|
Wat is er meer realiteit dan het leven van en in elke dag?
De mens wordt er in deze tijd meer dan ooit mee geconfronteerd. Hij
ervaart ze in en om zich. De media met de huidige
communicatiemogelijkheden brengen ze uitgebreid en in detail naar de
verste hoeken van de wereld.
Hij constateert dat alles, wat het ook is, voortdurend verandert. Er is
niets definitief. Er is alleen voorlopigheid. De enige constante is “het
veranderen”. Dat is juist ook het leven. Het is hem daardoor ook
onmogelijk een totaalbeeld voor ogen te krijgen waarin en waardoor hij
het geheel kan overzien en trachten te begrijpen.
En dat doet hem uitzien naar een antwoord of antwoorden op de vele
vragen die het veranderen oproept. Het maatschappijbeeld is zo complex
(geworden) en het is dat ook altijd geweest, waardoor hij het als een
wazig geheel in zijn drang naar het waarom van het leven blijft
bevragen. Het dwingt hem tot zoeken. Dat kan hij en dat doet hij ook.
In het hier en het nu ervaart hij ook zijn beperkingen die hem toch niet
weerhouden om trachten te penetreren in dat weidse onbekende wat hem ten
allen kante omringt. Hij streeft er naar om ruimte te scheppen in zijn
denken dat de basis is van, en de kans biedt om, zijn leven uit te
bouwen. Dat wil hij ook en het is een bestendig streven. Uit de engte,
de beslotenheid van de cocon waarin hij zolang was opgesloten wil hij
loskomen. Hij wil vrij zijn en instappen en de onbeperkte mogelijkheden
benutten die in kosmische ruimte, die hij om zich weet, te ontdekken
zijn.
“Zichzelf”
Een eerste ontdekking is het “Zichzelf” en een tweede, wat om dit
“Zichzelf” te ervaren is. Sinds zijn verschijnen op de aarde, een stuk,
een tikkeltje sterrenstof, heeft hij op de lange weg die hij gekropen
heeft of gegaan is een enorme groei, een ontplooiing doorgemaakt. Tussen
het ‘toen’, het voorbije en het ‘nu’, het heden is er een en ander
gebeurd, tot ontwikkeling gekomen. Van het ‘nu’ naar het ‘later’, de
toekomst, zijn de mogelijkheden onvoorstelbaar en niet in te schatten.
Er lijkt geen einde te komen aan het vreemde, het onbekende, het
onbeperkte wordingsproces. Het is de voortdurende uitdeining die
zichzelf onweerstaanbaar blijft creëren.
“Oorzaak en gevolg”
Midden die complexiteit van dit gigantische gebeuren waar de mens een
deel van is heeft “alles” zijn oorzaak en elke oorzaak zijn gevolg. Wat
is dan oorzaak en wat gevolg? Van waar, naar waar is al een meer
bepaalde vraagstelling.
De “alfa” en het “omega” veronderstelt een begin en een einde. De
“bron”, als oorzaak, laat een voortdurende opwelling en de “horizon”,
als gevolg, laat het kimloze oneindige als beeld voorstellen en
veronderstellen.
Daartussen speelt zich het grootse schouwspel van het totale leven met
zijn ontelbare onoverzichtelijk aantal facetten af. Voor de mens is dat
het vreemde wonder dat hij niet kan begrijpen en hem onverminderd,
voortdurend blijft boeien en fascineren.
“ E. H. B. O. “
In zijn zoektocht, zijn opgang heeft hij nergens een handleiding, geen
gids, geen ’E.H.B.O. (Eerste Hulp Bij Onwetendheden) – box’,
gevonden. Beetje bij beetje door te zoeken heeft hij bij strompelen, met
vallen en opstaan en ervaring geleerd. Dat zoeken moet hij blijven doen
en dat zal hij ook. Het is de enige weg die hem inzicht zal geven over
de zin van zijn “er te zijn” en wat hij om zich waarneemt.
Van nature leeft hij een stuk onbewust verbonden met de totaliteit omdat
hij er deel van uitmaakt en er midden in zit. Deze verbondenheid
probeert hij te ontrafelen om het te kunnen begrijpen. Zij is dan ook zό
ruim dat hij het geheel niet kan overzien en zich moet beperken tot een
deel, een facet dat hij in zijn denkvizier kan opnemen en bezien. Het is
te omvangrijk om dit in de totaliteit te overschouwen dan nog niet
verondersteld het te begrijpen en het waarom ervan te vinden.
“ Eigen stempel”
In dit grootse gebeuren ervaart de mens “Zichzelf”. Hij stelt zich daar
vragen over en voelt zijn klein zijn in dit wondere, gigantische,
zichzelf scheppende fenomeen gedreven door een voor hem onbekende,
onverklaarbare kracht en energie.
Voor een bepaalde periode krijgt de mens een aanwezigheid, een
verblijfsvergunning in een bepaalde vorm op een stukje sterrensplinter
waar hij als product van producten met zijn mogelijkheden een eigen
stempel kan drukken tijdens zijn aardse bestaan en waaruit hij ook
verdwijnt in het immens mysterieuze onbekende wordingsproces van de
“heelheid” waarin alles zich afspeelt, voltrekt.
“Acteur”
In die gegunde periode beleeft hij een tijd waarin hij als acteur actief
is, zijn rol speelt en tevens ook als figurant tegenover medespelers het
spel meemaakt en tevens zijn stempel drukt.
Als acteur beschikt hij over een enorme dosis mogelijkheden die hij nog
niet heeft kunnen aanboren en zelfs niet goed weet hoe hij ze moet
vinden en als hij ze vindt, hoe er mee om te gaan.
Hij vermoedt en ervaart dat er nog een groot potentieel ter zijner
beschikking is. Het “ont-dekken”, het “ont-wikkelen”, het “ont-rafelen”,
het “ont-plooien”, het "actief-maken” gaat maar
geleidelijk. Het is een groeiproces dat tijd nodig heeft om de talloze
puzzelstukjes in elkaar te laten passen. Zo is het in het verleden
gegaan, zo gaat het in het nu en dat zal het ook in de toekomst zijn.
Het lijkt een wetmatigheid te zijn die als grondregel blijft
functioneren.
In zijn eerste ontdekking, het “Zichzelf”, verbonden met het lichaam, en
met een gedreven zijn naar verruiming voelt hij een bezielende,
drijvende kracht die hij zich niet kan voorstellen en ook niet bepalen
en waarmee hij ook kan spelen. Hij noemt het: “Geest”. De geest is dat
wat hij gebruikt om de waarnemingen die hij doet met een bundeling van
woorden te omschrijven, en om het daardoor in een beeld proberen
duidelijk te maken.
“Geest-Lichaam”
Het is een samengaan van op elkaar inwerkende elementen waarin en
waarmee hij zichzelf voor een bepaalde tijd in zijn domein aarde
ervaart.
De complexe samenhorigheid van beiden, het verbonden zijn met elkaar is
van een enorm belang en bepalend voor zijn “menszijn”. Het is bovendien
ook voor ieder “mensenexemplaar” anders. Er zijn geen twee identieke
“ietsen”, géén gelijken, alléén gelijkenden. Het is een specifieke
eigenheid in het kosmische beeld van “anders”, “verschillend” te zijn.
Het “Zichzelf”, het “In zich” is de kern, de “be-ziel-ende”,
drijvende kracht, de energie waarmee hij voor zijn persoon een bepaalde
wordingsvorm en een eigenheid creëert verschillend van elk ander. Het is
een borrelende stuwing die verbonden is met alles wat is en niet te
stuiten en ook de energie heeft zich in elke situatie te consolideren.
“De ziel”
De “ziel”, een naam voor een woord dat uitdrukking moet zijn van
de aansluiting op de overkoepelende Levensbron, de Spilkracht die alles
in stand houdt en zich laat ontwikkelen en verruimen!
De mens ervaart zichzelf en daarmee ook de enorme kracht die in hem in
een bepaalde vorm aanwezig is . En daarmee voelt hij ook zijn
verbondenheid met al wat hij waarneemt en ervaart. Als een stip in het
immense “waarnemen” mag hij zich verheugen dit te mogen beleven, er een
stuk, een pixeltje van te zijn. Hij mag en kan en moet zijn deel
bijdragen in het grootse wordingsproces zonder limieten. Is hij zich
daar wel echt van bewust?
Aan het wereldgebeuren, dat een product is van denken en doen lijkt het
niet te zien.Kent hij zichzelf wel? Weet hij hoe en wat met dit “zelf “
te doen?
Zijn voorgeschiedenis heeft genoeg gegevens om te analyseren wat kan,
wat mag en niet goed is voor een optimaal levensgebeuren. Het is een
ware aaneenschakeling van gebeurtenissen die de weerspiegeling zijn van
zijn inbreng in het totale voortdurende explosieve wordingsproces, de
kosmos, het “eeuwig wordende Zijn”.
“ Het Om-zich”
Het “Om-zich”, wat hij waarneemt, speelt dan ook een zeer
belangrijke rol in zijn bestaan. Hij ziet het, hij hoort, hij ruikt en
voelt het en is er met al zijn vezels aan verbonden . Het laat hem ook
niet onverschillig. Het komt naar hem toe. Het zet hem aan om met al dat
vreemde wat hem omringt en naar hem toekomt te experimenteren. Wat hij
ook doet. Zijn zoekdrang is ook nooit verzadigd.
Hij ervaart ook dat hij als individu niet alleen is, dat er medespelers
zijn en waarmee ook een zekere verbondenheid bestaat.
Als unieke “entiteit” heeft hij een vrijheid, een eigenheid verschillend
van elk ander, wat ook een enorme verscheidenheid insluit. Ieder
individu beleeft zijn eigen ervaren. Hij gaat er anders mee om omdat
zijn gevoels- en trillingsniveau anders is. Er zijn een ontzettend
aantal factoren welke meespelen en waardoor dan ook een ander reageren
door ontstaat. En hierdoor kunnen er zich dan ook situaties van verkeerd
begrijpen, interpreteren en ook… verzet ontstaan.
Daaruit groeit er dan een “maatschappijbeeld” dat er een uiting van is.
Zijn mentale ingesteldheid, zijn gedrevenheid is er dan ook het
bepalende element van.
“Spinrag”
De maatschappij, een kluwen van mensen, elk met eigen “In-zich”, dat de
coördinatie is van een samenleven dat zich uit in een brede
verscheidenheid in vele vormen en bepaald wordt door een samenloop van
omstandigheden die voortdurend veranderen.
Een mens is geen éénzaat. Hij zoekt contact met zijn gelijke, zijn
medespelers en doet dat op verschillende manieren. Hij heeft er behoefte
aan. Zijn primitiefste vorm, zorgen om te voorzien in de
levensnoodwendigheden (behoeften?) voor zichzelf en de groep waartoe hij
behoort, is in eerste instantie een noodzaak.
Hij heeft een vorm van samenleven gecreëerd welke in de loop van zijn
bestaan een grote evolutie heeft gekend. Omdat het leven alleen maar
evolutie is en dat ook op alle domeinen is waar te nemen vraagt een
bestendige aanpassing. Het dagelijkse leven schept immers noden en die
vragen dan om een oplossing. Het dwingt hem tot zoeken. Dit samenleven
begint bij de relatie, de natuurlijke band met de moeder en de
gezinsleden deint uit tot de brede leefgemeenschap. Een onbeperkte
evolutie.
Door de complexiteit van deze onbeperktheid is er een ruimte voor een
grote verscheidenheid en dat maakt het samenleven ook zeer
problematisch.
De mens zal daarom zoeken, zich aangetrokken voelen naar gelijkgezinden,
gelijkvoelenden. Het geeft hem een gevoel van samenhorigheid,
geborgenheid misschien en dat realiseert zich in verschillende vormen.
Een gelijkgezind denken, voelen, streven, uitwisselen van ideeën, samen
spelen, vieren, het schept een gevoel van samenhorigheid. Wat hij zoekt
is, verbonden te zijn met anderen.
En als er in het rag dat hij spint een schakel, een link breekt dan
vindt hij steeds weer een weg, een manier om verbonden te blijven. Het
rag (het netwerk) dat hij bouwt valt nooit helemaal uit elkaar. Daarvoor
is zijn drang en zijn creativiteit te groot, zelfs wanneer hij er
helemaal onderuit dreigt te gaan. Vanuit zijn nood (of drang) blijft hij
zoeken naar gelijkgezinden om de kracht van gemeenschappelijkheid te
voelen, te beleven, ervan te genieten.
Hij is steeds … op weg.
“ Op weg ”
Ieder mens is een medespeler voor elk ander mens. Samen zijn ze op weg
en samen moeten ze met doordachtheid een levenssituatie mogelijk maken
waar voor “ieder” mens het recht op een gelukkig bestaan kan
gerealiseerd worden.
Is dat niet het grote probleem in de huidige maatschappij?
Misverstand, andere visies, andere drijfveren, angsten, machtswellust
zijn zij niet de oorzaak van de vele spanningen en betreurenswaardige
toestanden en menselijk leed?
Dat is een realiteit waar de mens zichzelf heeft ingebracht.
Zelf is hij de oorzaak van zijn verkeerde keuzes, zijn falen.
Durft men zich daar wel echt vragen over te stellen, er over na te
denken? Vragen die naar de oorzaak zoeken?
Is het niet een gebrek aan visie over de “zin” van het leven?
Durft hij er wel naar te peilen?
Dat mensen er zijn “voor” mensen, is dat niet een eerste vraag.
Het recht op recht om de “zingeving” van het leven waar te maken.
“ Bereidheid”
Dat de mens tot veel in staat is ten goede en ten kwade bewijst het
verleden en is ook in het “Nu” waarneembaar.
Met de mogelijkheden welke in de huidige maatschappij beschikbaar zijn
moet verbetering realiseerbaar zijn.
Een eerste vereiste is dan: bereidheid en dit vanaf en vanuit het
individu tot de collectiviteit.
Moet dan: “leren leven” in de breedste zin, niet het “Leitmotiv” worden
om een nieuwe, betere levenslijn te starten?
Om de wereldproblemen, en dit op “alle niveaus”, weg te werken is er
dringend nood aan. Zij komen door de mens en moeten door hem zelf worden
opgelost.
“Leren leven”
Is leren leven dan niet hoe met het leven in al zijn vormen omgaan?
Het leven is altijd een leertijd geweest. Zo zal het ook blijven.
In zijn leefwereld is de mens steeds geconfronteerd geworden met het
groeien, het evoluerende, het veranderende. Het heeft dan ook een
bestendige aanpassing gevraagd. Met zichzelf en de leefwereld die hem
omringt heeft hij een relatie die zeer kwetsbaar blijkt. Dat is dan ook
veelvuldig tot uiting gekomen zowel in het verre als het nabije verleden
en is dit ook in de actualiteit van het heden.
En wat is dan de oorzaak? Of beter, wat zijn dan “de” oorzaken?
Ze zijn legio. Dat is een vaststelling waarop dan ook de vraag moet
volgen: “wat kan er aan gedaan worden, hoe dit ombuigen?” Daar op “HET”
antwoord geven is niet zo eenvoudig. Het is zo problematisch omdat dit
over het totale leven gaat en hoe de mens er mee omgaat. Het optimale
zal altijd een toekomstperspectief hebben en ook nooit af zijn.
Een eerste bedenking is dan dat het een oorzaak vindt in een verkeerde
manier van denken en… een manier van doen.
Denken en doen sluiten nauw bij elkaar aan omdat het een de oorzaak en
het andere het gevolg is. Het is ook een complex samengaan van beiden
dat het moeilijk maakt om er een gepaste ‘hocus pocus’ formule voor te
toveren.
Het omgaan met zichzelf met zijn leefwereld, zijn eigenheid, zijn
innerlijkheid, is de drijvende kracht die zijn motor is.
Op zijn levensweg is de mens vanaf zijn oorsprong in de vele episoden in
zijn bestaan, in zijn op weg zijn, geconfronteerd geworden met
levensbedreigende situaties. Daarin heeft hij zich voor zijn fysieke
bestaan moeten inzetten en ook verdedigen om zich te kunnen handhaven.
Daardoor heeft hij een levensgewoonte aangenomen welke veranderd en
gegroeid is onder invloed van de doorlopen situaties.
“ Kiezen”
Ook de combinatie met zijn leefwereld heeft ook een betekenisvolle
plaats in zijn leven. Om dit in goede banen te leiden en te behouden
vraagt dit een bijzondere aandacht, een motivatie, een gericht zijn, een
gevoeligheid voor waarden die voor zijn bestaan belangrijk en primerend
zijn. Door ervaring heeft hij geleerd dat hij voortdurend genoodzaakt
was te kiezen.
In elke episode van zijn evolutie is hij geconfronteerd geworden met het
totale levensgebeuren. Vele vragen zijn komen opborrelen waar hij een
antwoord voor zocht. Over zichzelf, over al wat hem omringde, het
voortdurend veranderen. Door na te denken, te vergelijken, te
experimenteren is hem geleidelijk een en ander duidelijk geworden voor
wat hij om zich waarnam.
Maar de cruciale vragen zijn: “wat ligt hier aan de oorsprong? Waartoe
ben ik? Wat is de zin van dit fenomenale gebeuren dat zich maar blijft
bestendigen in dat voortschrijdende groeiproces? Naar waar leidt het
naartoe?”. In zijn geheel overstijgt het hem.
In zijn verwondering probeert de mens zich een beeld te vormen van een
iets, een kracht, een wezen (?), een iets wat hij niet kan duiden, dat
kan handelen zoals hijzelf kan. Doen, verwezenlijken, scheppen uit
ergens, het laten te voorschijn komen. Hoe kan hij het noemen, hoe
benaderen?
En daar krijgt hij geen antwoord op.
Overal om zich en in zich voelt hij die wonderbaarlijke scheppende,
energetische kracht. Hij moet er mee leven. Omdat hij geen antwoord
vindt kan er hij er alleen maar verering en diep ontzag voor hebben. In
zijn eigen wezen voelt hij evenzeer de werkzaamheid, het opgaan met al
wat hem nabij is en omringt. Het wordt, het is als een rivier die zijn
water onophoudend altijd maar verder laat stromen in een breder wordende
bedding, het landschap van het leven.
“ Verbondenheid”
In het wondere schouwspel waar hij als een onrustige, nooit voldane
zoeker zijn drang om zich in het geheel in stand te houden en
voortdurend zelf activeert blijft hij worstelen met de vele vragen waar
hij enkel als antwoord nieuwe vragen op vindt. Het is dan ook een
stimulans om niet op te geven om te proberen verder in het ongekende
onbekende door te dringen, om de kern te vinden die het geheel
coördineert en in stand houdt. Het blijft voor hem als het ware een
obsessie, iets wat hem niet loslaat en waar hij zich niet van kan
losmaken omdat hij er bij hoort en dit ook voelt.
Het complexe “Zich-zelf”, en met al wat hij in het nog complexere
“Om-zich”, mensen en natuur, ervaart, heeft hij een verbondenheid, een
samenhorigheid dat hem in zijn geheel overstijgt.
Dat is realiteit waar hij moet leren mee omgaan. Hij zit er midden in en
het is zijn “doe-terrein”. Het is zijn betrokkenheid, zijn taak in het
multicomplexe van het eeuwige “worden”.
Hij is figurant en speler,
bouwer,
schepper van de leefwereld
waar hij in “IS”.
L.S. 15/12/2003-11/2004 |