











|
|
Niets heeft geen bestaan, er is geen “niet iets”. Het kan zich niet
manifesteren omdat er geen leegte is in het bestaande. Alles sluit bij
mekaar aan en is een verweven eenheid. Er is geen leegte, omdat leegte
de verbinding zou breken tussen al wat er is. Daardoor zou een schakel
ontbreken die de link legt tussen alles. En die link is werkelijkheid.
En werkelijkheid is de totaliteit die ononderbroken en het totaal van
het bestaande is.
De totaliteit omvat zowel het ondefinieerbare, minuscule kleine al het
immens, onvoorstelbare grote. In potentie heeft het AL, het geschapene,
het zijnde, het voor de zintuigen niet waarneembare, in zich.
“Niets” kan alleen maar betekenis hebben in het niet waarnemen of geen
inzicht hebben in dat waar men geen beeld of voorstelling, geen
omschrijving, geen begrip van kan vormen.
Het alles is in alles op mysterieuze wijze aanwezig waar de mens zich
geen voorstelling kan van maken. Maar omdat alles niet met woorden (in
één gedachte) is weer te geven, wordt het niet voorstelbare, het
onbegrepene, het schijnbaar mysterieuze opzij geschoven met het woord
“niets”.
Buiten het “niets” (?) in en midden het alles leeft de mens, ervaart hij
zichzelf, verwonderd, vragend, zoekend, tastend naar zichzelf, zijn
omgeving, zijn “in” en “buiten” hem in de evolutieve grootheid die het
leven in zijn totaliteit is.
L.S. 20/8/1994
Als “niets” zou bestaan,zou er geen “iets” zijn.
“Iets” sluit het bestaan uit van een “niets” .
L.S. 3/9/1994
|