Louis' Thuispagina  - VLAAMSE SCHRIJVERS

PAUL LEBEAU

Paul Lebeau werd geboren te Borgerhout op 29 juni 1908 uit een Limburgse vader en een Antwerpse moeder.
Hij volgde de oude humaniora in het St.-Jan-Berchmanscollege te Antwerpen. Toen al was Nederlands zijn voorkeurvak. Hij maakte deel uit van de studentenbond "Ik dien" en werd een overtuigd flamingant. Van 1926 tot 1930 studeerde hij aan de Leuvense universiteit. Hij was er actief in "Het Verbond", was schrijver in en redactiesecretaris van het studentenblad "Ons Leven" en secretaris van het letterlievend genootschap "Met Tijd en Vlijt". Onder pseudoniemen zoals Elckerlyk, Van Ginderachter e.a., publiceerde hij jeugdpoëzie. Hij promoveerde in 1930 tot doctor in de Germaanse filologie (1). Voor zijn doctorale dissertatie (2) maakte hij een studie over de tijdschriften na "Van nu en straks". Hij deed zijn militaire dienstplicht in 1931. In 1933 werd hij laureaat in een internationale wedstrijd van de Belgische Staat met zijn studie "Het dilettantisme (3) als levenshouding in de Westeuropese literatuur".Hij volgde nog cursussen aan de universiteiten van Berlijn en Marburg, aan de Sorbonne te Parijs en in het City of London-College.  Vanaf einde 1931 was hij leraar aan diverse athenea, o.a. te Borgerhout, Antwerpen, Deurne en Hoboken.. In 1958 werd hij aangesteld tot docent aan de economische hogeschool St.-Aloysius te Brussel en in 1960 tot docent aan de "Facultés universitaires Saint-Louis", eveneens te Brussel. Hij was redactielied van "De Tafelronde" en "Dietse Warande en Belfort". Deze romanschrijver en essayist maakt deel uit van de generatie katholieke auteurs die net voorde tweede wereldoorlog debuteerden. Zij kregen hun intellectuele en geestelijke vorming toen problemen als oorlog en repressie, conflicten tussen volksnationalisme en godsdienst, en nieuwe filosofische stromingen aan bod kwamen. Een gevolg hiervan is dat de tweespalt tussen spiritualiteit (4) en seksualiteit in zijn werk dikwijls naar voor komt. Dit blijkt vooral uit zijn eerste roman "Het experiment (1940) en ook uit "De zondebok" (1947). Eveneens kenschetsend voor zijn eerste werken is de houding van de schrijver tegenover de vrouw in het algemeen, die hij zeker niet idealiseert. Voor hem belichaamt de vrouw de instinctieve en zelfs dierlijke liefde. Zij verhindert de man zich op een volwaardige wijze te ontplooien op geestelijk gebied. In schril contrast hiermee staat nochtans de hoge waardering van de schrijver voor eigenschappen als onbaatzuchtigheid, zelfverloochening en vriendschap. Dit blijkt ten overvloede uit zijn romans "Johanna-Maria" (1950) (bekroond metde prijs voor de beste roman, toegekend door de Provincie Antwerpen), "De blauwe bloem" (1951), "Het Siegfriedmotief of de overbodigen" (1953) en de novelle "De kleine Karamazov", verschenen in 1957. Ook de problemen van de rijpere jeugd krijgen in Lebeau's werk veel aandacht, zo o.m. in"Mijn vriend Max" uit 1942. Zijn meest bekende roman is "Xantippe" (1959).In dit werk streeft de vrouwelijke hoofdfiguur een spirituele vereniging met haar echtgenoot na en vecht tegelijkertijd voor de erkenning van haar eigen gevoelens. In zijn latere werk bereikt de schrijver meer evenwicht tussen het weergeven van fictie en de beschouwende passages die vroeger meestal de bovenhand hadden. Twee van zijn romans werden in het Duits vertaald.
Hij schreef tevens onder het pseudoniem Lambert Stiers.
Paul Lebeau stierf te Brussel op 18 oktober 1982.

Bibliografie :

* Het dilettantisme (essay, 1932)
* André Gidé (essay, 1933)
* Het dilettantisme als levenshouding in de letterkunde (essay, 1933)
* François Mauriac (essay, 1935)
* Renaat Verheyen en zijn studio (essay, 1935-1936)
* Anatole France als dilettant (essay, 1936)
* Vlaamse letteren (essay, 1936)
* Gilliams' Elias (essay, 1937)
* De ontwikkeling der Duitse literatuurwetenschap : van Positivisme tot Geistesgeschiche (essay, 1939)
* Het experiment (roman, 1940)
* De zondebok (roman, 1947)
* Herman Hesse als dichter van de zelfontbinding (essay, 1947)
* Het weerzien (novelle, 1948)
* Johanna-Maria (roman, 1950)
* Korte meditatie over de roman (essay, 1950)
* De boomgaardgeneratie (essay, 1950)
* De blauwe bloem (roman, 1951)
* De vlek (novelle, 1951)
* De achtbare overledene (novelle, 1953)
* Van het vitalisme naar het existentialisme (essay, 1953)
* Het Siegfriedmotief, of De overbodigen (roman,1954)
* Mijn vriend Max (roman, 1955)
* De laatste roos (novelle, 1956) (ook in "Meer suers dan soets - Verhalen rondom liefde en leed", 1976)
* De kleine Karamazow (novelle, 1958)
* Xantippe (roman, 1959)
* Beelden uit Borgerhout (essay, 1960)
* De kunst van het essay (essay, 1961)
* De dendrofoob (novelle, 1962)
* Jozef Muls als causeur (essay, 1965)
* Enkele tendensen van onze jonge literatuur (essay, 1966)
* Voltooid verleden tijd (novelle, 1967)
* De tijdvreter (novelle, 1971)
* De getuigen (novelle, 1972)
* De tijdvreter en andere verhalen (novellen, 1972) (omvattend : De tijdvreter, De laatste roos, De kleine
   Karamazov, De achtbare overledene, Het weerzien, Zomer te Zilverberg, De getuigen)
* Hulde aan Stijn Streuvels (essay, 1972)
* Paul Lebau Omnibus (1975) (omvattend : Johanna-Maria, De blauwe bloem, Het weerzien)
* Verzamelde verhalen (1979) (omvattend : De achtbare overledene, De serafijn, Het huis, Het weerzien, De kleine
   Karamazow, Herr Leutnant, Pilsoedski, De laatste roos, De wensstudent, Inno, Zomer te Zilverberg, De tijdvreter, De
   getuigen, Het Thomaskruis, Boppa's laatste liefde)
* Het Thomaskruis en andere verhalen (1979) (omvattend:  Het Thomaskruis, Boppa's laatste liefde, Inno, De serafijn, Het 
   huis)
* Omnibus Paul Lebau (1985) (omvattend : De zondebok,Het Siegfriedmotief of De overbodigen, Zomer te
   Zilverberg)
* Niemands Land (?, vetaling uit het Duits)

----------

(1) filologie = wetenschap van de taal
(2) dissertatie = wetenschappelijke verhandeling, proefschrift ter verkrijging van de doctorsgraad
(3) dilettantisme = het verschijnsel van liefhebberij in de kunst
(4) spiritualiteit = geestelijkheid, onstoffelijkheid

Terug naar begin

Terugnaar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers