Jos De
Haes werd geboren te Leuven op 22 april 1920.
Na bij het begin van Wereldoorlog II een tijd op de vlucht te zijn
geweest in Zuid-Frankrijk, studeerde hij klassieke filologie aan de
Leuvense universiteit. Hij gaf na het behalen van zijn diploma een
tijdje les te Jette en volbracht zijn militaire dienstplicht in
Duitsland, dit samen met
Hubert Van
Herreweghen.
Hierna was hij eerst commentator en vervolgens hoofd van de literaire
en dramatische uitzendingen van de toenmalige BRT. Hij was ook enige
tijd redacteur van "Dietsche Warande en Belfort".
Zijn dichtwerk bereikte niet het grote publiek. Hij hanteerde een
cryptisch taalgebruik, wat hem een overgangsfiguur naar de werkelijke
experimentelen maakte.
Nochtans werd zijn poëzie enkele malen bekroond. In 1955 ontving
hij de Arkprijs van het Vrije Woord voor de bundel "Gedaanten", alsook
de Guido Gezelleprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie. In 1965
kreeg hij de Poëzieprijs van de provicie Brabant voor Azuren
holte" en werd hem de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie
toegekend.
Jos De Haes schreef ook enkele essays, o.a. een monografie over Richard
Minne (1956).
Hij overleed te Jette op 1 maart 1974.