
Een tapa is een
Spaans aperitiefhapje. Traditioneel is een tapa een eetlustopwekkend
hapje dat in Spaanse cafés bij een alcoholhoudend drankje (bier,
wijn, sherry) wordt genuttigd.
De oorsprong van de tapa
is omstreden, maar vast staat dat het woord tapa
(meervoud, tapas) is afgeleid van het Spaanse werkwoord 'tapar,
hetgeen afdekken of bedekken betekent. Tapa is dan ook letterlijk
te vertalen als deksel. Op basis van deze betekenis wordt vaak
verondersteld dat tapas zijn ontstaan uit de gewoonte om een drankje
letterlijk met een stuk brood en/of een plakje ham af te dekken, dit om
te voorkomen dat er bijvoorbeeld vliegen in het glas zouden komen.
Er zijn duizenden soorten tapas, die sterk per regio verschillen, zoals
serranoham, olijven, calamares (gefrituurde inktvisringen), kaas,
tortilla en albondigas (Spaanse gehaktballetjes). In de
noordelijke regio's, waaronder Baskenland, gaat het meestal om pintxos, kleine stukjes brood belegd met allerlei verschillende ingrediënten (vis, vlees, vegetarisch of een combinatie).
In Spanje waardeert men de tapas en het eten in het algemeen met name
om de versheid en/of kwaliteit van het product, waardoor soms ook
relatief simpele gerechten door het gebruik maken van producten van
hoge kwaliteit erg populair kunnen zijn.
Hoewel de tapa oorspronkelijk een tussendoortje was, worden ze in Spanje ook wel geconsumeerd als maaltijd. Ook buiten Spanje worden tapas in tapasbars als avondmaaltijd aangeboden.
De tortilla de patatas of Spaanse tortilla is een omelet met gebakken aardappels, olijfolie, ui en paprikapoeder. Of de ui wordt toegevoegd aan de tortilla is per regio verschillend. De tortilla wordt warm of koud gegeten, als maaltijd of als tapa.
De Spaanse tortilla moet niet verward worden met de Mexicaanse tortilla, een pannenkoek van maïsmeel.
De aardappels die in blokjes gesneden door het ei gemengd zijn, moeten
van tevoren al gekookt/licht gefrituurd zijn samen met de eventuele
gesnipperde en gefruite ui. Het geklutste ei wordt in een koekenpan
geschonken en met de aardappels op een laag vuur verwarmd. Als de
bovenkant gestold is, wordt het vuur hoger gezet en de onderkant
lichtbruin gebakken. Dan wordt de tortilla omgedraaid (of er wordt een
bord op de pan gezet en dan omgedraaid, de andere kant wordt dan niet
gebakken) en de andere kant wordt ook lichtbruin gebakken.
Er zijn verschillende varianten van het recept mogelijk, bijvoorbeeld
door het toevoegen van groene paprika, chorizo of champignons. Een
bijzondere variant is de tortilla paisana (boerenomelet) die naast de
aardappels, chorizo, rode paprika en doperwtjes bevat. Een
veganistische variëteit is de tortilla zonder ei, waar water en
bloem gemengd worden om de aardappels te binden.
De Spaanse tortilla werd voor het eerst beschreven in een Navarraans document uit 1817.