Alice
Nahon werd te Antwerpen
geboren
op 16 augustus 1896. Zij was derde in een gezin van elf kinderen. Vader
was geboren in Nederland. Moeder, Julia Gijsemans, was afkomstig van
Putte
bij Mechelen, waar Alice tijdens haar kinderjaren dan ook zeer
dikwijls
verbleef. Zij verbleef er een jaar lang bij haar tante in de afspanning
"Het Kasteeltje van Namen". Na de lagere school in Oude God volgde zij
vanaf 1911 de lessen in de landbouwschool te Overijse, waar zij haar
diploma
behaalde. Bij het uitbreken van Wereldoorlog I werd zij echter
leerling-verpleegster
in het Stuivenbergziekenhuis te Antwerpen. Wegens de
oorlogsomstandigheden
werden de gewonden er verzorgd in de vochtige kelders. Na wekenlange
intense
hulpverlening werd zij, nauwelijks achttien jaar oud, oververmoeid en,
wat erger was, haar longen bleken aangetast te zijn. Zij volgde nog
tekenlessen
aan de Akademie van Antwerpen en de cursus van letterkunde gegeven door
Pol de Mont, doch ze was verplicht de
hieropvolgende
jaren door te brengen in rusthuizen en sanatoria.
Vanaf 1917 verbleef ze o.a. gedurende zes jaar in het
Sint-Jozefsinstituut
te Tessenderlo, dat eigenlijk totaal niet geschikt was voor de
verpleging
van zulke patiënten. Daarenboven lieten de geneesheren er geen
twijfel
over bestaan dat haar als TBC-patiënte geen lang leven beschoren
was.
Zij werd depressief. De lectuur van haar lievelingsdichters, o.a.
Guido Gezelle, en het
schrijven
van eigen gedichten was haar enige troost. In die periode verschenen
haar
eerste gedichten in "Vlaamsch Leven". Tijdens haar verblijf in
Tessenderlo
schreef zij twee dichtbundels : "Vondelingskens" (1920) en "Op zachte
vooizekens"
(1921). Zij werd hiermee enorm populair. Van haar bundels met
eenvoudige,
gevoelige, weemoedige verzen gingen niet minder dan een kwart miljoen
exemplaren
over de toonbank. Haar gedichten getuigen van een liefde voor de
natuur,
bewondering voor eenvoudige dingen en verdriet om eigen en andermans
leed,
dit alles doorweven van godsvrucht. Dank zij de gulheid van haar
talrijke
bewonderaars kon ze een buitenlandse arts raadplegen. In januari 1923
vertrok
ze naar Luzern. Na nieuwe onderzoeken werd vastgesteld dat zij niet
leed
aan tuberculose, maar wel aan chronische bronchitis. Na ettelijke
verloren
jaren in de sanatoria werd zij naar Italië gestuurd waar ze in
korte
tijd genas. Na vervolgens enige tijd in de Landes en in Parijs
verbleven
te hebben, keerde zij naar Antwerpen terug, om later nog nieuwe
geneeskundige
behandelingen in Den Haag en Amsterdam te ondergaan. Zij genoot van
haar
herwonnen vrijheid, reisde als gevierde dichteres heel Vlaanderen en
Nederland
door en maakte vrienden in de artistieke milieus. In 1927 werd ze
bibliothecaris
in de stadsbibliotheek te Mechelen. Zij begon er een tamelijk vrije
levenswandel
op na te houden en behoorde tot de intimi rond avant-gardistische
(1) kunstenaars als Fernand Berckelaers en Geert
Pijnenburg.
Zij was echter ook bevriend met meer traditionele letterkundigen zoals
Maurits Sabbe en Gerard
Walschap. Zij poogde in haar nieuwe bundel "Schaduw" (1928) los te
komen van haar vroegere "brave" poëzie, maar
slaagde
daar niet in. In 1932 werd zij opnieuw ziek
en moest haar betrekking van bibliothecaris opgeven. Zij bewoonde toen
de schilderachtige kapelwoning van het middeleeuws
kasteel Cantecroy te Oude-God. Het ging met haar gezondheid echter van
kwaad naar erger. Haar laatste levensjaar
bracht zij door op haar appartement aan de Carnotstraat in het centrum
van haar geboortestad. Vanaf januari 1933 werd
zij zwaar ziek en voor goed bedlegerig. Zij verzwakte van dag tot dag.
Na een pijnlijke doodstrijd overleed zij op 21 mei 1933,
amper 36 jaar oud. Zij werd onder enorme belangstelling begraven. Haar
graf bevindt zich op het kerkhof Schoonselhof te Antwerpen(zie foto).
Na
haar dood, in 1936, verscheen nog de bundel "Maart-april"
met jeugdgedichten en nagelaten verzen.
Bibliografie :
* Vondelingskens (1920)
* Op zachte vooizekens (1921)
* Keurgedichten van Alice Nahon, uit
"Vondelingskens"
en "Op zachte vooizekens" (1926)
* Schaduw (1928)
* Alice Nahon en haar gedichten. Keur uit haar
werk (1932)
* Maart-arpil. Jeugdgedichten en nagelaten verzen
(1936)
* Bloemen van 't veld (bloemlezing verzameld en
ingeleid door Karel Jonckheere, 1970)
* Alice Nahon. Verzamelde geichten (1983)
* De mooiste gedichten van Alice Nahon (1983)
Gedichten van Alice Nahon kan men lezen
op de website van de Alice Nahonschool te Putte:
http://schoolweb.gemeenschapsonderwijs.be/bs/putte
-----------
(1) avant-garde = vooruitstrevende richting in de kunst
Terug naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers
