Johan
Michiel Dautzenberg werd geboren te Heerlen
(Nederland)
op 6 december 1808.
Beroepshalve was hij achtereenvolgens secretaris, notarisklerk,
onderwijzer,
huisleraar, boekhouder.
Hij dichtte natuurlyriek
(1) en schreef verder liederen, romances en gedichten over de
Vlaamse
taalstrijd. August Vermeylen noemde hem later de eerste
volkomen-bewuste
letterkundige in Vlaanderen.
Met zijn "Beknopte prosodie
(2) der Nederduitsche taal" (1859) trachtte hij zijn
collegae-dichters
terug te brengen tot de klassieke metra
(3).
In 1857 stichtte hij het tijdschrift "De Toekomst".
Johan Michiel Dautzenberg overleed te Elsene op 4 februari 1869.
Bibliografie:
* Gedichten (1850)
* Loverkens (1852)
* Beknopte prosodie der Nederduitsche taal
(1859)
* De doop (1867)
* De moriljen (1867)
* Verspreide en nagelaten gedichten (1869)
* Oden (1923)
-----------
(1)
lyriek = dichtvorm waarin
eigen aandoeningen en gemoedsstemmingen
uitgesproken
worden
(2)
prosodie = leer van de
tijdsduur, maat en accent in de dichtkunst
(3) metra
= versmaten