Victor
De Meyere werd geboren op 13 april 1873 te Boom, waar zijn
vader
politiecommissaris was. Hij studeerde aan het college te Boom en later
aan het atheneum te Antwerpen. Hier kwam hij in contact met
Pol De
Mont, die er leraar Nederlands was. Hij voltooide zijn humaniora
niet
en werd bediende op de griffie van de rechtbank te Antwerpen. In 1895
huwde hij met een meisje uit Willebroek., waarvan hij enkele jaren
later scheidde. In 1900 werd hij bediende op het stadhuis en in 1907
kreeg hij de betrekking van adjunct-secretaris van het Antwerps Museum
voor Folklore. Ondertussen was hij hertrouwd.
Victor De Meyere begon zijn literaire loopbaan als dichter van
stemmingspoëzie en schrijver van verhalen over de steenbakkers aan
de Rupel. Behorend tot de kring rond "Van Nu en Straks" debetuurde hij
in 1894 met "Verzen".
Tot zijn bekendste verhalen behoort "De rode schavak" (1909). Zijn
verteltrant was eenvoudig, volks en zo objectief mogelijk.
Met zijn benoeming tot adjunct-secretaris van het Antwerps Museum voor
Folklore trad er een kentering in en werd hij in de eerste plaats een
gedreven folklorist. Hij schreef enkele belangrijke folkloristische
bundels zoals "De Vlaamsche vertelschat" (1925-1927) en "De Vlaamsche
Volkskunst" (1935).

In zijn beginperiode werkte Victor De Meyere mee aan "Van Nu en Straks"
en was hij medeoprichter van "De Arbeid" (1901-1903), "Nieuwe Arbeid"
(1903-1904) en "De Tijd" (1913-1914). Later werd hij
hoofdredacteur-eigenaar van "Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche
Folklore".
Hij publiceerde ook onder de pseudoniemen
Armand van Nieuwlandt, Alaric Van Linden,
Arthur Wittock.
Victor De Meyere overleed te Antwerpen op 27 december 1938.
Bibliografie:
* Verzen
(poëzie, 1894)
* Gunlaug en
Helga (toneel, 1900)
* De
avondgaarde (poëzie, 1904)
* Uit mijn
land (novellenbundel, 1904) (omvattend: De meezenvanger, Janneke
kop, De ontgraving, De giertij, Labber de zwie, Avondrust)
* Un
romancier flamand: Cyriel Buysse (1904)
* Het dorp
(poëzie, 1905)
* Langs de
stroom (poëzie, 1906)
* De rode
schavak (verhaal, 1909)
* Het boek
der rabauwen en naaktridders (verhaal, 1914) (samen met Lode Baekelmans)
* De gekke
hoeve (verhaal, 1919)
* De razernij
(verhaal, 1922)
* Nonkel Daan
(verhaal, 1922)
* De
Vlaamsche vertelschat (folklore, 1925-1927)
* De tooverij
in Vlaanderen (folklore, 1930)
* De
beemdvliegen (verhaal, 1930)
* De
Vlaamsche poppenspelen (folklore, 1931)
* De
Vlaamsche volkskunst (folklore, 1934)
* Inleiding
tot de Vlaamse volkskunst (folklore, 1938)
* De drie
gebroeders met de gouden lokken (?)
* De drie
veren van vogel veen en andere verhalen (?)
* De giertij
(novellenbundel, ?) (omvattend: De giertij, Labber de zwie,
Avondrustà
* Jaakske met
zijn fluit (?)
* Jan
Pikkedang (?)
* Het kasteel
met de gouden toren en andere verhalen (?)
* De
meezenvanger (?)
* De
ontgraving (?)
* Janneke Kop
(?)
* Van de
gouden vogel die spreken kon en andere verhalen (?)
* Van den
slimmen dief en andere verhalen (?)
* Van drie
gebroeders en acht wondere mannen en andere verhalen (?)
* Van Langen
Wapper en van den reus (?)
* Het
Vlaamsche huis (?)
* Voor jong
en oud. Sprookjes (?)
* De gekke hoeve (verhalenbundel, ?) (omvattend: Due van Helmers,
Ravotters, Twee kinderdromen, De gekke hoeve, De puttengraver, De rosse
lodde)
* Labber-de-Zwie (1978)
(omvattend: Labber-de-Zwie, De Molen, De Vlaamse legende van Maria de
Bedrukte, Nonkel Daan als koster)
Terug
naar begin
Terug
naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers