Louis'
Thuispagina - VLAAMSE SCHRIJVERS
ERNEST
CLAES
Ernest
Claes werd geboren te Zichem op 24 oktober 1885
als
jongste zoon in een groot landbouwersgezin met negen kinderen. Vader en
moeder (Jozef Claes en Theresia Lemmens) moesten hard werken, maar
waren
niet onbemiddeld. Grootvader aan moederskant was een hereboer. De
voorouders
van vader hadden zelfs nog deelgenomen aan de Boerenkrijg. De
ouderlijke
hoeve fungeerde ook als herberg en pleisterplaats voor rondzwervende en
voorbijtrekkende lieden die de vreemdste fantastische verhalen
vertelden
aan het haardvuur en een bron van inspiratie waren. Zijn jongensjaren
sleet
hij in het landelijke Zichem waar bengelstreken in beemden en bossen
zich
afwisselden met het grijze schoolbestaan. Als kind leed hij aan een
ernstige
oorkwaal en werd hij met blindheid bedreigd. Hij maakt voor het eerst
kennis
met de litteratuur in de strafkamer op school waar hij werk van Conscience
las, o.a. "De Leeuw van Vlaanderen". Na zijn "Plechtige communie" in
1895
- het jaar dat ook zijn vader stierf - werd hij ingeschakeld in het
landbouwbedrijf.
Eind 1897 kwam hij in de drukkerij van de Abdij van Averbode in dienst
als drukkershulp. Hij liep van 1898 tot 1905 college in Herentals
(volledig
in het Frans). In die periode logeerde hij bij een modiste (Fien
Janssens).
Tijdens zijn collegejaren stond hij bekend als een ijverig en
weetgierig
leerling. Hij werd een bewonderaar van Rodenbach
en een aanhanger van de Vlaamse Beweging. In het laatste collegejaar
woonde
hij tijdens de vakanties streng verboden vergaderingen van "Vlaamse
studentenbonden"
bij. Op school liep hij verschillende straffen op voor zijn
flamingantisme.
Hij kreeg zelfs een pak ransel wegens het zingen van de Vlaamse Leeuw.
Maar ondanks zijn onstuimig temperament was hij een knap en gewaardeerd
student. Na het beëindigen van de Retorica was hij korte tijd
redacteur
in de uitgeverij van Averbode. In 1906 ging hij studeren aan de
Leuvense
universiteit. Hij liet zich
inschrijven
voor de eerste kandidatuur "philologie germanique". Korte tijd later
werd
hij ingelijfd bij de "compagnie universitaire" van het l0e
Linieregiment.
Hij was dus student tijdens zijn legerdienst. Ook bij het leger
ondervond
hij moeilijkheden wegens zijn vlaamsgezindheid. Wegens Vlaams-Waalse
vechtpartijen
in uniform had hij meermaals kamerarrest. In die periode schreef hij
ook
zijn eerste hoofdstukken van "De Witte", die hij met succes voordroeg.
Hij werd hoofdredacteur van "Ons Leven" en zelfs voorzitter van het
AKVS
(Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond). Om zijn flamingantisme
werd
hij bijna weggestuurd van de universiteit. In 1910 promoveerde hij in
de
Germaanse filologie. Van 1910 tot 1913 was hij bestuurder van het
"Vlaamsch
Sekretariaat" te Antwerpen. Pas in 1912 werd hij doctor in Letteren en
Wijsbegeerte. In datzelfde jaar - op 29 oktober - huwde hij met Stephanie
Vetter, een Nederlandse schrijfster die hij had leren kennen op een
congres. In 1913 kreeg hij een vertalersfuncite bij de Kamer van
Volksvertegenwoordigers.
Hij verhuisde naar Brussel. In datzelfde jaar werd zijn zoon Erik
(Kiki)
geboren. In augustus 1914 brak de eerste wereldoorlog uit en werd hij
gemobiliseerd
en ingezet ter verdediging van de Maasforten. Op 22 augustus 1914 werd
hij zwaar getroffen door kogels en granaatscherven. Hij werd als
krijgsgevangene
weggevoerd naar Duitsland (Erfurt) waar hij een tijd zwaar ziek was.
Begin
1915 werd hij vrijgelaten en bereikte hij via Zwitserland Le Havre,
waar
hij in het Belgisch leger nog administratieve functies vervulde tot hij
in 1916 om gezondheidsredenen definitief werd vrijgesteld. De rest van
de eerste wereldoorlog bleef hij in Frankrijk in dienst van de
Belgische
regering. Hij was in die periode correspondent van verschillende
tijdschriften
en had sympathie voor het activisme
(1). Na de wapenstilstand in november 1918 trok hij terug naar
Brussel
en hervatte hij zijn taak in het parlement. Hij werd directeur van het
Beknopt Verslag van de Kamer. In 1927 verhuisde hij naar Ukkel. Tijdens
het interbellum
(2).
was hij medewerker aan verschillende kranten en tijdschriften, gaf hij
op verzoek van culturele organisaties talrijke voordrachten en maakte
zelfs
literaire tournées in Duitsland. Hij leunde aan bij de
Frontpartij
en bleef hevig vlaamsgezind. Vanaf 1938 ging zijn gezondheid achteruit
en leed hij aan angina pectoris. Tijdens de tweede wereldoorlog hield
hij
zich stil op litterair gebied. Een collega legde een knipseldossier aan
van zijn activiteiten tijdens de oorlog. Bijgevolg leed hij na de
tweede
wereldoorlog zoals zovelen onder de repressie en werd hij drie maanden
lang opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis. In eerste aanleg door
de Krijgsraad in 1948 en in graad van beroep door het Krijgshof in 1949
werd hij telkens vrijgesproken. De spanningen leidden in 1948 tot een
hartcrisis
en extreme zwaarmoedigheid. In 1950 kreeg hij zijn politieke en
burgerrechten
terug en in 1951 ging hij met pensioen. In de periode dat hij geen
inkomen
had (1946-50) gaf hij voordrachten in heel Vlaanderen om in zijn
onderhoud
en dat van zijn familie te voorzien. Vanaf 1950 werd hij terug ten
volle
gereïntegreerd in de Vlaamse culturele wereld. Op een bepaald
ogenblik
was hij zelfs lid, voorzitter of erevoorzitter van liefst 54
organisaties.
Hij werd ereburger van Averbode en Zichem.
Vanaf 1965 ging zijn gezondheid echter sterk achteruit. Op 5 januari
van dat jaar had hij een zware hartaanval.
Jeugd- en oorlogservaringen waren de belangrijkste inspiratiebronnen
van Ernest Claes. De oorlogsjaren en het krijgsgevangenleven tijdens de
eerste wereldoorlog worden beschreven in "Namen 1914", "Bei uns in
Deutschland"
(1919) en "De vulgaire geschiedenis van Charelke Dop" (1923). De
repressietijd
na de tweede wereldoorlog wordt belicht in o.a. "Cel 269 (1952) en "Het
was lente" (1953). Zijn internationale bekendheid heeft de schrijver
echter
de danken aan een reeks heimatromans, verhalen en novellen die zich
afspelen
in zijn geboortestreek en een aantal pitoreske
figuren
beschrijven. We denken hier vooral aan zijn bekendste werk "De Witte"
uit
1920, "Wannes Raps" uit 1926, "Pastoor Campens Zaliger" uit 1935 en
"Het
leven en de dood van Victalis van Gille" uit 1951. Een
ander
facet van zijn werk zijn de geromanceerde jeugdherinneringen zoals ze
beschreven
worden in "Jeugd" (1940) en "De oude klok " (1947). De veelzijdigheid
van
de schrijver blijkt uit "Kiki" (1925), een werk dat men een
psychologische
roman
mag
noemen, en uit "Floere het Fluwijn" (1951), een dierenverhaal. Ernest
Claes
was en is een enorm populair schrijver. Hij was lid van de Vlaamse
academie
voor Taal en Letterkunde (vanaf 1934). In 1958 ontving hij voor zijn
hele
oeuvre de Prijs der Vlaamse provincies. Zijn werk werd in ettelijke
talen
vertaald, tot het in het Turks en Hebreeuws toe. "De Witte" werd
tweemaal
verfilmd. Andere werken ("Het schamel moederken", "Pastoor Campens",
"Jeroom
en Benzamien", "De moeder en de drie soldaten", "Daar is een mens
verdronken",
"De vulgaire geschiedenis van Charelke Dop") werden bewerkt voor
televisie. "Wij, heren van Zichem", een compilatie van verschillende
verhalen,
kende op de Vlaamse TV een gigantisch succes.
Hij publiceerde ook onder de pseudoniemen G. van Hasselt en Vanhasselt.
Ernest Claes overleed te Brussel op 2 september 1968. Hij werd begraven
te Averbode in de schaduw van de abdijkerk (zie foto). Zijn
geboortehuis
te Zichem is ingericht als museum.
Bibliografie :
* Uit mijn dorpken (1906)
-
Een moeilijk ding
-
Een ongeluk
- Naar 't kasteel geweest
-
Zwemmen
* Ch. Dickens. Twee vertellingen. Naar het
Engelsch voor de jeugd bewerkt door Ern. Claes (1906)
- De kerstboom
- Drij kerstmisvertellingen
* Het proza van Potgieter (proefschrift, 1912)
* Uit mijn soldatentijd (1917)
-
Saelens
-
Van een schamel moederke
-
Op patrouille
* Oorlogsnovellen (1919)
-
Aan mijn moeder
-
Een held (= "Saelens" uit "Uit mijn soldatentijd")
-
Marche forcée
-
Van een schamel moedertje (Uit "Uit mijn soldatentijd")
-
Op partrouille (Uit "Uit mijn soldatentijd")
-
"Mammy", een kijkje op "L' ame de la France"
-
Vadertje Musset
-
Toen ik uit Duitschland kwam
* Uit den oorlog. Namen 1914 (1919)
* Bei uns in Deutschland (1919)
* De Witte (1920)
* Sichemse novellen (1921)
-
Strijdzang van de borgerlyke wagten tot Sichem
-
Onze Wannesome
-
Jefke
-
Stegger
-
Een ongeluk (Uit "Uit mijn dorpken")
-
Het geval van burgemeester Judocus van Zwimmel en den Pruis
-
Soldaten in 't dorp
-
Zwemmen (Uit "Uit mijn dorpken")
-
Wroeter
-
Het spook
-
Pastoor Munte
-
Een moeilijk ding (Uit "Uit mijn dorpken")
-
Naar de kazerne
-
De mambers van 't konsel
In
de 2e druk uit 1930 ("Zichemse novellen") staan de volgende verhalen
-
Strijdzang van de borgerlijke wachten tot Zichem
-
Onze Wannesome
-
Stegger
-
Janneke de kleermaker en Fiel Ekster
-
Het geval van burgemeester Zwimmel en den Pruis
-
Soldaten in 't dorp
-
Het spook
-
Pastoor Munte
-
De mambers van 't konsel
* De vulgaire geschiedenis van Charelke Dop
(1923)
(vanaf 8ste druk: "Charelke Dop")
* B. Van Hollebeke. Nieuwe leeslessen met
prentjes. Herzien door Dr. Ern. Claes (1923)
* De fanfare de Sint-Jansvrienden (1924)
* Het leven van Herman Coene. Het kind (1925)
* Kiki (1925)
* Wannes Raps (1926)
* Uit mijn werk (1926)
- Onze Wannesoome (verhaal uit « Zichemse novellen »)
- Van een schamel moederken (verhaal uit « Oorlogsnovellen
»)
- Gewonden (fragment uit « Namen 1914 »)
- De Witte krijgt een nieuwe klak (fragment uit « De Witte
»)
- God schept den dag en de Witte vliegt er door (fragment uit «
De
Witte »)
- Koortsvizioenen (fragment uit « Bei uns in Deutschland »)
- Winter (fragment uit « Het leven van Herman Coene »)
- Kiki (fragment uit « Kiki »)
* Onze smid (1928)
-
Onze smid
-
Nolle Janus
In
een uitgave uit 1942 staan de volgende verhalen :
-
Onze smid
-
Nolle Janus
-
Sodaten in 't dorp
-
Wannesome
-
Stegger
* Het leven van Herman Coene, deel II (1930)
* De heiligen van Zichem (1931)
* De geschiedenis van Black (1932)
* Toen Ons-Lieve-Vrouwke heuren beeweg deed
(1933)
(Herdrukt als "De wonderbare tocht")
* Kobeke (1933)
* Pastoor Campens zaliger (1935)
* Van den os en den ezel (1937)
-
Van den os en den ezel
-
Het kerkboekske van Dictus-Oome
-
De nachtelijke tocht
-
De moeder
-
Het land en het volk
-
Het spel van "De Profundis"
* Reisverhaal met allerhande afwijkende
bespiegelingen
over menschen en dingen, water en politiek, aardrijkskunde
en liefde. Beschreven en verteld
door Ernest Claes (1938)
* De moeder en de drie soldaten. Kerstverhaal
(1939)
* Wat ge moet doen en laten om heilig te worden (in "Zonnewijzer 1940. Almanak voor het katholieke gezin) (1939)
* Jeugd (1940)
* Clementine (1940)
* Herodes (1942)
* Stegger, de strooper en Nolle Janus (1944)
-
Stegger, de strooper
-
Nolle Janus
* Ernest Claes vertelt (1944)
-
Mijn vader (fragment uit "Jeugd")
-
Meester Baekelants (fragment uit "Jeugd")
-
De bedelaars (fragment uit "Pastoor Campens zaliger")
-
Janneke de kleermaker en Fiel Ekster (fragment uit "Zichemse novellen")
-
Het kerkboekske van Dictus-Oome (fragment uit "Van den os en den ezel")
-
Naar Scherpenheuvel (fragment uit "De wonderbare tocht")
-
De student en de kraai (fragment uit "Herman Coene")
-
Geboorte en doop van Kobeke (fragment uit "Kobeke")
-
Als Sinter-Klaas komt (fragment uit "Kiki")
-
Van een schamel moedertje (fragment uit "Uit mijn soldatentijd")
-
De vrome kanten van de Witte (fragment uit "De Witte")
-
Sep en Marieke (fragment uit "Herman Coene")
-
De schoone vaart (fragment uit "Reisverhaal")
* In 1946 verschijnen onder de pseudoniem
G.
van Hasselt vier repressieverhalen
-
De oude moeder (later titelnovelle van de gelijknamige bundel die in
1955
verschijnt)
-
Gerechtelijke dwaling (nadien opgenomen in een nieuwe editie van
"Charelke
Dop)"
-
Gebed van een gevangene (later opgenomen in "Cel 269")
- Kerstnacht in de gevangenis (idem)
* Jeroom en Benzamien (1946)
* De oude klok (1947)
* Sinterklaas in de hemel en op de aarde (1947)
* Die schone tijd (1949)
-
Pater cellier
-
Waarom ik Ernestus heet
-
De ouden van ons dorp
-
De historie van de mislukte hovenier
-
De nieuwe parochie
-
Tist Plu
-
Het sneeuwmannetje
* Daar is een mens verdronken (1950)
* Studentenkosthuis "Bij Fien Janssens" (1950)
* Peter en Polly (1950)
* Floere, het Fluwijn (1950)
* Maria Gevers. En zie, de sterre bleef staan.
Naverteld door Ernest Claes (1950)
* Het leven en de dood van Victalis van Gille
(1951)
* Uit
het land der lemen huizen (1951) (Schooluitgave) (Fragmenten uit
"Jeugd", " Die schone tijd", "Zichemse novellen", De moeder en
de drie soldaten", "De wonderbare tocht")
* Cel 269 (1952)
* Over reizen en reizigers met allerhande
beschouwingen
die er niets mee te maken hebben (1952)
* Voor de open poort (1952)
* De nieuwe ambtenaar (1953)
* Het was lente (1953)
-
Het was lente
-
De kerstnacht van Sarelewie
-
Van de os en de ezel (herdruk)
-
De moeder en de drie soldaten (herdruk)
-
Toen ik uit Duitsland kwam
-
Het leven en de dood van Victalis van Gille (herdruk)
* De oude moeder (1955)
- De oude moeder (herdruk)
-
De nieuwe ambtenaar (herdruk)
-
Herodes (herdruk)
-
Schetsen uit Montecatini (Uit "Over reizen en reizigers...")
- Mijn vriendje Beppo
- De dichter
* Ik en mijn lezers (1955)
* Dit is de sproke van broederke Valentijn (1956)
-
De sproke van broederke Valentijn
-
Zo bad Jan Vervloet te Scherpenheuvel
* Twistgesprek tussen Demer en Schelde (samen
met Filip De Pillecyn) (1957)
* Ik was student (1957)
* Leuven. O dagen, schone dagen! (1958)
* De mannen van toen (1959)
-
De eerste fiets en de eerste automobiel
-
Charel van Gelder en zijn automobiel
-
Het proces van de Sus en de Sjarel
* Ik en de Witte (of : Wie was De Witte) (1960)
* Voordrachtgevers zijn avonturiers (1962)
* Omnibus I (1965)
-
De Witte
-
Floere het Fluwijn
-
Jeugd
-
De heiligen van Zichem
-
Clementine
-
De oude klok
* Omnibus II (1965)
-
Wannes Raps
-
Pastoor Campens zaliger
-
Black
-
De fanfare "De St.-Jansvrienden"
-
De nieuwe ambtenaar
-
Het leven en de dood van Victalis van Gille
-
Bei uns in Deutschland
* Omnibus III (1965)
-
Jeroom en Benzamien
-
Kiki
-
Ik en de Witte
-
Ik was student
* Ernest Claes en Stephanie Vetter vertellen
(1965)
-
Mijnheer Albert (E. Claes)
-
Martine (S. Vetter)
-
Een ontgoocheling (S. Vetter)
* Schone herinneringen (1966)
* De gevolgen van "De Leeuw van Vlaanderen"
(fragment uit "Jeugd") (1966)
* Kleine Ernest Claes omnibus (1967)
-
De klanten van Pastoor Campens zaliger (tekst van het televisiespel)
-
Daske
-
Schone herinneringen
* Omnibus IV (1970)
-
De oude moeder
-
Het was lente
-
De moeder en de drie soldaten
-
Voor de open poort
- Leuven, o dagen, schone dagen
* Ernest Claes, Nieuwe omnibus (1971)
-
De oude moeder
-
Het was lente
-
De moeder en de drie soldaten
-
Voor de open poort
-
Leuven. O dagen, schone dagen
* Wannes Raps (In "54 Vlaamse
verhalen", 1971)
* Claes omnibus V (1975)
-
Pastoor Munte
-
Onze smid
-
Stegger
-
Wannesome
-
De mambers van 't konsel
-
Daske
-
Mijnheer Albert
-
Daar is een mens verdronken
* Groeten uit 't Belgiekske (Kroniek van een
free-lance journalist) (1976)
* Het leven en de dood van
Victalis van Gille (in "Sociale Verhalen") (1976)
* Van een schamel moedertje (in
"Omnibus Vlaamse Parels 2, 1900-1940") (1976)
* Toen De Witte werd verfimd en andere verhalen
(1977)
-
Toen De Witte werd verfilmd
-
Op reis in een autocar
-
Van stad en dorp
-
Ambtenaren - 1933
-
Politieke en andere figuren en figuranten
-
Het schone en blijde leven van Monseigneur Crets
-
Als Ernest Claes vertelt
* Bij ons in Vlaanderen (1978)
* Mijn land en mijn volk (1978,
in "Vlaamse dorpsverhalen uit vroeger tijd")
* Uit de dagboeken van Ernest Claes (1981)
* Uit de dagboeken van Ernest Claes : het
afscheid
(1983)
* Tussen twee wereldoorlogen. (Journalistieke
beschouwingen tussen 1918 en 1938) (1984)
* De
Twaalf, een Vredesvisioen (1987)
* Jeroom en Benzamien (1997)
(omvattend: Jeroom en Benzamien - De nieuwe ambtenaar - Ernest Claes
vertelt: van Brusselse Vlamingen en ministriële ambtenaren).
* Drie maanden gevangenis (2006)
* De Witte van Sichem, naar Ernest Claes
(1980,
filmscenario van Fernand Auwera
en Robbe de Hert)
* Het was lente (uit "Het was
lente en andere verhalen", in "Vlaamse verhalen") (?)
* De kerstnacht van Sarelewie (z.j., in "Ge zult het kindeke vinden -
Oorspronkelijke Nederlandse en Vlaamse kersteverhalen")
* Mijn vader (uit "Jeugd", in "
Heimatschrijvers in de Nederlandse literatuur") (z.j.)
* Stegger (uit "Zichemse novellen", in "
Heimatschrijvers in de Nederlandse literatuur") (z.j.)
BELANGRIJK: De webstek van het "Ernest
Claesgenootschap: www.ernestclaesgenootschap.be
en het e-mailadres hiervan: info@ernestclaesgenootschap.be
----------
(1)
activisme = politieke beweging
die streefde naar de oplossing van de
Vlaamse
kwestie met hulp van de bezettende
macht (1914-18)
(2)
interbellum = periode tussen
de twee wereldoorlogen
Terug naar begin
Terug
naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers