Louis' Thuispagina  - VLAAMSE SCHRIJVERS

RAYMOND HERREMAN

Raymond Herreman werd geboren te Menen op 21 augustus 1896. Zijn vader was een kantoorbediende. Toen Raymond Herreman tien jaar oud was, verhuisde hij met de familie naar Gent. Hier bezocht hij de Normaalschool, samen met Karel Leroux, Maurice Roelants en Achilles Mussche, met wie hij levenslang bevriend is geweest. Met hen gaf hij op school reeds een blaadje uit, met als titel "Moderne Kunst". Onder de schuilnaam Raymond Vere publiceerde hij in 1914, samen met Maurice Minne (pseudoniem van Maurice Roelants) het bundeltje verzen "Eros". Na zijn studies werd hij onderwijzer te Brussel, doch hij gaf deze baan vlug op en werd journalist. Hij werkte  mee aan o.m. "Het Laatste Nieuws", "Le Peuple", "De Volksgazet" en "Vooruit". In 1918 huwde hij met Yvonne Ligot, met wie hij twee dochters kreeg.
Samen met Karel Leroux, Maurice Roelants en Richard Minne richtte hij het tijdschrift "'t Fonteintje" (1921-1924) op als reactie tegen het expressionisme (1). Hij werd ook nog redacteur van "Forum" en "Het Nieuw Vlaams Tijdschrift".
Zijn belangrijkste verzenbundel werd "De roos van Jericho" (1931). Deze bundel bestaat uit drie cyclussen die de voornaamste ervaringsgebieden van de schrijver weergeven: zijn privť-leven, de problemen van het bestaan en het zoeken naar een welbepaalde levensregel. Na zich in zijn eerste poŽzie (o.a. in voormelde "De roos van Jericho") eerder speels geuit te hebben, is zijn later werk eerder intellectualistisch en ironisch (2), zoals blijkt uit "Het helder gelaat" (1937) en "De minnaars" (1942).
Zijn essayistisch (3) werk is een mengeling van epicurisme (4) en moralisme (5). Dit komt o.a. tot uiting in "Vergeet niet te leven" (1943) en "Vlaanderen, let op uw zaak" (1945).
Raymond Herreman was lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Hij ontving de Driejaarlijkse Staatsprijs voor poŽzie in 1938.
Hij publiceerde ook onder de pseudoniemen De Boekuil en Ray Vere.
Raymond Herreman overleed te Elsene op 6 maart 1971.

Bibliografie:

* Eros (poŽzie, i.s.m. Maurice Roelants, 1914)
* Verwachtingen (toneel, i.s.m. Maurice Roelants, 1916)
* Vlaamsche arbeiderspoŽzie (essay, 1931)
* De roos van Jericho (poŽzie, 1931)
* De hedendaagsche Vlaamsche letterkunde (essay, 1935)
* Het helder gelaat (poŽzie, 1937)
* Vlaamsche verzen van deze tijd (bloemlezing, samen met Marnix Gijsen, 1937)
* Wie de dag niet mint zal ten onder gaan (poŽzie, 1940)
* Zeg mij hoe gij leest (1941)
* De minnaars, gevolgd door Het wit papier, Art poťtique (poŽzie, 1942)
* Vergeet niet te lezen (essays, 1943)
* Album (kritieken en overwegingen, 1944)
* Vlaanderen, let op uw zaak (essay, 1945)
* Gedichten (poŽzie, 1956)
* Boekuiltjes (verzameling rubrieken, 1960)
* Achilles Mussche (essay, 1966)
* Wankelbaar evenwicht (bloemlezing, 1967)

--------------

(1) expressionisme = kunstrichting waarbij persoonlijke beleving en visie wordt uitgedrukt
(2) ironie = spottend het tegengestelde zeggen van wat men bedoelt, doch zo dat geen misvatting ontstaat
(3) essay = korte verhandeling, letterkundig opstel
(4) epicurisme = genotzucht
(5) moralisme = het beoordelen van elk gebeuren en alle motieven uit het oogpunt van goed en kwaad

Terug naar begin

Terug naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers