Louis'
Thuispagina - VLAAMSE SCHRIJVERS
Theodoor
van Rijswijck werd geboren te Antwerpen op 8 juli 1811.
Zijn vader was onderwijzer. Zelf genoot hij slechts lager onderwijs en
was hij achtereenvolgens beeldhouwer, sieraadschilder, hulponderwijzer
en klerk. In 1830 nam hij als vrijwilliger dienst in het 'Belgisch'
leger. Hij nam echter vlug ontslag en werd opnieuw klerk.
Hij publiceerde enkele humoristische verhalen in versvorm, zoals o.a.
"Eigenaerdige verhalen" (1837). Later schreef hij nationaal-satirische
gedichten en gezangen, zoals "Politieke refreinen" (1844). Met bijtende
pen bekritiseerde hij Walen en franskiljons. Dat werd hem in de hogere
kringen niet in dank afgenomen. Dit belette hem echter niet een geliefd
volksdichter te worden. Zijn aandacht ging vooral uit naar het
volksleven en de politieke toestand. Omwille van zijn overtuigd
flamingantisme geraakte hij in moeilijkheden.
Theodoor van Rijswijck stierf krankzinnig op 7 mei 1849.
Samen met Domien Sleeckx gaf hij het
"Muzen-album" uit (1843-1848). Hij
werkte mee aan het herstel van de Antwerpse rederijkerskamer "De
Olijftak".
Hij was een oom van de latere bekende Antwerpse burgemeester Jan van
Rijswijck.
Bibliografie:
*
Eigenaerdige verhalen (1837)
* Gedicht aen
mijne zuster (1838)
* Het
huwelijk (1839)
* Eppenstein,
een berymde legende (1840)
* Antigonus,
of de Volksklagten (1841)
*
Poëtische luimen (1842)
* Dichterlyke
bespiegeling op het Onze Vader (1842)
* Rubens en
Van Dijck, of de Reis naar Itaelje, eene Brabantsche
volksvertelling (1842)
* Bediedenis
van den Antwerpschen Ommegang, aen hare Britsche Majesteit
Koningin Victoria (1843)
*
Zaemenspraek tusschen Rubens en eenen burger deezer stad, ter
gelegenheid der verplaetsing van het standbeeld op de Groenplaets, een
gedicht voor het volk (1843)
* Balladen
(1843)
* Hulde aen
de nagedachtenis van Koning Willem den Eersten (1843)
* Ode bij het
openen van de yzeren spoorbaan tusschen Antwerpen en
Keulen (1843)
* Bij het
beschouwen der beeldtenis van den weledel gestrengen heer
D.H. baron Chassé, generael der infanterie (1844)
* Tafereelen
der zeven hoofdzonden (1844)
* Een woord
aen het volk over de voordragt door het ministerie gedaen
ter uitvoering van het monopolium of alleen-handel in tabak (1844)
* Politieke
refreinen (1844)
* Godgewyde
gezangen (1844)
* Drie
volksliedjes (1844)
* Karel de
Stoute, Jacob van Artevelde, twee onbekroonde dichtstukken
uit de prijspkampen van Antwerpen en Gent (1845)
*
Volksliedjes (1846)
* Volledige
werken (1849, eveneens uitgegeven in 1865, 1877 en 1884)
Terug
naar begin
Terug
naar Louis' Thuispagina - index Vlaamse schrijvers