|
Is de kosmos, het universum, het heelal, de schepping,
het al wat bestendig is, dan niet een voortdurend
evoluerend gebeuren, een aanhoudend veranderingsproces?
Dat moet de mens steeds toch maar vaststellen. Hij ziet,
hij ervaart het niet anders.
In dit tumultueuze, wonderbare, niet begrijpbare
fenomeen is er een waas van geheimzinnigheid dat hij
niet kan doorgronden. Hij kan het niet doorbreken omdat
het hem overstijgt en er geen verklaring voor kan
vinden. En dat wil hij juist, daar is hij op uit. Het
dwingt hem op zoek te gaan naar het waarom. En dat doet
hij ook. Vanaf zijn primitiefste “zijnsvorm” werd de
mens als het ware aangezogen om op tocht te gaan, uit te
zien naar een verklaring, het waarom van zijn ervaren.
Maar nergens vindt hij een aanknopingspunt. Hij vindt
geen E.H.B.O.- Box (Eerste Hulp
Bij Onwetendheden–Box) waar hij
op ontdekking kan gaan naar een “logboek”, een
“lastenkohier”, een “werkschema”, een “handleiding” of
een “beleidsplan” of wat dan ook dat hij kan raadplegen,
hem inzicht, uitleg geeft over dat wat hij meemaakt,
beleeft, hoe hij het kan en hoe hij het moet aanpakken
om een optimale beleving en verloop van zijn bestaan in
de beste omstandigheden te kunnen beleven, te realiseren
Zijn vragen, als hij ze stelt, zijn zoeken en zijn
verlangen worden beantwoord en roepen steeds maar nieuwe
vragen op. Het blijft een bestendige opgave. Ze zal hem
nooit loslaten omdat hij ook nooit een precies antwoord
zal krijgen. Omdat hij niet weet hoe het te kunnen
vinden. Het leven is in zijn totaliteit een eeuwige
zoektocht, en… het blijft een onvoltooide onafgewerkte
symfonie, of… een onafgewerkte kakofonie?
Kan hij een antwoord verwachten van een gelijkgezinde,
een medezoekende, een super viserende entiteit?
Dat probleem is voor ALLE mensen hetzelfde. Allen hebben
ze het zelfde verlangen: de zin begrijpen van zijn (het)
bestaan, zijn (het) op weg zijn, onderweg van een ergens
naar een ergens waar geen bepaling, omschrijving of
toelichting kan voor gevonden of gegeven worden. Waar
kan hij het vinden? Het is en blijft een onbeantwoord
mysterie.
Er is niet “EEN” mens, één iemand die het waarom
van zichzelf en al wat hem omgeeft in het aardse
verblijf kan verklaren, of ooit zal kennen? Zou dit wel
kunnen dan zou ook zijn drang te verlangen, te zoeken om
te weten geen zin meer hebben. (Hij zou berusten zonder
animatie). Er zou geen spanning, geen verwachting meer
zijn. Het ongekende zou ontbreken om naar uit te kijken.
Het zou niet meer bestaan. En dit zou dan ook zijn
zoektocht doen ophouden, zijn ambitie zou verdwijnen.
Zou het leven dan nog zin hebben? Gans zijn bestaan van
in zijn primitiefste vorm is nooit anders geweest,
nieuwsgierig gedreven worden naar nieuwe ontdekkingen,
nieuwe ervaringen. Het onbekende heeft hem steeds
gefascineerd en doet dit nog. Zijn bestaan is er door
getekend geworden. Het is het grote onverklaarbare
mysterie waar hij een opheldering voor zoekt en ontzag
moet voor opbrengen en er zich voortdurend nieuwe vragen
over stelt.
Hij wordt ook geconfronteerd met onbegrensde
mogelijkheden die hij niet kan overzien.
Het complexe evolutieproces blijft onverminderd zich
verruimen, ruimte scheppen zoekend naar en purend in de
niet voorstelbare immensiteit zonder grenzen. Het lijkt
hem een geordende chaos zonder limieten. De totaliteit
die hij maar kan waarnemen en ervaren in facetten, in
fragmenten welke onverminderd in een bestendige
verandering actief blijft. Het is en blijft een non-stop
proces dat hem als een babelse verwarring maar blijft
verwonderen. Een verwarring waar hij geen uitweg, geen
opheldering in kan ontwaren. Hij moet het meedragen in
gans zijn bestaan als een stimulatie om verder te
blijven speuren naar het waarom van zichzelf en al wat
hij waarneemt en ook wat hij veronderstelt aan nog
ongekende mogelijkheden, kansen die hij moet ontdekken
om te realiseren. Dat kan toch maar de zin zijn. Een
onvervulde droom, het verlangen naar een “zijnsvorm”
waar hij in hoopt een niet te omschrijven vorm van geluk
te kunnen en mogen ervaren. Een illusie, een utopie?
Geen antwoord! Toch zal hij blijven geloven en verlangen
dit te mogen ervaren.
Hardleerse – traaggroeiende - dwarsliggende
tegenwringers!
In de loop van de tijd (zijn bestaanstijd), waar ‘de
mens’ is gegroeid en tot ontwikkeling gekomen van een
klein minuscuul iets tot wat hij in het “Nu” is
geworden, heeft hij een heel verhaal van gebeurtenissen
achter zich. Het is een proces van geleidelijkheid. Een
opeenvolging van feiten hebben mee bepaald in wat hij
geworden is. En uit dit permanent veranderend
groeiproces draagt hij in zich alle fasen mee die hij
heeft doorgemaakt en beleefd. Zij hebben op hem, in hem
een onuitwisbare stempel gedrukt die hij niet kan
verwijderen. Zij worden ergens in zijn geest (zijn
“In-Zich”) opgeslagen, en bewaard. Het is een ervaring,
een (verdoken) blijvend merkteken waardoor hij als het
ware getekend blijft in de ganse loop van zijn
existentie. Geen enkel iets verdwijnt uit al wat is. Hij
draagt het mee, het ligt sluimerend opgeborgen in het
potentieel van zijn onderbewustzijn. Een reserve waar
hij soms induikt en dit volgens de situatie en de
noodzaak waarin hij verkeert verbanden probeert te
leggen om te begrijpen en te ageren op het gebeuren van
het moment. Het is een steeds wisselend spel dat op
ieder ogenblik reacties oproept en terzelfder tijd
nieuwe waarnemingen opneemt en opslaat, bewaart.
Elk gekozen woord, elke gedachte, elke daad is
uitdrukking van wat er in zijn geest is ontsprongen,
ontloken en tot ontwikkeling is gekomen. Hij ervaart in
en om zich veranderingen die een reflex geven naar zijn
geest. Hij probeert de zin er van te begrijpen omdat
deze veranderingen in een waarnemen zijn en hem vaak van
nabij ten sterkste aanbelangen. Hij realiseert het zich
niet voldoende. Zij zijn ook zo complex en veelzijdig en
niet altijd te verklaren, te begrijpen. Het ligt in zijn
‘diepste IK’, zijn wezenskern, verbonden, één met het
trillen van zijn voelen in wat hij ziel noemt.
Het verloop van het leven van het individu en uiteraard
ook van de gemeenschap is in het verleden en het heden
en zal dit ook zijn in de toekomst, een product, een
ontwikkeling welke gegroeid is uit een oorzaak. Alles,
maar ook alles, heeft een voorgaande, een prikkel, een
trilling welke altijd nieuwe toestanden creëert, laat
opwellen. Dat is ook het leven, voortdurend anders
worden, anders zijn.
Dan is de beklemmende vraag welke gesteld wordt bij de
vaststelling dat er het in het leven van de mens zo vaak
wat misloopt. Voor ieder moment in de tijd is het een
andere, een nieuwe toestand, de creatie van en in het
moment zelf. Deze is ook het product van het “Nu-denken”
en “Nu-doen” gegroeid uit een verleden, een voorgaande.
Door wat wordt het bepaald? Dat is de eeuwige vraag. En
daar zoekt hij een antwoord op te krijgen. Hij blijft er
naar zoeken. Het laat hem niet los.
‘DE’ mens van deze tijd kan terugblikken naar een ver
verleden, naar wat achter hem ligt en waaruit hij
gegroeid is. Hij ‘kan’ evalueren. Maar doet hij het wel?
Bewust?
Als hij het doet dan moet hij vaststellen dat er heel
wat geschied is waar hij zowel als individu en de
gemeenschap waarin hij leeft op zijn minst heel wat
bedenkingen moet over hebben. De realiteit dwingt hem
daar toe.
Wat is dan ‘die’ realiteit? Een hele reeks van
gebeurtenissen waar hij kan op terugblikken moet hij
beschouwen als mensonwaardig, tekorten in het
“menszijn”. En ook in deze tijd, de actualiteit, blijft
hij ook geconfronteerd met de fouten die steeds
terugkeren.
Doen deze fouten niet tot nadenken stemmen? Waarom doet
hij het niet, wat belet het hem het anders, beter te
doen? Ieder individu in elke levensfase stoot op zijn
tekorten, zijn onwetendheden, zijn mislukkingen.
Lijkt het niet of hij:
“hardleers”is,
Leert hij dan niet van de vele fouten, tekorten die zich
steeds herhalen?
“traaggroeiend”is,
Doet hij wel genoeg moeite om die tekorten te voorkomen,
weg te werken?
”dwarsliggend” is,
Wil hij wel wat veranderen aan zijn manier van doen, van
leven?
” tegenwringend” is,
Moet hij niet bereid zijn vele van zijn gewoonten te
veranderen en aan te passen om een goed levensklimaat te
creëren?
Het leven wordt toch bepaald door het complexe samengaan
van zovele factoren die op elkaar inspelen en waar de
mens zich niet of niet ten volle bewust van is. Het is
een kosmisch trillen waar alles met alles is verbonden
en ook alles elkaar op een of ander manier beïnvloedt.
Dat is, dat moet beleefd worden om een mensvriendelijke
wereld te realiseren. Niet eenvoudig. Moeilijke dingen
kunnen ook.
Er wat voor doen en… er wat voor laten.
“S.O.S.”:Vragen? --- Luisteren. (?)
Als men luistert naar wat mensen zeggen, naar de
vragen die ze zichzelf en anderen over het leven
stellen en probeert tussen de lijnen “mee” te denken met
wat hen bezig houdt dan is er een heersende ondertoon
van onzekerheid. Angst?
Nergens is er een schema dat gegevens, richtlijnen of
trendlijnen met aanwijzingen hoe het leven moet verlopen
aanbiedt. Er is alleen maar een sluimerend intuïtief
aanvoelen en dat dan ook nog moet geactiveerd en
gecultiveerd worden.
Door de complexiteit van het levensgebeuren waarin ze
voor een bepaalde duur (ingekapseld) en actieve
deelnemers zijn is het voor niet één mens
mogelijk er een klaar inzicht over te vormen. Er zijn zo
veel onbekende factoren die mee bepalend zijn en waar
hij bij gebrek aan weten geen verhaal tegen heeft en
bovendien veranderen ze voortdurend.
Het is en blijft voor elke mens een onverklaarbaar
fenomeen.
De verandering noopt hem altijd alert te zijn en zich
steeds opnieuw, altijd opnieuw vragen te stellen over de
zin en de betekenis van de wondere ervaring die het
leven is.
In zijn eigen bestaan en evolutie en deze van het ganse
kosmische gebeuren is er een sterke verbondenheid omdat
alles in zijn geheel aan een zekere wetmatigheid
gebonden is. Zo lijkt het althans. De totaliteit is een
vreemd onverklaarbaar spektakel dat hem boeit (de mens)
en dat zet hem aan om op ontdekking te gaan. En hoe kan
hij dat? Hij stelt zich vragen.
Vragen als:
1-Wat is de zin van het leven?
Het moet toch meer zijn dan een opeenvolging van
gebeurtenissen die als het ware uit elkaar vloeien als
gevolg van een voorgaande.
2-Waaruit komt het voort?
Dat is wellicht de meest cruciale vraag die de mens zich
kan stellen. Uit “niet iets” kan er geen “iets”
ontstaan. Dus…
3-Waar ligt zijn bron, zijn oorsprong?
Die kunnen er ook niet zijn.
4-Wanneer is het ontstaan?
Alles is van “altijd” tot in “altijd”. Het is alleen
onderhevig aan een voortdurende, stuwende, pulserende
energie.
5-Welke geniale kracht creëert het en houdt het in
stand?
Deze kracht overstijgt het menselijke denkvermogen. Hij
kan het niet bepalen en kan het alleen om het te noemen
een naam geven. “En dat doet hij. Hij noemt het: “God”!
6-Waar leidt het naartoe?
De weg waarheen het leidt is een grote onbekende, een
niet te bepalen en te omschrijven“ergens”.
7-Waar is zijn horizon, eindigt het (eens)?
Hoe zou het kunnen eindigen. Waar zou het begin van het
einde zijn. En wat daarna?
Met deze en nog veel meer vragen probeert de mens een
antwoord, een verklaring te vinden voor het probleem wat
het leven is.
Wat is dan uiteindelijk de zin van het kosmische
avontuur?
Voor de mens blijft het een onverklaarbaar probleem.
Omdat er bij elk verondersteld antwoord een nieuwe
probleemvraag rijst. Daar komt nooit een einde aan omdat
dat niet bestaat.
Zo lang de mens zich al bewust is van zijn “ vragend
zoekend zijn” is hij er ook mee geconfronteerd
geworden
Het leven, het is er in vele vormen anders voor al wat
bestaat.
Het is het “alles”, wat is “van” altijd tot “in” altijd,
zonder maat, zonder duur, zonder begrenzing.
Wat zijn dan tijd, maat, begin, eeuwigheid?
Het Alles is van altijd tot
in altijd, zonder begrenzing. Dat is de meest logische
voorstelling wat een mens kan bedenken.
Langs vele denkwegen kan hij proberen om inzicht te
krijgen in wat hij in zijn “op weg zijn” in het leven
wil begrijpen over zijn “pelgrimstocht” die toch een
pogen is om binnen te dringen in het grandioze dat hij
mag ervaren.
Komt hij dan niet tot het besluit dat er geen “Af-beeld”
kan zijn, geen volmaaktheid? Er is altijd toekomst en
deze verandert permanent, is altijd nieuw, anders. Het
is het eeuwige groeiproces, de non-stop van het wordende
bestaan.
ALLES.
Alles is van altijd tot in altijd.
Altijd is zonder begin en zonder einde, voortdurend,
eeuwig.
Wat is alles? Alles is de totaliteit. Totaliteit is het
universum, de kosmos, het oneindige, (het voortdurende
zich zelf scheppende, vernieuwende) de kracht welke
steeds actief is.
Dat doet de vraag stellen: “Wat is de drijvende kracht
die het “alles” laat bestaan, laat zijn, laat
evolueren?” Want evolueren doet het. Dat is een
vaststelling waar niet aan voorbij kan gegaan worden. En
evolueren is veranderen, anders worden, anders zijn. Er
is niet één “iets” dat er niet aan onderhevig is of
ontsnappen kan. Het is een complex gebeuren dat vragen
laat opwellen. Vragen waarmee geprobeerd wordt om naar
de betekenis van dit indrukwekkende wonder te peilen.
En in dit schouwspel, want dat is het, is de mens
aanwezig, hij maakt er deel uit en is er ook actief in.
De mens is een partikel, een minuscule pixel van en in
die immense evolutie welke voor hem niet te begrijpen
is. En dat doet hem vragen stellen waarmee hij op zoek
wil gaan naar de zin van dat vreemde fenomeen waarmee en
waarin hij verbonden is en waaruit niet één iets kan
verdwijnen.
Waarnemen!
Is in zijn bestaan, zijn leven, zijn waarnemen dan niet
een ervaring? Het bewustzijn, zichzelf voelen, kunnen
denken, kunnen zien, kunnen horen, kunnen bewegen is een
eigenheid waarvoor hij een verklaring zoekt.
Zoeken.
Hij voelt een drang om de reden van zijn bestaan te
ontdekken, de zin ervan te begrijpen. Met zijn waarnemen
dat dan ook zijn verwondering en belangstelling opwekt
wordt hij gedreven om in het ongekende, het onbekende in
te stappen. En dan vangt de speur- en zoektocht aan (?)
In zich en om ziet hij continue verandering. En
verandering is vernieuwing. Dat is een onomkeerbare
wetmatigheid. Er is nooit een terug naar vroeger. Wat
was, is geweest, is voorbij.
Vragen.
Dat laat dan ook vragen opwellen.
Wat ligt er aan de basis van dit wonderbaarlijke
groeiproces? Wat kan de betekenis er van zijn? Waaruit
put het zijn kracht? Waardoor kan het zich in stand
houden? Waarvoor bestaat het? Waarom is het zo complex?
Waar is het begin en het einde?
De mens zal er dan ook nooit over uitgevraagd zijn.
Door zijn beperktheid van denken zal het hem steeds
overstijgen.
L.S. 2004-2005
|