Jan Van Nijlen
werd te Antwerpen geboren op 10 november 1884. Na de lagere school
volgde hij de humaniora aan het Jezuietencollege te Antwerpen. Na het
beëindigen van zijn studies was hij achtereenvolgens bediende,
corrector en journalist. Deze laatste functie vervulde hij bij het
Antwerpse franstalige dagblad "La Métropole". Hij huwde in 1911
en kreeg twee kinderen. Tijdens de eerste wereldoorlog verbleef hij in
Nederland. Na de oorlog verhuisde hij naar Brussel waar hij op de
vertaaldienst van het Ministerie van Justitie werkte tot hij er in 1949
als directeur werd op rust gesteld.
Jan Van Nijlen debuteerde onder het pseudoniem Jan van Leenen met de
bundel "Verzen" in 1906. Hij werkte mee aan "Dietsche Warande en
Belfort", "Vlaamsche Arbeid", "Nieuw Leven", "De Boomgaard", "De
Tijdspiegel", "Elseviers Maandschrift", "Groot-Nederland".
Jan Van Nijlen was gekend om zijn bescheidenheid die zich weerspiegelde
in zijn werk, dat kan omschreven worden als "de poëzie geworden
eenvoud". Zijn poëzie is gekenmerkt door een romantische
gevoeligheid met als thema's: de jeugd, de droom, het verlangen.
Hij publiceerde ook verschillende essays, waaronder een uitvoerig over
"Baudelaire" (1909).
In 1955 ontving hij de vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Letterkunde en
in 1963 de Constant Huygensprijs.
Jan Van Nijlen overleed te Ukkel op 14 augustus 1965.
Bibliografie:
* Verzen
(poëzie, 1906)
* De boete
(novelle, 1908)
* Het licht
(poëzie, 1909)
* Baudelaire
(essay, 1909)
* Naar 't
geluk (poëzie, 1911)
* Het
aangezicht der aarde (poëzie, 1913)
* Negen
verzen (poëzie, 1914)
* De dichters
van 't Fonteintje (essay, 1914)
* Uren met
Montaigne (essay, 1916)
* Francis
Jammes (essay, 1918)
* Charles
Pégny (essay, 1919)
* De lokstem
en andere gedichten (poëzie, 1924)
* Zeven
gedichten (poëzie, 1925)
* De vogel
Phoenix (poëzie, 1928)
*
Geheimschrift (poëzie, 1934)
* Het oude
kind (poëzie, 1938)
* Gedichten
1904-1938 (poëzie, 1938)
* De
dauwtrapper (poëzie, 1947)
* De
slaapwandelaar (poëzie, 1948)
*
Herinneringen aan E. du Perron (essay, 1955)
* Te laat
voor deze wereld (poëzie, 1957)
* Verzamelde
gedichten 1903-1964 (poëzie, 1964)
* Bedeesd
maar onbedaard (1977)
* Druilende
burgerij (1982)