
Monika Van Paemel
werd op 4 mei 1945
geboren te Poesele (Oost-Vlaanderen). Hier volgt ze de dorpsschool. Op
haar negende krijgt ze een hersenaandoening. Zij verblijft twee jaar in
het St.-Lukasziekenhuis te Ekeren.
Daarna volgt een lange herstelperiode in de Kempen. Tijdens deze
periode krijgt ze privé-lessen van paters Redemptoristen en
schrijft ze
haar eerste prozastukjes en verzen. Vanaf 1959 volgt ze de
handelsafdeling aan een kostschool in Turnhout. In 1963 behaalt ze haar
diploma middelbare school en huwt ze met Theo Butzen. Uit dit huwelijk
worden twee kinderen geboren.
In 1969 debuteert ze in het "Nieuwe Vlaamse Tijdschrift" met gedichten.
Ze was aktief in de vrouwenbeweging en werkte mee aan radioprogramma's
in België en Nederland.
In 1972 ontvangt ze de prijs voor het beste debuut van de V.B.V.B voor
"Amazone met het blauwe voorhoofd".
Deze debuutroman is een zoektocht naar haar eigen identiteit en een
pogen tot ontsnappen aan de kleinburgerlijkheid.
In 1975 krijgt ze de Provinciale Prijs voor Letterkunde van
Oost-Vlaanderen voor "Marguerite", een werk dat gaat over haar
dominante grootmoeder. "De vermaledijde vaders" (1985), een
werk van 400 bladzijden, wordt bekroond met de Prijs van de Vlaamse
Provinicies in 1986, de Staatsprijs Verhalend Proza in 1987 en de Prijs
van de Vlaamse lezer in 1988.

Bij Koninklijk Besluit van 16 juli 1993 ontvangt zij de adellijke titel
van barones en mag zij zich Monika, Barones van Paemel noemen.
Zij werkte mee aan en publiceerde gedichten, verhalen en essays in o.a.
"Nieuw Vlaams Tijdschrift", "Dietsche Warande en Belfort", "De Nieuwe".
De in hoofdzaak feministisch getinte romans van Monika Van Paemel zijn
geschreven in een experimentele,
associatieve stijl waarin verhaal en subjectieve ervaringen
samenvloeien tot een sterke eenheid. Het zoeken naar de eigen
identiteit als individu in de gemeenschap en als vrouw in een
mannenmaatschappij komt permanent tot uiting.