Tot slot

Relatief goedkope 5-daagse trip o.m. als gevolg van het winterseizoen. De heen- en terugreis bepaalt dan wel de helft van het budget.

Een nadeel van een winters bezoek is wel dat er nogal wat bezienswaardigheden niet toegankelijk zijn. Dit nadeel is echter relatief als het slechts om een 4- of 5-daags smaakmakend bezoek gaat. Deze dagen heb je zowiezo nodig om Boeda, Pest en Óbuda te verkennen. Veel tijd om de vele musea, theaters en andere bezienswaardigheden te bezoeken is er dan toch al niet.

Ook van belang bij een winters bezoek is de temperatuur. Hongarije ligt al direct een stuk continentaler in Europa. De milderende invloed kenmerkend aan het zeeklimaat van onze lage landen ontbreekt. Overdag kan het gemakkelijk vriezen, met bijhorende vrieswind. 's Nachts bereikten de temperaturen -7°C (hoe de clochards zoiets overleven is mij een vraagteken).

Boedapest is een grootstad (2 miljoen inwoners).

De (grootstedelijke) bevolking is er vriendelijk. Mensen zijn er klaarblijkelijk van alle 'soorten'. Ook clochards dus, maar je hebt er geen last van. Ook correct, wat niet belet dat ze (zoals elders) toch gaan proberen 'het geld uit uw zakken te lutsen'.
Een aanzienlijk deel van de bezienswaardigheden van Boeda en Pest zijn gewoon al wandelend vanuit het centrum te bereiken. Veelal hét favoriete vervoermiddel!
Zoals in zoveel grootsteden is het verkeer is er zeer druk en rijdt men er snel, veelal op quasi-autostrades met liefst drie baanvakken in beide richtingen. Voetgangers zijn echter relatief goed beschermd via lichtsignalisatie (voetgangers doen hier best geen domme dingen!), maar veelal door ondertunnelde doorgangen op de kruispunten en voornamelijk dan op de 'grote' kruispunten waar ondergronds allerlei activiteiten ontplooid worden (tevens sociale controle) en waar zich vaak ook de toegangen tot de metrolijnen bevinden.
Het openbaar vervoer is al langer blijkbaar goed uitgebouwd.
Metrolijn 1, de gele metro, ook wel de 'kleine' metro genoemd, is de oudste metrolijn van het Europese vasteland (na Londen). Naast deze is er nog de rode (M2) en de blauwe (M3) metrolijn, die instaan voor de hoofdverbindingen in het oude stadsdeel van Pest (de rode gaat ook de Donau onder naar Boeda). De drie metrolijnen kruisen op Deák Ferenc tér in hartje Boedapest.
Complementair zijn er tal van buslijnen en trams (oude zoals in Gent in de jaren 50, nog zo met een draaiweerstand).
De eindhaltes van de belangrijkste lijnen geven in regel aansluiting met het randstedelijk treinvervoer (HEV). Alle vervoersbewijzen voor het openbaar vervoer zijn echter gestandaardiseerd voor wat het hele Boedapest betreft en de tickets zijn goedkoop (160 HUF (€ 0,65) voor een kaartje) en gemakkelijk verkrijgbaar. Bij overstappen moet wel een nieuw kaartje ontwaard worden, maar er zijn verder wel goedkopere formules (tienrittenboekje, dagkaart, 3- of 5-haltenkaartjes, etc.).

En er is veel te zien. Een volle week tot 10 dagen in de zomer is een minimum om mits enige voorbereiding een bezoek aan de stad wat grondiger aan te vatten.

Het Hongaars is uniek in Europa. Er is geen enkele verwantschap met de neo-Latijnse, Germaanse of Slavische talen. Ze behoort in oorsprong tot de Fins-Oegrische familie, een talengroep die in het gebied van West-Siberië tot Noorwegen gesproken wordt, maar dan in de loop van de geschiedenis in aanraking kwam met Indo-Germaanse en Indo-Iraanse elementen, later ook met Turkse en Slavische. NIET te verstaan dus.
Gelukkig kom je met Engels al een stuk vooruit. In het binnenland begrijpt men ook wel eens Duits, maar zoals in wel meerder Balkanland doe je er best aan u niet de verdenking op het lijf te halen van Duitser te zijn.

Hongaren zijn levenskunstenaars. Het lijkt alsof ze met weinig (of met hetgeen ze hebben) gemakkelijk tevreden zijn, maar vooral ook

van muziek houden (en maken),
hun verleden, hun cultuurhistorisch en architecturaal erfgoed koesteren en goed soigneren en er fier op zijn,
een zeer gevarieerde en bijzonder lekkere keuken weten te appreciëren en er ook op nahouden. Paprika is de vaste ingrediënt. Wie Bourgondisch geaard is, moet niet van de honger of de goesting naar huis gaan, en voor de prijs moet je 't niet laten.