|

Wanneer men poogt het huidige maatschappijbeeld in kaart te brengen dan
stelt men vast dat het zo complex is dat dit niet is te verwezenlijken
omdat het voortdurend aan verandering onderhevig is.
Als het maatschappijbeeld de weergave is van de omgang (?) en het
verkeer tussen mensen dan is dat ook een spiegelbeeld van wat er in en
om mensen leeft en gaande is. Het is evenzeer het resumé van het totale
levensgebeuren.
Het totale levensgebeuren is de som van alle pixels, die het beeld
vormen en in zich het open of verdoken wel en wee van ieder mens in zich
draagt. Elke pixel is dan een afstraling van het exclusieve van ieder
individu.
Daarom heeft het maatschappijbeeld zo een belangrijke betekenis.
Ieder individu, wie hij ook is en waar hij ook leeft en hoe hij omgaat
met zichzelf en de dingen buiten hem, geeft zijn bijdrage. Die bijdrage
heeft een waarde voor hemzelf, het zij klein of groot, en is ook niet
zonder invloed op zijn omgeving. Omdat alles met alles is verbonden is
het ook niet zonder belang dat men er zich van bewust is.
Daarom is de manier van leven van cruciaal belang. Het begint bij het
denken en wordt gevolgd door een doen, het wordt een realiteit.
Ieder mens, een mensengemeenschap, heeft een uitstraling en brengt iets
naar buiten, probeert iets van zijn denken te realiseren en is ook de
reflex van zijn denken.
Omdat het denken uitdrukking en gestalte krijgt door de keuze is het ook
het product van zichzelf. Het wordt, het is dan ook het altijd
wisselende “totaalbeeld”.
Deze weerspiegeling is dan ook de projectie van al wat in de gedachte is
gecreëerd.
De “mens” is wat hij zelf creëert.
De maatschappij is maar een compact beeld, de som van wat er zich in de
mens afspeelt. Ieder individu doet zijn inbreng, niet dat hij zich
daarvan bewust is. Al wat er zich in de menselijke geest tot
ontwikkeling is gekomen en geëvolueerd is uit voorgaande denk- en
groeielementen behoren tot een patrimonium dat zich in het grote
reservoir van de absolute totaliteit bevindt en daar ook nooit uit zal
verdwijnen. Wat is, was in potentie aanwezig of het zou niet tot uiting
zijn gekomen.
De kracht van de geest maakt het mogelijk dat het ontwikkelt in nieuwe
vormen die steeds verruiming openbreekt en zich onverminderd blijft
ontplooien. Het is de permanente drang die uitbarst naar meer groei en
die niet ingekapseld kan blijven. Er is niet iets dat dit kan
weerhouden.
In dit complexe totaalbeeld bevindt zich de mens die met vele vragen
over dat wondere waar hij in aanwezig is en waar hij geen verklaring,
geen begrijpen van kan uitdrukken.
In een niet aflatend zoeken tast hij zichzelf en al wat hij vinden kan
af om te kunnen begrijpen wat het motief van zijn bestaan kan zijn, het
waarom, het waardoor.
Hij moet trachten in te stappen in zijn diepste ik, om de trillingen op
te vangen die de “kern” van het leven zijn. Daar begint zijn “Worden”,
zijn “ZIJN”. Het zal hem inzicht geven en zijn bestaan een andere
richting, een nieuwe dimensie geven.
De problemen, de creatie van zijn niet weten, zal hij kunnen voorkomen
of oplossen. Als hij zich bewust wordt, is, dat hij steeds zal moeten
denken en zoeken hoe het kan en hoe het moet. Een zoektocht die ook
nooit zal eindigen omdat verandering opnieuw verandering insluit.
Het zal voortdurend een herinvullen zijn, een aanpassen aan het nieuwe,
het opwellende dat onverminderd blijft opborrelen.
L.S. 9/2000
 |