Louis' Thuispagina  -  VLAAMSE SCHRIJVERS

LODE ZIELENS

Lode Zielens werd te Antwerpen geboren op 13 juni 1901 in het Sint-Andrieskwartier, bijgenaamd de "parochie van misère".  Hij was een kind uit de Antwerpse arbeidende klasse. Na de lagere school kwam hij als arbeider aan de haven terecht. Hier leerde hij in 1920 Frans Verschoren kennen die op dat ogenblik in een handelsbedrijf werkzaam was. Via deze Verschoren werd de eerste novelle van Lode Zielens - "Schoolkolonie" - in "Elsevier's Maandschrift" gepubliceerd en kon hij ook aan het werk op een houtkantoor. Hij voelde zich hier echter niet zo thuis. Bij literaire prijsvragen voor beginnelingen van het Antwerps dagblad "Volksgazet" kwam hij driemaal als bekroonde uit de bus. Aldus werd hij aangeworven als redacteur bij deze "Volksgazet". Hij zou dit blijven tot aan zijn bruuske dood, enkel onderbroken tijdens de Tweede Wereldoorlog toen hij als tijdelijk stadsbediende werkzaam was in het Museum van de Vlaamse Letterkunde. Vanaf 1930 zorgde deze bezielende romanschrijver samen met enkele andere, zoals o.a. Gerard Walschap, voor een vernieuwing in de Vlaamse letterkunde. Er werd gebroken met de zogenaamde heimatroman (1) en gekozen voor de meer sociale roman die ethische problematiek, sexualiteit en morele wantoestanden niet uit de weg gaat. Alle problemen, waar de mens mee kan geconfronteerd worden, komen tot uiting in zijn romans die zich meestal afspelen in een proletarisch (2) of kleinburgerlijk milieu.
Zijn bekendste werken zoals "Moeder, waarom leven wij?", "Het duistere bloed" en "Menschen zoals wij" genieten na vijftig jaar nog steeds de aandacht die ze verdienen. "Het duistere bloed" kreeg in 1931 de prijs voor "het beste werk" van de provincie Antwepen. "Moeder, waarom leven wij?" werd in 1934 bekroond met de Staatsprijs voor proza en werd in 1993 in verfilmde versie massaal bekeken op TV.
Hij schreef ook onder de pseudoniemen Brabo, Carolus, Neptuin, Fernand van Rooy en Scaldis.
Lode Zielens overleed veel te vroeg te Antwerpen op 28 november 1944 na dodelijk te zijn getroffen door een V-bom.
Zijn graf bevindt zich op het kerkhof Schoonselhof te Antwerpen.
 

Bibliografie :

* Schoolkolonie (1920)
* Het jonge leven (novellen, 1928)
* Robert, zonder Bertrand (1929)
* Het duistere bloed (1930)
* De roep (1931) (omvattend : Antoinette onze moeder, De roep van het kind, Levensbericht)
* Moeder, waarom leven wij (1932)
* De gele roos (1933)
* Nu begint het leven (1935)
* Polka voor piston (1937, in "Vertellen")
* De dag van morgen (1938)
* Op een namiddag in september (1940)
* Lees en vergeet (1941)
* Te laat voor muziek (1941)
* De vlucht (1941, uit "De dag van morgen", in "Moderne Vlaamsche prozaschrijvers")
* Een treurig bezoek (1941, uit "De dag van morgen", in "Moderne Vlaamsche prozaschrijvers")

* Opsomer (1942)
* Het heerke (verhaal in "Bloei", 1942)
* Herinneringen van toen (1942-1943) (omvattend : Rijkdom der jeugd - Maria - Ik ontmoet grootvader - Antoinette -

   Muziek in de nacht - De glazen buskop - Lewie)
* Terug tot de bron (1944)
* De volle waarheid over het concentratiekamp van Breendonk (1944)
* Alles wordt betaald (1945)
* Menschen als wij (1946)
* De wereld gaat stralend open : een keuze uit novellen en schetsen (1959)
* Antoinette, onze moeder (1971, uit "Het jonge leven", in "54 Vlaamse verhalen")

-------------

(1) heimatroman = streekroman
(2) proletariër = burger van de laagste klasse

Terug naar begin

Terug naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers