(Joanna-Desideria Courtmans-Berchmans)
Joanna-Desideria
Berchmans werd op 6 september 1811 te Oudegem
(Mespelare)
geboren, waar haar vader burgemeester was. Na enkele jaren dorpsschool
werd zij op negenjarige leeftijd naar een kostschool in Wallonië
gestuurd.
Toen zij op zestienjarige leeftijd bij haar tante te Gent haar intrek
nam,
kende zij nog nauwelijks haar moedertaal. Op vijfentwintigjarige
leeftijd
huwde zij met Jan Bapstiste COURTMANS, een onderwijzer te Gent. Na van
haar echtgenoot opnieuw de Nederlandse taal geleerd te hebben, schreef
zij in 1839 haar eerste gedicht. In de volgende jaren behaalde zij met
haar gedichten meerdere prijzen. In 1844 verhuisde het gezin naar Lier.
In 1856 overleed J.B. Courtmans na een langdurige ziekte. "Vrouwe
Courtmans"
bleef achter met acht jonge kinderen. Om aan de kost te komen, opende
zij
te Maldegem een kostschool. Deze onderneming moest echter spoedig
opgegeven
worden.
Naar het grote voorbeeld Conscience begon
zij dan verhalen in proza te schrijven. Haar eerste verhalen en romans,
zoals
"Helena
van Leliëndal", kenden weinig succes. Langzamerhand werd zij
echter
bekend, ook in Nederland.
De meeste van haar werken hadden het bekrompen dorpsleven als
onderwerp.
Dit werd beschreven in een boeiende en nuchtere, soms oppervlakkige
stijl.
Daarenboven schuwde zij de sociale kritiek op de tijdsomstandigheden
niet.
Hoewel zij pas echt debuteerde op latere leeftijd, slaagde zij erin
een omvangrijk oeuvre bij elkaar te schrijven. Wellicht haar beste werk
"Het geschenk van de jager" (1865) werd bekroond met de vijfjaarlijkse
staatsprijs voor Nederlandse letterkunde.
Vrouwe Courtmans overleed te Maldegem op 22 september 1890.
Bibliografie:
* Marie-Theresia (poëzie, 1841)
* Pieter de Coninck (poëzie, 1842)
* Philippinne van Vlaanderen (poëzie,
1842)
* België's eerste koningin (poëzie,
1842)
* Lof van het pausdom (poëzie, 1843)
* Margaretha van Brabant (poëzie, 1845)
* Marnix van Ste-Aldegonde (poëzie, 1855)
* Helena van Leliëndal (proza, 1855)
* Vlaamse poëzij (poëzie, 1856)
* Karel de Stoute (poëzie, ?)
* Jacob van Artevelde (poëzie, ?)
* Kindergedichten (poëzie, ?)
* De burgemeester van 1819 (proza, 1861)
* Edeldom (proza, 1862)
* Anna de bloemenmaagd (proza, 1862)
* Het geschenk van de jager (proza, 1862)
* De gemeenteonderwijzer (proza, 1862)
* De zwarte hoeve (proza, 1863)
* Livina (proza, 1863)
* Drie novellen (De bloem van Cleyt - De zoon
van de molenaar - De bondgenoot) (proza, 1864)
* Griselda (proza, 1864)
* Drie testamenten (proza, 1865)
* De hut van tante Klara (proza, 1865)
* Genoveva van Brabant (proza, 1866)
* Het plan van Heintje Barbier (proza, 1866)
* De schuldbrief (proza, 1866)
* De zaakwaarnemer (proza, 1867)
* Nicolette (proza, 1868)
* Moeder Daneel (proza, 1868)
* Tijdingen uit Amerika (proza, 1868)
* Eens is genoeg (proza, 1869)
* De zoon van de mosselman (proza, 1870)
* Christina van Oosterwei (proza, 1871)
* Bertha Baldwin (proza, 1871)
* Moeders spaarpot (proza, 1871)
* De wees van het Rozenhof (proza, 1872)
* Tegen wil en dank (proza, 1872)
* Het rad der fortuin (proza, 1873)
* De koewachter (proza, 1873)
* Verscheurde bladen (proza, 1874)
* De gezegende moeder (proza, 1876)
* Karel Klepperman (proza, 1878)
* Rozeken Pot (proza, 1879)
* De hoogmoedige (proza, 1882)
* Zoo zijn er veel (proza, ?)
* Het geschenk van de jager (1954, in "Vlaamse cassette, deel II")
* Tante Sidonie (1978, in "Vlaamse dorpsverhalen uit vroeger tijd")