Beiaard for kids
Wil je meteen kwissen ?
Klik dan
De
man op dit plein heet Luc Rombouts. Op het eerste gezicht ziet hij er vrij gewoon uit.
Maar toch is er iets met hem aan de hand : hij heeft dikke pinken. Luc is niet
zo geboren : hij heeft dikke pinken omdat hij op klokken speelt.
Een
man die op klokken speelt is een beiaardier. Vergis je niet : een beiaardier is
geen dier.
Beiaardiers vormen wel een zeldzaam ras : in ons land vind je er nauwelijks 50
exemplaren van. De meesten zijn mannetjes, maar er zijn ook vrouwtjes bij. En ze komen vaker voor in Vlaanderen dan in Wallonië. Zo meteen
verdwijnen we met Luc in het gebouw dat je achter hem ziet. We gaan een toren
beklimmen.
Deze toren
is ons doel. Het een bijzondere toren : er komt muziek uit. Dat komt door de
klokken die in zijn binnenste hangen. Een
muziekinstrument met klokken wordt “beiaard” genoemd.
Deze
beiaardtoren hoort bij de bibliotheek van de Leuvense universiteit. De Leuvense
universiteitsbeiaard is een buitenbeentje, want de meeste beiaarden zijn
eigendom van een stad of gemeente.
Beiaarden hangen meestal in een belfort, dat is de toren waar vroeger de belangrijke
documenten van de stad werden bewaard. In steden die geen belfort bezitten,
hangen de beiaardklokken meestal in de toren van de hoofdkerk.
De
beiaard werd ongeveer 500 jaar geleden uitgevonden in onze streek. Dat is iets
waarop wij allemaal fier moeten zijn ! Vandaag zijn de belangrijkste
beiaardlanden België, Nederland en de USA. Bijna elke stad van ons land heeft
een muziektoren die een- of tweemaal per week van zich laat horen.
We
volgen Luc op zijn weg naar de beiaard.
Beiaardiers
moeten fitte kerels of meiden zijn. Eer Luc aan de beiaard is, moet hij een
beklimming doen van bijna 300 trappen : 296 om precies te zijn.
En
zoals in de meeste torens is er is geen
lift.
Achter deze deur begint de torentrap.
Na
een eind klimmen komen we aan een soort muziekdoos met pinnen. Maar hij is heel
wat groter dan de muziekdoosjes die baby’s in slaap wiegen. Beiaardiers noemen
dat de speeltrommel. Elk kwartier komt hij in beweging en zorgt ervoor dat
hamers de
klokken aanslaan. Leuvenaars horen dus aan het
melodietje dat er weer een kwartier voorbij is.
Sommige
beiaardiers kunnen de melodietjes van hun speeltrommel veranderen. Dat kan
alleen als hun speeltrommel gaten heeft om de pinnen te verplaatsen. In Leuven
kunnen de pinnen niet verplaatst worden. Daarom klinkt al 75 jaar het liedje van
de Reuzegom over de stad, want zo oud is
deze beiaard. En de mensen klagen niet, want alles went. De Reuzegom is gewoon
een deel van de stad geworden. Nieuwe beiaarden hebben meestal geen muziekdoos
meer : daar zorgt een computer ervoor dat de hamers de klokken aanslaan.
Op
deze hoogte staat ook het uurwerk.
Aan de buitenkant zien we de grote
wijzerplaten. Ze blinken in de zon omdat ze verguld zijn.
We
klimmen verder en komen aan de verdieping van de grote klokken. Hier hangen 7
kanjers van klokken samen.
De
zwaarste klok slaat ook het uur. Zij weegt meer
dan 7000 kg, dat is evenveel als een Afrikaanse olifant en haar jong samen. Zij heet de “vrijheidsklok van Leuven”.
Op
deze verdieping bevindt zich ook het balkon. Wanneer
we het poortje uitstappen, kunnen we genieten van een fantastisch
uitzicht over de stad en de omgeving. Voor
Luc verder naar boven gaat, hangt hij de beiaardvlag aan de vlaggenmast. Dat maakt de
beiaardbespeling van
straks nog meer feestelijk.
Vanop
het balkon zijn het nog maar enkele trappen tot in de klavierkamer.
Hier staat het klavier dat straks wordt gebruikt
voor de bespeling.
Wij noemen dat een stokkenklavier. De zwarte plaat dient om
de beiaardmuziek op te plaatsen. De rode magneetjes zorgen ervoor dat de
muziekbladen niet afvallen.
De
korte stokken op de bovenste rij staan in groepjes van twee en drie, net als de
zwarte toetsen van de piano. Als je piano speelt, kan je dus meteen de “do”
aanwijzen op het beiaardklavier.
Boven
elke toets vertrekt een stalen draad die naar boven loopt.
Om te zien wat daar
verder mee gebeurt, klimmen we tot in de klokkenkamer boven het klavier.
We
zien dat elke draad uitkomt op een hefboom, waaraan een tweede draad is
verbonden. Die loopt horizontaal naar een klepel. Wanneer Luc de klavierstok indrukt,
trekt de draad de klepel tegen de klok. De klok trilt en hierdoor gaat
ze klinken.
Een veer achter de klokken zorgt ervoor dat de klepel niet blijft
plakken tegen de klok. Zo kan de klok mooi blijven trillen.
In
de klokkenkamer boven het klavier hangen de 56 kleine klokken van de beiaard.
Klein, nou ja … Ook hier heb je exemplaren van enkele honderden kilo’s. Het
kleinste klokje weegt minder dan 10 kilo. Als je goed geteld hebt, weet je nu
dat de beiaard van de universiteit 63 klokken telt.
Niet alle beiaarden zijn zo
groot. Je hebt beiaarden in alle maten en gewichten. De kleinste hebben 20 of 30
klokken en wegen ongeveer 1000 kg. De grootste hebben 50 klokken of meer en
wegen 10.000 tot 40.000 kg.
Je
vraagt je misschien af hoe klokken worden gemaakt.
Klokken worden geboren in een klokkengieterij. Eerst maakt men een vorm
in leem die precies de afmetingen van de klok heeft. Dit wordt later de lege
gietvorm waarin het brons wordt gegoten. Dat brons is vloeibaar gemaakt omdat het is opgewarmd tot 1.100 graden Celsius.
Nadat het brons is afgekoeld, wordt de klok vrijgemaakt, gekuist en op de juiste
toon gebracht. Dat laatste gebeurt door aan de binnenkant van de klok brons weg
te vijlen. Klokken zijn van brons omdat het een zeer hard metaal is en ook omdat
het mooier klinkt dan ijzer of staal. Brons zelf is het resultaat van 4/5 koper
en 1/5 tin. Veel klokken dragen mooie opschriften en versieringen.
Maar
nu terug naar de beiaardkamer. Want
het is tijd voor de bespeling.
Luc
kijkt nog even na of de draden de juiste lengte hebben.
Als het vandaag kouder
is dan bij het vorige concert, zijn de draden korter geworden en blijven de
klepels plakken tegen de klokken. En als het warmer is, dan zijn de draden
langer geworden en raken ze de klokken helemaal niet als hij zacht wil spelen.
Want op een beiaard kan je luid én zacht spelen !
Als draden niet de juiste
lengte hebben, past Luc ze aan met een draadregelaar.
Beneden horen de luisteraars een aarzelend getingel.
Op
een stokkenklavier kan je natuurlijk niet met je tien vingers spelen zoals op
een piano. Een beiaardier maakt een gesloten vuist en duwt met de pink de
stokken naar omlaag.
De meeste beiaardiers beschermen hun pinken met een kokertje van vilt. Maar toch kweken beiaardierspinken een flinke laag eelt, die de huid beschermt.
De
20 zwaarste klokken worden bespeeld met de voeten. Hiertoe dient het pedaal.
Een
beiaardier speelt dus de hoge tonen met de handen en de lage tonen met de
voeten.
Het
is zeven uur. De bespeling begint. Luc speelt allerlei melodieën : klassieke
muziek, volksliedjes, popsongs enz. Hij speelt voor de ganse stad en daarom
biedt zijn programma voor elk wat wils.
Snelle en langzame stukken wisselen
elkaar af, hoge en lage klokken vullen de ruimte. Nu eens klinkt de muziek luid
en krachtig, dan weer is het alsof de klokken met elkaar aan het fluisteren
zijn. In de klavierkamer klinken de klokken luider dan beneden, maar toch kan
Luc de muziek goed herkennen.
Veel mensen denken dat de klokken tijdens een bespeling heen en weer bewegen, zoals bij het klokkenluiden. Maar jij weet nu dat ze enkel trillen.
Beiaard
spelen is een geweldige ervaring. Je weet dat heel veel mensen je muziek
beluisteren, ook al zie je het publiek niet. De beiaard is echt wel het grootste
instrument ter wereld. Noem het gerust de dinosaurus van de muziekinstrumenten.
Een
vuistvlugge beiaardier kan verrassend snelle muziek spelen. Het beiaardspelen is
een vaardigheid die wordt aangeleerd in enkele speciale scholen. De
beiaardschool van Mechelen is de bekendste beiaardschool ter wereld.
Vroeger
speelden de beiaarden veel vaker dan nu. Dat was goed te begrijpen, want er was
nog geen CD, TV, Internet enzovoort. Eigenlijk was de beiaard het
“muzieknet” van de vorige eeuwen en de beiaardier was de DJ die bijna
alle dagen de populaire deuntjes van zijn tijd speelde.
Met
de nieuwe uitvindingen is een beiaard in 2004 eigenlijk geen noodzaak meer. Maar
toch kunnen de mensen het instrument niet missen. De beiaard is het enige
instrument dat muziek kan maken voor een ganse stad, voor arm en voor rijk, voor
blank en zwart, en dat allemaal voor niets. En dat ding is uitgevonden bij ons
…
Kwart
voor acht.
De laatste klokkenklanken sterven uit.
Drie kwartier lang heeft de
stad Leuven een verkwikkend bad van klanken over zich heen gekregen. Lucs taak
zit erop voor vandaag en hij haalt de beiaardvlag binnen.
Luc zal zijn luisteraars niet te zien krijgen,
want die wonen verspreid in de stad. Maar toch krijgt hij vaak applaus via
e-mail. En af en toe krijgt hij vragen voor verzoeknummers. Als de nummers
geschikt zijn voor beiaard, speelt hij die enkele weken later.
De
volgende dagen zal hij nieuwe muziek inoefenen. Het oefenen mag natuurlijk niet
op de beiaard zelf gebeuren : dat zou pas terreur zijn in de stad ! Luc leert
nieuwe stukken aan op het stokkenklavier dat hij thuis heeft staan. Dat maakt
muziek door middel van metalen staafjes. En volgende week zal die muziek klinken
over de stad.
Zomertijd
is pas echt beiaardtijd. Dan wordt er met nog meer aandacht naar de klokken
geluisterd en dan geven beiaardiers échte concerten, met écht applaus van op
alle banken. En de cafés rond het plein doen goede zaken, want met
klokkenmuziek op de achtergrond smaakt een pint dubbel zo goed !
Als je goed opgelet hebt tijdens het torenbezoek, kan je nu deelnemen aan de beiaard-for-kids-quiz.
Om deel te nemen, klik HIER !
Met dank aan dochter Sarah voor de fotoreportage.