëzie gaat altijd over iets. Over het leven in al zijn aspecten en hoe men het ervaart. De generaties volgen elkaar op, maar de manier waarop wordt geschreven, verandert voortdurend. Iedere generatie wil van voren af aan beginnen," zo zei Deleu recent nog in Knack.
Het Liegend Konijn is inderdaad op veel vlakken een rogue player: het verschijnt slechts tweemaal per jaar, het heeft een eenmansredactie, er is niets dan poëzie (met slechts de hoogstnodige biografische informatie), er is een willekeurige want alfabetische ordening, de poëtica staat zeer wijdbenig... Eigenlijk is het een tweejaarlijkse bloemlezing met nieuwe gedichten van allerlei strekking en intentie - ook al heeft Deleu nog steeds een voorkeur voor de goedgemaakte lyriek. Het geeft poëten kans wat afzonderlijke gedichten onder de aandacht te brengen (en er een bescheiden ereloon van te vangen), het biedt de lezer een zeer verscheiden staalkaart van de dichterlijke output van het moment. Iedereen tevreden. Welke literaire tijdschriften al dan niet zelfvoldaan zijn is absoluut een polemiekje waard, maar in elk geval is HLK dat niet. Een beter passend adjectief voor HLK is wellicht gewoon 'gul'.
(Hans Cottyn op http://www.depapierenman.be, 28 april 2010)

Al een hok vol. Jozef Deleu heeft weer dichtersnesten geroofd. Het resultaat: eens te meer een boeiende editie van Het Liegend Konijn. Nummer 15 al.
Zou Jozef Deleu ‘Eureka’ hebben geroepen toen hij destijds Het Liegend Konijn bedacht? Een vreugdekreet, rondedansje, beetje borstgeklop: wie een zo geniaal eenvoudig opgevat literair tijdschrift aan zijn brein laat ontspruiten, mag er zich best toe laten verleiden.
Voor wie HLK nog niet kent, vatten wij het nog even kort samen: om het half jaar pakt Deleu zijn mand en gaat hij rond in dichtersland om er verse poëzie-eieren te rapen. Die eieren worden onbeschilderd tentoongesteld: minimale bio- en bibliografische informatie. Geen geblaat, alleen wol. We praatten met Jozef Deleu over zijn Konijnen.
• Hoe voelt u zich bij dit jubileumnummer van Het Liegend Konijn?
Deleu: Na vijftien nummers ben ik niet ontevreden met het resultaat. Er hebben tot nu toe 198 dichters aan het tijdschrift meegewerkt. Het Liegend Konijn is een blad aan het worden waarvan ik bij de oprichting heb gedroomd: open voor nieuwe stemmen, zonder gevestigde waarden uit het oog te verliezen. Een tijdschrift waarin je nieuw werk van oudere en jongere dichters aantreft, Nederlandse en Vlaamse. Geen hokjes, geen vooringenomenheid en daardoor ook een blad dat risico's neemt. In ieder nummer zijn er ontdekkingen te doen, en dat vind ik heel belangrijk.
• Wat is, wat uw beleving betreft, het verschil tussen nummer 1 en nummer 15?
Deleu: In het eerste nummer uit 2003, dat slechts 90 pagina’s telde, speelde ik sterk op veilig: werk van tien dichters, waarvan negen al ruim bekend waren, en één debuut. Ik bracht twee omvangrijke themanummers uit, die in een hoge oplage verschenen. Het gevolg was dat het blad in ruimere kring bekendheid kreeg. Aan het zopas verschenen 15de nummer hebben 27 dichters meegewerkt en het telt 232 bladzijden.
• U citeert in uw inleiding Henk van der Waal, medeauteur van De kunst van het dichten: ‘Iedere generatie heeft zijn eigen manier van dichten’. De gedichten van de piepjonge Y.M. Dangre – hoe hij zich inleeft in een versleten huwelijk -, die hadden veertig jaar geleden geschreven kunnen zijn. Wat onderscheidt dan volgens u de huidige generatie van de vorige?
Deleu: De thema's waarover dichters het hebben, evolueren ongetwijfeld met de tijd, maar ze blijven au fond overwegend dezelfde: leven en dood en alles wat ertussen ligt. Ik citeer met instemming de dichter Henk van der Waal omdat ik mij kan vinden in zijn open visie.
Goede poëzie gaat altijd over iets. Over het leven in al zijn aspecten en hoe men het ervaart. De generaties volgen elkaar op, maar de manier waarop wordt geschreven verandert voortdurend. Iedere generatie wil van voren af aan beginnen. Dat is het avontuur en dat maakt het zo boeiend.
(Philip Hoorne in Knack van 13 april 2010)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 7e jrg 2 - oktober 2009


(Een van de favoriete boeken van Lieve Mannaert in de geschenkeneditie van De Standaard der Letteren, 27 november 2009)

"Bijzonder is de bijdrage van Mustafa Stitou (1974), al was het alleen maar omdat deze na zijn derde bundel, het met de VSB Poëzieprijs bekroonde Varkensroze ansichten (2003), jarenlang te kampen had met een massief writer's block. Met het gedicht 'Welkom', dat ik al wel ken van recente voordrachten van Stitou, maakt hij wat mij betreft zijn comeback."
(Willem Thies in Poëzierapport van 2 november 2009, http://www.pzr.be, zoek op titel "Konijn" in archief)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 7e jrg 1 - april 2009

"De zevende jaargang van Het Liegend Konijn is ingezet. Een getal dat de magie van de poëzie niet verbergt, maar net blijft verrassen. Poëtica's schurken zich tegen elkaar, leeftijden ook: er is volop leven in het konijnenhok. Nieuw hoeft niet jong te zijn, want debutante Yerna Van Den Driessche werd zestig jaar geleden geboren. Geef mij vooral de gedichten van ouderdomsdeken Hubert van Herreweghen, 89, maar springlevend: "Hoe? / In de dans / ja, de kadans, / wordt het vers, / in de hielen, / in de voeten, / van de tenen / naar de knieën / wordt het menens, / ja, tot wens / toe, / wordt het mans." Verder verkies ik de meeste van Johan de Boose, Sasja Janssen, Roland Jooris, Frank Koenegracht, Anton Korteweg, Joke van Leeuwen, Els Moors, Erwin Mortier, Mark van Tongele en Menno Wigman. Wilt u echt dat ik dat allemaal uit Het Liegend Konijn overschrijf ? Koop het zelf. Snel."
(Paul Demets in De Morgen van 13 mei 2009)

"Het Liegend Konijn rooft nieuwe, ongepubliceerde gedichten uit het nest van zowel bekende als onbekende dichters, en doet dit zonder omkaderend blabla. Hier worden geen sterren uitgedeeld, wordt geen op los zand opgetrokken pikorde in stand gehouden. In Het Liegend Konijn staan alle dichters in hun blote verzen." (Philip Hoorne in Knack van 22 april 2009)

"Paaskonijn. Met een extra dik nummer gaat Het liegend konijn zijn zevende jaargang in. Onvermoeibaar zoekt Jozef Deleu naar goede Nederlandstalige gedichten en vindt ze in uiteenlopende verschijningsvormen. Zo bevat deze aflevering flink wat prozagedichten. Johan de Boose valt op, onder meer met een jazzy improvisatie over Israël. Humor en maatschappijkritiek gaan hand in hand bij Daniël Dee. Lichtvoetigere anekdotes draagt Anton Korteweg aan. Hij schrijft over het leven zoals het is op een Unesco-congres in Toscane. Inzet is het geheugen van de wereld, maar Korteweg dicht over de blote buik van een hostess. Hoogtepunten zijn ook de bedachtzame cyclus 'Een men' van Joke van Leeuwen en de aangrijpende gedichten die Erwin Mortier over zijn moeder en haar alzheimer schreef. Verwoestend mooi."
(EB in De Standaard, 10 april 2009)

"Het Liegend Konijn streeft naar verbreding, verdieping en vernieuwing. Wie dit blad bijhoudt krijgt een redelijk beeld van wat er in het Nederlands taalgebied zoal te koop is. Ook in dit nummer zijn gedichten te vinden die er uitspringen, omdat ze origineler zijn dan de andere gedichten en bereid om een eigen leven te gaan leiden in de hoofden van lezers."
(Ronald Ohlsen in Poëzierapport http://www.pzr.be, zie archief "Het Liegend Konijn 1 / 2009" van 6 juli 2009)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 6e jrg 2 - oktober 2008

"Onversaagd zet Jozef Deleu met het tijdschrift Het liegend konijn zijn missie verder: de Nederlandstalige poëzie alle kansen geven door twee keer per jaar een selectie nieuwe gedichten bij elkaar te brengen, van gevestigde namen maar even goed van erg pril talent, waar hij onvermoeibaar achteraan blijft jagen. (...) In 'Home movies' verwoordt Bernard Dewulf delicaat als altijd de weemoed die zelfs in een huis met kinderen kan heersen. Ontroerende regels zijn er ook van Luuk Gruwez, poëzierecensent voor deze krant. Twee gedichten over de dood lopen over van liefde en tederheid voor de overledene, ten prooi aan de spierziekte ALS. (...) Ook het erg mooie 'Adem halen' doet uitkijken naar Peeters' debuutbundel, die eind deze maand verschijnt."
(EB in De Standaard, 14 november 2008)

"Met de publicatie van een eerste bundel van Sylvie Marie (°1984) dit voorjaar mag Deleu een nieuwe pluim op zijn hoed steken, een teken van zijn neus voor nieuw talent. Deleu: "Sylvie debuteerde in het vorige nummer. De Volkskrant pikte haar gedichten op en ook de uitgevers waren geprikkeld. Ook Yi Fong Au, 19 jaar oud, publiceerde bij mij zijn eerste werk. De jonge generatie heeft het vaak over een gevoel van thuisloosheid. De jeugd permitteert zich veel vormtechnische vrijheden, met het handorgel van de taal trekken ze ongegeneerd alle registers open. Ze verwarren, verleiden, troosten en schofferen. Hun poëzie is zelden braaf. In de laatste twee bundels valt het trouwens op: vooral het vrouwelijke jonge talent ligt dik gezaaid."
(Jeroen Versteele in De Morgen, 5 november 2008)

"Het Liegend Konijn, het poëtische troetelkind en eenmanstijdschrift van Jozef Deleu, blijft stug zijn franjeloze aanpak trouw: een portie nieuwe gedichten, zonder veel poeha gebracht, 'uit het nest geroofd', met telkens een pak debutanten die in de vuurlinie worden gestuurd. (...) Opvallend is ook de aanwezigheid van journalist Filip Rogiers als dichter."
(DL op papierenman.blogspot.com, 3 november 2008)

"Het Liegend Konijn heeft een bijzonder fraaie vormgeving, sober maar elegant, die volledig in dienst staat van de poëzie: zwaar, stevig, helderwit papier, een harde kaft, een kalme bladspiegel met brede marges en een mooi lettertype. Geen pentekeningen, plaatjes of andere opsmuk. Een vormgeving waardoor de poëzie het best tot haar recht komt. (...) Het aantal dichters (meest gevestigde namen, maar ook minder bekende en zelfs een enkele debutant) is ook nog eens behoorlijk groot, waardoor Het Liegend Konijn min of meer een bloemlezing vormt van nog niet eerder gepubliceerd dichtwerk: het biedt een dwarsdoorsnede van de hedendaagse, Nederlandstalige poëzie.
(Willem Thies op poezierapport.blogspot.com, 24 oktober 2008)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 6e jrg 1 - april 2008

"Wie een beetje op de hoogte wil blijven van hedendaagse poëzie kan volstaan met een abonnement op Het liegend konijn. De kans dat er iets aan het waakzame en geoefende oog van Jozef Deleu ontsnapt, is zo goed als onbestaande."
(Eva Berghmans in De Standaard der Letteren, 16 mei 2008)

“Het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn liet de voorbije jaren van zich spreken. Het presenteerde een grote diversiteit aan dichters en poëtica's, zeker in de extra dikke themanummers Hiernamaals (2005) en Veranderlijk (2007). Maar ook in elke reguliere aflevering kun je wel een ontdekking doen, zoals nu opnieuw.”
(Bart Van der Straeten in De Morgen, 30 april 2008)

"In dit nieuwe nummer is inderdaad werk van 22 dichters opgenomen die in de botsing van poëtica's hoge toppen biedt met - onvermijdelijk? - af en toe een dal. De verscheidenheid gaat van debuterende snaken als Yi Foung Au en Sylvie Marie - over wie Arjan Peters in de Volkskrant bijzonder lovend was - tot bijna eeuwenoude knarren als Leo Vroman."
(Hans Cottyn op www.papierenman.blogspot.com, 19 april 2008)

"Regels die nog kraken van versheid, waar de woorden van kenners en liefhebbers niet overheen zijn gegaan, die zojuist in het gelid zijn gezet en waarvan de toekomst ongewis is - bepoteld, gebloemleesd en geïnterpreteerd, of ongelezen vergelend in een vergeten boekenkast -, die ongereptheid maakt het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn van redacteur Jozef Deleu zo aantrekkelijk."
(Arjan Peters in De Volkskrant, 4 april 2008)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 5e jrg 2 - oktober 2007

"Tjitske Jansen bewijst, samen met andere dames in het nieuwe nummer van Het Liegend Konijn, dat er nu meer interessante vrouwelijke dichters zijn dan ooit. Het Liegend Konijn is vijf jaar oud. Normaal wordt zo'n dier dan grijs en landerig, maar dit poëziebeest is springlevend."
(De Morgen, 7 november 2007)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 5e jrg 1 - januari 2007

Interview met Jozef Deleu door Sander de Vaan in Meander. Klik hier voor de tekst.

"Poëticale verscheidenheid troef dus, en daardoor is Veranderlijk een mooie dwarsdoorsnede van de Nederlandse poëzie anno 2007." (...) "Veranderlijk is geen bloemlezing die je in één ruk uitleest: het nummer telt 432 bladzijden en bevat 365 gedichten - één voor elke dag. Je moet erin bladeren en terugbladeren, lezen en herlezen. En beetje bij beetje kom je dan het veranderlijke op het spoor, vind je het terug waar je het nog niet had gezien, doemt het onontkoombaar uit de verzen op."
(Bart Van der Straeten in De Morgen, 24 januari 2007, p7)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 4e jrg 2 - oktober 2006

"Er bestaan culinaire wonderen. Dat weten de Bourgondische types onder ons. Wie denkt dat er met konijn niets verrassends op tafel te toveren valt, moet zich Het Liegend Konijn aanschaffen. Want ook een poëzietijdschrift valt te savoureren, zeker omdat de inhoud zo gevarieerd is. Hoofdredacteur Jozef Deleu kijkt met een verwonderde blik en vraagt aan vooraanstaande dichters naar nog ongepubliceerd werk. Daarnaast geeft hij in elk nummer een debutant of een jonge dichter de kans om zijn neus aan het venster te steken."
(De Morgen, 8 november 2006)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 3e jrg 2 - oktober 2005

"In het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn, dat zijn naam dankt aan Paul van Ostaijens diergaarde, staan aangrijpende maar ook schertsende verzen over het leven na de dood. (...) Op vragen naar 'mogelijke inrichtingen van het hiernamaals' antwoordde dichter Mark Boog in Het Liegend Konijn met een koude en ontnuchterende witte pagina, én het couplet:
Dan wordt de eerste grap gemaakt,
ergens wordt vergeten,
het verdwijnen,
zoveel later dan verwacht, begint."
(Paul Depondt, de Volkskrant, 20 januari 2006)

"Jozef Deleu vroeg een groot aantal dichters om hun persoonlijke visie op het hiernamaals, en de respons was tegelijk overweldigend en indrukwekkend. Sommige dichters plaatsen zich op een historisch perspectief, en evoceren het thema van het vagevuur, het heil en de verdoemenis; dat gebeurt in veel gevallen via een soort van afstandelijke ironie en via intertekstuele verwijzingen naar een grote religieuze traditie. Andere dichters daarentegen kiezen resoluut voor een eigentijdse visie. Ook bij hen biedt het thema de mogelijkheid om het hier-en-nu van de ervaring en het tijdelijke bestaan te relateren aan een 'andere' dimensie. In die zin is dit een lyriek die tegelijk kijkt naar vandaag, maar met de ogen gericht op morgen en overmogen. Enkele dichters vallen wel uit de toon,maar over het algemeen gaat het om voortreffelijke poëzie van meer dan vijftig bijzondere figuren uit onze letteren. Geen retrospectieve bloemlezing met klassiekers dus, maar net een anthologie van 'nieuwe' poëzie. Aanbevolen, ook als geschenk of voor de eigen bibliotheek."
(Prof. Dirk de Geest, De Leeswolf, 2006)

"Tegen veelvuldig lezen bestand zijn de gedichten in het hiernamaals-nummer van Het Liegend Konijn. (...) Er zijn fantasierijke uitspattingen bij met een groot schatkistgehalte, en veel tussenregelse ruimte waarin je alles wat er je ooit aan lievigheid beloofd werd in kunt leggen."
(Herlinda Vekemans op http://www.decontrabas.com/dekleinezaal, 22 december 2005)

"Voor zeer veel verschillende smaken valt er zeer veel te genieten. (...) Met Hiernamaals heeft Deleu iets buiten-categoriaals weten te creëren: een thematisch gestuurde staalkaart hedendaagse poëzie, geen bundel maar een bundeling, geen nummer maar een unicum."
(Hiernamaals was 'De dichtbundel van de week' op http://www.literairnederland.nl, december 2005)

"Het Liegend Konijn is een bijzonder fijn poëzietijdschrift dat een breed beeld geeft van de Nederlandstalige poëzie. Het jongste nummer staat geheel in het teken van het hiernamaals. Zevenenvijftig dichters zoeken inzicht in het mysterie van de eindigheid."
(Jelle van Riet, Feeling, oktober 2005)

"Een halve eeuw aan dichters buigt zich dus over hiernamaals en schrijft vanuit de eigen visie, de eigen poëtica en in de eigen stijl korte of soms lange gedichten over het thema. Een thema dat dichters en niet-dichters bezighoudt sinds mensenheugnis." (Marc Holthof, De Tijd, 29 oktober 2005)

"De poging om zichzelf te bekijken in het licht van de vergankelijkheid, zit duidelijk in Hiernamaals, het fascinerende themanummer van Het Liegend Konijn.
Heel confronterend, zo'n bloemlezing van gedichten over dood,vergankelijkheid en wat er eventueel na komt. Een polyfonie van stemmen."
(Paul Demets, De Morgen, 26 oktober 2005)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 2e jrg 2 - oktober 2004

"Ook in het nieuwe nummer van Het Liegend Konijn stond weer een ademloos mooi gedicht van Ingmar Heytze: "Het is vermoeiend om bijna alles te weten...". Ik stond bij die gedachte niet eerder stil."
(De Bond, 19 september 2004)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 2e jrg 1 - april 2004

"Dat Deleu ook een goed oog heeft voor de kwaliteit van debutanten, bewijst hij met de keuze van Peter Vermeersch,van wie vooral de drie 'Waak'- gedichten de moeite waard zijn.
Er zit niet anders op: abonneren!"
(Meander, 1 augustus 2004)

"In het tijdschrift Het Liegend Konijn trof ik twee fonkelnieuwe prachtgedichten van Gerrit Kouwenaar.Kijk minder, lees meer, is mijn advies. "Het leven is goed, maar het leven kan beter" is een versregel van Kouwenaar die altijd en overal van toepassing is."
(Arjan Peters, Opium in radiocolumn, april 2004)

"Kiezen, altijd maar kiezen, het valt elk Groot Beschrijf zwaarder. Ik laat de Universiteit van de Liefde voor wat ze is om nog even de sfeer te snuiven bij een van de dapperste gastheren van dit festival. Jozef Deleu stelt de nieuwe aflevering van Het Liegend Konijn voor, een tijdschrift dat zich volledig vult met het minst modieuze aller genres, de poëzie. De debutant van dienst is dit keer Peter Vermeersch, met een lyrische, wat zwart romantische bijdrage,maar de show wordt gestolen door de Nederlandse dichteres Hagar Peeters, wiens zangerige voorleestrant moeilijk te overtreffen is in dichterland."
(De Standaard, 26 april 2004)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 1e jrg 2 - oktober 2003

"Van Het Liegend Konijn verschenen intussen twee afleveringen. In het woord vooraf in nummer één - het enige proza in beide afleveringen - heeft Deleu weinig pretenties, en die maakt hij allemaal waar."
(De Standaard, 20 november 2003)

"Opnieuw zijn tien dichters beroofd van hun laatste woorden. In het tweede nummer van Jozef Deleu's poëzietijdschrift Het Liegend Konijn staan bekende poëten en één debutant, De Morgen-journalist Filip Rogiers."
(De Morgen, 19 november 2003)

"Het Liegend Konijn, geholpen door de heel mooie vormgeving, is een soort polyfone bundel die je nieuwsgierig maakt naar de diverse stemmen. Eén ding is duidelijk: Het Liegend Konijn is een uitstekend middel tegen myxomatose in de dichterskolonie, want voor bleke neusjes is hier geen plaats."
(Knack, 5 november 2003)

"Door de brede keuze aan dichters kan dan ook elke poëzieliefhebber zijn gading vinden in Het Liegend Konijn. En dat is maar weinig tijdschriften gegeven."
(Tijd Cultuur, 29 oktober 2003)

"Er is weer veel moois te lezen in het nu 103 bladzijden tellende hedendaagse poëzietijdschrift. Gerrit Komrij wil ik er uitlichten. Zijn gedichten vallen op door hun melancholieke tederheid. Een bijna onherkenbare stijl, zonder het gebruikelijke cynisme, die ik erg waardeer. Zoals in de tweede strofe van het gedicht Solo:
"Ik roep een zin. Het klinkt te schraal
in het omringende gewelf -
ik ben geen schim of filiaal -
ik ben vandaag alleen me zelf."
Het lijkt me dat hij daarin precies beschrijft wat de redacteur van Het Liegend Konijn beoogt: dat elke dichter in en buiten het nest zo veel mogelijk zichzelf is."
(Meander, nummer 224, 12 oktober 2003)

"Wat mij zo inneemt voor Het Liegend Konijn is niet alleen de inhoud maar tevens de opmaak. Door een doorgedreven grafische verzorging wordt elke dichter gepresenteerd in een zondagspak. Iets dat jammer genoeg geruisloos uit onze beschaving is verdwenen. [...] Elk boek heeft zijn recht van bestaan, maar slechts de top een reden. Het Liegend Konijn behoort tot de top. Een absolute must voor wie af en toe eens zin heeft naar een vergezicht van op de bergspits."
(Tijd Cultuur, 8 oktober 2003)

 

De pers over
Het Liegend Konijn - 1e jrg 1 - april 2003

"Een aanrader voor elke poëzieliefhebber. De vormgeving van het tijdschrift is prachtig. [...] Samenvattend kan ik stellen dat dit eerste exemplaar van Het Liegend Konijn zeker een aanschaf waard is. Het is een prachtig uitgegeven bundel met schitterende gedichten van goede poëten voor een prijs die alleszins redelijk is. Op naar de betere boekhandel dus, want een oplage van 2.000 exemplaren is snel uitverkocht. U kent immers het bekende gezegde: beter één konijn in de hand dan tien op de vlucht.
(Meander, 27 april 2003)

"De Vlaming mag inderdaad niet eindigen als een konijn voor een lichtbak, maar als lezer van Het Liegend Konijn van Jozef Deleu."
(Paul Van Grembergen,Minister van Cultuur, in zijn antwoord op een Parlementaire Vraag over de Openbare Oproep in Vlaanderen, 23 april 2003)

"Je moet het lef maar hebben, een poëzietijdschrift beginnen met alleen maar gedichten. Voor poëzieliefhebbers heeft Het Liegend Konijn veel te bieden. Maar ook voor de minder ervaren lezers biedt deze halfjaarlijkse bloemlezing een uitstekende gelegenheid om te zien welke dichters een nadere kennismaking waard zijn."
(De Volkskrant, 23 april 2003)

"Men vindt in Het Liegend Konijn gedichten en nog eens gedichten, en verder niets. Biografische informatie blijft beperkt tot de naam van de maker, diens bouwjaar en geboorteplaats, eventueel de mededeling: "is ook prozaïst" en de naam van zijn laatste verschenen dichtbundel. Zo simpel is het om een fonkelend poëzietijdschrift te maken, dat leest als een compleet nieuwe, dubbeldikke dichtbundel. Poëzie zoals poëzie bedoeld is,en anders niet."
(Utrechts Nieuwsblad, 22 april 2003)

"Het tijdschrift zal - traag als de inkt die erin is gestold - maar twee keer per jaar verschijnen. Onthaasting van gedachten en gevoel: het is een welkome verademing in deze tijden."
(Het Laatste Nieuws, 22 april 2003)

"Reden tot kinderlijk enthousiasme is er niet alleen voor de dichters, ook de poëzielezer mag in Het Liegend Konijn een aanwinst begroeten. [...] Belangrijker is dat Het Liegend Konijn al meteen een dichter uit zijn pijp heeft gejaagd en zich voorneemt dat in de toekomst nog vaker te doen. Alleen al daarom is het, nu al, een onmisbaar blad."
(De Morgen, 9 april 2003)

"Met het blad wil Deleu de appetijt voor de dichtkunst scherpen. [...] Alle aandacht gaat naar het met zorg gekozen woord."
(De Standaard, 3 april 2003)

"Een genot om in de hand te hebben dit tijdschrift, waar alleen instaat waar het om gaat: gedichten, van goede kwaliteit, met zorg uitgekozen. [...] Verwondering en ontroering zijn bij uitstek de instrumenten die een dichter weet te hanteren. Het Liegend Konijn zal nog een poos met de verwondering mogen freewheelen en de lichtbakken voorlopig niet ontmoeten."
(Literair Nederland, april 2003)

"Onopgesmukt van vorm en innoverend qua intentie. [...] Zonder te veel franjes en poespas kan de lezer genieten van nieuw werk van gevestigde poëten terwijl telkens een debutant aan bod zal komen. Het eerste Liegend Konijn beantwoordt dus alvast aan de verwachtingen en we twijfelen er geen seconde aan dat de volgende nummers hetzelfde niveau zullen halen."
(theARTserver, april 2003)

 

 

Ook uw reactie is welkom op
info @ hetliegendkonijn.be
info @ hetliegendkonijn.nl