











|
|
Vanuit zijn unieke “staanpunt” stelt ieder mens zich als het centrale
punt in het ganse universum. Alles gaat van hem uit, alles komt naar hem
toe. Hij ervaart de dingen min of meer onbewust, alles gebeurt als ‘t
ware vanzelf, alsof hij er niet bij betrokken is. En toch spijts dit
onbewuste speelt (vervult) hij een centrale rol. Hij ontvangt, hij zendt
uit, hij denkt, hij doet, alsof alles op mekaar inspeelt. Het samenspel,
een oneindig aantal factoren die als een complex tandwielspel (een
roulement) het geheel in beweging brengt en houdt, verloopt zo snel dat
hij voor elke mutatie en beweging geen eenheid van tijdsbepaling kan
duiden.
Razend snel vloeit alles in mekaar alsof het een prégeselectionneerd
geheel is. Het lijkt, het is als geprogrammeerd ??? Oorzaak met gevolg
….. Door de complexiteit van de opeenvolgende gebeurtenissen, die
allemaal veranderingen zijn, blijft hij er werkelijk niet bij stilstaan.
Hij heeft er geen kijk op door de snelheid waarmee alles mekaar opvolgt
en laat daardoor het geheel als een waterval over hem heen spoelen. Zijn
instelling, zijn standpunt blijft beperkt tot één moment. Het volgende
is anders. Hij bevroedt niet welke factoren daarbij een rol spelen en
hoe het verloop onder een ongekend aantal mogelijkheden plaatsvindt. Hij
functioneert als een centraal knooppunt waar allerlei schakelingen
gebeuren en de doorstroming daardoor zijn weg vindt om steeds nieuwe
contacten tot stand te brengen. Het is zo’n fluïde verfijning die alles
doortrilt en waarvan hij de sensibiliteit niet kan omschrijven.
Ieder individu heeft zijn eigen “richtgetal”, “zijn eigen parameter”,
zijn eigen gevoeligheid, waarmee hij tussen en met alles wat naar hem
toekomt en van hem weggaat bestuurt, ontleedt, filtert en het in het
reservoir van zijn onderbewuste opslaat.
Hij kan alleen maar gissen, raden, proberen te achterhalen hoe het in
zijn werk gaat. Hij vindt de sleutel, het wachtwoord niet om dit alles
open te trekken, te ontleden, te begrijpen.
Ieder iets is zo complex, uniek en zo compleet als elk ander iets. Zij
dragen in zich de kern, de elementen, het basisprincipe die hun bestaan,
die hun aanwezigheid in de kosmos mogelijk maakt. Zonder deze kern is er
voor een “niet iets” geen kans op bestaan.Er zijn alleen maar facetten,
die gezien, gevoeld, gehoord, bevroed, verondersteld worden.
Vanuit zijn “staanpunt” ervaart hij die bevreemdende, geweldige wereld
waar hij middenin is geplonsd. Telkens opnieuw wordt hij met een niet
gemeten maat, de overvloed die naar hem komt toegespoeld,
geconfronteerd.
En dit stemt hem tot nadenken. Maar zijn denken bestrijkt zo’n dimensie
waarbij maat en ruimte verzinken in het ijle, het vage. Hij ervaart dat
de gedachte het volume van een bol heeft waarvan de straal oneindig is.
Om zich daar zelf een voorstellingsvermogen van te maken is het wellicht
in een beeld te denken dat de gedachte, de kern, de potentie van het
mogelijke is waar op ieder punt van elke mogelijk te trekken straal een
nieuwe ontplooiing ontstaat waar weer onbeperkte groeikansen zich
aanbieden. Wat daar uit groeit hangt af van factoren die in zich weer
geen limiet hebben.
Omdat de gedachte, het begin van alles, in de OERKRACHT, GOD, de stuwing
is die alles tot bestaan, leven en groei brengt is zij ook het centrale
principe dat alles in stand houdt.
L.S. 13/08/1998 |