Niet één
Home
Het Leven
Nanostip
Staanpunt
Trillingen
"Niets" = "niet iets"!
Het woord
Geen twee
Niet één
Facetten
Maatschappijbeeld
Realiteit
Kosmische Realiteit

 

Is de kosmos, het universum, het heelal, de schepping, het al wat bestendig is, dan niet een voortdurend evoluerend gebeuren, een aanhoudend veranderingsproces? Dat moet de mens steeds toch maar vaststellen. Hij ziet, hij ervaart het niet anders.

In dit tumultueuze, wonderbare, niet begrijpbare fenomeen is er een waas van geheimzinnigheid dat hij niet kan doorgronden. Hij kan het niet doorbreken omdat het hem overstijgt en er geen verklaring voor kan vinden. En dat wil hij juist, daar is hij op uit. Het dwingt hem op zoek te gaan naar het waarom. En dat doet hij ook. Vanaf zijn primitiefste “zijnsvorm” werd de mens als het ware aangezogen om op tocht te gaan, uit te zien naar een verklaring, het waarom van zijn ervaren.

Maar nergens vindt hij een aanknopingspunt. Hij vindt geen E.H.B.O.- Box (Eerste Hulp Bij Onwetendheden–Box) waar hij op ontdekking kan gaan naar een “logboek”, een “lastenkohier”, een “werkschema”, een “handleiding” of een “beleidsplan” of wat dan ook dat hij kan raadplegen, hem inzicht, uitleg geeft over dat wat hij meemaakt, beleeft, hoe hij het kan en hoe hij het moet aanpakken om een optimale beleving en verloop van zijn bestaan in de beste omstandigheden te kunnen beleven, te realiseren Zijn vragen, als hij ze stelt, zijn zoeken en zijn verlangen worden beantwoord en roepen steeds maar nieuwe vragen op. Het blijft een bestendige opgave. Ze zal hem nooit loslaten omdat hij ook nooit een precies antwoord zal krijgen. Omdat hij niet weet hoe het te kunnen vinden. Het leven is in zijn totaliteit een eeuwige zoektocht, en… het blijft een onvoltooide onafgewerkte symfonie, of… een onafgewerkte kakofonie?

Kan hij een antwoord verwachten van een gelijkgezinde, een medezoekende, een super viserende entiteit?

Dat probleem is voor ALLE mensen hetzelfde. Allen hebben ze het zelfde verlangen: de zin begrijpen van zijn (het) bestaan, zijn (het) op weg zijn, onderweg van een ergens naar een ergens waar geen bepaling, omschrijving of toelichting kan voor gevonden of gegeven worden. Waar kan hij het vinden? Het is en blijft een onbeantwoord mysterie.

Er is niet “EEN” mens, één iemand die het waarom van zichzelf en al wat hem omgeeft in het aardse verblijf kan verklaren, of ooit zal kennen? Zou dit wel kunnen dan zou ook zijn drang te verlangen, te zoeken om te weten geen zin meer hebben. (Hij zou berusten zonder animatie). Er zou geen spanning, geen verwachting meer zijn. Het ongekende zou ontbreken om naar uit te kijken. Het zou niet meer bestaan. En dit zou dan ook zijn zoektocht doen ophouden, zijn ambitie zou verdwijnen.

Zou het leven dan nog zin hebben? Gans zijn bestaan van in zijn primitiefste vorm is nooit anders geweest, nieuwsgierig gedreven worden naar nieuwe ontdekkingen, nieuwe ervaringen. Het onbekende heeft hem steeds gefascineerd en doet dit nog. Zijn bestaan is er door getekend geworden. Het is het grote onverklaarbare mysterie waar hij een opheldering voor zoekt en ontzag moet voor opbrengen en er zich voortdurend nieuwe vragen over stelt.

Hij wordt ook geconfronteerd met onbegrensde mogelijkheden die hij niet kan overzien.

Het complexe evolutieproces blijft onverminderd zich verruimen, ruimte scheppen zoekend naar en purend in de niet voorstelbare immensiteit zonder grenzen. Het lijkt hem een geordende chaos zonder limieten. De totaliteit die hij maar kan waarnemen en ervaren in facetten, in fragmenten welke onverminderd in een bestendige verandering actief blijft. Het is en blijft een non-stop proces dat hem als een babelse verwarring maar blijft verwonderen. Een verwarring waar hij geen uitweg, geen opheldering in kan ontwaren. Hij moet het meedragen in gans zijn bestaan als een stimulatie om verder te blijven speuren naar het waarom van zichzelf en al wat hij waarneemt en ook wat hij veronderstelt aan nog ongekende mogelijkheden, kansen die hij moet ontdekken om te realiseren. Dat kan toch maar de zin zijn. Een onvervulde droom, het verlangen naar een “zijnsvorm” waar hij in hoopt een niet te omschrijven vorm van geluk te kunnen en mogen ervaren. Een illusie, een utopie? Geen antwoord! Toch zal hij blijven geloven en verlangen dit te mogen ervaren.

 

Hardleerse – traaggroeiende - dwarsliggende tegenwringers!

 

In de loop van de tijd (zijn bestaanstijd), waar ‘de mens’ is gegroeid en tot ontwikkeling gekomen van een klein minuscuul iets tot wat hij in het “Nu” is geworden, heeft hij een heel verhaal van gebeurtenissen achter zich. Het is een proces van geleidelijkheid. Een opeenvolging van feiten hebben mee bepaald in wat hij geworden is. En uit dit permanent veranderend groeiproces draagt hij in zich alle fasen mee die hij heeft doorgemaakt en beleefd. Zij hebben op hem, in hem een onuitwisbare stempel gedrukt die hij niet kan verwijderen. Zij worden ergens in zijn geest (zijn “In-Zich”) opgeslagen, en bewaard. Het is een ervaring, een (verdoken) blijvend merkteken waardoor hij als het ware getekend blijft in de ganse loop van zijn existentie. Geen enkel iets verdwijnt uit al wat is. Hij draagt het mee, het ligt sluimerend opgeborgen in het potentieel van zijn onderbewustzijn. Een reserve waar hij soms induikt en dit volgens de situatie en de noodzaak waarin hij verkeert verbanden probeert te leggen om te begrijpen en te ageren op het gebeuren van het moment. Het is een steeds wisselend spel dat op ieder ogenblik reacties oproept en terzelfder tijd nieuwe waarnemingen opneemt en opslaat, bewaart.

Elk gekozen woord, elke gedachte, elke daad is uitdrukking van wat er in zijn geest is ontsprongen, ontloken en tot ontwikkeling is gekomen. Hij ervaart in en om zich veranderingen die een reflex geven naar zijn geest. Hij probeert de zin er van te begrijpen omdat deze veranderingen in een waarnemen zijn en hem vaak van nabij ten sterkste aanbelangen. Hij realiseert het zich niet voldoende. Zij zijn ook zo complex en veelzijdig en niet altijd te verklaren, te begrijpen. Het ligt in zijn ‘diepste IK’, zijn wezenskern, verbonden, één met het trillen van zijn voelen in wat hij ziel noemt.

Het verloop van het leven van het individu en uiteraard ook van de gemeenschap is in het verleden en het heden en zal dit ook zijn in de toekomst, een product, een ontwikkeling welke gegroeid is uit een oorzaak. Alles, maar ook alles, heeft een voorgaande, een prikkel, een trilling welke altijd nieuwe toestanden creëert, laat opwellen. Dat is ook het leven, voortdurend anders worden, anders zijn.

Dan is de beklemmende vraag welke gesteld wordt bij de vaststelling dat er het in het leven van de mens zo vaak wat misloopt. Voor ieder moment in de tijd is het een andere, een nieuwe toestand, de creatie van en in het moment zelf. Deze is ook het product van het “Nu-denken” en “Nu-doen” gegroeid uit een verleden, een voorgaande.

Door wat wordt het bepaald? Dat is de eeuwige vraag. En daar zoekt hij een antwoord op te krijgen. Hij blijft er naar zoeken. Het laat hem niet los.

‘DE’ mens van deze tijd kan terugblikken naar een ver verleden, naar wat achter hem ligt en waaruit hij gegroeid is. Hij ‘kan’ evalueren. Maar doet hij het wel? Bewust?

Als hij het doet dan moet hij vaststellen dat er heel wat geschied is waar hij zowel als individu en de gemeenschap waarin hij leeft op zijn minst heel wat bedenkingen moet over hebben. De realiteit dwingt hem daar toe.

Wat is dan ‘die’ realiteit? Een hele reeks van gebeurtenissen waar hij kan op terugblikken moet hij beschouwen als mensonwaardig, tekorten in het “menszijn”. En ook in deze tijd, de actualiteit, blijft hij ook geconfronteerd met de fouten die steeds terugkeren.

Doen deze fouten niet tot nadenken stemmen? Waarom doet hij het niet, wat belet het hem het anders, beter te doen? Ieder individu in elke levensfase stoot op zijn tekorten, zijn onwetendheden, zijn mislukkingen.

Lijkt het niet of hij:

“hardleers”is,

Leert hij dan niet van de vele fouten, tekorten die zich steeds herhalen?

“traaggroeiend”is,

Doet hij wel genoeg moeite om die tekorten te voorkomen, weg te werken?

”dwarsliggend” is,

Wil hij wel wat veranderen aan zijn manier van doen, van leven?

” tegenwringend” is,

Moet hij niet bereid zijn vele van zijn gewoonten te veranderen en aan te passen om een goed levensklimaat te creëren?

Het leven wordt toch bepaald door het complexe samengaan van zovele factoren die op elkaar inspelen en waar de mens zich niet of niet ten volle bewust van is. Het is een kosmisch trillen waar alles met alles is verbonden en ook alles elkaar op een of ander manier beïnvloedt. Dat is, dat moet beleefd worden om een mensvriendelijke wereld te realiseren. Niet eenvoudig. Moeilijke dingen kunnen ook.

Er wat voor doen en… er wat voor laten.

“S.O.S.”:Vragen? --- Luisteren. (?)

Als men luistert naar wat mensen zeggen, naar de vragen die ze zichzelf en anderen over het leven stellen en probeert tussen de lijnen “mee” te denken met wat hen bezig houdt dan is er een heersende ondertoon van onzekerheid. Angst?

Nergens is er een schema dat gegevens, richtlijnen of trendlijnen met aanwijzingen hoe het leven moet verlopen aanbiedt. Er is alleen maar een sluimerend intuïtief aanvoelen en dat dan ook nog moet geactiveerd en gecultiveerd worden.

Door de complexiteit van het levensgebeuren waarin ze voor een bepaalde duur (ingekapseld) en actieve deelnemers zijn is het voor niet één mens mogelijk er een klaar inzicht over te vormen. Er zijn zo veel onbekende factoren die mee bepalend zijn en waar hij bij gebrek aan weten geen verhaal tegen heeft en bovendien veranderen ze voortdurend.

Het is en blijft voor elke mens een onverklaarbaar fenomeen.

De verandering noopt hem altijd alert te zijn en zich steeds opnieuw, altijd opnieuw vragen te stellen over de zin en de betekenis van de wondere ervaring die het leven is.

In zijn eigen bestaan en evolutie en deze van het ganse kosmische gebeuren is er een sterke verbondenheid omdat alles in zijn geheel aan een zekere wetmatigheid gebonden is. Zo lijkt het althans. De totaliteit is een vreemd onverklaarbaar spektakel dat hem boeit (de mens) en dat zet hem aan om op ontdekking te gaan. En hoe kan hij dat? Hij stelt zich vragen.

Vragen als:

1-Wat is de zin van het leven?
Het moet toch meer zijn dan een opeenvolging van gebeurtenissen die als het ware uit elkaar vloeien als gevolg van een voorgaande.

2-Waaruit komt het voort?
Dat is wellicht de meest cruciale vraag die de mens zich kan stellen. Uit “niet iets” kan er geen “iets” ontstaan. Dus…

3-Waar ligt zijn bron, zijn oorsprong?
Die kunnen er ook niet zijn.

4-Wanneer is het ontstaan?
Alles is van “altijd” tot in “altijd”. Het is alleen onderhevig aan een voortdurende, stuwende, pulserende energie.

5-Welke geniale kracht creëert het en houdt het in stand?
Deze kracht overstijgt het menselijke denkvermogen. Hij kan het niet bepalen en kan het alleen om het te noemen een naam geven. “En dat doet hij. Hij noemt het: “God”!

6-Waar leidt het naartoe?
De weg waarheen het leidt is een grote onbekende, een niet te bepalen en te omschrijven“ergens”.

7-Waar is zijn horizon, eindigt het (eens)?
Hoe zou het kunnen eindigen. Waar zou het begin van het einde zijn. En wat daarna?

 

Met deze en nog veel meer vragen probeert de mens een antwoord, een verklaring te vinden voor het probleem wat het leven is.

Wat is dan uiteindelijk de zin van het kosmische avontuur?

Voor de mens blijft het een onverklaarbaar probleem. Omdat er bij elk verondersteld antwoord een nieuwe probleemvraag rijst. Daar komt nooit een einde aan omdat dat niet bestaat.

Zo lang de mens zich al bewust is van zijn “ vragend zoekend zijn” is hij er ook mee geconfronteerd geworden

Het leven, het is er in vele vormen anders voor al wat bestaat.

Het is het “alles”, wat is “van” altijd tot “in” altijd, zonder maat, zonder duur, zonder begrenzing.

Wat zijn dan tijd, maat, begin, eeuwigheid?

Het Alles is van altijd tot in altijd, zonder begrenzing. Dat is de meest logische voorstelling wat een mens kan bedenken.

Langs vele denkwegen kan hij proberen om inzicht te krijgen in wat hij in zijn “op weg zijn” in het leven wil begrijpen over zijn “pelgrimstocht” die toch een pogen is om binnen te dringen in het grandioze dat hij mag ervaren.

Komt hij dan niet tot het besluit dat er geen “Af-beeld” kan zijn, geen volmaaktheid? Er is altijd toekomst en deze verandert permanent, is altijd nieuw, anders. Het is het eeuwige groeiproces, de non-stop van het wordende bestaan.

ALLES.

Alles is van altijd tot in altijd.

Altijd is zonder begin en zonder einde, voortdurend, eeuwig.

Wat is alles? Alles is de totaliteit. Totaliteit is het universum, de kosmos, het oneindige, (het voortdurende zich zelf scheppende, vernieuwende) de kracht welke steeds actief is.

Dat doet de vraag stellen: “Wat is de drijvende kracht die het “alles” laat bestaan, laat zijn, laat evolueren?” Want evolueren doet het. Dat is een vaststelling waar niet aan voorbij kan gegaan worden. En evolueren is veranderen, anders worden, anders zijn. Er is niet één “iets” dat er niet aan onderhevig is of ontsnappen kan. Het is een complex gebeuren dat vragen laat opwellen. Vragen waarmee geprobeerd wordt om naar de betekenis van dit indrukwekkende wonder te peilen.

En in dit schouwspel, want dat is het, is de mens aanwezig, hij maakt er deel uit en is er ook actief in. De mens is een partikel, een minuscule pixel van en in die immense evolutie welke voor hem niet te begrijpen is. En dat doet hem vragen stellen waarmee hij op zoek wil gaan naar de zin van dat vreemde fenomeen waarmee en waarin hij verbonden is en waaruit niet één iets kan verdwijnen.

Waarnemen!

Is in zijn bestaan, zijn leven, zijn waarnemen dan niet een ervaring? Het bewustzijn, zichzelf voelen, kunnen denken, kunnen zien, kunnen horen, kunnen bewegen is een eigenheid waarvoor hij een verklaring zoekt.

Zoeken.

Hij voelt een drang om de reden van zijn bestaan te ontdekken, de zin ervan te begrijpen. Met zijn waarnemen dat dan ook zijn verwondering en belangstelling opwekt wordt hij gedreven om in het ongekende, het onbekende in te stappen. En dan vangt de speur- en zoektocht aan (?) In zich en om ziet hij continue verandering. En verandering is vernieuwing. Dat is een onomkeerbare wetmatigheid. Er is nooit een terug naar vroeger. Wat was, is geweest, is voorbij.

Vragen.

Dat laat dan ook vragen opwellen.

Wat ligt er aan de basis van dit wonderbaarlijke groeiproces? Wat kan de betekenis er van zijn? Waaruit put het zijn kracht? Waardoor kan het zich in stand houden? Waarvoor bestaat het? Waarom is het zo complex? Waar is het begin en het einde?

De mens zal er dan ook nooit over uitgevraagd zijn.

Door zijn beperktheid van denken zal het hem steeds overstijgen.

 

 

L.S. 2004-2005

 


Home | Het Leven | Nanostip | Staanpunt | Trillingen | "Niets" = "niet iets"! | Het woord | Geen twee | Niet één | Facetten | Maatschappijbeeld | Realiteit | Kosmische Realiteit

© Louis Sijmons
Webmaster: Matthias Hermans

Deze site werd laatst bijgewerkt op donderdag 18 mei 2006