Jan
Frans Willems wordt geboren te Boechout op 11
maart
1793 als oudste zoon van veertien kinderen.Hij groeit op in een gezin
uit
de "arme burgerij". Na een tijdje op kostschool te zijn geweest te
Kontich,
krijgt hij huisonderricht bij de welgestelde familie Bergmann te Lier
(zie
"Anton Bergmann"). Hij krijgt er les in
Latijn,
zang, orgelspel en voordracht. Maar bovenal worden hem hier een aantal
principes bijgebracht zoals vrijheidsliefde, liefde voor de eigen
moedertaal
en de eenheid der Nederlanden, alsmede een liberale levensbeschouwing.
Reeds in 1807 debuteert hij met "Hekeldicht op den maire en
municipaliteyt
van Bouchout". Op zestienjarige leeftijd wordt hij notarisklerk te
Antwerpen.
Dit is hij tot 1815. In 1812 wordt zijn "Hymne aan het vaderland over
den
veldslag van Friedland en de daaropvolgende Vrede van Tilsit" bekroond
te Gent. In 1818 huwt hij te Antweren met Isabelle Boorekens, een
weduwe
met twee kinderen. Samen krijgen ze nog tien eigen kinderen. In 1819
wordt
hij lid van de Maatschappij van Nederlandse letterkunde te Leiden. In
1821
wordt hij benoemd tot Ontvanger der Registratie voor Antwerpen-Noord.
In
1826 wordt hij lid van de Comissie tot uitgave van de oude vaderlandse
kronijken en in 1827 van de Commissie voor de Rerum belgicarum
scriptores.
Het is onder het toenmalige bestuur van koning Willem I der Nederlanden
dat Jan Frans Willems erin slaagt carrière te maken. In deze
periode
is hij erg actief op literair en publicistisch gebied. Zijn gedicht
"Aan
de Belgen - Aux Belges" (1818) maakt een enorme indruk. In 1830 krijgt
hij het eredoctoraat in de wijsbegeerte en letteren van de universiteit
te Leuven. Als Zuid-Nederlander had hij de moed zich zelfstandig op te
stellen qua taal, letterkunde en geschiedenis. Dit blijkt o.m. uit zijn
"Mengelingen van
historisch-vaderlandschen
inhoud" (1827-1830). Waarschijnlijk om zijn orangistische
(1) sympathieën wordt hij in 1831 door ht nieuwe Belgische
bestuur
overgeplaatst naar Eeklo met een fors weddeverlies. In 1835 wordt hij
in
eer hersteld door zijn benoeming tot Ontvanger der Registratie te Gent.
Datzelfde jaar wordt de "Vader van de Vlaamse Beweging" opgenomen in de
Koninklijke Academie. Hier wordt hij de gezaghebbende vertegenwoordiger
van de Vlaamse literatuur, een hele opgave in een tijd waarin elke
culturele
activiteit geconfronteerd wordt met de opslorpings- en
verfransingspogingen
van de pas gecreëerde Belgische staat. Jan Frans Willems slaagt er
nochtans in door zijn zijn flamingantisch-propagandistisch ijveren de
spil
te worden van de betrekkingen tussen de Vlamingen onderling en de
relaties
tussen Noord en Zuid. Als toen enige opponent van de officiële
Franstalige
bestuurs- en culturele organen handhaaft hij zich als coördinator
van alle toenmalige bescheiden Vlaamse initiatieven en bepaalt hij de
evolutie
van de Vlaamse Beweging in de komende decennia. In 1841 is hij nog
mede-inrichter
van het Grote Taalcongres tot regeling van de spelling.
Op 24 juni 1846 sterft Jan Frans Willems te Gent na een beroerte. In
1848 krijgt hij een praalgraf op het Campo Santo te Sint-Amandsberg.
In 1851 wordt het Willemsfonds
(2) opgericht.
Bibliografie :
<>* Hekeldicht op den maire en municipaliteyt van Bouchout (1807)-------------
(1)
Orangist = aanhanger van het
huis van Oranje (Nederlands koningshuis)
(2)
Willemsfonds = liberale
culturele vereniging
Terug naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers
