straatbeeld
Start situering demografie socio-economisch straatbeeld dagelijks leven

 

De Dorpsstraat van Sint-Kruis-Winkel een halve eeuw geleden ter hoogte van de kerk (torenspits nog net zichtbaar rechts van de telefoonpaal links op de foto). Vooraan rechts de stam van de vrijheidsboom daterende uit 1830. Verder links in de straat achter het gemeentenhuis, de theatrale beuk van de pastorij. Op het einde van de straat bevind zich het klooster met het oud-mannekeshuis van voor de uitbreiding. De meisjesschool daartegenover is niet zichtbaar.

Het beeld van de Dorpsstraat werd in de jaren 50 voornamelijk bepaald door:
n paar theatrale bomen, nu alle verdwenen:
een eik als 'vrijheidsboom', toen 120 jaar oud
een kolossale beuk vr de pastorij
3 lindes op 'de vierweegse'
een kleine, maar mooie Gotische kerk waarrond het kerkhof met het 'dodenhuisje' en pastorij. De kerk behoort inmiddels tot de geklasseerde monumenten en staat in de steigers voor restauratie. Zij maakt ook voorwerp uit voor onderzoek door de Gentse Vereniging voor stadsarchelogie
een klooster met oud-mannekeshuis en annex meisjesschool (kleuter en lager)
een gemeentelijke lagere jongensschool  
'cafs', zeker n om de 50 meter, nu nog enkele, groter (uitbreidingen van vroegere) en moderner met gediversifieerder aanbod. In 1947 telde Sint-Kruis-Winkel op een totale bevolking van 1918 bewoners niet minder dan 51 cafs!
boerenhoven met graasweides tot aan de straat, nu verdwenen en alles dichtgebouwd of vervangen door een fruithal -inmiddels verlaten
een hoevewal als overblijfsel van het in 1828 afgebroken kasteel van Winkel, bood winterpret aan de jeugd van toen indien dichtgevroren, nu 'dichtgesmeten' en volgebouwd met lintbebouwing
n hoevegevel met 's zomers wel 60 - 70 nesten van boerenzwaluwen onder het dakoversteek, nu 'afgesmeten' en volgebouwd
een dokterswoning met het dokterscabinet, met daarachter 'den hof van den docteur'
het postkantoor met de 'centrale postbus voor de gemeente' en het kantoor alwaar men kon bekomen: postzegels, fiscale zegels, ...
een eigen telefooncentrale vanaf eind de jaren 50 om het toenemend telefoonverkeer te bedienen, nu omgevormd tot winkel-beenhouwerij
n benzinepomp met een grootvader of een van de dochters als pompbediende (zie mobiliteit). Eerst 'benzine' in de 1953, later ook 'super' en nog later 'mazout' voor de dieselmotoren. Nu zijn de pompen verdwenen, elders ingeplant op meer strategische plaatsen: grote tankstations, onderworpen aan Vlarem II (huidige milieuwetgeving)
een feestzaal met onderkelderd theater, 'afgesmeten' en in de jaren 80 vervangen door een 'Salzburgerhof' (zie ontspanning).
luchtleidingen
voor telefoon. Tot tientallen electrische draden op de typische houten telefoonpalen, nu ondergrondse kabels met honderden glasvezels
voor electriciteit. Op de betonnen electriciteitspalen werd ook de schaarse straatverlichting aangebracht. Ook de (veel zwaardere) electriciteitsleidingen bevinden zich nu ondergronds.

Met het toenemend autoverkeer, voornamelijk in de 60-er jaren diende de wegeninfrastructuur aangepast te worden. De verbreding van de Dorpsstraat (hoofdstraat) gebeurde nog altijd met kasseien, met daarin aan beide zijden een niet-gescheiden fietspad (betontegel), wel met arduinen stoeprand (worden thans vervangen door betonnen exemplaren en thans gerecupereerd door bepaalde kunstenaars! zie foto hiernaast) voor de veiligheid van de gebruikers van het voetpad. Door deze verbreding kwam het wegdek ineens heel dicht bij het bestaande straatmeubilair te liggen: houten electriciteitspalen (in A-vorm opgetrokken), betonnen telefoonpalen, bomen. Jaren 60 (?) bomen gerooid, later electriciteits- en telefoonkabels ondergronds gelegd waardoor ook meteen het beeld van de honderden boerenzwaluwen op de draden van de telefoonen electriciteitspalen verdween. Nu bestaat het wegdek uit macadam en werden de stoepen geplaveid waardoor alle hemelwater niet lager meer continu in de grond draineert maar zo snel als mogelijk via het rioleringstelsel gevacueerd wordt. Winterse overstromingen kwamen enkel voor in de natuurlijke overstromingsgebieden van de rivieren: een collectieve wetenschap dat dr bewoning uitgesloten was.
In 1947 telde de gemeente (slechts) 1500 m riolering. De huizen waren hier evenwel niet op aangesloten: het huishoudelijk afvalwater bevatte uitsluitend biologisch afbreekbare stoffen en werd weggedraineerd in de grond. De beerputten onder de WC werden 1 maal per jaar geledigd en de inhoud ervan werd perfect gerecycleerd in de moestuin. Dat was ook het geval met de keukenafval dat samen met de mest van de kippen, kalkoenen, etc, op de mesthoop terecht kwam en na 'compostering' ook als voeding voor de tuin of de rozelaars ter beschikking kwam (huisvuilophaling bestond niet). Wel: 'oud-ijzermarchand', ook andere metalen waren geld waard en werden gerecupereerd (koper, aluminium voorzoverre dat voorkwam (toen zeer duur) ...). Echte plastics zijn er pas sedert de 60-er jaren, daarvoor werd wel bakeliet gebruikt, maar dan in (toen) duurzame producten zoals radio, strijkijzer, ...).

Het beeld van de moderne welvaartsstaat staat echter voor de deur, (1947): "De vuilnis wordt gestort in de Oude Sassevaart die over een groot gedeelte wordt gevuld". Vooralsnog zal het hier nog niet echt om niet-biologisch afbreekbaar materiaal gaan.

mobiliteit