Stephanie
Vetter werd geboren te
Zutfen
in Gelderland (Nederland) op 25 februari 1885. Haar vader Anton Vetter
stamde uit de gegoede katholieke burgerij. Haar moeder Ninette van
Ghert
was Vlaamse, eveneens stammend uit een oud geslacht. Stephanie Vetter
woonde
tijdens haar jeugd met haar ouders achtereenvolgens te Brussel,
Wespelaar,
Brummen en Rotterdam. De gave van spreken en schrijven was erfelijk bij
de Vetters. Haar vader en haar tante waren verdienstelijke schrijvers.
Tevens onder invloed van de geestelijke raadgever van de familie, pater
Ermann, en aangespoord door o.m. August
Van
Cauwelaert begon ook zij te schrijven. Na tot haar zeventiende jaar
de middelbare school gevolgd te hebben, studeerde zij nog tot haar
twintigste
Frans, Engels en Duits. Toen ze twintig jaar oud was, stierf haar
vader.
Hierop verhuisde het gezin naar Den Haag. Hier begon haar letterkundige
loopbaan. Zij oefende zich bovendien in de redekunst en werkte mee aan
kahtolieke congressen en vergaderingen. In augustus 1910 leerde zij
tijdens
een eerste Nederlands Mariacongres in de abdij van Averbode Ernest
Claes
kennen. Enige tijd later waren ze verloofd. Zij huwden te Oude-God op 2
april 1912. Stephanie Vetter zegde Nederland vaarwel. Haar hele leven
lang
bleef zij Hollands wat godsdienstige en morele opvatting betreft, maar
zij voelde zich toch dichter bij Vlaanderen, waar ook haar werken meer
bijval vonden. Het jonge paar woonde een tijdlang te Oude-God waar zoon
Erik werd geboren. In april 1914 verhuisden zij naar Brussel waar haar
echtgenoot benoemd was tot ambtenaar in de Kamer van
Volksvertegenwoordigers.
Toen kwam de oorlog. Haar man werd gekwetst en verbleef als
krijgsgevangene
in Duitsland. Zij woonde de eerste twee jaren van Wereldoorlog I met
haar
zoontje in Nederland. In 1916 werd het gezin herenigd te Le Havre
(Frankrijk).
Na de oorlog nam het gezin zijn intrek in "Huize Terstalle" te Ukkel.
Tijdens
het interbellum
(1)
bleef zij in alle bescheidenheid verder aan haar letterkundige
carričre
werken terwijl haar echtgenoot uitgroeide tot de bekende en
gevierde
Vlaamse heimatschrijver. Zij lieten zich niet door elkaars werk
beďnvloeden.
Stephanie Vetter bleef gaaf Hollands terwijl Ernest Claes uitkwam voor
zijn Vlaams-Brabantse aard. Niettegenstaande dat had zij nochtans
steeds
zeer veel waardering voor zijn werk. Het was trouwens zij die al het
documentatiemateriaal
van haar man archiveerde en klasseerde.
Het eerste werk van Stephanie Vetter, "Eer de
Mail sluit" verscheen in 1915. Het is een romannetje in briefvorm
waarvan
A. Van
Cauwelaert
schreef dat het fonkelde van radde gevatheid en geestigheid. Dit werkje
en de novelle "Vroeg schemer" verschenen in Nederland. Al haar volgende
werken zullen in Vlaanderen uitgegeven worden. Zij zal in Vlaanderen,
niet
alleen als vrouw, de eerste auteur worden die in haar boeken een
grootstadsmilieu
schiep, in tegenstelling met de plattelandsatmosfeer van onze
toenmalige
Vlaamse literatuur. Na nog enkele kleinere werken zoals o.a.
"Vertelsels
uit het schone hemelrijk" gaat zij de weg op van de meer omvangrijke
werken.
Haar vier grote romans "Stil leven", "Miete", "Als de dagen lengen" en
"Haar eigen weg", die verschenen in respectievelijk 1926, 1932, 1940 en
1944, vullen een mensenleven van bijna twintig jaar en zijn van grote
betekenis
qua inhoud. Meerderen werken situeren zich in de Brusselse burgerij. Op
het gebied van vrouwenemancipatie heeft de schrijfster in deze werken
baanbrekend
werd verricht. Dit blijkt ook uit haar laatste boeiende psychologische
romans zoals "Martine" en "Angst". Deze Nederlandse van geboorte wist
zich
door het waardevolle dat zij presteerde, ontegensprekelijk een
belangrijke
plaats te verzekeren in onze Vlaamse letteren.
Stephanie Claes-Vetter stierf te Brussel op 10
oktober 1974 en werd bijgezet bij haar man in de schaduw van de abdij
van
Averbode.
Bibliografie :
* Eer de
mail sluit (roman, 1915)
*
Vertelsels uit het schone hemelrijk (1920)
* Het
Vlaamsche land (1926)
* Verholen krachten (1927)
(omvattend: Tante Hessie, Masoeurke Basilie, Mijnheer en mevrouw, Leed,
Uitstaan, Van
den wonderen
steen, Uit lang vervlogen tijden, Het kruis bij Nieuwpoort)
* Stil
leven (roman, 1928)
* Miete
(roman, 1932)
* Als de dagen lengen (roman,
1941)
* Haar
eigen weg (roman, 1944)
* Vrouwen zonder betekenis
(roman, 1952)
* Bloei
(novelle, ?)
* Een
verloren dag (novelle, ?)
* Het oude
huis (novelle, ?)
* Ontgoocheling (novelle, ?)
* Wachten
(novelle, ?)
* Martine (roman, 1954)
* Angst (roman, 1960)
BELANGRIJK: De webstek van het "Ernest Claesgenootschap: http://users.pandora.be/ernest.claesgenootschap
en het e-mailadres hiervan: ernest.claesgenootschap.vzw@pandora.be
----------
(1)
interbellum = periode tussen
de twee wereldoorlogen
Terug naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers