Louis' Thuispagina  -  VLAAMSE SCHRIJVERS

PAUL VAN OSTAIJEN

Paul van Ostaijen werd geboren te Antwerpen op 22 februari 1896 als zevende kind van Hendrik en Maria Engelen. Hij was een nakomertje. Na de lagere school bezocht hij heel wat middelbare schoolinstellingen om tenslotte terecht te komen in het Koninklijk Atheneum van Antwerpen. Van studeren kwam echter niet veel in huis. In 1913 brak hij zijn studies af. Het gezin was ondertussen verhuisd naar Hove. Hij kwam in contact met componist Jef Van Hoof in wiens huis jonge kunstenaars, journalisten en flaminganten (1) elkaar ontmoetten. In maart 1914 werd hij bediende op het Antwerps stadhuis. Een maand later verscheen zijn eerste artikel in "Carolus", het "Weekblad van de Vlamingen". In zijn vrije tijd las hij enorm veel, leerde hij de Franse en Duitse taal en maakte hij kennis met hun literaturen. Tijdens Wereldoorlog I was hij bevriend met Peter Baeyens, uitgever van "De Vlaamsche Gazet - Het Laatste Nieuws", waarin P. van Ostaijen verschillende artikels publiceerde. Deze Peter Baeyens troonde hem mee naar nachtbars en zette hem aan tot het gebruik van cocaïne. In die dagen was hij een zeer opvallende dandy-achtige verschijning. Hij was medewerker van "Antwerpsche Courant", "Ons Land" en "De Goedendag". In dit laatste blad, een maanschrift voor Vlaamse studenten, profileerde hij zich als flamingant en Groot-Nederlander. In november 1917 behoorde hij tot de groep activistische (2) jongeren die kardinaal Mercier uitfloten tijdens een bezoek aan Antwerpen. Hiervoor werd hij veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf.
Ondertussen debuteerde hij in 1916 met zijn eerste bundel gedichten "Music Hall". In oktober 1918 verscheen "Het sienjaal". Bij de wapenstilstand vond hij het geraadzamer om naar Berlijn uit te wijken. Hier maakte P. van Ostaijen kennis met het dadaïsme (3). De concipiëring van zijn "Bezette stad" verraadt alleszins de dadaïstische invloed. In Berlijn had hij het niet breed. Om aan de kost te komen was hij o.m. liftboy, boekhandelaar, verkoper van damesschoenen. Na de dichtwerken "Feesten van angst en pijn" en "Bezette stad" schreef hij er, om zijn gevoelens af te reageren, zijn eerste grotesken zoals "Het gevang in de hemel". Paul van Ostaijens grotesken (4) zullen het hoogtepunt van zijn satirisch (5) talent worden.
In de herst van 1921 kreerde hij naar België terug. Hij kreeg amnestie (6) en werd onder de wapens geroepen. Begin 1923 werd hij gedemobiliseerd. Kort daarop stierf zijn moeder. In 1924 kwam hij in dienst bij een uitgever-antikwaar. Tussen 1923 en 1926 werkte hij mee aan een achttal zeer uiteenlopende tijdschriften. Ondertussen publiceerde hij nog grotesken, o.a. in het letterkundig bijvoegsel van het dagblad "De Schelde".
In 1925 vertrok Paul van Ostaijen naar Brussel om er kunsthandelaar te worden. Reeds van vroeger had hij grote interesse voor de schilderkunst. In zijn galerij werden werken tentoongesteld van Ensor, Permeke, Magritte, Jespers, Picasso, Klee, enz...., doch in 1926 werd de zaak reeds opgedoekt.
In 1927 publiceerde hij het belangrijkste werk uit zijn kritisch proza, nl. "Gebruiksaanwijzing der lyriek". Datzelfde jaar ging zijn gezondheid snel achteruit. Juist toen hij op het punt stond om zijn vroegere betrekking op het stadhuis te Antwerpen te hervatten, moest hij op doktersbevel, omwille van zijn longtuberculose, naar het platteland. Hij verbleef een tijdje te Viersel, daarna te Etikhove bij Oudenaarde. Vervolgens nam hij zijn intrek in een privésanatorium te Miavoye-Anthée.
In 1928 verschenen in het nieuwe tijdschrift "Avontuur" nog twee van zijn bekendste gedichten, nl. "Boerecharleston" en "Alpejagerslied".
Op 17 maart 1928 schreef hij nog naar zijn vriend Oscar Jespers dat hij terug naar Antwerpen kwam. Hij stierf echter de volgende dag, 18 maart, en werd begraven op het kerkhof van Anthée. Op 19 maart 1932 werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar het Schoonselhof te Antwerpen. Op 8 november 1972 kreeg hij er zijn definitieve rustplaats op het erepark (zie foto).
Het is de verdienste geweest van Paul van Ostaijen om het expressionisme (7) in de Nederlandstalige literatuur te introduceren. Hij streefde naar een zo groot mogelijke harmonie tussen grafische vorm en inhoud. Mede onder invloed van het dadaïsme was de typografische (8) uitvoering in zijn werk zeer belangrijk. Tijdens zijn leven kreeg hij niet de erkenning waar hij recht op had. Zijn werk had echter een zeer grote invloed op latere dichters.

Biografie :

* Music Hall (poëzie, 1916)
* Het sienjaal (poëzie, 1918)
* Bezette stad (poëzie, 1921)
* Heinrich Campendonk (proza, 1921)
* Tot overwegen voor hereruiters (proza, 1924)
* De trust der vaderlandsliefde (proza, 1925)
* Het bordeel van Ika Loch (proza, 1926)
* Vogelvrij (proza, 1927)
* Gebruiksaanwijzing der lyriek (proza, 1927)
* Gedichten (1928)
* Vier proza's (1928)
* Feesten van angst en pijn (poëzie, 1928)
* Intermezzo (proza, 1929)
* Krities proza I (1929)
* Krities proza II (1931)
* De bende van de stronk (proza, 1932)
* Diergaarde voor kinderen van nu (proza, 1932)
* Brieven uit Miavoye (proza, 1932)
* Self-defence (proza, 1933)
* Gedichtje van St. Niklaas (poëize, 1942)
* In memoriam Paul van Ostaijen (bloemlezing, 1948)
* Verzameld werk. Poëzie I (Music Hall, Het sienjaal, De feesten van angst en pijn) (1952)
* Verzameld werk. Poëzie II (Bezette stad, Nagelaten gedichten) (1952)
* Verzameld werk. Proza I (Gebundeld proza, Verspreid proza, Nagelaten proza, Aanvulling) (1954)
* Music Hall (bloemlezing, 1955)
* Verzameld werk. Proza II (Tijdschriftbijdragen, lezingen en ongepubliceerde opstellen - Bijdragen aan dag- en weekbladen en korte boekbesprekingen) (1956)
* De bende van de stronk, Het bordeel van Ika Loch, De gehouden hotelsleutel of : De kleine domme daad (bloemlezing, 1957)
* Wies Moens en ik (essay, in "Tien moderne Nederlandse essays", 1958)
* Dag stoel naast de tafel. Fragmenten  uit het muzikaal plastisch literair oeuvre van de Vlaamse expressionistische dichter (1969)
* Werk en spaar! (uit "Verzameld werk", in "(' Vlaamse verhalen", 1971)
* Diergaarde voor kinderen van nu (in "Omnibus Vlaamse Parels 2 1900-1946", 1976)
* Spiegel van uw eenzaamheid (bloemlezing, samengesteld door Stefaan Evenepoel, 1988)

--------------

(1) flamingant = voorstander van de Vlaamse Beweging
(2) activisme = politieke beweging die streefde naar de oplossing van de Vlaamse kwestie met behulp van de bezettende
     macht (1914-1918)
(3) dadaïsme = richting in kunst en literatuur (vanaf 1915) die alle betrekking tussen de gedachte en de uitdrukking ervan
     wilde opheffen
(4) groteske = grillig, zonderling, fantastisch dichtwerk
(5) satire = hekeldicht
(6) amnestie = kwijtschelding van straf
(7) expressionisme = kunstrichting waarbij persoonlijke beleving en visie wordt uitgedrukt
(8) typografisch = de wijze van drukken betreffend

Terug naar begin

Terug naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers