Louis'
Thuispagina - VLAAMSE SCHRIJVERS
JOHAN
DAISNE
Johan
Daisne werd geboren als Herman Thiery te Gent
op 2 september 1912. Zijn vader stamde uit een oud adelijk Frans
geslacht
en was onderwijzer. Zijn moeder was normaalschoollerares. Van 1926 tot
1930 bezocht hij het Koninklijk Atheneum. In de tweede Moderne
Humaniora
werd hij ziek. Hij verliet de school en werkte zes maanden als
kantoorbediende.
Ondertussen bereidde hij zich voor op het universitair
toelatingsexamen.
Vanaf 1930 studeerde hij economie en Slavische talen aan de Genste
universiteit,
waar hij in 1936 promoveerde tot doctor in de handelswetenschappen op
een
proefschrift over staatshuishoudkunde. Na reeds Engeland en de
Scandinavische
landen bezocht te hebben, maakte hij in 1935 een studiereis naar
Rusland onder leiding van de Nobelprijswinnaar Jules Bordet. Na zijn
legerdienst
was hij een tijdje studiemeester aan het atheneum te Gent, daarna
adjunct-directeur
bij de Landsbond der Bouwbedrijven. Op het einde van Wereldoorlog II
dook
hij onder. Bij de bevrijding werd hij als luitenant gedetacheerd bij
het
Krijgsauditoraat te Gent. Van 1945 tot 1977 was hij hoofdbibliothecaris
van de Gentse stadsbibliotheek en parttime leraar. In 1944 huwde hij
met
Polly van Dyck en vestigde hij zich in Schaarbeek. Nog datzelfde jaar
wordt
een dochtertje geboren dat echter nog geen drie maand later
overlijdt.
Deze gebeurtenis zal Daisne voor de rest van zijn leven tekenen. Het
echtpaar
krijgt ook nog een zoontje. Zijn eerste huwelijk strandde en in 1957
huwde
hij met Marthe Kinaupenne. Hij was medeoprichter van het
poëzietijdschrift
"Klaver(en) drie" en redacteur van "Werk" en het "Nieuw Vlaams
Tijdschrift".
Tevens was hij administrateur van de Belgische Filmotheek.
Zoals zovele auteurs debuteerde Johan Daisne met poëzie, nl. met
"Verzen" in 1935. Zijn gedichten zijn eenvoudig en romantisch en
stralen
een deugdoende menselijkheid uit. De stijl evolueert niet. Zij kenden
dan
ook niet zo heel veel bijval. De schrijver deed niet mee aan het
modeverschijnsel
"experimenteren". Nog enkele belangrijke dichtwerken zijn "Het einde
van
een zomer" (1940), "Ikonakind" (1946), "Het kruid-aan-de-balk" (1953),
"De nacht komt gauw genoeg" (1961) en het postuum verschenen "Gepijnde
honing".
Als romanschrijver introduceerde Daisne het magisch-realisme in de
Nederlandstalige litteratuur. Het magisch-realisme wil de wereld en het
leven weergeven als een onverbreekbare eenheid van realiteit en droom,
die tevens een bovenzinnelijke dimensie bezit. Reeds zijn eerste roman,
"De trap van steen en wolken" (1942), getuigt hiervan. Hoogtepunten
zijn
"De man die zijn haar kort liet knippen" (1947), waarin de auteur als
het
waren zijn levensvisie bloot geeft, en "De trein der traagheid" (1953).
In zijn meeste werken speelt het autobiografische trouwens een grote
rol,
zo ook in "De neusvleugel der muze", verschenen in 1959, en in "Hoe
schoon
was mijn school" uit 1961 waarin hij herinneringen uit zijn leraarstijd
ophaalt. In 1962 wordt "Baratzeartea" gepubliceerd, een verhaal
waarin
fictie, realiteit en waarheid elkaar doorkruisen. "Ontmoeting in de
zonnekeer"
(1967) noemt hij zelf een 'anti-Simenonroman.
Johan Daisne was ook actief op journalistiek vlak Selecties uit zijn
journalistiek werk verschenen o.a. in "Met een inktvlek geboren"
(1961).
En daarenboven schreef hij ook nog hoorspelen, filmscenario's en enkele
toneelstukken zoals "De charade van Advent" (1942) en "De liefde is een
schepping van vergoding" (1946), bestaande uit "Veva", "Het zwaard van
Tristan" en "Tine van Berken".
Ook de filmkunst speelde een belangrijke rol in leven en werk van de
schrijver. Het Filmfestival van Knokke lag hem nauw aan het hart en hij
schreef een viertalig "Filmografisch lexicon der wereldlitteratuur" in
drie delen (1971, 1975, 1978). Door sommigen wordt dit zijn levenswerk
genoemd.
Bijna alle romans van de auteur werden vertaald in heel wat Europese
talen. "De trein der traagheid" (met Yves Montand en Anouk Aimé
in de hoofdrollen) en "De man die zijn haar kort liet knippen" (met
Senne
Rouffaer in de hoofdrol) werden verfilmd. Zijn werk werd ettelijke
malen
bekroond. In 1946 kreeg hij de driejaarlijkse staatspijs voor toneel
voor
"Het zwaard van Tristan". "De man die zijn haar kort liet knippen" werd
bekroond met de August Beernaertprijs van de Koninklijk Academie voor
Taal-
en Letterkunde(1951). "Lago Maggiore", een optimistisch boek verschenen
in 1957 na een zware ziekte, kreeg de Arthur Merghelinckprijs van
dezelfde
academie in 1958. In 1960 kreeg hij de driejaarlijkse Staatsprijs voor
"De neusvleugel der muze". In 1967 ontving hij de internationale
Koggeprijs van de stad Minden (Duitsland) voor zijn ganse oeuvre.
Johan Daisne stierf te Gent op 9 augustus 1978.
Bibliografie :
* Stof op het Kremlin (reportage, 1935)
* Breuken herleiden (poëzie, 1936)
* Verzen (poëzie, 1936)
* Afreacties en funderingen (poëzie,
1937)
* De bronzen ruiter (gedichten van Poesjkin
uit het Russisch vertaald, 1937)
* Kernamout (poëzie, 1938)
* Gojim (verhaal, 1939) (herdrukt met "Zuster
Scharon" in 1968)
* Het einde van een zomer (poëzie, 1940)
* De nieuwe dichtersgeneratie in Vlaanderen
(studie, 1940)
* Aurora (verhaal, 1940)
* Maud Monaghan (verhaal, 1940)
* Renée (verhaal, 1940)
* De trap van steen en wolken (roman, 1942)
* De charade van Advent (toneel, 1942)
* Zes domino's voor vrouwen (verhalenbundel,
1944) (omvattend: Raissa, Aurora, Renée, Maud, Agnes, Veva)
* Hermina-uit-de-storm (poëzie, 1944)
* De Russische literatuur (studie, 1945)
* Drie-hoog-voor (poëzie, 1945)
* Tale quale, zoals het reilt (poëzie,
1945)
* De liefde is een schepping van vergoding
(toneeltrilogie, 1946) (omvattend: Veva, Het zwaard van Tristan, Tine
van
Berken)
* De nacht staat op een kier (poëzie,
1946)
* Drie verzen maar, mijn Fred... (poëzie,
1946)
* In memoriam Robert Mussche (essay, 1946)
* Ikonakind (poëzie, 1946)
* Schimmen om een schemerlamp (verhalenbundel,
1947) (omvattend: Kachels, "Uit het kleine, 't grote", Kameraad
Tsjikokoekawa,
Darjal Hananapur, Het schilderij van Lucio de Ferri, Van de spoken die
wij zijn, Gavotte du temps jadis, "Hof ter Meren", Het testament van
Dr.
Mabuse, Rare mémoires, De grote Johannes, Bezsonov, Heer zijn
wij
de trein die rijdt of de trein die stilstaat?!, Kortsluiting in een
schrijfmachine,
Dobbelstenen, De dood op de motorfiets, De Tempel der Gebroken harten
(hoorspel),
Het portret (hoorspel))
* Zevenreizenboek (poëzie, 1947)
* Bidsnoer voor de heroïsche film, of
het daglicht in de toverlantaarns (filmatiek, 1947)
* In het teken van Esmoreit (toneelopstellen,
1947)
* Moskou 800 jaar (studie, 1947)
* De man die zichzelf optelefoneerde (lees-en
luisterspel, 1947)
* De Hollandse reis (reportage en gedichten,
1947)
* De man die zijn haar kort liet knippen (roman,
1948)
* Hedendaagse filmkunst (filmatiek, 1948)
* Reisebilder uit bezet Duitsland (reportage,
1948)
* Egbertha in de onderwereld (verhaal, 1948)
* Van Nitsjevo tot Chrorosjo (10 eeuwen Russische
literatuur (studie, 1948)
* De vrede van Wroclaw, of een proeve van
spijkerschrift op het Ijzeren Gordijn (studie, 1949)
* Het eiland in de Stille Zuidzee (verhaal,
1949) (In 1963 in aangevulde versie verschenen als "Venezy")
* Twee schelpen (verhaal, 1949)
* Losse beschouwingen over het dossier van
het magisch realisme (studie, 1949)
* Kritiek van de kinematograaf (filmatiek,
1950)
* Met dertien aan tafel, of kwalzilver met
schepgoud (verhalenbundel met o.a. "De trein der traagheid" en "De
Madonna met de bebloede lippen")
* Kroonfilms van altijd (filmatiek, 1950)
* De wedloop der jeugd (verhaal, 1950)
* Florence en de film, of een blozende lelie
als brandmerk (filmatiek, 1951)
* Roman en leven (essay, 1951)
* Katten en honden sterven als kinderen
(hoorspel,
1952) (In "Zes Vlaamse novellen")
* Het kruid-aan-de-balk (poëzie, 1953)
* De vier heilsgeliefden (verhalenbundel, 1955)
(omvattend: Edl. De heilsgeliefde, Benetrix. De gouden spijker,
Morhanita.
Het bekken der vaas, Amoëne. Het hemd)
* Mijn voorouders (In "Familiealbum- Vlaamse
auteurs schrijven over hun v oorouders", 1955)
* Russische namen in het Nederlands (studie,
1956)
* 't En is van u hiernederwaard (studie, 1956)
* Filmatiek, of de film als levenskunst
(filmatiek,
1956)
* Versleer in vogelvlucht (anti-experimentele
les, 1956)
* Lago Maggiore (roman, 1957)
* Lantarenmuziek (filmatiek, 1957)
* Wat is magisch-realisme. Letterkunde en magie
(essay, 1958)
* Feest van de film (filmatiek, 1958)
* De vierde engel (verhaal, 1958)
* Film en tijd (filmatiek, 1958)
* Grüss Gott (verhaal, 1958)
* Gaat de roman ten onder (met H. Teirlinck
(essay, 1959)
* De neusvleugel der muze (roman, 1959)
* Zien en zijn (filmatiek, 1960)
* Pierre Benoit, of de lof van de roman
romanesque
(studie, 1960)
* De schone van nooit weer (verhaal, 1960)
* De nacht komt gauw genoeg (poëzie, 1961)
* Hoe schoon was mijn school (roman, 1961)
* Met een inktvlek geboren (verzameling
aforismen,
boutades e.d., 1961)
* Ik heb u alles gegeven (bloemlezing,
poëzie,
1962)
* A pocketfull of miracles (filmatiek, 1962)
* Tine van Berken, of de intelligentie der
ziel (levens- en karakterschets, 1962)
* Veritza (verhaal, 1962)
* Baratzeartea (roman, 1962)
* Venezy (verhaal, herziene uitgave van "Het
eiland in de Stille Zuidzee", 1963)
* De bioscopiumschuiver (filmatiek, 1963)
* De zoete smaak van de zee (verhaal, 1963)
* De trein der traagheid (verhaal uit "Met
dertien aan tafel", 1963)
* Poëtisch gastmaal (poëzie, 1964)
* Dagboekpoëzie (essay, 1964)
* Judex (filmatiek, 1964)
* Pavane (verhaal, 1964)
(ook in "54 Vlaamse verhalen", 1971)
* De wedloop der jeugd (verhalenbundel, 1964)
(omvattend: De wedloop der jeugd, Het venster op het leven, De fan)
* Als kantwerk aan de kim (roman, 1965)
* De droom is een herinnering van wat nimmer
is gebeurd (poëzie, 1965)
* Ganzeveer en kogelpen (essay, 1965)
* Charaban (verhalenbundel, 1965) (ombattend:
De Lievevrouw en de lichtmis, Joeki Pipi, De vierde engel, De Schone
van
nooit weer, De bloem en de mens, Vijand zoete vriend, Veritza, Boek en
pij, Van de blonde dingen die blijven, De zoete smaak van de zee,
Pavane)
* Gent, schoonschrift der Leie (schets der
Gentse letteren, 1965)
* Greta Garbo, een droom die heeft geademd
(filmatiek, 1965)
* Mijn levensliedje (muzikale herinneringen,
1965)
* Afscheid van de dag (essay, 1965)
* Het geluk (luisterspel, 1966)
* Reveillon-reveillon (roman, 1966)
* Veva (verhaal uit "Zes domino's voor vrouwen",
1966)
* Dossier nr. 20.174 (verhaal uit Met dertien
aan tafel", 1966)
* Met zeven aan tafel (verhalenbundel, 1967)
(omvattend: Winterrozen voor een kwakzalver, Egbertha in de
onderwereld,
De man die zichzelf belde, Verrijzenis, Oswiecim, De ogen in het wiel,
De madonna met de bebloede lippen)
* Ontmoeting in de zonnekeer (roman, 1967)
* Twee schelpen en wat gruis (verhalenbundel,
1967) (omvattend: Twee schelpen, De eeuwige geschiedenis,
Résidence
Familia, Solsitiale, Weeskind van het lot, De regisseur, De al te mooie
onbekende, Kapper des konings, Dolf)
* Zuster Sharon (verhaal, 1967)
* Fringilla (filmatiek, 1967)
* De Engelse groetenis (poëzie, 1967)
* Gojim + Zuster Sharon (verhalenbundel, 1968)
* De geboorte (filmscenario, 1968)
* Dieter, of wanneer de wapens weigeren
(verhaal,
1969)
* Filmografisch lexicon der wereldliteratuur,
deel 1 (filmatiek, 1971)
* Daisneomnibus (verhalenbundel, 1974)
(omvattend:
De trap van steen en wolken, Gojim, De dood op de motorfiets, De trein
der traagheid, Dossier nr. 20.174, De heilsgeliefde, Boek en pij,
Pavane)
* Filmografisch lexicon der wereldliteratuur,
deel 2 (filmatiek, 1975)
* Trerfwoorden (aforismen, 1975)
* De dood op de motorfiets ( uit
"Schimmen om een schemerlamp" in "Verhalentrommel, Nederlandse en
Vlaamse vertelkunst na 1945 tot heden", 1975)
* Winterrozen voor een kwakzalver
(verhalenbundel,
1976) (omvattend: Winterrozen voor een kwakzalver, Dossier nr. 20.174,
Verrijzenis, Oswiecim, Kachels, De dood op de motorfiets, De wedloop
der
jeugd, Gojim)
* De geboorte (verhaal, in "Sociale Verhalen", 1976)
* Reveillon II (verhaal, in "Sociale
Verhalen", 1976)
* De droom maakt alles waar (essay, 1977)
* Filmografisch lexicon der wereldliteratuur,
supplement (filmatiek, 1978)
* Bloed op het witte doek (filmatiek, 1978)
* Verzamelde gedichten (poëzie, 1978)
* Gepijnde honing (poëzie, 1978)
* Over oude en nieuwe rolprenten: de dingen
die niet voorbijgaan (filmatiek, 1980)
* De bese verhalen van Johan Daisne
(verhalenbundel,
1987)
* Johan Daisne: 10 films 10 bioscopen (tentoonstelling en filmretrospectieve, 1994)
* Mijn huis droom en werkelijkheid (algemene
anthologie, met verhalend proza, essays, filmatiek en poëzie, 1998)
Terug naar begin
Terug
naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers