Louis' Thuispagina  -  VLAAMSE SCHRIJVERS

JOZEF MULS

Jozef Muls werd geboren te Antwerpen op 12 juli 1882. Hij volgde de klassieke humaniora aan het St.-Jan Berchmanscollege van zijn geboortestad, waar hij vriendschap sloot met Karel Van den Oever en lid werd van een Vlaamsgezind studentengenootschap. In 1900 ging hij te Leuven rechten studeren. Tijdens zijn studententijd werkte hij onder verschillende pseudoniemen mee aan de tijdschriften "Jong Antwerpen", "Alvoorder" en "Jong Dietschland".
In 1907 vestigde hij zich als advocaat te Antwerpen en werd leidend medewerker van het tijdschrift "Vlaamsche Arbeid". Later stichtte hij nog het tijdschrift "De Boomgaard".
Tijdens WO I verbleef Jozef Muls in Engeland waar hij correspondent was van de "Nieuwe Rotterdamsche Courant" en het "Algemeen Handelsdagblad". In 1916 vestigde hij zich nabij Parijs. Na de wapenstilstand keerde hij terug naar Antwerpen, waar hij professor in de kunstgeschiedenis werd aan de pas opgerichte Katholieke Hogeschool voor Vrouwen. In 1925 werd hij docent algemene kunstgeschiedenis aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Mechelen en in 1926 conservator van het Museum van Schone Kunsten te Antwerpen. Ondertussen was hij ook nog correspondent van het "Algemeen Handelsdagblad". In 1929 werd hij werkend lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Van 1939 tot 1952 was hij hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Leuvense universiteit. Tijdens WO II was hij directeur-generaal van Schone Kunsten aan het Ministerie van Kunsten en Wetenschappen.
Reeds tijdens zijn collegejaren begon Jozef Muls te schrijven. Toen hij in 1898 zestien jaar was, werd het opstel "Geschiedenis van Antwerpen's hoofdkerk" gepubliceerd in de "Gazet van Antwerpen" onder de schuilnaam Fr. van Spillebeek. Zijn enige dichtbundel "Verzen" verscheen in 1912. Zijn belangstelling ging later voornamelijk uit naar de schilderkunst, wat blijkt uit de zeer vele waardevolle kunsthistorische essays (1) die hij schreef, zoals "Bruegel" (1912), "Van El Greco tot het cubisme (2)" (1929) en "Oude meesters" (1934). Hij was misschien wel de belangrijkste Vlaamse kunstcriticus en essayist van zijn tijd.
Hij schreef ook onder de pseudoniemen Ignotus, Marens, Titurel en P. Verley.
Jozef Muls overleed te Kapellenbos op 22 april 1961.

Bibliografie:

* Geschiedenis van Antwerpen's hoofdkerk (1898)
* Albrecht Rodenbach's "Gudrun" (1902)
* Verzen (1912)
* Bruegel (1912)
* Moderne kunst (1912)
* Steden (1913)
* De gruweljaren, steden en landschappen (1916)
* De val van Antwerpen (1918)
* Le Crépuscule Des Villes D' Art Flamandes   (1917)
* In Ballingschap (1918)
* Oxfordsche Kunstlezingen  (1918 of 1919?)

* Het levende Oud-Antwerpen (1919)
* Het rijk der stilte (1920)
* Pieter Breughel (1924)
* Hugo Verriest (1926)
* Paul van Ostaijen en de stad (1928)
* Van El Greco tot cubisme (1929)
*
Kerstmis in de Vlaamsche schilderkunst (1930, in "Het Vlaamsche Kerstboek" van "Ons Volk Ontwaakt")
* Melancholia (1929)
* Cornelis De Vos, schilder van Hulst (1932)
* Deze tijd (1933)
* Oude meesters (1934)
* Jacob Smits en de Kempen (1937)
* Memling (1939)
* Pieter Pauwel Rubens (in "Zonnewijzer 1940. Almanak voor het katholieke gezin) (1939)
* Werk (1942)
* Edgard Tytgat (1943)
* Een eeuw Portret in België. Van classicisme tot expressionisme (1944)
* De krans van laurier (1945) 
* Hyppolyte Daeye (1946)
* De boer in de kunst (1946)
* Erasmus en Quinten Matsys (1953)
* Rik Slabbinck (1955)
* Peter Paul Rubens als levenskunstenaar (1956)
* Lodewijk De Voght en de chorale Caecilia in het muziekleven van Antwerpen (1958)
* Memling, de laat-gotische droom (1960)

----------

(1) essay = korte verhandeling, letterkundig opstel
(2) kubisme = beeldende kunstrichting die de natuurlijke vormen herleidt tot hun geometrische skelet

Terug naar begin

Terug naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers